Rijsbergen

Plaats
Dorp
Zundert
West-Brabant Baronie en Markiezaat De Rith
Noord-Brabant

rijsbergen dorpsgezicht 1917 [640x480].jpg

Rijsbergen dorpsgezicht 1917

Rijsbergen dorpsgezicht 1917

rijsbergen_de_lokker_vanuit_de_vogelkijkhut.jpg

Rijsbergen, De Lokker gezien vanuit de vogelkijkhut.

Rijsbergen, De Lokker gezien vanuit de vogelkijkhut.

NB gemeente Rijsbergen in ca. 1870 kaart J. Kuijper [1024x768].gif

gemeente Rijsbergen in ca. 1870 kaart J. Kuijper

gemeente Rijsbergen in ca. 1870 kaart J. Kuijper

Rijsbergen

Terug naar boven

Overnachten

- Boek hier je vakantiehuis in omgeving Rijsbergen.

- Boek hier je hotel of B&B in omgeving Rijsbergen.

Terug naar boven

Eten en drinken

- Reserveer hier online je restaurant in omgeving Rijsbergen.

- Bestel hier online je maaltijd en laat hem thuisbezorgen in omgeving Rijsbergen.

Terug naar boven

Literatuur

- Nieuwe en/of tweedehands boeken over Rijsbergen (online te bestellen).

Terug naar boven

Status

- Rijsbergen is een dorp in de provincie Noord-Brabant, in de regio West-Brabant, en daarbinnen in de streek Baronie en Markiezaat, gemeente Zundert. Het was een zelfstandige gemeente t/m 1996. Een klein deel van de gemeente Rijsbergen is overgegaan naar de gemeente Breda. Dat betrof de buurtschap Diunt en het industrieterrein Hazeldonk*. In het N van het buitengebied van het dorp ligt het Z deel van landgoed en natuurgebied De Vloeiweiden, dat onderdeel uitmaakt van het streekje De Rith. Het N deel ervan ligt in de gemeente Breda.
* Zie verder aldaar.

- Wapen van de voormalige gemeente Rijsbergen.

- Onder het dorp Rijsbergen vallen ook de buurtschappen Breedschot, Hazeldonk, Hellegat, Kaarschot, Oekel en Klein Oekel, Zwart Moerken, Tiggelt en Tiggeltseberg. Dit zijn in totaal 8 buurtschappen.

Terug naar boven

Naam

Oudere schrijfwijzen
1159 Riseberga, 1313 Riisberghe, 1326 Riisberghen.

Naamsverklaring
Samenstelling van rise ‘rijshout’ en berga ‘berg, heuvel’. (1)

Carnavalsnaam
Tijdens carnaval heet Rijsbergen Aopelaand. Carnavalsvereniging De Aopelaanders.

Terug naar boven

Ligging

- Rijsbergen ligt 5 km NO van Zundert, aan de N263 Breda-Zundert.

- Rijsbergen grenst door een grenscorrectie sinds 2012 weer aan België. In 1997 verloor het dorp haar grensstatus door aanleg van de HSL en gemeentelijke herindelingen / grenscorrecties tussen Breda en Zundert. Voor nadere informatie zie het filmpje onder de link en het artikel over de grenscorrectie Zundert-Breda in BN/De Stem.

Terug naar boven

Statistische gegevens

- In 1840 had de gemeente Rijsbergen 264 huizen met 1.568 inwoners, verdeeld in dorp Rijsbergen 108/595 en de buurtschappen Tiggelt 64/375, Caarschot 25/151, Breedschot 11/87, Groot-Oekel 21/152, Klein-Oekel 13/77 en Hazeldonk 22/131. Het CBS-gemeentenummer was 0841.

- Tegenwoordig heeft Rijsbergen ca. 2.500 woningen met ca. 6.000 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

“Lange tijd is een oorkonde van het jaar 965 op Rijsbergen van toepassing verklaard. Die akte spreekt over de ‘villa Risbecha in de gouw van Taxandria’. Elders is hier uitvoerig op ingegaan*1 en vastgesteld, dat deze tekst niet op Rijsbergen slaat doch op een geheel andere plaats. Vervallen moet derhalve de conclusie, dat het dorp en de kerk reeds tegen het midden van de 10e eeuw bestonden.

De parochie Rijsbergen is vermoedelijk een van de oudste kerken van het Land van Breda. Deze stelling, indertijd door pastoor Juten neergeschreven, kan volledig beaamd worden, al moet bij een van zijn voornaamste argumenten een ernstig voorbehoud worden gemaakt. Hij meende, dat de tempel van Sandraudiga, in 1812 onder Tichelt gevonden, zeer goed door de eerste christenen in gebruik kan zijn genomen, en dat daarna de kerk verplaatst werd naar het huidige centrum van het dorp. Deze veronderstelling, want meer is het niet, moet ons doen huiveren, niet alleen om de aangenomen verplaatsing van de kerk (voorheen toch geen kleine zaak), maar voornamelijk omdat zij al te gemakkelijk zonder een enkele aanduiding verband zoekt tussen twee feiten, die vele eeuwen uit elkander liggen. Het gaat niet aan een tempeltje uit de 2e of 3e eeuw als voorloper te beschouwen van een kerk, welker bestaan eerst in de 12e eeuw kan blijken. Overigens mag aan dat Romeins of inheems heiligdom geen overdreven betekenis worden toegekend. Wellicht is het opgericht door passerende vereerders van de godin, wat niet in tegenspraak is met het opschrift en wat gebruikelijk was, en wijst het derhalve niet op een intensieve bewoning van de streek in die periode. In de omgeving zijn wel vondsten gedaan uit de Romeinse periode, doch deze zijn dun gespreid.

De naam Rijsbergen komt voor het eerst voor in twee oorkonden van het jaar 1159 (Oorkonden Tongerloo, nrs. 11 en 12). De akten bevatten de vermelding, dat Werner van Rijsbergen zijn eigendom te Esschen geschonken had aan de abdij van Tongerloo, wat door de bisschop van Luik en de hertog van Brabant werd goedgekeurd; vandaar de twee oorkonden over deze zaak. Dat de edelman zich ‘van Rijsbergen’ noemde, kan betekenen dat deze plaats zijn eigen goed was, doch noodzakelijk is dit niet. Wel mag men eruit afleiden, dat Rijsbergen al een plaats van enige ontwikkeling was, waar vrijwel zeker een nederzetting van mensen bestond. Het was in die tijd geheel normaal, dat op de plaatsen, waar enige concentratie van bewoning ontstond, meteen of kort daarna een kerk en een parochie werden gesticht, daar dit meestal van het begin af aan bij nieuwe vestigingen de opzet was. Rijsbergen zal in dit opzicht geen uitzondering zijn geweest tussen de andere plaatsen van de streek, die alle omstreeks dezelfde tijd opkomen en dan voor het eerst in de geschreven stukken worden genoemd. Het totaal der feiten wijst sterker op bewuste nieuwe vestigingen dan op een uitbreiding van een reeds aanwezige bewoning. Waarschijnlijk is dan ook, dat de parochie al in 1159 bestond, ofschoon de archiefstukken geen rechtstreeks bewijs hiervoor bevatten.

Rijsbergen heeft vermoedelijk van het begin af aan deel uitgemaakt van het Land van Breda, ofschoon men zich door het voorkomen van Werner van Rijsbergen in 1159 en de hertogelijke enclaves in het midden van het dorp kan indenken, dat de graven van Nassau als Heren van Breda ook hier, zoals in andere aantoonbare gevallen, de grondheerlijkheid en de daarvan afgeleide rechten pas in een later stadium verworven hebben.

Een veel verbreid misverstand ziet Rijsbergen voor een afzonderlijke heerlijkheid aan. In de oude zowel als in de jongere beleningsbrieven der Heren van Breda wordt enkel van het Land van Breda gesproken, dat één leen was. Na de verpanding van de hertogelijke enclaves aan de Heer van Breda worden deze soms met hun naam in de leenbrieven opgesomd; zelfs in die gevallen is Rijsbergen niet genoemd. Of deze door de hertogelijke kanselarij als afzonderlijke lenen zijn beschouwd, doet in feite niet veel terzake, daar de Heer van Breda ze niet als zodanig beschouwde, doch alleen als een uitbreiding en afronding van zijn heerlijkheid. Zelfs als de rentmeesters van Nassau en Oranje de inkomsten en uitgaven voor de onderscheiden plaatsen afzonderlijk administreerden, een zuiver boekhoudkundige zaak, dan betekent dit geenszins dat zij aan afzonderlijke heerlijkheden dachten. In elk geval hebben zij Rijsbergen, Klein Zundert en Zundert altijd onder de ene noemer van ‘Zundert-Nassau’ gebracht” (42).

“De kerk staat merkwaardigerwijs aan de buitenzijde van Rijsbergen aan de Sint Bavostraat. Waarschijnlijk is de kerk gebouwd in een van de boerderijgehuchten die later aaneengegroeid zijn tot de grotere nederzetting Rijsbergen. Een ander bewijs dat Rijsbergen oorspronkelijk uit meer dan één buurtschap bestond, bevindt zich in de hoofdstraat. Deze straat kent twee verbredingen (brinken) waar ooit het vee bijeengedreven werd” (86).

“Rijsbergen was oorspronkelijk een agrarisch dorp, gelegen in het beekdal van de Aa. Doordat het echter ook op de route lag van Breda naar Antwerpen, heeft het al vroeg een verkeersdorpontwikkeling gekend, al werd pas in 1812 een echte steenweg door het dorp heen getrokken” (14).

In 1542 is Rijsbergen door de Geldersen geplunderd en platgebrand.

Tramlijnen
Rijsbergen had een station aan de tramlijn Rijsbergen-Hazeldonk-Meersel Dreef-Meerle-Hoogstraten (de laatste drie liggen in België) van 1 september 1899-7 oktober 1934. Het Belgische gedeelte werd geëxploiteerd door de Antwerpse Maatschappij voor den Dienst van Buurtspoorwegen (AMB), voor het Nederlandse gedeelte werd de NV Exploitatie van Buurtspoorwegen in Nederland (EBN) opgericht. De AMB mocht een enkelspoor aanleggen en moest zelf bruggen aanleggen over de Aa of Weerijs en over de Hazeldonksebeek. De tram had een bel, want in Nederland was de stoomfluit tot 1920 verboden. Aanvankelijk reed de tram vier keer per dag naar België. Na 1920 werd dat twee keer per dag. De lijn is hoofdzakelijk voor vrachtvervoer gebruikt. Voor personenvervoer was zij niet interessant, omdat de lijn niet doorliep naar Breda. De Oude Trambaan was wel heel belangrijk voor de jaarlijkse bedevaarttochten naar de genadegrot in Meersel-Dreef. Duizenden mensen maakten dan van de verbinding gebruik. De lijn was ook van groot belang voor het transport van geïmporteerde steenkool, bakstenen en kalk. Vanuit Rijsbergen werden kaas, aardappelen en stro naar België geëxporteerd.

Na 1920 nam het belang van de tram af. De bus en het vrachtwagenvervoer waren sterk in opkomst. Vrachtwagens waren minder aan regels gebonden. Op 7 oktober 1934 is de exploitatie van de lijn gestaakt. Verder was hier een halte aan de tramlijn Princenhage-Rijsbergen-Wuustwezel (België) van 1890-1937. Rijsbergen was een overstapplaats tussen de twee tramverbindingen, maar de aansluiting was zo slecht dat de baas van de Buurtspoorwegen in België zijn personeel aanspoorde om in Rijsbergen tijdens het wachten naar de kerk te gaan…

*1 Publikaties ‘Nassau-Brabant’, nr. 9, pag. 20 e.v.

Als u zich nader wilt verdiepen in de geschiedenis van Rijsbergen, kunt u terecht bij de volgende instanties en sites:

- Heemkundige Kring De Drie Heerlijkheden.

- Cultuurhistorisch Centrum De Weeghreyse is gevestigd in het monumentale voormalige gemeentehuis van Rijsbergen. Het centrum is in 2006 geopend. Het is het cultuurhistorische centrum en museum voor de gehele gemeente Zundert. Ook trouwen is er mogelijk. Er is een vaste tentoonstelling over de "Napoleonsweg". Deze weg, van Parijs naar Amsterdam, is van vitaal belang geweest voor de dorpen Wernhout, Zundert en Rijsbergen. Verder zijn er wisselende tentoonstellingen. Ook Heemkundige Kring De Drie Heerlijkheden heeft onderdak gekregen in dit pand.

- Verhalen over de geschiedenis van Rijsbergen op de site van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC).

Terug naar boven

Recente ontwikkelingen

Dorpshart
In 2000 heeft Rijsbergen zijn dorpshart teruggekregen, met de heropening van het nieuwe plein, dat Lindekensplein is gedoopt. Die naam herinnert aan de vroegere benaming voor deze plek, ‘Achter de Lindekens’, en die linden staan er nu weer. Op het plein staat een bronzen beeld van de Rijsbergse kunstenaar Pierre van Leest. Hij heeft zich laten inspireren door de plaatselijke folklore. “Bij het Hellegat onder Rijsbergen stond vroeger ’t Oud Boomke, spookplaats van de witte wijven, juffers die er woonden. Ik ben gekomen tot de verbeelding van die drie juffers, dansend en zwevend. Met hun vage vormen roepen zij die sfeer van weleer op”, aldus Van Leest (401).

Kavelruil en herstructurering Aa of Weerijs
Ongeveer 600 eigenaren van grond in het gebied Weerijs-Zuid - het 3.100 hectare tellende buitengebied van Rijsbergen - hebben na 20 jaar voorbereiding in 2013 gronden geruild, conform het in 2010 vastgestelde 'Inrichtingsplan Weerijs-Zuid, de juiste grond op de juiste plaats voor landbouw, natuur, recreatie, water, wonen en werken'. Hoofddoel van dit plan is dat de landbouwkundige structuur in het gebied verbetert. Gronden van boeren lagen voorheen behoorlijk verspreid. Herverkaveling leidt tot een betere bedrijfsvoering. Ook is er door de ruilen extra ruimte voor onder meer natuur (rond Bijloop, in Breedbroeken) en recreatie gekomen. Centraal in het plangebied, van noord naar zuid, loopt de Aa of Weerijs. Die heeft een 'natuurlijker en vriendelijker' verloop gekregen. Langs de rivier is een verbindingszone gecreëerd voor planten en amfibieën, een zone die natuurgebieden met elkaar verbindt. De rivier heeft daarnaast ook een recreatieve functie gekregen. Er zijn fiets-, wandel- en ruiterpaden langs de Aa of Weerijs aangelegd en steigers voor vissers, opstapplaatsen voor kanovaarders en picknickplaatsen met zicht op de rivier. Door de aanleg van een aantal nieuwe wandelpaden is het nu ook mogelijk om meer 'ommetjes' te maken door het buitengebied van Rijsbergen.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Rijsbergen heeft 8 rijksmonumenten.

- Rijsbergen heeft 24 gemeentelijke monumenten.

- De Sint Bavokerk dateert uit 1918 en is de opvolger van de in dat jaar gesloopte gelijknamige kerk uit 1435 die er tegenover stond, tussen de school en de pastorie. Die oorspronkelijke kerk moest gesloopt worden wegens bouwvalligheid, ondanks de diverse restauraties die de kerk had ondergaan. De kerk is onder meer verwaarloosd van 1648 (na de Vrede van Munster) tot 1796, de tijd van de Reformatie. In die tijd was de kerk in handen van de hervormden. In Rijsbergen ging dat maar om een zestal gezinnen, die bovendien in Zundert naar de kerk gingen. Het hoofdaltaar van de oude kerk bevindt zich in het Rijksmuseum in Amsterdam.

De 5 gebrandschilderde ramen van Lou Asperslagh zijn geplaatst in 1924. Aan deze ramen is een bijzondere ontstaansgeschiedenis verbonden. Monseigneur Van Frankenberg lag sinds begin 1800 begraven in de oude Sint Bavokerk. Die kerk is in 1918 rondom de stoffelijke resten van de monseigneur weggesloopt. Enkele jaren later meldden zich geloofsgenoten van de monseigneur uit België. Zij wilden de resten in België herbegraven. Als tegenprestatie betaalden zij de gebrandschilderde ramen in de nieuwe kerk.

- In de hiervoor genoemde periode (1648-1796) moesten de katholieke Rijsbergenaren in een schuurkerk / noodkerk ter kerke. Dit pand bestaat niet meer. Maar dankzij inspanningen van de heemkundekring heeft de gemeente de plaats van deze kerk met aangepaste bestrating in beeld gebracht. Tevens zijn er ANWB-informatieborden geplaatst bij de locatie van de schuurkerk en bij de oude en nieuwe Sint Bavokerk.

- 7 vrijwilligers hebben in 2000 op de begraafplaats achter de Sint Bavokerk een nieuwe Mariagrot gebouwd. De oude grot, opgericht in 1938 op initiatief van pastoor en Lourdesvereerder Verbunt, lag ongelukkig vanwege de bezoekers en het verkeer naar gemeenschapshuis en wooncomplex Koutershof. Daardoor was het geen plek van rust en bezinning meer. “De nieuwe grot is onder de bomen tegenover de Calvarieberg weer een plaats van rust geworden. Bovendien is de grot dichtbij het afscheidspleintje op de begraafplaats”, aldus vice-voorzitter van het kerkbestuur Cees Aerts (889). De nieuwe grot is door de vrijwilligers in 9 dagen opgetrokken uit 34.000 kilo natuursteen, afkomstig uit de bergen van Turkije. In de grot zijn het oude altaar en het offerblok teruggeplaatst. Voor de nis van het bij deze gelegenheid gerestaureerde Mariabeeld zijn de oude knielbankjes teruggezet.

- Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de aanzet gegeven tot de oprichting van Mariakapellen in verschillende buurtschappen van Rijsbergen. De Mariadevotie geeft de verhouding tussen kerk en inwoners binnen het Rijsbergse gemeenschapsleven goed weer. Op het grondgebied van de voormalige gemeente Rijsbergen staan in totaal 11 veldkapellen, die door de bevolking zelf worden onderhouden. Literatuur: J. Hoekman en G. Kuijpers, ‘Langs elf Mariakapellen in Rijsbergen’ (1985).

Terug naar boven

Jaarlijkse evenementen

- Nationaal Jongerenkorenfestival (weekend begin juni).

- De Bavoloop (op een zaterdag in juni) is een hardloopwedstrijd en gaat over afstanden van 500, 1.000 of 1.500 meter (kinderen), of 2.200, 4.400, 6.600 meter of 10 kilometer (volwassenen).

- De Kennedymars (op een vrijdag en zaterdag eind juni) is een tweedaagse wandeltocht met een totale lengte van 80 kilometer. Tegelijkertijd wordt er ook een tocht over 40 en 25 kilometer georganiseerd. De laatste 40 kilometer van de 80-kilometerloop alsmede de ‘losse’ 40-kilometertocht staan bekend als de Vijfdorpenloop, omdat deze alle vijf dorpen van de gemeente Zundert aandoet (Achtmaal, Klein Zundert, Rijsbergen, Wernhout en Zundert). De 40-kilometerloop is een uitstekende training voor de Nijmeegse Vierdaagse, die enkele weken later wordt gehouden.

- De Boerendag (eerste zaterdag van augustus) wordt gehouden in de buurtschap Tiggeltseberg. De dag wordt door circa 25.000 mensen bezocht. De Boerendag is in 1977 opgezet als omlijsting van de 25e Veefokdag. Toen waren er alleen een kar en een Zeeuwse knol op het parkeerterrein te zien. Nu zijn alleen al zo’n 700 vrijwilligers bij de opzet betrokken. De Boerendag is een dag voor het hele gezin. Pa gaat naar de koeien-, geiten- en schapenkeuringen, moeder neemt een kijkje bij het volksdansen en de Brabantse mutsen en poffers, terwijl de jeugd op de kermis terechtkan. Verder is er onder meer een optocht van tientallen oude boerenwagens, een tentoonstelling van oude landbouwwerktuigen en een Jaarmarkt.

- Het Trekkertrek-Festival vindt plaats in de buurtschap Tiggeltseberg (weekend in september). Er komen maar liefst zo’n 150 landbouwtractoren in negen klassen en 30 specials in vijf megasportklassen aan de start. Er zijn tevens wedstrijden in de Pro-Stock klasse. Er zijn splinternieuwe tractoren bij, maar ook oldtimers uit de jaren vijftig.

- Rijsbergse Vliegerdagen (weekend eind augustus).

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Kinderboerderij De Leijhoeve is geopend in 2002. De verzorging van de kinderboerderij en de dieren wordt uitgevoerd door mensen met een handicap, maar de kinderboerderij is gewoon voor iedereen toegankelijk en voldoet aan alle kwaliteitseisen die op andere kinderboerderijen ook gelden. Op doordeweekse dagen vervult de boerderij een belangrijke plaats in het leven van bijna 200 mensen met een beperking, die in de directe omgeving van De Leijhoeve wonen. Vooral op de woensdagmiddagen, in de weekends en in de vakanties is het tevens een dorado voor de (school)jeugd.

- Overdekt zwembad Aquamarant.

- Natuurgebied en landgoed Pannenhoef ligt 3 km W van Rijsbergen, rond de Panhoefweg en de Pannenhoefsebaan. Oppervlakte 700 hectare, waarvan 150 hectare naald- en loofbos en 100 hectare heide en moerasterrein. Het overige gedeelte is grotendeels cultuurgrond (landbouwgrond). Het gebied wordt beheerd door Het Brabants Landschap. Eeuwenlang bestond het gebied de Pannenhoef uit heide met vennen. In de 15e eeuw werd voor het eerst op grote schaal het veen, dat zich in de laagste delen had ontwikkeld, afgegraven. Via een uitgebreid stelsel van gegraven turfvaarten werd het veen afgevoerd naar Leur. Enkele restanten van deze turfvaarten zijn ook nu nog in het gebied aanwezig. Parallel aan de Bijloop, een van oorsprong natuurlijk beekje, ligt de Turfvaart, een in 1620 gegraven waterloop voor de afvoer van turf vanuit de Zundertse Moeren naar Breda. Rond 1800 zijn de eerste ontginningen uitgevoerd in het centrum van het gebied. Nadien zou nog veel heide worden ontgonnen.

Van begin 20e eeuw tot in de jaren dertig zijn de vennen als gevolg van de ontginningen leeggelopen en verdwenen. De afgelopen jaren zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd om de natuur te herstellen. Een van de eerste natuurherstelprojecten betrof het ven De Flesch, dat in 1920 is gedempt. Om de waterstand in De Flesch te verhogen, is in 1992 een puindam in de Fleschloop aangelegd (de Fleschloop heeft een stroomgebied van 125 hectare en is in 1900 gegraven om twee bovengelegen natte heidegebieden te ontwateren). De resultaten waren zo positief, dat in 1995 werd besloten het oude ven in ere te herstellen. In totaal is ruim 11.000 m³ zand en veen afgegraven tot op de oorspronkelijke venbodem. In het herstelde ven heeft de oorspronkelijke vegetatie zich weer ontwikkeld met plantensoorten zoals moerashertshooi, drijvende waterweegbree, waterpostelein, duizendknoopfonteinkruid en naaldwaterbies. Verder bevinden zich er onder meer heikikkers, groene en bruine kikkers, kleine watersalamanders en alpenwatersalamanders.

In 1999 is het ven De Bak hersteld. Voor de oude venbodem bloot kwam te liggen, moest circa 18.000 m³ zwarte grond en 3.000 m³ veen worden afgegraven. Een deel van de grond is door het Waterschap Mark en Weerijs verwerkt in de opgehoogde kade langs de Turfvaart. Het ven is ongeveer vijf hectare groot. Alle slootjes zijn gedempt zodat er geen water meer kan wegstromen. Tevens is een knuppelbrug over het ven aangelegd. Het is een ondiep en langgerekt ven waarvan het peil met een stuwbak geregeld kan worden. In de natste delen langs het ven zullen riet- en zeggebegroeiingen opschieten, afgewisseld door nat schraalland en broekbos. Op de hogere delen kan droge heide ontstaan, in de richting van de Bijloop overgaand in vochtige heide. Centraal gelegen tussen Padvindersven en De Lokker, vervult De Bak een verbindingsfunctie voor bedreigde ‘aandachtssoorten’ als heikikker en hagedis.

In 2011 is de kwaliteit van de vennen op de Oude Buissche Heide en De Pannenhoef verder verbeterd. Het gaat om de vennen Fleschven, Adamsven, Stekven, Jean Dikkeven, Westelijke ven en Zandwasserij. Door bladval en mineralen uit onder andere boomwortels waren er teveel voedingstoffen in de vennen gekomen. Dit verslechterde de waterkwaliteit. De bodem rondom de vennen is verschraald. Dit houdt in dat een kraan de voedselrijke bodem met bladeren en wortels heeft verwijderd.

Als het rustig is in het gebied, vooral in de vroege morgen, kunt u er winterkoninkjes, kleine Jantjes, nachtzwaluwen, wielewalen, koekoeken, korhoenders, kemphaantjes, regenwulpen, roerdompen, reeën, eekhoorntjes, geitenmelkers en konijntjes zien en horen. Op de vochtige heideplekjes groeien nog lavendelheide, klokjesgentiaan, duizendguldenkruid, beenbreek en de insectenetende zonnedauw. “Ja heus, als de zon lekker schijnt, dan liggen er op al zijn tentakels kleverige druppels, die wat op dauw lijken. Een nietsvermoedend vliegje wil even drinken, maar blijft plakken aan het vocht van de zonnedauw. Wegkomen is er niet meer bij. Door een stel tentakels wordt het beestje volledig leeggezogen. Er blijft niets van over. U begrijpt nu ook wel, waarom de zonnedauw bijna geen wortels heeft. Alleen om zich aan de grond vast te houden, heeft hij er een paar nodig en daar blijft het bij” (aldus Herman Dirven in (46)).

- In het kader van verdrogingsbestrijding en natuurherstel zijn door het Waterschap 2 stuwen in de Bijloop geplaatst. De eerste stuw, aan de noordkant van Pannenhoef, is in 1992 gezet. Doordat de stuw vispasseerbaar is gemaakt, kunnen vissen voortaan ook stroomopwaarts zwemmen. Met keien is een trap gemaakt, een zogeheten vistrap, zodat de vissen, waaronder snoek en stekelbaars, omhoog kunnen zwemmen. De aanwezigheid van vissen is weer belangrijk voor bijvoorbeeld reigers en futen. In 1999 is 17.000 m³ grond weggegraven uit het dal van de Bijloop. Daarmee zijn de oude zandkoppen en het originele beekdal hersteld, waardoor de oorspronkelijke situatie volledig is gerestaureerd. De Bijloop kan zijn eigen weg weer zoeken door het landschap. Bij het bruggetje over de Bijloop komt een aantal wegen samen in een zevensprong, onder meer de Raamschoorseweg, de Achterste Rithweg en het Vaartwegje. Dat is een goed vertrekpunt om de Vloeiweide te verkennen.

In het beekdal van de Bijloop treft u vochtige tot natte gronden aan. De meest opvallende plantensoorten zijn pinksterbloem, veldrus, scherpe boterbloem en diverse zeggesoorten. Delen van de voorheen intensief agrarisch bewerkte grond zijn ingezaaid met onder meer boekweit, lijnzaad, mosterdzaad en bladrammans. Deze plantensoorten dienen als specifieke leefmogelijkheden voor met name insecten, vlinders en vinken. In het noordelijk gedeelte vindt u op de perceelscheidingen zeer soortenrijke singels van eik, berk en els. Op vochtige plaatsen aan de rand van een houtwal komt hier en daar de schitterende koningsvaren voor. Het beekdallandschap, de structuurrijke lanen en de houtsingels langs de Bijloop en de Turfvaart bieden broedgelegenheid aan tal van vogelsoorten. Zo ziet u hier onder meer de buizerd, torenvalk, steenuil, veldleeuwerik, wielewaal en de patrijs.

- Vanaf het begin van de 16e eeuw gaven de Heren van Breda regelmatig woeste gronden onder Zundert uit ter ontginning. Deze ontginningen hielden in, dat de gronden werden afgegraven vanwege de turfwinning. Om de turf gemakkelijk te kunnen vervoeren, is in 1619 het eerste deel van de Turfvaart gegraven. De vaart was een belangrijke ader van waaruit het gebied werd verveend. Hij mondde uit in het riviertje de Aa of Weerijs. De vaart zorgde voor ontwatering van het veenmoeras en de turf werd er door naar Breda, Etten, Oudenbosch en Roosendaal vervoerd. Tegen het einde van de 17e eeuw begon de turfwinning af te nemen, aangezien de beste terreinen afgewerkt waren. De ontgonnen gronden vervielen grotendeels weer tot heidevelden. De schepen namen namelijk op de terugweg weliswaar mest mee, waarmee het verveende land tot landbouwgrond kon worden ontgonnen, maar het meeste afgegraven land bleef ‘woest’. Het werd gebruikt om bos aan te planten, vee te weiden of plaggen te steken. Daardoor konden de landgoederen rond de Turfvaart in hun huidige hoedanigheid ontstaan en bestonden zij rond 1900 nog grotendeels uit uitgestrekte heidevelden en bossen.

- Het 93 ha grote bos- en weidegebied de Krabbebossen ligt NO van Rijsbergen, aan weerszijden van de Aa of Weerijs. Het westelijk deel is een hooggelegen dekzandgebied. Deze welvingen maken deel uit van een uitgebreid systeem van gordels, waarvan het oppervlak opvallend hooggelegen is. De gordels lopen min of meer evenwijdig aan het beekdal. Het is grotendeels bebost met grove den en fijnspar, ten dele loofbos. In oostelijke richting gaat het bos geleidelijk over in het beekdal met graslanden en stroomdalvennen. De beek heeft hier oude, op natuurlijke wijze afgesneden bochten (‘meanders’), die deels uit open water bestaan en deels zijn dichtgegroeid (zogeheten verlandingsvegetaties, met onder meer riet en wilgenstruweel). In dit moerassige deel komen veel bijzondere planten voor.

- Bos-, heide- en vengebied De Lokker, in het W van landgoed Pannenhoef, is een van de meest waardevolle natuurgebieden in Brabant. Het wordt beheerd door Het Brabants Landschap. De Lokker was vroeger een ven van 30 hectare waar ’s winters geschaatst werd. In de zomer werd er gezwommen, gevist en geroeid in een bootje van de gebroeders Kamps. Alleen de Sprundelse pastoor was niet blij met al dat bloot in de polder: vanaf de kansel waarschuwde hij voor deze “poel van verderf en zonde”… In het gebied rond het Lokkerven is in 1999 een ‘natuurherstelproject’ afgerond. Langs de oever van het herstelde ven Lokker-Zuid zijn weer enkele bijzondere ‘nieuwe’ plantensoorten ontdekt, te weten pilvaren, moeraswolfsklauw en blauwe knoop. Pilvaren kan plaatselijk massaal optreden op mesotrofe, droogvallende venoevers. Toch werd deze plant al in het begin van de 20e eeuw als bedreigd beschouwd. Vooral sinds 1950 nam het aantal groeiplaatsen af door ontwatering en ontginning. Moeraswolfsklauw, eveneens een onopvallend plantje dat met name in Noord-Europa voorkomt, ging in de 20e eeuw vooral achteruit door heideontginning en luchtverontreiniging. De gemeenschap van moeraswolfsklauw en bruine snavelbies kwam vooral voor op vochtige heide waar werd geplagd door boeren, een activiteit die nu door ons als natuurbeheerders is overgenomen. Blauwe knoop is een plant van vochtig blauwgrasland. Het is verheugend dat deze 3 soorten dankzij hun lang kiemkrachtig blijvend zaad én door het herstel van de juiste milieuomstandigheden terug zijn van weggeweest.

- Natuurgebied Lange Maten ligt ZW van Pannenhoef, 2 km NO van Schijf, N van de Rucphenseweg. Door het gebied loopt de beek Lange Matenloop. Het gebied is 135 hectare groot en wordt gedeeltelijk beheerd door Het Brabants Landschap, gedeeltelijk door Natuurmonumenten. Verspreid gelegen terreinen met naaldbos, loofbos, heide en weide, aan weerszijden van het smalle beekdal van de Bijloop. Oorspronkelijk was het een groot heidegebied, waar vroeger turf gewonnen werd. Hieraan herinnert een aantal vervallen turfvaarten. In 1920 is het gebied grotendeels ontgonnen voor de bosbouw en de landbouw. De overgebleven heideveldjes worden begraasd door een kudde schapen. Er broeden onder meer wulpen. De afgelopen jaren is het hele beekdal van de Lange Matenloop in oude glorie hersteld. Dit water, eens een natuurlijke beek, heeft daardoor weer een vrijere loop gekregen.

- Landgoed en natuurgebied Vloeiweide, N van Rijsbergen. “Bij dit landgoed is nog te zien hoe men met behulp van dammetjes dwars op de beek het water over de graslanden liet vloeien, waarna het slib kon bezinken. Hierdoor werd de arme grond vruchtbaarder en geschikt als weiland. De Vloeiweide is een van de weinige plaatsen in ons land waar dit systeem van natuurlijke bemesting nog herkenbaar is” (NB3). Te bereiken vanaf de Ettenseweg (richting Etten-Leur), bij het voormalige Asielzoekerscentrum rechtsaf (Hellegatweg). Het landgoed, oorspronkelijk 61 hectare groot, is in 1986 in NO richting met 56 hectare uitgebreid onder de gemeente Breda. Het gebied wordt beheerd door Het Brabants Landschap.

Oorspronkelijk was de Vloeiweide een groot heidegebied, dat de grensstreek vormde tussen de gemeenten Rijsbergen en Princenhage. Enkele eeuwen geleden werd in dit gebied hier en daar een stukje ontgonnen. Thans is het een landgoed met bos en grasland. Het noordelijke deel bestaat grotendeels uit grovedennenbos. In het zuidoostelijke deel stromen twee watertjes, de Bijloop en de Turfvaart, die hier ook IJzermolense Vaart wordt genoemd, welke naam stamt van het feit dat hier vroeger een ijzerpletmolen stond. Deze molen is in 1856 gesloopt, maar het hoogteverschil bij de sluis is gebleven. Daar werd voor de vloeiweide handig gebruik van gemaakt. Langs de oevers liggen enkele moerasjes en een brede houtwal. De weilanden in het dal van de Bijloop zijn rijk aan bloemen. In dit kleine reservaat zijn maar liefst 60 broedvogelsoorten vastgesteld. Het geheel vormt een eenheid in het landschap, bestaande uit dennenbos op de hogere gronden en loofbos en weilanden in de lagere delen in het beekdal van de Bijloop. In het oostelijke deel bevindt zich ook een grote enclave met cultuurgrond.

Bezienswaardigheden Vloeiweide
Na jarenlange onenigheid tussen de gemeenten Rijsbergen en Princenhage over het verloop van de gemeentegrenzen alhier, zijn grote arduinstenen grenspalen geplaatst waarop aan de ene zijde HAGE en aan de andere kant RIJSBARGEN is uitgehouwen. Een ervan staat er nog, ten westen van het weggetje dat dwars door de Vloeiweide loopt.

Een markant punt is het herdenkingsmonument, dat herinnert aan de overval op 4 oktober 1944 van de SS op een post van de Ondergrondse Verzetsbeweging, waarbij een gedeelte van het boswachtersgezin Neefs en vele verzetsmensen om het leven kwamen. In totaal vielen er 17 doden. Het drama van de Vloeiweide wordt ieder jaar op de eerste zondag na 4 oktober herdacht. Beide objecten zijn niet bewegwijzerd, dus u moet er (net als de samenstellers van deze site) enige moeite voor doen om ze te vinden…

Terug naar boven

Links

- Corsobuurtschap Rijsbergen.

- Buurtvereniging de Muldershoek.

Reactie toevoegen