Lopikerwaard

Streek
Lopikerwaard
UtrechtZuid-Holland

lopikerwaard_bij_uitweg.jpg

Lopikerwaard, bij de buurtschap Uitweg

Lopikerwaard, bij de buurtschap Uitweg

lopikerwaard_jaarsveld.jpg

Lopikerwaard, Jaarsveld

Lopikerwaard, Jaarsveld

lopikerwaard_lopik.jpg

Lopikerwaard, Lopik

Lopikerwaard, Lopik

lopikerwaard_lopikerkapel.jpg

Lopikerwaard, Lopikerkapel

Lopikerwaard, Lopikerkapel

lopikerwaard_de_lek.jpg

Lopikerwaard, de Lek

Lopikerwaard, de Lek

lopikerwaard_gerbrandytoren.jpg

Lopikerwaard, de beroemde blikvanger de Gerbrandytoren op grondgebied van IJsselstein

Lopikerwaard, de beroemde blikvanger de Gerbrandytoren op grondgebied van IJsselstein

lopikerwaard_lekdijk.jpg

Lopikerwaard, Lekdijk

Lopikerwaard, Lekdijk

Krimpenerwaard boek [640x480]_0.jpg

In 2002 (maar nog altijd actueel!) is het naslagwerk "Op ontdekkingstocht door Krimpenerwaard en Lopikerwaard" verschenen. Onder het kopje Literatuur ziet u hoe u het online kunt bestellen.

In 2002 (maar nog altijd actueel!) is het naslagwerk "Op ontdekkingstocht door Krimpenerwaard en Lopikerwaard" verschenen. Onder het kopje Literatuur ziet u hoe u het online kunt bestellen.

lopikerwaard_e.o._ca._1750_kopie.jpg

Kaart van de Lopikerwaard e.o. anno ca. 1750

Kaart van de Lopikerwaard e.o. anno ca. 1750

lopikerwaard_kaart_hdsr.jpg

Kaart van de Lopikerwaard van (©) Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR)

Kaart van de Lopikerwaard van (©) Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR)

lopikerwaard_wbl_kopie.gif

Kaart van de Lopikerwaard van (©) Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL)

Kaart van de Lopikerwaard van (©) Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL)

Lopikerwaard

Terug naar boven

Status en ligging

- De Lopikerwaard is een streek in grotendeels de provincie Utrecht, en voor een klein deel in de provincie Zuid-Holland, die vanouds begrensd wordt door de Hollandse IJssel in het noorden en oosten, de Lek in het zuiden en de Vlist in het westen.

- Tegenwoordig worden in de praktijk de Utrechtse gemeenten IJsselstein, Lopik, Montfoort en Oudewater gemakshalve tot de Lopikerwaard gerekend, hoewel - mede door de diverse gemeentelijke herindelingen in de loop der jaren - een deel van enkele van deze gemeenten buiten de grenzen van het gebied ligt, en hoewel een oostelijk deel van de voormalige gemeente Vlist (sinds 2015 deel uitmakend van de Zuid-Hollandse gemeente Krimpenerwaard), namelijk het deel ten O van de rivier de Vlist, geografisch gezien ook in de Lopikerwaard ligt.

Terug naar boven

Geschiedenis

De streek Lopikerwaard is ontstaan in de 11e en 12e eeuw, door een totale ontginning van de woestenij tussen de rivieren Lek, IJssel en Vlist. Hierdoor is een voor menselijke bewoning uitermate geschikte waard ontstaan, die de naam Lopikerwaard kreeg, genoemd naar de middeleeuwse rivier de Lobeke.

Tiendweteringen
In het begin van de ontginningsperiode bestond de Lopikerwaard uit verlaten moerasgrasland, met struikgewas en bomen. De oorspronkelijke afwatering van het gebied geschiedde door welsloten op de rivieren, maar deze natuurlijke afwatering werd steeds meer bemoeilijkt door de voortdurende inklinking van de bodem: vanaf de 12e eeuw tot heden bijna 2 meter! Een verbetering vormde de aanleg van tiendweteringen, die parallel met de rivieren werden gegraven aan beide zijden van de ontginningskades. Ze liepen naar het laagste punt: het westelijk deel van de Lopikerwaard (het gedeelte tussen Oudewater en Haastrecht). De tiendwetering aan de rivierzijde moest het kwelwater naar de hoofdwatergang afvoeren, de wetering aan de landzijde diende voor afvoer van het water uit de achtergelegen lagere gronden.

Bemaling
Omstreeks het jaar 1450 moest men overgaan op windbemaling. In 1454 werd de eerste wipwatermolen in bedrijf gesteld in Cabauw, even later ook in Bonrepas. De hoogste opvoerhoogte van het scheprad bedroeg echter niet meer dan circa 1,5 meter. Dat betekende dat bij voortgaande inklinking, de ontwatering op den duur nieuwe problemen zou gaan opleveren. Daarom werd voortdurend gezocht naar verbeteringen van de bemaling. Een belangrijke verbetering vormde het systeem van de meertrapsbemaling. Het oudste voorbeeld daarvan is De Hooge Boezem achter Haastrecht, bij de uitmonding van de Vlist, oorspronkelijk met één molen (1486), eind 16e eeuw reeds met zeven molens toegerust. De voortdurende wateroverlast in herfst, winter en voorjaar vereiste echter steeds nieuwe oplossingen, waarbij ook krachtiger energiebronnen konden worden ingeschakeld. Rond 1870 werd daarom op grote schaal stoomkracht ingevoerd, als één der eerste door Haastrecht (1871), waar de molens moesten plaatsmaken voor een stoomgemaal. De boezems verloren daarbij gaandeweg hun waterstaatkundige functie. Ze werden versmald of in agrarische productie genomen.

Eerste bebouwing
De eerste bewoners vestigden zich langs de ontsluitende weteringen (in de meeste gevallen was dat de ontginningsbasis). De landwegen kwamen pas in een later stadium. De pioniers vestigden zich op de ‘koppen’ van de nog te ontginnen kavels. Ontginnen betekende voor deze mensen: zich opwerken van een horige tot een vrije pachtboer met een stuk grond van circa 15 hectare. De eerste bebouwing bestond uit plaggenhutachtige optrekjes, opgebouwd uit het voorhanden zijnde materiaal zoals hout (elzen-, essen-, wilgen- en populierenhout), riet en biezen. Na een waarschijnlijk ‘houten’ ontwikkelingsfase (een houten skelet en met teen gevlochten wanden) zou het tot de 15e eeuw duren voordat men de boerderijen vrij algemeen in steen ging optrekken. Met de dorpskernen en kastelen of sterktes zoals IJsselstein, Oudewater, Montfoort en Schoonhoven was dit al eerder het geval. In deze periode begon men de waterhuishouding beter onder de knie te krijgen, daarnaast was ook de opkomst van de regionale steden van belang. Dit betekende immers een markt (letterlijk en figuurlijk) voor landbouwproducten.

Ontstaan lintbebouwingen
Hetzelfde deed zich voor ten aanzien van de bij of om de dorpskerk gegroepeerde bebouwing. Er vond een uitdijing plaats van de toen nog schaarse lintbebouwing, waarvan de kern in die tijd meestal uit niet meer bestond dan een paar huizen (voor ambachtslieden zoals de smid), een kerk of kapel met pastorie, het gerechtshuis en de herberg. Ook op andere ‘strategische’ plaatsen in de streek zoals kruispunten van land- en waterwegen, pleisterplaatsen voor reizigers, laad- en losplaatsen, dammen, bruggen, overkluizingen of overtomen, ontstond kernbebouwing. Langzamerhand groeide de incidentele bebouwing langs de weteringen aaneen tot een lint. Het merendeel van deze ‘lint-gebouwen’ bestond echter uit boerderijen met hun bijgebouwen. Tot vlak na de Tweede Wereldoorlog bestond zo’n lintbebouwing naast boerderijbebouwing uit een herberg (met kolfbaan en uitspanning), een kruidenierswinkel waar van alles te koop was, een schuur van een mandenmaker of teenbewerker met woning, een sorteer- of kistenloods van een fruitteler, een timmerwerkplaats met opslagschuur en woning, een rentenierswoning, een gemaal of een molen et cetera, kortom een ratjetoe van gebouwen en functies.

Ontwikkelingen in de landbouw
Stad en platteland zijn lang als elkaars tegengestelde opgevat en onder de vroegere economische verhoudingen was daar zeker aanleiding toe. Was er aanvankelijk sprake van een zelfvoorzienende landbouw, op den duur ging men zich meer richten op de behoeften van de regionale steden of, nog later, op de nationale en internationale markt. De productie raakte marktgeoriënteerd. Vroege voorbeelden hiervan zijn de hennepteelt in de 17e/18e eeuw voor de touw- en zeilfabricage, omdat Nederland als zeevarende natie behoefte had aan dit product, en de vergroting van de rundveestapel in de 18e eeuw (wat leidde tot het ontstaan van boerderijen van het type krukhuis) omdat op de internationale markt de vraag naar zuivelproducten toenam. Op den duur werd men geheel afhankelijk van deze externe markt en gingen deze ‘stedelijke’ handelsrelaties de plattelandscultuur steeds meer beïnvloeden. Deze ‘mentale verstedelijking’ van het platteland voltrok zich in een steeds sneller tempo toen de moderne communicatiemiddelen ingang vonden, zoals de krant en later radio en televisie. Daarnaast werd deze mentale verstedelijking in niet geringe mate bevorderd door de moderniseringen in de landbouw, terwijl het platteland ook werd ontsloten door de aanleg van nieuwe wegen. In de Lopikerwaard was dit het geval door de aanleg van twee provinciale wegen in de jaren vijftig.

Rationalisering en mechanisering vragen veel aandacht en grote investeringen waardoor de boeren zich moesten openstellen voor adviezen van financiers (Boerenleenbank, nu Rabobank), landbouwconsulenten, het volgen van vakgerichte scholing en het zich verdiepen in vakliteratuur. Bovendien wordt een deel van de bevolkingsgroep genoodzaakt zich op andere beroepen te oriënteren: de boerentimmerman gaat ook in IJsselstein bouwen of richt een timmerfabriek op, de smederij wordt constructiewerkplaats, garagebedrijf of landbouwmechanisatiebedrijf, de beurtschipper wordt internationaal vrachtvervoerder. Deze veranderingen laten niet na ook het uiterlijk van het platteland soms ingrijpend te veranderen. Behalve rationalisering en mechanisatie vinden tal van veranderingen in het boerenbedrijf plaats. Een deel van de boeren gaat zich toeleggen op veredelingsproducties, ofwel in de rundveehouderij, ofwel in de vorm van opfok- en mestbedrijven. Aan het eind van de jaren zestig doet in de Lopikerwaard ook de ligboxenstal zijn intrede. Dit fenomeen vergt grote investeringen, waar natuurlijk weer een verhoging van inkomsten tegenover moet komen. Een en ander betekent een vergroting van de veestapel en dus een intensieve beweiding. Het is daarom van belang dat de percelen een zo gunstig mogelijke grootte en oppervlakte bezitten.

Ondertussen gaat ook de aanpassing van de bedrijfsgebouwen aan de gewijzigde omstandigheden door. De bulksilo’s verschijnen (incidenteel ook torensilo’s), evenals uitgestrekte loodsen waarin mest- en opfokbedrijven hun productie concentreren. Door over te schakelen op veredeling, de zogenoemde bio-industrie, maakt de landbouw zich als het ware los van de eens meest bepalende productiefactor: de grond. Door aankoop van krachtvoer produceert men op industriële wijze vlees, waardoor het kringloopproces mest-gewas-mest wordt doorbroken en de mest tot afvalproduct wordt gedegradeerd, met alle nadelen die daaraan verbonden zijn. Overigens is er de laatste jaren tegelijkertijd een ontwikkeling gaande richting biologische landbouw en veeteelt. Zie bijvoorbeeld bij Linschoten.

Groei dorpskernen
De trek naar het platteland van de stedelingen heeft, in samenhang met de ontsluitende werking van de provinciale wegen, en daarbij de ‘gouden koe’, de auto, bijgedragen tot een min of meer explosieve groei van de dorpskernen en tot een verdichting van de lintbebouwing. Waarbij vooral ook de tweede agrarische bedrijfswoningen een rol van belang spelen. Vooral de dorpskernen van Benschop en Lopik zijn sterk uitgebreid. Ook het beleid van provincie en gemeenten om de vestiging van nieuwe bedrijven te bevorderen, heeft de komst van veel nieuwe Lopikerwaardbewoners met zich meegebracht. Als gevolg van bovengenoemde factoren is de Lopikerwaard in de afgelopen vijftig jaar meer veranderd dan in de honderden jaren die daaraan vooraf zijn gegaan. (216)

Terug naar boven

Gemeentelijke herindelingen

In de Lopikerwaard is over het algemeen sprake geweest van ‘groepsgewijze’ herindelingen. Een eerste herindelingsgolf was er in 1857, toen enkele heel kleine gemeenten zijn opgeheven die als zelfstandige gemeente redelijkerwijs geen bestaansrecht meer hadden. Het betrof bijvoorbeeld kleine buurtschappen zoals Achthoven (naar Linschoten) en Cabauw en Zevender (beide naar Willige Langerak). Vliet (tussen Haastrecht en Oudewater) was daar in 1846 al aan voorafgegaan (naar Haastrecht, in 1970 naar Oudewater).
De volgende herindeling vond plaats per 1 januari 1943. Deze keer werden de gemeenten Jaarsveld en Willige Langerak opgeheven en bij de gemeente Lopik gevoegd.
Per 1 februari 1964 is er een grootschalige herindeling geweest, waarvan u de details vindt bij de desbetreffende plaatsen. In 1970 is alleen de gemeente Hoenkoop aan Oudewater toegevoegd, de overige voorstellen die er toen waren, werden ‘bevroren’ tot de volgende ronde in 1989. De toenmalige minister vond de voorstellen van 1970 te mager, het zou in zijn optiek tot te weinig inwoners per nieuwe gemeente leiden. In 1980 is er nog een incidentele grenswijziging geweest van Linschoten naar Montfoort.

De laatste herindelingsronde, per 1 januari 1989, was voortgekomen uit een aantal redenen. Het was lastig taken en beslissingen die de gemeentegrenzen overschrijden, goed uit te voeren. Er heerste twijfel over de bestuurlijke capaciteiten van diverse gemeenten, wat mede het gevolg zal zijn geweest van de kleinschaligheid. Door decentralisatie van tal van taken van de rijksoverheid was er ook een noodzaak tot schaalvergroting aanwezig, omdat grotere gemeenten een professionelere organisatie kunnen inrichten. Ook van deze herindeling vindt u alle details bij de desbetreffende plaatsen.
Enkele jaren geleden is sprake geweest van plannen voor een fusie van de gemeenten Montfoort, Oudewater en Lopik (er werd al gesproken van de ‘MOL-gemeente’). Vooralsnog is dit echter afgeblazen en wordt ‘slechts’ gewerkt aan een betere en structurelere samenwerking tussen de gemeenten.

Terug naar boven

Recente ontwikkelingen

- Na een voorbereidingstijd van meer dan tien jaar is in 1979 de Ruilverkaveling Lopikerwaard vastgesteld. Zoals de naam al aangeeft, is het efficiënter indelen van kavels een belangrijke doelstelling van een ruilverkaveling. In de praktijk wordt echter de streek helemaal ‘op de schop genomen’. Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar mogelijke verbeteringen in de waterhuishouding en de wegenstructuur. Tegenwoordig worden ruilverkavelingen landinrichting genoemd, wat beter aangeeft dat vandaag de dag ook nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de belangen van natuur, landschap en recreatie. Een onderdeel van de Ruilverkaveling Lopikerwaard was het vervangen van de 16 gemalen, die de opvolgers waren van de circa 40 molens*1 die hier vroeger de waterhuishouding regelden, door 4 nieuwe gemalen: één aan de Lek (De Koekoek ZW van Lopik*2) en drie aan de Hollandse IJssel (De Pleyt in Willeskop*2, de Hoekse Molen in Knollemanshoek*2 en Keulevaart in Boven-Haastrecht*2).

- Een andere belangrijke ontwkkeling in de streek is de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Daarbij wordt een onderverdeling gemaakt in kerngebieden (met reeds hoge actuele natuurwaarden), natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones. De EHS is een lint van natuurgebieden door het hele land, dat de afgelopen en komende jaren met man en macht gerealiseerd gaat worden. Bestaande natuurgebieden worden verbeterd en er wordt ‘nieuwe natuur’ aangelegd, onder meer om goede ecologische verbindingszones*6 te realiseren. In Krimpenerwaard en Lopikerwaard wordt gewerkt aan het realiseren van een ‘natte moeras-as’ in de veenweidegebieden, die vervolgens gekoppeld moet worden aan een andere natte as, die van het rivierengebied.

- Sinds enkele jaren zijn de provincies tevens bezig met het realiseren van een Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS). Dit speelt ook in de Krimpener- en Lopikerwaard. Bij de CHS wordt gekeken naar de mate van belang van bepaalde landschapselementen (bijvoorbeeld in historisch, architectonisch of archeologisch opzicht). Aan de landschapselementen worden kwalificaties toegekend, waarmee in het ruimtelijk ordeningsbeleid dan rekening gehouden kan/moet worden. De bijzondere objecten in de provincie Utrecht staan beschreven op een door de Provincie uitgebrachte cd-rom Cultuurhistorische Elementen in de provincie Utrecht. De informatie op deze cd-rom moet in samenhang met de CHS worden gezien. De CHS vormt een adequaat instrument voor het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en het stellen van eisen aan plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen, maar is vooral ook bedoeld als inspiratiebron. Omdat op de kaart is vastgelegd in welke gebieden cultuurhistorische waardevolle structuren liggen, is nu voor bijvoorbeeld gemeenten en projectontwikkelaars duidelijk zichtbaar wanneer de provincie aan ruimtelijke plannen voorwaarden zal stellen ter voorkoming van schending van cultuurhistorisch waardevolle biotopen.

*1 Van deze 40 molens zijn er anno 2002 nog maar 2 in het landschap terug te vinden, respectievelijk in Bonrepas en Cabauw. Waarvan alleen Bonrepas nog in bedrijf is.
*2 Zie verder aldaar voor een nadere beschrijving van het desbetreffende gemaal. Ook de 16 oude gemalen worden bij de van toepassing zijnde plaatsen beschreven.
*6 Een ecologische verbindingszone is een reeks aaneengesloten natuurgebieden. De laatste jaren wordt veel landbouwgebied opgekocht om deze in natuur te transformeren, met als doel de gaten in een regionale ecologische verbindingszone op te vullen, zodat er daadwerkelijk aaneengesloten gebieden ontstaan. Waardoor bevorderd wordt dat dieren die een groot leefgebied nodig hebben, behouden kunnen blijven of zelfs terugkeren.

Terug naar boven

Jaarlijkse evenementen

- Tijdens het Open Tuinen Weekend (weekend in juni en weekend in augustus) van Tuinclub Lopikerwaard laten ca. 6 enthousiaste tuiniers het resultaat van hun groene vingers zien. Bezoek hun tuinen en laat je inspireren met ideeën voor je eigen tuin.

- Atelierroute Lopikerwaard (weekend in september).

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Kanoërs hebben in de Lopikerwaard 4 kanoroutes tot hun beschikking.

- Landschapsontwikkelingsplan De Groene Driehoek (2005).

- De Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL) heeft als doelstelling het behoud en de versterking van het eigen karakter van de Lopikerwaard en de naaste omgeving; op het gebied van natuur, landschap, cultuurhistorie en educatie, dit alles in samenhang met de leefomgeving. Zij maakt zich zorgen over de voortdurende bedreigingen van het Groene Hart, zoals milieuvervuiling, verstedelijking, wegen, industie, enz. Door middel van voorlichting, natuur-educatie, excursies, dia-avonden en info-materiaal, wil de WBL burgers en gemeenten bewust maken van de unieke waarden van dit fraaie weidegebied.

- Natuurgebieden in de Lopikerwaard van Staatsbosbeheer.

- Agrarische Natuur & Landschapsvereniging De Lopikerwaard e.o. is een vereniging van agrariërs en burgers die de natuur en landschapswaarden van het agrarische gebied in de streek willen beheren en behouden.

Terug naar boven

Literatuur

- Hoofdredacteur van Plaatsengids.nl Frank van den Hoven heeft in 2002 samen met 2 mede-auteurs uit de streek het boek Op ontdekkingstocht door Krimpenerwaard en Lopikerwaard geschreven en uitgegeven. Met gedetailleerde beschrijvingen en afbeeldingen van niet alleen de bekende 30 steden en dorpen in die streken, maar vooral ook de 50 relatief onbekende buurtschappen, die net zozeer de moeite waard zijn om over te lezen en eens 'in het echt' te gaan bekijken, maar die doorgaans worden vergeten in boeken en op sites. Via de link is het boek incidenteel nog tweedehands verkrijgbaar.

- Met het handboek 'Linten in de Leegte' (2008) willen de initiatiefnemers, de gemeentes Lopik, Montfoort, Oudewater en IJsselstein, de verdwijnende gebiedskennis vastleggen en met behulp van veel beelden en praktische handreikingen verleiden, inspireren en motiveren om op een streekeigen en tegelijkertijd eigentijdse manier met de linten om te gaan. Bovendien wil men de sluipende verrommeling op een positieve en laagdrempelige manier een halt toeroepen.

- Nieuwe en/of tweedehands boeken over Lopikerwaard (online te bestellen).

- In 2015 heeft Joh. van Vliet het boek 'De Lopikerwaard in oorlogstijd' gepubliceerd.

Terug naar boven

Links

- Sport: - Hengelsportvereniging HSV Lopikerwaard heeft ruim 500 leden. Het bestuur zet zich in voor het bevorderen van de hengelsport, het behartigen van de belangen van de sportvisser, en het beschermen en verbeteren van de visstand. De vereniging heeft het visrecht gehuurd van diverse wateren met name in de voormalige gemeenten Benschop en Polsbroek. De visstand is goed met o.a. brasem, voorn, winde, karper, snoek enz. De wedstrijdcommissie organiseert door het jaar heen verschillende competities.

Toerlub WTC LOPIKerwaard is opgericht in 1996. Het is een actieve vereniging met ruim 100 leden, die zich in verschillende groepen het hele jaar door kunnen uitleven. Zowel de rustige toerfietser als de snellere mannen en vrouwen tonen hun ambities op de fiets in zowel binnen- als buitenland. Naast het sportieve element staat gezelligheid hoog in ons vaandel.

- Bedrijfsleven / ondernemen: - OnderNamen is een ondernemersplatform in de provincie Utrecht dat zich voornamelijk richt op MKB ondernemers. Het platform heeft 6 regionale afdelingen, waaronder OnderNamen Lopikerwaard. Het platform brengt ondernemers in de regio met elkaar in contact middels netwerkbijeenkomsten, verzorgt p.r. en publciteit, publiceert 1x per kwartaal het magazine OnderNamen Lopikerwaard (via de link ook online te lezen), en kent jaarlijks de Gouden Parel toe, om een ondernemer uit de regio (er worden er jaarlijks 3 genomineerd) in het zonnetje te zetten vanwege zijn ondernemerskwaliteiten, maar zeker ook vanwege zijn betrokkenheid bij en inzet voor de regio.

Reactie toevoegen