Pepinusbrug

Plaats
Buurtschap
Echt-Susteren
Midden-Limburg
Limburg

pepinusbrug_pergamijn_herontwikkeling.jpg

De bebouwing van zorginstelling Pergamijn (voorheen bekend als Pepijnklinieken) in buurtschap Pepinusbrug was verouderd en wordt daarom van 2015 tot 2020 gefaseerd vervangen door nieuwbouw in de vorm van een woonwijk. (© Google)

De bebouwing van zorginstelling Pergamijn (voorheen bekend als Pepijnklinieken) in buurtschap Pepinusbrug was verouderd en wordt daarom van 2015 tot 2020 gefaseerd vervangen door nieuwbouw in de vorm van een woonwijk. (© Google)

Pepinusbrug

Terug naar boven

Status

- Pepinusbrug is een buurtschap in de provincie Limburg, in de regio Midden-Limburg, gemeente Echt-Susteren. T/m 2002 gemeente Echt.

- De buurtschap Pepinusbrug valt grotendeels onder het dorp Pey. Voor de postadressen ligt dat deel - want - net als Pey zelf, 'in' Echt. Een handvol boerderijen aan de Dominicusweg valt, ook voor de postadressen, onder het dorp Maria Hoop.

- De buurtschap Pepinusbrug heeft als een van de weinige buurtschappen in de gemeente Echt-Susteren geen plaatsnaamborden, zodat je alleen aan de gelijknamige straatnaambordjes kunt zien dat je er bent aangekomen.

Terug naar boven

Naam

Oudere vermeldingen
Pepinusberg.

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Pepinusbrug ligt rond de gelijknamige weg en de Dominicusweg, ZO van Pey.

Terug naar boven

Statistische gegevens

De buurtschap Pepinusbrug omvat ca. 40 huizen met ca. 100 inwoners, exclusief de ruim 200 bewoners van zorginstelling Pergamijn.

Terug naar boven

Geschiedenis

Legende omtrent het ontstaan
Het ontstaan van de naam Pepinusbrug gaat volgens een legende terug tot de middeleeuwse Pepijn van Herstal. Deze grootgrondbezitter en edelman rijdt op een dag samen met zijn blinde dochter Odilia door deze - dan nog - moerassige streek en blijft er met zijn koets in steken. Boeren uit de omgeving redden hem van de verdrinkingsdood. Uit dankbaarheid schenkt hij hen een groot stuk van dit land, het kroondomein Echt. Uit dankbaarheid zou hij ook een brug over delen van het moeras hebben laten bouwen. "Juichend doet men hem uitgeleide in de richting van Petersberg, waar op deze reis Odilia geneest van hare blindheid. En Petersberg wordt hernoemd in Odiliaberg. De koperen brug wordt geslagen en glanst in het zonnelicht als de waterspiegel van het Bolven nabij. Maar, zij verzinkt in den moerassigen grond omtrent de plek die men thans nog 'In de Pepinusbrug' noemt. Maar eens zal de verzonken brug weer te voorschijn komen. Als een leger uit het Oosten zal aanrukken en het hoefgetrappel den strijdrossen den bodem zal omwoelen en doen opstuiven, zal ze zichtbaar worden en weer glanzen in de Echter contreien bij die streek van bosch en ven.” Aldus een der varianten.

De Limburger Koerier d.d. 3-12-1940 reageert daarop: "Met het hoefgetrappel en het omwoelen van den bodem is het hier thans nogal losgeloopen. Doch het valt niet te ontkennen dat er een leger uit het Oosten is gekomen en het heeft er allen schijn van, dat tengevolge daarvan zelfs de (of een) brug te voorschijn zal komen zij het dan, dat zulks niet op een zoo tooverachtige wijze zal gebeuren, als de volksmond zulke dingen gaarne vertelt. Het tot stand komen van een nieuwe Pepinusbrug zal echter ongetwijfeld op monumentale wijze een stuk oud volks- en streekleven in de gedachten der komende generaties houden." Kort ervoor was namelijk Rijkscommissaris Seyss Inquart in Limburg op bezoek geweest en heeft daarbij ook deze locatie bezocht. Hij was zodanig onder de indruk van de legende dat hij  architect H. W. Valk te ’s Hertogenbosch opdracht gaf om een ontwerp te maken voor een nieuwe Pepinusbrug. Die heeft dat ontwerp ook daadwerkelijk gemaakt. Tot de daadwerkelijke bouw van deze brug is het echter nooit gekomen.

Deze overlevering of legende is ontstaan als men in 1477 duidelijkheid probeert te krijgen over de rechten van de 'woeste gronden' in het O deel van het grondgebied van Echt, waar onder meer de huidige nederzettingen Pepinusbrug, Koningsbosch en Echterbosch liggen. Er wordt dan een officiële ‘Cleernis’ op papier gezet, de ‘Cleernis van der gemeynte van Echt’. De Echtenaren zoeken bescherming bij hun landsheer, de graaf van Gelre, tegen de bewoners van de langs de oostkant van de bossen gelegen nederzettingen die onder rechtsmacht van de Heren van Heinsberg vallen. De graaf is graag bereid die bescherming te bieden; het gaat immers om de grenzen van zijn eigen territorium. Bij deze gelegenheid maakt men de graaf duidelijk dat men erkentelijk is voor de geboden bescherming, maar dat dit een vrije keuze is van grond bezittende Echtenaren, die het recht op de ‘gemene gronden’ van een koning persoonlijk hebben gekregen - koning Pepijn, die zij van de verdrinkingsdood uit het moeras hebben gered.

Echterbosch wordt aan de Heer ‘afgestaan’, om zelf in het ongestoorde bezit van het overige te blijven, en daarbij wordt bedongen, dat de Heer hen in de toekomst zal beschermen, wanneer anderen proberen stukken van hun gronden in bezit te nemen. Informatie van het Gemeentemuseum van Echt leert, dat als de Echtenaren later hun rechten verdedigen en opnieuw komen aanzetten met deze, wat dan heet ‘de fabuleuze donatie’ door Pepijn aan Echt, meerdere partijen hun verhaal sterk betwijfelen - hun Pepijnredding en -beloning wordt overlevering, legende.

Abdij Lilbosch
Het land van en rond het huidige Pepinusbrug is in de loop der jaren voortvarend en voorbeeldig als landbouwgrond in cultuur gebracht door Dominicus van Ophoven (zie Maria Hoop) en de monniken van abdij Lilbosch. In 1883 vestigen de eerste monniken van de Paters Cisterciensers, meer bekend als Trappisten, zich op Pepinusbrug. Zij kopen een vervallen hoeve en landgoed van de nazaten van legerkapitein Stephanus Pavinowitz, in een eertijds woest moerasgebied, het huidige Haeselaarsbroek, dat hij in 1699 van de Spaanse koning Karel II ten geschenke heeft gekregen. De eerste monniken en broeders lijden ‘bittere armoede’, maar de latere bewoners hebben (met name in de eerste helft van de 20e eeuw) kans gezien hun boerderij met veestapel tot een ook voor de boeren in de verre omtrek stimulerende modelboerderij op te werken.

Ze bouwen een gastenkwartier en een juvenaat voor de eigen priesteropleiding. In 1904 wordt een Duits gymnasium opgericht met een Nederlandse afdeling, voorloper van het vermaarde Bernarduscollege, waar latere Limburgse intellectuelen (zoals wijlen minister Cals) hun middelbare opleiding volgen. Vanaf 1935 komt de abdij tot zijn grootste bloei; er zijn dan toen 83 paters en broeders. Tijdens WO I en II worden de Duitse monniken onder de wapenen geroepen. Door hun hulp in WO II aan piloten en andere activiteiten die de bezetter niet aanstaan, moeten abdij en college worden gesloten. De gebouwen worden vanaf eind 1942 bevolkt door leden van de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel. Er wordt een grote bunker aangelegd, die tot de dag van vandaag nog in de grond zit. In januari 1945 wordt bij de extra versterkte abdij en omgeving zwaar gevochten. De abdij wordt daarbij ernstig beschadigd en na de oorlog gerenoveerd.

Sinds de jaren vijftig heeft de akkerbouw een steeds grotere plaats gekregen. Abdij Lilbosch is een kloosterlandbouwbedrijf met een eigen bedrijfsfilosofie en Trappisten-spiritualiteit, waarbij de economische belangen en waarden geïntegreerd worden in werk en leven "zodat alle dimensies en potenties van de schepping kunnen oplichten" (aldus pater Malachias in het artikel ‘Abdij Lilbosch als agrarisch bedrijf’, in het Natuurhistorisch Maandblad, nr. 4-1997). Feitelijk is het landbouwbedrijf van abdij Lilbosch (die officieel St. Jozefabdij heet) het enige kloosterbedrijf in Nederland dat nog door monniken zelf - met relatief lage gemiddelde leeftijd en jonge aanwas - wordt beheerd. Op enig moment stopt het Bernarduscollege als schoolinstituut. Het wordt daarna ingericht voor gedetineerde Nederlanders, later geeft het onderdak aan gastarbeiders van de Staatsmijnen. Brand heeft het gebouw uiteindelijk verwoest.

Terug naar boven

Recente ontwikkelingen

- In 1968 verkopen de paters van abdij Lilbosch 25 ha van hun grondgebied voor de bouw van de Pepijnklinieken, een groot internaat voor geestelijk gehandicapten van alle leeftijden. Tegenwoordig is dat Stichting Pergamijn (Pepinusbrug 4), die hier haar hoofdlocatie heeft, en ook nog een aantal andere locaties in Midden- en Zuid-Limburg onder haar hoede heeft. Op de locatie Pepinusbrug wonen met name cliënten waarbij sprake is van ernstige meervoudige beperkingen en/of ernstige gedragsproblematiek, die een meer beschermde woonomgeving op een instellingsterrein nodig hebben.

De woongebouwen en activiteitenruimten zijn echter zodanig verouderd dat volledig vervangende nieuwbouw noodzakelijk is. In de periode 2015-2020 vindt dan ook een volledige (gefaseerde) nieuwbouw en herontwikkeling van deze locatie plaats. De herinrichting past in de 'vermaatschappelijking' die in bredere zin door zorginstellingen en ook door Pergamijn in gang is gezet: van instellingsgericht aanbod naar kleinschalig aanbod in de wijk, waar dit kan, met aandacht voor integratie in de samenleving.

Deze uitgangspunten hebben geleid tot het ontwerp - door Coonen Architecten - van een nieuwe woonwijk. Deze woonwijk bestaat uit een hoofdstraat met zijwegen waaraan de verschillende woonvoorzieningen worden gesitueerd. Met uitzondering van Boerderij `t Brook worden alle bestaande gebouwen gesloopt. Boerderij `t Brook behoudt zijn functie als activiteitencentrum. Binnen de woonwijk wordt ook een centrum gerealiseerd waarin onder meer plek is voor activiteiten, bezoekerscentrum en algemene voorzieningen. Er is gekozen voor een compacte wijk met een heldere opzet. De achterliggende gedachte, visie is dat zo’n opzet structuur biedt en dus van belang is voor de belevingswereld van de bewoners. In de vervolgfases is deze visie leidend bij de ontwikkeling van alle andere opgaven (woningen, plattegronden, materialen en kleuren).

Bij de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de kwaliteiten van de omgeving. Het landschap zal binnen de wijk voelbaar zijn, maar omgekeerd wordt vanuit de wijk ook gebruik gemaakt van de kwaliteiten van het landschap. Het gaat dan over het groen in de wijk, voornamelijk bomen, waarbij bestaande historische lanen en het open landschap met akkers en weiden een belangrijk uitgangspunt zijn geweest. Zoals hiervoor reeds beschreven beoogt de herinrichting van dit gebied medio 2020 gereed te zijn. De actuele ontwikkelingen m.b.t. locatie Pepinusbrug van Stichting Pergamijn zijn in tekst en beeld te volgen onder de link.

- Op Pepinusbrug 2 is sinds eind jaren negentig Asielzoekerscentrum Echt gevestigd. De locatie biedt onderdak aan max. 580 asielzoekers.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Abdij Lilbosch (Pepinusbrug 6) is grotendeels in 1883 gebouwd. Het omvat een kloostergebouw met blokvormig poortgebouw, enkele rond een binnenplaats gesitueerde verblijfsgebouwen met een neogotische kapel, en een gesloten hoeve uit 1887. Het klooster is in 1912 tot abdij verheven. Voor de verdere lotgevallen van deze abdij zie bij Geschiedenis. - Site van de cisterciënzerabdij Lilbosch. - Beschrijving van abdij Lilbosch op de site Kerkgebouwen in Limburg. De omgeving van de abdij is aangewezen als Natura 2000-natuurgebied.

- Hotel Hof van Herstal (Pepinusbrug 8), voorheen bekend als hotel Lilbosch, is in 1902 gebouwd en was toen bestemd voor gasten van de abdij. Het is een tweelaags pand met middenrisaliet, uitgevoerd in sobere neorenaissance- en neogotische vormen. De geveltop bevat een nis met een beeld van St. Jozef.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Het landbouwdomein van abdij Lilbosch volgt voor een groot deel een slenk langs het prehistorische hoogterras van de Maas. Door de eeuwen heen was daaruit een gebied van moeras- en broekgronden geworden. Na de ontginningen zijn op diverse plekken nog restanten van de oude situatie herkenbaar. En ook zorgt het hoogterras van de Maas voor kwelwater, zodat er bronnetjes en kleine beekjes zijn ontstaan. Deze monden nu uit in de Pepinusbeek, oorspronkelijk een gegraven ontwateringskanaal, maar tussen 1996 en 2005 omgevormd tot een natuurlijke, meanderende beek die dwars door het domein loopt en vanuit de buurtschap Pepinusbrug zijn weg vervolgt in N richting tot vlak Z van Montfort. Door de kwel heeft het water in de poelen en beekjes een unieke kwaliteit, die vele plant- en diersoorten aantrekt.

Abdij Lilbosch beheert haar gronden met grote aandacht voor landschap en milieu. Daarom heeft de landbouw er een in toenemende mate extensief karakter, en altijd zorgvuldig ingepast in deze unieke omgeving. Een van de vruchten daarvan is een grote rijkdom aan soorten wilde planten en dieren. Daaronder verreweg de meeste zoogdiersoorten die in Nederland voorkomen, en vrijwel alle libellensoorten. Door het domein lopen enkele wegen die - behalve de landbouwweg onmiddellijk achter de abdij - voor gasten en bezoekers vrij toegankelijk zijn. Ook is er een wandelpad langs een gedeelte van de meanders van de Pepinusbeek.

- Willy de Koning is beverliefhebber en volgt ze al sinds 2007. Ze geeft er ook lezingen over, heeft er een boek over gemaakt en ook een voor slechts €10 bij haar te bestellen dvd met 2 films, 'Belevenissen met bevers' en 'Het leven van de bever'. Verrassende beelden van jonge bevertjes die leren hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen, de onderlinge communicatie, dammen bouwend, knagend, lopend met modder op hun voorpoten, maïs stelend, een bever op het ijs tijdens een strenge winter en bevers gevlucht voor hoogwater, zijn bijzondere zintuigen en talenten; het komt allemaal aan bod. De trailers van de films kun je bekijken onder de links. Ook op haar YouTube-kanaal kun je tientallen beverfilmpjes van haar bekijken. Ze schrijft ook in tekst en beeld over haar bever-belevenissen op haar weblog Castor Fiber (= de latijnse naam voor de bever).

In 2014 blogt Willy dat ze, na eerdere waarnemingen bij de Putbeek en de Vlootbeek, nu ook een bever én beverdam heeft aangetroffen in de Pepinusbeek nabij de abdij in buurtschap Pepinusbrug. Ze moest daar wel geduld voor hebben; haar 'cameraval' heeft er wekenlang gestaan en aanvankelijk alleen maar een vos, vogels en een bunzing geregistreerd, voor hij uiteindelijk toch een bever heeft gespot. De afgelopen jaren is het aantal bevers in Limburg, na een lange afwezigheid, weer flink toegenomen. Dat is op zich een verheugende constatering want goed voor de biodiversiteit, ook andere dieren profiteren hiervan en ook voor natuurliefhebbers is het aantrekkelijk. De keerzijde van de medaille is dat ze op diverse plekken ook overlast veroorzaken, waarover anno 2017 discussies worden gevoerd hoe dit in Limburg het beste kan worden aangepakt. Omdat dit provinciebreed speelt, vind je daar nadere informatie over op onze pagina van Limburg, hoofdstuk Landschap etc.

- In het kader van het Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ) is in Limburg een aantal pilotgebieden geselecteerd om ervaringen op te doen met gebiedsprocessen die noodzakelijk zijn om de doelstellingen van het Deltaplan te kunnen realiseren. Een van de geselecteerde gebieden is het stroomgebied van de Pepinusbeek / Vulensbeek / Middelsgraaf. De pilot betreft een verkenning van de mogelijkheden om de DHZ-doelstellingen - voldoende water in droge periodes - te onderzoeken en in te schatten hoe kansrijk de effecten zijn. Parallel voert Arvalis hier een DAW landbouwverkenning uit.

Er wordt in beeld gebracht wat de huidige situatie is, welke maatregelen genomen moeten/kunnen worden om tot een waterkwaliteits- en kwantiteitsverbetering te komen, welke wensen er leven vanuit het agrarisch perspectief op het vlak van het waterbeheer, en welke maatregelen door de sector of andere partijen genomen kunnen worden ter verbetering. Hiervoor wordt ook de streek bezocht en gesproken met agrariërs en grondeigenaren. Maatregelen waaraan gedacht kan worden zijn peilgestuurde of klimaatadaptieve drainage, boerenoevers, egaliseren en verhogen van percelen, reductie erfafspoeling, verbetering bodemstructuur en bufferend vermogen. De initiatienemers zijn LLTB, Arvalis, Kadaster, Waterschap Roer en Over-Maas en Provincie Limburg.

- Het Haeselaarsbroek, Z van abdij Lilbosch, is het brongebied van de Pepinusbeek. Het is een van de gebieden die op de overgang van het Midden-Limburgse terrassengebied en het Zuid-Limburgse Heuvelland liggen. Tot begin 20e eeuw was het nog grotendeels een moerasgebied, met overgangen naar hogergelegen, drogere gronden. Er was een gradiënt en mozaïek van droge en natte heischrale vegetaties, moeras en houtige begroeiing. Door de verbeterde mogelijkheden op het gebied van waterbeheersing en door het toepassen van kunstmest konden deze vegetaties grotendeels worden ontgonnen. Er ontstond een jong cultuurlandschap met veldwegen, graslanden, akkers en populierrijen.

Een van de gebiedsdelen waar dit minder goed lukte was het brongebied van de Pepinusbeek, in het uiterste zuiden van het Haeselaarsbroek. Door de grote kweldruk was het gebied te nat voor landbouw en werd er een rabattenstelsel aangelegd ten behoeve van bosbouw. Het grootste deel werd aangeplant met fijnspar. Omdat de potenties voor natuurwetenschappelijke waarden aanwezig bleven, heeft de gemeente Echt-Susteren in 1994 een ontwikkelingsvisie voor het gebied opgesteld. Op basis hiervan is door de gemeente en Waterschap Roer en Overmaas in 1996 een integraal gebiedsherstel project uitgevoerd. De gemeente heeft zorg gedragen voor het verwijderen van een deel van de bosaanplant, de boomstobben, de aanwezige  strooisellaag en de bovengrond. Daarbij zijn  ook de aanwezige ontwateringsgreppels gedempt. Het waterschap zorgde voor de ontwikkeling van enkele nieuwe bronloopjes en amfibiepoelen.

Door het uitvoeren van inrichtingsmaatregelen in het zuidelijk deel van het Haeselaarsbroek (deelgebied De Kuijper) is men erin geslaagd om kansrijke condities te scheppen voor de ontwikkeling van een droog-nat gradiënt op de overgang van het hier aanwezige hoogterras van de Rijn en een lager gelegen Maasterras. De totale oppervlakte van het gebied bedraagt ongeveer 20 ha. Het aanwezige sparrenbos is voor ongeveer de helft verwijderd. Een deel van de ontwateringssgreppels is gedempt en de bronloopjes van de Pepinusbeek zijn op een natuurvriendelijke manier aangelegd. In het gebied zijn vijf nieuwe, ondiepe amfibiepoelen aangelegd.

Het beheer bestaat uit een combinatie van extensieve jaarrondbegrazing  (Galloway-runderen en Konik-paarden), hooilandbeheer en het (machinaal) verwijderen van houtige opslag. Het oorspronkelijke grond-  en oppervlaktewaterregime is voor een groot deel hersteld, wat heeft geleid tot droogvallende en permanent watervoerende bronloopjes, inundatievlakken en poelen. De  uitgevoerde inrichtingsmaatregelen en de daarop volgende ontwikkeling hebben geleid tot interessante en soortenrijke levensgemeenschappen. De diatomeeënfauna is rijk en bevat veel zeldzame soorten. Ook de macrofauna laat een positieve ontwikkeling zien. Het aantal aangetroffen plantensoorten is groot. Ook is het gebied van belang voor onder andere amfibieën. Voor nadere details zie de  Monitoringsrapportage 1996-2011 Pepinusbeek Brongebied Haeselaarsbroek.

Reactie toevoegen