Breda
Onderdelen
lokatie
Status
- Breda is een stad en gemeente in de provincie Noord-Brabant, in de streek Baronie en Markiezaat.
- Na diverse herindelingen in de loop der jaren, omvat de gemeente Breda naast de stad zelf de dorpen Bavel, Effen, Prinsenbeek, Teteringen en Ulvenhout.
- Ook Ginneken en Princenhage worden vaak als dorpen beschouwd, hoewel zij geografisch gezien eigenlijk wijken zijn want binnen huidige bebouwde kom van de stad Breda gelegen. Maar de inwoners vinden zichzelf nog steeds dorpelingen en hun kernen dorps, wat zij in 1998 erkend hebben gekregen met de plaatsing van plaatsnaamborden. Overigens staan er volgens ons momenteel bij Ginneken geen plaatsnaamborden meer.
- Onder de stad Breda vallen ook de buurtschappen Klein Overveld (in het NW van de Haagse Beemden), Strikberg/De Hartel, IJpelaar (thans grotendeels woonwijk), Wolfslaar (thans grotendeels woonwijk), Diunt (dat voor de herindeling van 1997 onder Rijsbergen viel) en Bagven, Lies, Overa, De Rith en Vuchtschoot, die oorspronkelijk buurtschappen van Princenhage waren.
- Wapen van de gemeente Breda.
- Foto's van de plaatsnaamborden in de gemeente Breda.
Uitbreidingen en annexaties
Breda heeft eeuwenlang slechts een oppervlakte van 30 hectare beslagen. In 1534 werd er een tweede serie wallen aangelegd (op grondgebied van de toenmalige heerlijkheid Haghe), die het oppervlak vergrootte tot 282 hectare. Bij deze ‘annexatie avant la lettre’ ommuurde men de nederzetting die in de Middeleeuwen langs de westwal, tegenover de tolbrug over de Mark, ontstond. De gemeenschap aldaar stond bekend als de ‘buitenpoorters’.
De oppervlakte van de stad zou pas in 1869 verder worden vergroot door afbraak van de vesting. Reeds toen zag Breda met lede ogen aan dat de burgers vertrokken naar de omliggende gemeenten Princenhage, Ginneken en Teteringen, waar de bewoners wel van de stedelijke faciliteiten bleven profiteren, maar slechts hun veel lagere gemeenteheffingen afdroegen (de geschiedenis herhaalt zich; ook tegenwoordig is dit landelijk een bekend fenomeen...). Breda diende daarom reeds in 1870 annexatieplannen in, die geen succes afwierpen. Ook een poging in 1899 had geen succes. In 1921 wilde Breda de complete gemeenten Princenhage, Teteringen en Ginneken en Bavel annexeren. Ook dat ging niet door. Op 1 juli 1927 is uiteindelijk een deel van de gemeente Teteringen geannexeerd om aan de behoefte aan bouwgrond voor nieuwe wijken te voldoen. Ook een deel van Princenhage werd ingelijfd. Het ging daarbij met name om de suikerfabriek, de ‘Kunstzij’, het eerste deel van de Haagweg (tussen Dijklaan en Rijnstraat), de Oranjeboomstraat, het (nog onbebouwde) Boeimeer plus stukken grond in Breda-Zuid zoals een stukje Baronielaan (ter hoogte van de villa Trianon), Montensbos en Ruitersbos.
In 1942 vond een verdere belangrijke uitbreiding van het grondgebied plaats door annexatie van delen van de gemeenten Princenhage (dat ruwweg in tweeën werd gedeeld, de grens werd gevormd door de spoorlijn, Princenhage kwam bij Breda, de W streek werd zelfstandig als gemeente Beek) en Ginneken en Bavel (met name het dorp Ginneken). Na de Tweede Wereldoorlog realiseerde Breda zijn eerste nieuwbouwwijk (Heuvelkwartier) op grondgebied van de voormalige gemeente Princenhage. In de jaren vijftig en zestig gevolgd door Boeimeer en het tweede gedeelte van Tuinzigt (de bomenbuurt).
Op 1 juni 1961 volgde een volgende ronde met een deel van Teteringen (de Vuchtpolder, die in de jaren zestig bebouwd is) en Nieuw-Ginneken (de IJpelaarpolder, bebouwd in de jaren zestig, en de buurtschap Heusdenhout, tot wijk getransformeerd in de jaren zeventig). Daarna volgde de bebouwing van Princenhage-West I en II.
In 1975 verwierf Breda de status ‘groeistad’. Op 1 juli 1976 is in verband daarmee een groot deel van de streek Haagse Beemden (= het deel O van de A16, oppervlakte 1.548 hectare) van de gemeente Prinsenbeek naar de gemeente Breda overgegaan, voor de bouw van het nieuwe stadsdeel Haagse Beemden (dat al in 1958 gepland was), nadat het er aanvankelijk naar uitzag dat de complete gemeenten Prinsenbeek, Teteringen en Terheijden geannexeerd zouden worden.
In 1997 tenslotte, zijn de gemeenten Prinsenbeek en Teteringen en een deel van de gemeente Nieuw-Ginneken (het deel N van de A58 met daarin Ulvenhout en Bavel, het Z gelegen deel met de dorpen Galder en Strijbeek is naar de gemeente Alphen-Chaam gegaan) aan de gemeente Breda toegevoegd.
Naam
- Genoemd naar een water met de naam, waarschijnlijk de brede Aa ‘het brede water’. Het desbetreffende riviertje werd vroeger ook de Mark-Aa genoemd. Een andere verklaring brengt de naam in verband met bred, dat voortkomt uit berd ‘plank’.1
- (322) stelt dat de naam zou zijn ontleend aan de omstandigheid dat de stad aan het breedste punt van de Aa was gelegen.
- En een net weer iets andere versie vinden wij in (86): “Breda is ontstaan op de plaats waar de Aa of Weerijs en de Mark samenstromen. Vroeger heette de Mark ook Aa. De Aa trad dikwijls buiten haar oevers waardoor een brede strook land onder water kwam te staan. Waarschijnlijk is dat de herkomst van de naam Breda.”
Geschiedenis
Breda heeft reeds in de 9e eeuw bestaan. De graven van Strijen zouden er al in 840 een burcht hebben gebouwd. Breda is ontstaan rond de Mark, bij de huidige Markendaalseweg (de Mark is daar ter plekke in de jaren veertig gedempt). Het Kasteel van Breda (“waarbij u zich geen grote burcht moet voorstellen, maar meer een bescheiden versterking, die kort bij een doorwaadbare plaats in de rivier was gelegen” (16)) wordt in 1190 voor het eerst vermeld. Er kwam een tolbrug over de rivier en de wegen werden verbeterd (dat betekende vooral verhoogd). Het werden dijken die dwars door het lage dal van de Mark kwamen te liggen. Zo ontstonden de Haagdijk (de dijk in de richting van ’t Haagje = Princenhage) en de Teteringsedijk, die vroeger meestal kortweg Den Dijk werd genoemd.
In de omgeving van de Vismarkt vestigden zich steeds meer mensen. De plaats waar nu de vishal staat, heet al meer dan 600 jaar Vismarkt. De vishal werd rond 1725 gebouwd en nog dagelijks wordt er vis verkocht. De eerste vermelding van een stenen kerk (die er toen al vele jaren gestaan moet hebben) dateert uit 1269, maar dat was de opvolger van een oudere houten kerk. Breda kreeg in 1252 stadsrechten en in 1330 werden er muren rond de stad gebouwd. “Toen ze er achter kwamen dat hun havenkraan niet over de muur kon reiken, hakten ze prompt weer een gat in de verdedigingswal” (322). De Hollandse edelman Jan van Polanen kocht in 1350 de stad van de Hertog van Brabant. Hij bouwde een nieuwe burcht en liet de stad omringen door muren en een gracht, torens en poorthuizen. In de 15e en 16e eeuw bloeide de stad op als centrum van de renaissancecultuur.
In 1534 kreeg de stad een nieuwe en grotere omwalling, waardoor onder meer de Haagdijk bij de stad werd gevoegd. Toen de gemeente in de tweede helft van de 19e eeuw merkte dat de verdedigingsfunctie van de vesting afnam door de voortschrijdende militaire technieken, en bovendien de aangelegde spoorlijnen de stad al hadden ‘opengelegd’, besloot ze in 1869 de vesting te ontmantelen (= het slopen van de wallen en poorten en het dempen van de grachten). Hierdoor kwam er meer ruimte, onder meer voor de vestiging van de eerste industrieën. Dit waren voornamelijk kleine bedrijven, die zich buiten de singels vestigden. De industriële ontwikkeling kreeg een belangrijke impuls door de aansluitingen op het spoorwegennet in 1855 (Roosendaal-Antwerpen) en 1863 (Tilburg). Daarnaast behield Breda een militair karakter door de aanwezigheid van drie kazernes en de Koninklijke Militaire Academie.
De geschiedenis van de Bredase haven, die in 1964/65 is gedempt en mogelijk ergens in de komende jaren weer wordt ‘heropend’, wordt uitvoerig beschreven in het hoofdartikel van het magazine van het Stadsarchief Archivaria, nummer 3, december 1999. Hieronder een kleine selectie uit dit artikel: “Het middeleeuwse Breda was nog geen dertig hectaren groot, maar gunstig gelegen langs de rivier de Mark in het overgangsgebied tussen de hogere zandgronden in het zuiden en de laaggelegen veen- en kleigebieden in het noorden. Was de stad aanvankelijk omringd door een primitieve aarden wal en gracht, in 1333 volgde de bouw van een stenen muur met torens. Bijna tweehonderd jaar later maakte deze muur plaats voor een nieuwe aarden omwalling, waarmee de Boschstraat, de Ginnekenstraat en de Haagdijk binnen de stad werden getrokken. De Mark stroomde van zuid naar noord en stond nog in open verbinding met de zee: de invloed van eb en vloed was tot in de stad waar te nemen. Ter hoogte van de latere Markendaalseweg lagen drie kleine eilandjes in de Mark, die pas in de late 19e eeuw zijn verdwenen. Naast de Mark kende het stadje Breda nog meer water: rivier de Aa of Weerijs, de Gampel, de Donk, de Oude Vest als gracht en diverse kleinere sloten en kreken, zoals de Mosselkreek ter plekke van het huidige winkelcentrum De Barones.
Breda was vanuit Holland bezien de toegangspoort tot het noordwestelijk deel van het hertogdom Brabant. Stilaan ontwikkelde Breda zich tot een bescheiden handelsstad. Scheepvaartverkeer kon de stad bereiken en aanleggen, hoogstwaarschijnlijk op de plek van de latere Haven. Zeker is, dat in 1552 begonnen werd met de bouw van een gemetselde kade van blauwe Naamse steen. De 18e-eeuwse geschiedschrijver Thomas Ernst van Goor vertelt dat de Haven ‘van eene aanmerkeleyke lengte en breedte, aan beide zyden verciert zynde van eene schoone kade met lindeboomen beplant’ was. Slechts de stadszijde had een kademuur. Aan de overzijde, de latere Prinsenkade, lag een blekerij die aan het water grensde. In 1644 wordt de Haven aangeduid als de Havenkant. Het waren de Franse bestuurders die in 1812 straatnaambordjes gingen ophangen en de naam ‘Haven’ gebruikten, sindsdien de officiële straatnaam.
Waar water is en transport volgt, ontstaat de noodzaak om over het water te komen. Een brug is dan een oplossing. Over de Haven lagen twee bruggen: de Tolbrug en de Hoge Brug. De eerste lag ter hoogte van de Haagdijk en was in de Middeleeuwen de enige verbinding over de Mark. De naam ‘Tolbrugge’ komen we al tegen in een oorkonde uit 1384, de brug zelf bestond reeds in 1354. De meest recente vernieuwing van de Tolbrug dateert van het jaar 1922. De opening van deze toen moderne brug is op film vastgelegd en bewaard. De Tolbrug werd gesloopt toen men in 1941 een deel van de rivier de Mark dempte. De Hoge Brug, gelegen tussen de kruising Prinsenkade-Zoutstraat en Vismarkt, vindt zijn oorsprong omstreeks 1550. Een in 1615 gebouwde brug op deze plek werd in 1883 vervangen door een ijzeren draaibrug. Ook deze brug verdween bij de demping van de Haven in 1964.”
Voor wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van Breda:
- Heemkundekring Engelbrecht van Nassau.
- Geschied- en Oudheidkundige Kring van Stad en Land van Breda De Oranjeboom.
- Stadsarchief Breda.
- Heemkundige Kring "Breda".
- Verhalen over de geschiedenis van Breda op de site van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC).
Jaarlijkse evenementen
- In januari is er een Klûntocht over de Grote Markt. De opbrengst is voor een goed doel. Naast het klûnen kunnen de deelnemers spellen doen zoals sneeuwballen gooien, skilopen, spijkers slaan, ijshockey-penaltyschieten en ijsschotslopen. De Klûntocht trekt ca. 2.000 deelnemers uit het hele land.
- Het Breda Jazz Festival (van hemelvaartsdag t/m de zondag daarna) bestaat sinds 1971 en is in zijn soort het oudste en grootste jazzfestival van Nederland en Europa. Jaarlijks komen op het festival circa 250.000 bezoekers af.
- Het Beiaardfestival (in de Grote Toren, op een donderdag tot en met zaterdag in augustus) wordt sinds 1985 georganiseerd door stadsbeiaardier Jacques Maassen.
- Breda Ballon Fiësta (weekend in augustus).
- Het popfestival Breda Barst (weekend in september) vindt plaats in park Valkenberg en is gratis toegankelijk. Het festival trekt ca. 10.000 bezoekers.
- Outdoor Brabant (voorheen Breda Hippique) (vier dagen in september) is een hippisch top-evenement dat ca. 40.000 bezoekers trekt. De onderdelen zijn derby, dressuur, eventing, springen en vierspan.
- Stripbeurs Breda (weekend in september).
- Bredase Singelloop (op een zondag begin oktober). De loop bestaat uit de onderdelen Bedrijvenloop (15 km), Trimloop (8,5-15 km), Wedstrijd mannen / vrouwen / veteranen (1/2 marathon), Prestatieloop halve marathon, Skeelertoertocht (circa 8, 16, 24, 32 of 40 km) en een Familieloop (1.350, 2.700 of 4.050 meter).
- Kermis, vanaf zaterdag voor 3e zondag in oktober, gedurende negen dagen. Op de kermis kunt u, naast alle moderne attracties, ook nog diverse oude attracties vinden zoals de Kop van Jut, een suikerspinnenkraam en een snoepkraam.
- Wandelsportvereniging De Wandelende Krabben organiseert op een zondag in oktober de wandeltocht Breda-Bergen op Zoom. De lengte van deze tocht is 55 of 25 kilometer (er wordt dan ook al om 7 uur ’s ochtends gestart).
Natuur en recreatie
- De aanleg van de eerste twee fases van de Nieuwe Mark is succesvol verlopen. Pas vanaf 2014 kan fase drie in beeld komen, want dan kan het water op zijn vroegst worden doorgetrokken naar het Seeligterrein. Het terugbrengen van water in de stad en gedeeltelijk herstel van het historische erfgoed waren de hoofddoelen van het plan, samen met het oplossen van het probleem met hoog water in het centrum. Dat laatste is uitgesteld, maar de andere doelen zijn met succes gerealiseerd. Langs de oevers is het aantal horecabedrijven toegenomen van tien naar negentien en de stad is qua toeristenbestedingen op de vijfde plek beland na Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.
Overnachten
- Vakantiehuizen in de omgeving van Breda (online te boeken).
Literatuur
- Nieuwe en/of tweedehands boeken over Breda (online te bestellen).
Links
- Officiële site van de gemeente Breda.
- Breda linkspagina.
- Milieuvereniging De Groene Koepel Breda.
- Lijst van monumenten in de beschermde stadsgezichten van Breda.


Kenmerken (classificatie)
Kenmerken (numeriek)
1870 gemeente 1.960 huizen, 13.559 inwoners, 1926 30.000, 1927 50.000, 1940 50.000, 1955 100.000, 1975 118.000, thans gemeente ca. 75.000/170.000 (is een gemiddelde woningbezetting van 2,3), stad ca. 60.000/140.000.
1500 oppervlakte 30 hectare, 1534 282, 1927 1.077, 1996 7.700, 1997 12.700. In 1958 had de gemeente overigens gepland in 1990 10.000 hectare grond te hebben en 200.000 inwoners.

Nieuwe reactie inzenden