Wezep

Plaats
Dorp
Oldebroek
Veluwe
Gelderland

wezep zuiderzeestraatweg ca 1910 [640x480].jpg

Wezep Zuiderzeestraatweg ca 1910

Wezep Zuiderzeestraatweg ca 1910

Wezep

Terug naar boven

Overnachten

- Boek hier je bungalow op Landal Landgoed 't Loo.

- Boek hier je vakantiehuis in omgeving Wezep.

- Boek hier je hotel of B&B in omgeving Wezep.

Terug naar boven

Eten en drinken

- Reserveer hier online je restaurant in omgeving Wezep.

- Bestel hier online je maaltijd en laat hem thuisbezorgen in omgeving Wezep.

Terug naar boven

Literatuur

- Nieuwe en/of tweedehands boeken over Wezep (online te bestellen).

Terug naar boven

Status

- Wezep is een dorp in de provincie Gelderland, in de streek Veluwe, gemeente Oldebroek.

- Vroeger viel onder het dorp Wezep ook de buurtschap Engeland. Tegenwoordig is deze er kennelijk niet meer. Zij wordt althans niet meer vermeld in recente atlassen.

Terug naar boven

Naam

Naamsverklaring
De naam Wezep komen we voor het eerst tegen in 1231, als Wisepe. Het gebied ten noorden van de Veluwe was in die tijd nog één groot moeras, waar slechts op enkele plekken dekzandruggen (rivierduinen) boven het land uit staken. Deze natuurlijke verhogingen werden al lang geleden bewoond en vormden zo de buurtschappen Duivendans, De Voskuil en Het Zand. De uitgang 'ep' in Wezep komt van apa, een Germaans woord dat 'water' betekent. Het voorste stuk Weze komt van wiso, dat men terugvindt in het Duitse woord Wieze en weide betekent. Wezep wil dus eigenlijk zeggen 'natte weide', of opwellend bronwater in weiland en dat wordt in het dialect aangeduid met soppe.

Een aanduiding van wateroverlast in de oudheid komt al op oude topografische kaarten voor. Op de kaarten is aan de noordelijke voet van de woldberg een dijkvorm getekend met als bijschrift 'waterkering'. Het velddijkje schijnt nog te zien te zijn vanaf de Noordweg (Cultuurweg) en moet, volgens overlevering, gediend hebben als waterkering tegen het veldwater. Hiermee wordt het smeltwater bedoeld, dat bij sterke dooi in het voorjaar ontstond na een strenge winter. De bevroren grond kon het water niet opnemen, en de stroom zocht dan uitweg met de minste weerstand en dat was over bestaande wegen naar lager geleden delen. Een van die wegen was de Puttensteinse Veldweg, in de volksmond de 'Deurweg' genoemd. Deze weg, die tussen twee hoge bouwlandruggen liep, voerde het water af naar De Brink en de Soppe, waarvan volgens overlevering hele stukken onder water stonden. Het water werd afgevoerd via sloten langs IJsselvliedt naar de duiker onder de Kamperstraatweg en door de Koppelsloot naar de Waterheigraaf. (bron: Gerrit Uitslag Azn en Gerrit Jan ten Napel, Wezep)

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvatten de buurtschappen Heerder-Wezep, Hattemer-Wezep en Voskuil (welke buurtschap tegenwoordig onder Hattemerbroek valt) gezamenlijk 126 huizen met 885 inwoners. Tegenwoordig heeft het dorp ca. 5.000 huizen met ca. 12.000 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

In den beginne
In de vroegere historie van Wezep was er waarschijnlijk sprake van een gespreide bewoning in hofsteden rond een klooster. Ommuring moest de bewoners beschermen tegen vooral rovers (roofridders). Over de toestand in Wezep in die tijd weten we weinig. Een nonnenklooster van de Benedictijnen, die zich afgescheiden hadden van het Klooster Zwartewater bij Hasselt, speelde een rol bij de ontginning van Hattemerbroek en Wezep. Zij bouwde in 1415 met toestemming van Hertog Reinald van Gelre een nieuw klooster. Het lag op Gelres grondgebied en kreeg de naam Ten Claerenwater, vanwege de goede kwaliteit bronwater ter plaatse. Op de plek van dat klooster staat nu in Hattemerbroek aan de Weerdweg de 'Olde Schoele' met de naam Ten Claerenwater. In 1579 is als het gevolg van de Reformatie het klooster opgeheven.

Klooster ten Claerenwater
In de middeleeuwen gingen in heel West Europa adel en clerus hand in hand om land te ontginnen en in productie te nemen. Zij vormen de besturende overheid en deze alliantie was de drijvende kracht achter de economie, die gericht was op landbouw en veeteelt. Na de Reformatie verminderde de invloed van de clerus, de invloed van de adel bleef echter bestaan. Vermoedelijk is dit de begintijd van de eerste zelfstandige landbouwers die zich vanuit aangrenzende gebieden gingen vestigen als vrije ondernemers. De invloed van de adel vinden we terug in de vestiging van veel 'heerengoederen'. De adel beschikte over kapitaal en investeerden in de landbouw en brachten hiermee de pachters in een afhankelijke positie. In het gebied dat nu of tot voor kort tot de gemeente Oldebroek behoorde, kwamen nogal wat van die 'heerengoederen' voor. Van oost naar west vinden we Molencaten, Ierst, Vogelenzang, Vollenhof, Oldhorst; Tijd en Vlijt (Tijd Vlied), Vierhuizen, Eekelenburg; Zwaluwenburg, Rozenburg en Schouwenburg. Ten Noorden lag ook nog Wittenstein dat onder Kamperveen viel, maar waarvan de eigenaren veel land bezaten in 't Oosterbroek (de broeklanden tussen Zuiderzeestraatweg en Zwarteweg ten Oosten van Mhenenweg Noord). Gebrek aan opgeschreven kennis en wederwaardigheden uit overlevering gedurende lange tijd, noopt ons tot een grote sprong in de tijd: we gaan door naar de 19e eeuw.

19e eeuw
In de 19e eeuw stonden in de omgeving van de vroegere school enkele huizen en boerderijen met bijvoorbeeld de namen Nederdaal, Ruimzicht, (nu Linquenda) en Marienrade. In de buurtschap Duivendans woonde al een aantal gezinnen, dat ingeschreven stond als dagloner en enkele als bouwman (landbouwer). De Voskuil had ook bewoning, evenals Hattemerbroek, waar langs de oude kronkelige weg naar Wezep ook huizen stonden. De aanleg van de Zuiderzeestraatweg omstreeks 1830 had tot gevolg dat langs deze weg de bebouwing zich verder ontwikkelde en deze buurtschap zich fors uitbreide.

Volgens de eerste kadasterkaarten was er ten zuiden van de Bovenweg (de huidige Kerkweg) bijna geen bebouwing. Ten zuiden van de enkgronden (landbouwproductiegebied) lagen domeingronden, die lange tijd een twistpunt vormden tussen landelijke en gemeentelijke overheid. Omstreeks 1844 kwam er een eind aan dit geschil en werden de domeingronden eigendom van de gemeente Oldebroek. Dit had grote gevolgen voor de ontwikkeling. Er ontstond een explosieve groei van huisjes, waarvan een aanzienlijk aantal beter aangeduid kon worden als hut. Het waren heel vaak niet meer dan plaggenhutten, die in groepen bij elkaar gebouwd werden. In de gemeente Oldebroek ontstonden zo een zestal buurtschappen met een primitieve bebouwing: Beldert, 't Veld, Engeland, 't Loo, de Vierschoten en Achter de Vree. Deze buurtschappen noemde men ook wel huttenkolonies. In de loop der tijd kwam in de kwaliteit van de woningen wel verbetering. De laatste plaggenhutten werden tot in de jaren dertig van de 20e eeuw nog bewoond.

Bestuurlijk
Tot 1818 vormden een aantal buurtschappen het Schoutambt Hattem en hoorden daarmee kerkelijk en burgerlijk bij Hattem. Deze buurtschappen zijn De Voskuil, Hattemerbroek en Gelderschedijk, 't Zand en Hattemer-Wezep. Dit laatste was een gebied, dat in het oosten begrensd werd door de IJssel en in het westen door de Wezeperweg, in het zuiden door 'het Veld' en in noorden door de lijn die samenvalt met de A28. De nieuwe gemeente-indeling van 1818 moet voor de bewoners van de toenmalige buurtschappen wel vreemd zijn overgekomen. Door de herindeling kwam de nieuwe oostgrens van Oldebroek bijna tot aan de poorten van Hattem. Met het meest oostelijke gebied 'Molencaten' werd de stad bijna geheel door Oldebroek omsloten. De bewoners van de uiterste buurtschappen waren wel heel ver van het bestuurlijke centrum Oldebroek verwijderd en dat in een tijd waarin men veelal te voet ging.

Voor de bewoners van Heerder-Wezep, waar ook een deel van Mulligen toebehoorde, lag het wel wat anders. Deze werden weliswaar ook bij Oldebroek ingedeeld, maar zij woonden ver af van hun kerkdorp Heerde en de bewoners van Mulligen gingen voor doop en huwelijk toch al naar Oldebroek. De andere bewoners van Heerder-Wezep stonden kerkelijk geregistreerd in Heerde. Heerder-Wezep werd in het Oosten begrensd door de Wezeperweg, in het noorden door de lijn Coldenhove, Brandsweg en Bovenweg.

De Soppe hoorde ook tot dit gebied. De bewoners van deze buurtschappen moeten het gevoel gehad hebben dat ze in een soort van niemandsland leefden. Vóór de herindeling lag het kerspel Heerde met een smalle strook (tussen Coldenhoven en de Wezeperweg) langs de oostgrens van Oldebroek. In het zuiden vormde de Woldweg een natuurlijke scheiding tussen Oldebroek en Heerde.

Eerste dorpsontwikkelingen
Omstreeks 1700 werd in Wezep de eerste school gevestigd. Het Schoutambt Hattem bouwde de school aan de Wezeperweg, die ook wel Radijk of Rooijdijk genoemd werd. De locatie bevond zich op een plek, waar nu de locale omroep (de Loco) gevestigd is. Ten zuiden van de school boog de weg af naar Zwolle en wat zuidelijker kruiste de Wezeperweg de Bovenweg. Noordoost van deze kruising stond herberg 'de Oranjeboom', waarvan de naam al genoemd wordt in stukken van voor 1700. Maar een dorpskern was het eigenlijk nog niet. Planning en ontwikkeling van woonkernen is iets van de laatste tijd. Vroeger ontstonden dorpen als gevolg van economische ontwikkelingen en zo ging dat ook in Wezep. De bouw van De Lely, de korenmolen van Rakhorst, was een startpunt voor de latere dorpsvorming. Als gevolg van die activiteiten ontwikkelde de bewoning zich zodanig, dan men toen ook een eigen kerk bouwde.
Voorheen kerkte men in Hattem en Oldebroek.

In 1855 verrees een eigen kerkgebouw van de groep van de Afscheiding, die later overging in de Gereformeerde Kerk. In 1862/1863 bouwden de hervormden hun eigen kerk. Met twee molens en kerken kreeg Wezep de eerste contouren van een dorpsgezicht.

Economische ontwikkeling
Vanaf 1839, na ingebruikstelling van de eerste spoorlijn in Nederland van Haarlem naar Amsterdam, speelde de spoorwegen een cruciale rol in de Nederlandse samenleving. De Veluwe betrok men al vroeg in de opbouw van een spoorwegnetwerk. De spoorlijnen van Utrecht naar Zwolle en van daar naar Kampen werden ook in dit netwerk opgenomen. De maatschappij die men hiervoor oprichtte was de Nederlandsche Spoorweg Maatschappij (NCS). de NCS begon vanuit Utrecht met de aanleg van de spoorlijn die eindigde in Kampen. In 1863 opende men de lijn en de stations Hattemerbroek en Wezep maakten deel uit van een lange rij van haltes. Een groot aanbod van arbeidskrachten en gunstig gelegen zeer geschikte goedkope bouwterreinen langs de spoorbaan waren een unieke gelegenheid voor economische ontwikkeling. Hiervan is nagenoeg geen gebruik gemaakt. Het gemeentebestuur, hierin gesteund door invloedrijke personen en instellingen, voelde weinig voor een industriële sector in Wezep. Men verwachtte en schuwde sociale onrust en voelde meer voor de vertrouwde landbouw. Er was al wel een min of meer verwante activiteit in de vorm van een mandenmakerij op basis van twijgen.

De industriële ontwikkeling beperkte zich tot de vestiging van de chamottefabriek Ideaal, de pluimeevoederfabriek van Von Henning en later de meubelfabrieken Spakman en Jonkers. Rengers uit Kampen nam het initiatief voor de activiteiten, waar uiteindelijk de meubelfabriek Spakman uit voort kwam. Rengers begon in Wezep met het maken van sigaren, het houden van pluimvee en varkens en hij vestigde later met Spakman een meubelfabriek. Er kwamen weliswaar meer agrarische bedrijven, Maar die zaten elkaar maar in de weg, omdat ontginning of landaanwinning ontbrak. De landbouw bracht echter wel twee korenmolens en later de bouw van zuivelfabriek Kamperveen met zich mee. Tijdens de oorlog werd aan het Jan Boerswegje een grasdrogerij gebouwd, maar deze is maar tot 1950 in gebruik geweest.

Nieuwbouw
Normale demografische ontwikkeling en verbetering van het woonklimaat waren aanleiding over te gaan tot nieuwbouw. De gemeente Oldebroek begon omstreeks de jaren dertig met lintbebouwing in 't Wezeper Veld (Wijk U), aan de Goudenregenstraat en de Stationsweg. Daarna verrezen aan de Wildekampsweg 10 woningen, gelijktijdig met 8 woningen aan de Bovenheidgraaf bij 't Loo ('De Rooie Huuzn'). De eerste nieuwbouwplannen na de oorlogsjaren werden uitgevoerd op de zogenoemde Koeweide, een perceel heidegrond, in de omgeving van Jasmijnstraat en Lijsterbesstraat. De bouw van de kazernes in Wezep bracht een sterke groei van de vraag naar woningen met zich mee. In 1938 begon de bouw van de Willem de Zwijger kazerne en in hetzelfde jaar voltrokken zich de verbouwing en vergroting van de Hervormde kerk en de bouw van de Zuivelfabriek Kamperveen. Het jaar daarop bouwde men de Nieuwe Gereformeerde kerk aan de Zuiderzeestraatweg.

Het dorp Wezep is nu de grootste woonkern van Oldebroek en het dorp toont als een nieuw ontworpen stadje. Gelukkig zijn enkele historische gebouwen, zoals Linquenda, IJsselvliedt en het Hervormde kerkgebouw wel behouden gebleven. Wezep met zijn buurtschappen vormt nog steeds een eenheid en biedt voor velen een prettige woonomgeving, die landelijk aandoet en tegelijkertijd veel voorzieningen heeft van een moderne stad. (bron: Gerrit Uitslag Azn en Gerrit Jan ten Napel, Wezep)

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Wezep heeft 21 rijksmonumenten.

- Hervormde (PKN) Pauluskerk.

- De Dorpskerk (Zuiderzeestraatweg 495) en Vredeskerk (Heidepad 81) vallen onder de Hervormde Gemeente Wezep / Hattemerbroek.

- Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Noorderlicht.

- Nederlands Gereformeerde Kerk De Morgenster.

- Bethelkerk van de Hersteld Hervormde Gemeente Wapenveld / Wezep.

Terug naar boven

Jaarlijkse evenementen

- Bij de Trailrun (mei) kun je kiezen uit de afstanden 10, 21 en 42 km.

- Avond4daagse (eind mei / begin juni).

Terug naar boven

Links

- Dorpshuis Wezep is in 2001 gerealiseerd.

- Onderwijs: - Agnieten College. - Basisschool De Wereldweide. - Basisschool De Meidoorn is sinds schooljaar 2016/2017 gefuseerd met basisschool De Klepperbelt. - Goede Herderschool. - Basisschool De Bron. - Basisschool De Uilenhorst.

- Muziek: - Muziekvereniging De Eendracht is opgericht in 1931.

- Zorghoeve Op Vollenhof.

Reactie toevoegen