Geurnormen intensieve veehouderij

"Vanaf midden jaren negentig zijn de wettelijke geurnormen voor de veehouderij niet aangescherpt, maar juist versoepeld. Dit staat haaks op de beleidsdoelstelling van de Herziene Nota Stankbeleid uit 1995. In deze nota stond aangekondigd dat vanaf 2010 geen ernstige hinder door geur meer zou mogen optreden. Daarbij werd een beschermingsniveau van 5 odeur genoemd.

In plaats van 5 odeur hanteerde de overheid de afgelopen jaren normen van 8 – 14 odeur voor het buitengebied. Daarmee werden omwonenden aan enorme stankoverlast blootgesteld. Opmerkelijk daarbij is dat de normen voor de veehouderij ruimer zijn dan die van andere industriële activiteiten. Dit verschil in beschermingsniveau is niet te verdedigen, ook niet vanwege de grote veranderingen die zich de afgelopen decennia in het buitengebied hebben voltrokken. Het aantal agrariërs is er fors afgenomen en het aantal burgers en niet-agrarische bedrijfsactiviteiten nam fors toe.

Al geruime tijd is er het inzicht dat de wettelijke normen voor stankhinder van de intensieve veehouderij wetenschappelijk onvoldoende zijn onderbouwd. De Gezondheidsraad erkent dat in het rapport 'Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen' (2012). "Geurnormen als de huidige adviesnormen in de Wet Geurhinder en Veehouderij (Wgv) zijn niet gebaseerd op een blootstelling-responsrelatie." Volgens de Gezondheidsraad is het hoog tijd "de wetgeving en handhaving op dit gebied wetenschappelijk steviger te funderen".

Al geruime tijd is er ook het inzicht dat geurhinder slecht is voor de gezondheid. Stank heeft een duidelijke gezondheidscomponent, erkent de Gezondheidsraad. Het advies van de Gezondheidsraad de geurhinder terug te dringen, heeft zich echter nog niet vertaald in strengere normen van de rijksoverheid.

In het rapport 'Max 5 odeur' eisen omwonenden van veehouderijen dat de geurnormen aanzienlijk worden aangescherpt. Voor alle woningen die worden belast door geur vanuit de veehouderij zou een norm van 2 odeur (in de bebouwde kom) en 5 odeur (in het buitengebied) moeten gelden. De nieuwe normen van 2 c.q. 5 odeur dienen te worden opgenomen in de Wet geurhinder veehouderij c.q. het Activiteitenbesluit.

Verder is het noodzakelijk: het onderscheid tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden op te heffen; een wettelijke normering voor cumulatieve stank te herstellen; de gescheiden beoordeling tussen melkveehouderij en intensieve veehouderij op te heffen en de geurhinder van de veehouderij integraal te beoordelen; stanknormen op te stellen voor mestopslag en mestverwerking en die eveneens integraal te beoordelen met stalemissies.

Door rijksbeleid is in het buitengebied het evenwicht tussen woonkwaliteit en veehouderij verstoord geraakt. Grote delen van het buitengebied zijn daardoor onleefbaar geworden. Er is rijksbeleid, dat wil zeggen een wetswijziging, nodig om dit te corrigeren. Algemeen groeit het besef dat de intensieve veehouderij in Nederland toe is aan een fundamentele verandering, willen milieu- en natuurdoelen gehaald kunnen worden. Het terugdringen van geurhinder is daar een noodzakelijk onderdeel van. In het rapport 'Max 5 odeur' doen omwonenden voorstellen die het herstel van het evenwicht tussen veehouderij en woonkwaliteit mogelijk maken, zodat de inwoners en bezoekers van het buitengebied weer vrij kunnen ademhalen." Aldus de website Max 5 odeur.

Reactie toevoegen