Duurzame landbouw en veehouderij

veehouderij_koeien_in_de_wei_milieudefensie.png

Milieudefensie legt op de site Wij Willen Wei uit waarom grondgebonden veehouderij en koeien in de wei beter zijn voor mens en dier, voor het milieu en voor de boeren.

Milieudefensie legt op de site Wij Willen Wei uit waarom grondgebonden veehouderij en koeien in de wei beter zijn voor mens en dier, voor het milieu en voor de boeren.

zelhem_varkens_in_de_wei_kopie.jpg

Niet alleen koeien, ook varkens spelen liever in de wei dan met zijn duizenden opgesloten te zitten in een 'megastal'. Dat dat kan, bewijst o.a. deze boer uit Zelhem. Voor nadere toelichting zie het hoofdstuk Landbouw en veeteelt.

Niet alleen koeien, ook varkens spelen liever in de wei dan met zijn duizenden opgesloten te zitten in een 'megastal'. Dat dat kan, bewijst o.a. deze boer uit Zelhem. Voor nadere toelichting zie het hoofdstuk Landbouw en veeteelt.

duurzame_landbouw.png

De vereniging Noardlike Fryske Wâlden zet zich in voor duurzame en milieuvriendelijke landbouw met respect voor de natuur in dit Nationaal Landschap.

De vereniging Noardlike Fryske Wâlden zet zich in voor duurzame en milieuvriendelijke landbouw met respect voor de natuur in dit Nationaal Landschap.

- Milieudefensie legt op de site Wij Willen Wei uit waarom grondgebonden veehouderij en koeien in de wei beter zijn voor mens en dier, voor het milieu en voor de boeren.

- In maart 2017 organiseerde Milieudefensie de talkshow 'Aan de Keukentafel' over onze voedseltoekomst. In de Metaal Kathedraal in Utrecht ontving gespreksleider Natasha van den Berg verschillende tafelgasten en willekeurige mensen uit het publiek. In ronde 1 schuiven Pier Vellinga (hoogleraar klimaatverandering)
en Lisette Kreischer (ecofabulous bekende vegan) aan om over de urgentie van klimaatverandering en het verminderen van dierlijke eiwitconsumptie te praten. Hoe passen we gezamenlijk ons eetpatroon aan? Ronde 2 heeft als onderwerp toekomstige generaties. Wat kunnen jonge boeren en consumenten doen om het voedselsysteem van de toekomst vorm te geven? Met tafelgasten Welmoed Deinum (jonge boerin, graasboerderij in Friesland) en Jorrit Kiewik (directeur Youth Food Movement). In de laatste ronde wisselen Bas Eickhout (europarlementariër voor GroenLinks) en Janno Lanjouw (journalist van De Correspondent) van gedachten over het voedselbeleid in Nederland en Europa. Welke veranderingen zijn nodig voor de landbouw die we voor ogen hebben?

- Pleidooi voor een duurzame veehouderij, zoals in april 2010 opgesteld en ondertekend door 105 (en inmiddels meer dan 250) hoogleraren.

'Impact van Nederlandse landbouw op het milieu is wel degelijk groot'
Aldus ecoloog Han Olff van Rijksuniversiteit Groningen en Jan-Willem Erisman, directeur van het Louis Bolk Instituut. Ze reageren op een rapport van ABN Amro van augustus 2017, waarin de bank stelt dat de Nederlandse landbouw per kilogram product de laagste milieu-impact ter wereld heeft. De landbouw in Nederland is extreem efficiënt en productief. Naarmate die efficiënter en productiever is, neemt de milieu-impact per kilo product af. Dat Nederland gunstig uit de berekeningen komt, zegt volgens Olff weinig. "Milieubelasting moet je berekenen per oppervlakte-eenheid, niet per kilo.” De berekening gaat bijvoorbeeld voorbij aan bodemverontreiniging en verlies aan biodiversiteit als gevolg van de intensieve landbouw. De ecoloog wijst erop dat Nederland internationaal onderaan bungelt als het gaat om milieukwaliteit en behoud van natuurwaarden.

Om de Nederlandse landbouw zo productief te maken, is bovendien veel input van buiten nodig, bijvoorbeeld in de vorm van kunstmest en veevoergrondstoffen. "Een levenscyclusanalyse neemt dat wel mee, maar als je per kilo product rekent, heeft dat op je resultaten amper invloed. Daardoor lijkt een hoogproductieve landbouw heel milieuvriendelijk, terwijl er wereldwijd een enorm oppervlak aan natuur wordt opgeofferd om plaats te maken voor de grondstoffenproductie die onze landbouw draaiende houdt.” De berekende milieubelasting van de landbouw zegt trouwens evenmin iets over de ecologische voetafdruk van Nederland als geheel. "De levenscyclusanalyses die ABN heeft laten onderzoeken, gaan over producten. De ecologische voetafdruk gaat over de grondstoffen en het landoppervlak die nodig zijn om in iemands consumptie te voorzien”, vertelt Erisman. Als iedereen op de wereld net zoveel zou consumeren als de gemiddelde Nederlander, zouden we 2,5 aardbol nodig hebben. Daarmee is de voetafdruk van de Nederlander vergelijkbaar met die van andere westerlingen. "Ook wat dat betreft, zijn we dus bepaald geen koploper.” "Het rapport van ABN AMRO impliceert dat we op de goede weg zijn. Maar het is een feit dat bodemleven, bloemen, insecten en vogels uit het weiland zijn verdwenen en overal moeten oerwouden wijken om ons consumptiepatroon mogelijk te maken.” Olff pleit net als Erisman voor een transitie naar een natuurinclusieve landbouw. "Het moet niet gaan om maximale productie, maar om korte kringlopen, lage externe input en behoud van biodiversiteit.” (bron: Friesch Dagblad, 10-8-2017)

Naar een natuurinclusieve duurzame landbouw
Nederland behoort, als een der kleinste landen ter wereld, tot de drie grootste exporteurs van agrarische producten. Die hoge productie heeft echter wel een keerzijde: de in Nederland resterende biodiversiteit is het laagste van alle EU-lidstaten. Aan de basis van de achteruitgang van biodiversiteit op boerenland ligt de tegenstrijdigheid tussen productieverhoging en biodiversiteit. Maar aandacht voor alleen productie en productieverhoging is in deze tijd niet meer gerechtvaardigd. Meer aandacht voor biodiversiteit wordt daarom steeds vanzelfsprekender.

Er is een keur aan goede voornemens en initiatieven, zowel bij het beleid als bij de sector, om te komen tot een verduurzaming van de landbouw. Biodiversiteit komt daarbij echter nog nauwelijks ter sprake. Een helder beleid dat aangeeft hoe het behoud van biodiversiteit en landbouw samen kunnen gaan is er niet. Marlies Sanders en collega's van Alterra hebben daarom een brochure geschreven waarin precies staat welke vragen beantwoord moeten worden om te komen tot een natuurinclusieve duurzame landbouw. Welke biodiversiteit hoort bij agrarisch grasland of akkerland? Welke bedrijfsaanpassingen zijn nodig om dit te bereiken? Wat hebben boeren daar aan? Hoe kunnen zij het bereiken? Dat zijn de vragen die in de brochure 'Op weg naar een natuurinclusieve duurzame landbouw' (2015) worden gesteld en beantwoord. Aandacht voor biodiversiteit hoeft de bedrijfsvoering niet te frustreren en kan deze zelfs ondersteunen. De benodigde aanpassingen gaan echter niet vanzelf in de goede richting en agrarisch ondernemers moeten ‘de kar’ wel kunnen en willen trekken. Maar de boeren staan er niet alleen voor. Onze brochure geeft ook een overzicht van wat de overheid en de omgeving, zoals erfbetreders, de ketenpartijen en maatschappelijke organisaties, kunnen doen om de last te verlichten en het karrenspoor te effenen.

Dier-, boer-, consument-, toerist- én landschapsvriendelijke varkenshouderij: het kán wél!
De afgelopen jaren is én de komende jaren wórdt gewerkt aan de voltooiing van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Dit grootschalige en veeljarige project beoogt een netwerk van robuuste, grote aaneengesloten natuurgebieden te creëren door het hele land. In dat kader moeten veehouderijen soms wijken die in of nabij een natuurgebied 'in de weg zitten'. Om die elders huisvesting te kunnen bieden, is een aantal Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's) ingesteld, doorgaans in buurtschappen waarvan men het landschap kennelijk minder kwetsbaar acht. In de Achterhoek gaat het daarbij met name om de dorpen en buurtschappen Azewijn, Beltrum, Halle-Heide, Lintelo en Ruurlosebroek en in Twente om Fortwijk, Markelosebroek en Sint Isidorushoeve.

Maar de inwoners van die buitengebieden zitten doorgaans niet te wachten op de grootschalige intensieve veehouderijen die het vaak betreft, in verband met toename van verkeer, stank en aantasting van het landschap door 'megastallen'. Want vaak willen de boeren op de nieuwe locatie ook gelijk uitbreiden tot een omvang van vele duizenden varkens, omdat dat zou 'moeten' om een economisch gezond bedrijf te houden. Dat het ook anders kan en schaalverkléining óók een optie is, die voor boer, varken, consument, landschap én toerisme gunstig kan uitpakken, bewijst deze boer uit Zelhem, die zijn varkens mét hun biggen lekker in de wei laat lopen. Wat ons betreft een vorm van duurzame veehouderij die navolging verdient!

Schaalvergroting met respect voor natuur en landschap
- Boeren moeten soms aan schaalvergroting doen om een economisch rendabele bedrijfsvoering te kunnen houden. De uitdaging daarbij is om natuur en landschap zo min mogelijk aan te tasten en wellicht zelfs te versterken. Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben daar in de regio Noardlike Fryske Wâlden mogelijkheden voor gevonden. Wellicht biedt dit ook inspiratie voor andere streken. Voorf nadere informatie zie het rapport Schaalvergroting in kleinschalig landschap.Innovatieve bedrijfsontwikkeling melkveehouderij in de Noardlike Fryske Wâlden (2010).

Onderzoeker Ed Romeijn stelt:
"Daar heb ik in redelijk vergelijkbare omstandigheden in Twente onderzoek naar gedaan. Misschien is het mogelijk om de agrarische perceelsgrootte hier en daar nog te vergroten tot percelen van ca. 4 ha. De groene dooradering van het agrarische landschap kan tegelijkertijd zo worden gecompenseerd met nieuwe lijnbeplanting dat de totale lengte gelijk blijft. Subsidiëring op basis van lengte in plaats van oppervlakte maakt dat met hetzelfde geld zelfs een dichter netwerk van groene dooradering kan worden aangelegd. Slimme koppeling van lijnbeplanting en het op korte afstand van elkaar parallel laten lopen zijn enkele van de mogelijkheden om de biodiversiteit en soortendichtheid te vergroten. Het microklimaat (ook op de akkers!) kan verder worden verbeterd door bomenrijen langs perceelsranden niet meer op te kronen maar in hakhout beheer te nemen met een regelmatige cyclus van 10-20 jaar. Het gevolg is minder wortelconcurrentie, droogteschade, beschaduwing en drup. Ook de legering van eventuele graangewassen wordt minder omdat de windsnelheden vlak boven de grond afnemen. Gunstige bijkomstigheid is dat niet alleen de biodiversiteit toeneemt, maar ook de biomassaproductie op de akker en uit het hakhoutbeheer. De biomassa uit het hakhoutbeheer kan in een nieuwe lokale centrale worden verstookt tot groene stroom of door middel van pyrolyse worden omgevormd tot vloeibare brandstof. Mocht je deze combinatie van voorstellen ergens willen aanreiken dan graag bronvermelding."

- De vereniging Noardlike Fryske Wâlden (NFW), een koepelorganisatie van 6 agrarische natuurverenigingen met in totaal ruim 1.000 leden, kent Woudencertificaten toe aan leden die aantoonbaar bijzondere prestaties leveren op milieugebied. Deze leden voldoen aan de eisen van het kringloopboeren. Ze hebben goede prestaties geleverd op het gebied van duurzaam boeren. De veehouders die in aanmerking komen voor het Woudencertificaat, houden rekening met het complete systeem van bodem, plant, dier en mest. Zij werken aan een gezonde kringloop. De boeren gebruiken minder mineralen: ze beperken de kunstmestgift en het stikstof- en fosfaatoverschot en zorgen voor een laag ureumgehalte in de melk. Daarnaast rijden ze dierlijke mest onder gunstige weersomstandigheden uit, bijvoorbeeld als het regent. Op deze wijze is er sprake van milieuvriendelijk boeren. En dat is belangrijk in dit waardevolle landschap met zijn elzensingels, dykswâlen, pingo’s en weidevogelgebieden. Het kringloopboeren levert overigens niet alleen voordelen op voor het milieu, het resultaat van de veehouderijen neemt ook toe.

Duurzaam veevoer
Er is genoeg ruimte in Europese landen om alle voedsel voor mensen en veevoer voor landbouwdieren te telen en onze voedselvoorziening zo te verduurzamen. Dat blijkt uit een in 2012 gepubliceerde studie van onderzoeksbureau Alterra in opdracht van Milieudefensie. Klaas Breunissen, campagneleider voedsel van Milieudefensie: “We moeten stoppen met het gesleep van voedsel over de wereld en de voedselvoorziening regionaliseren. De Alterra-studie laat zien dat een duurzame voedselproductie in Europa goed mogelijk is.” Belangrijke stap in het verduurzamen van onze voedselproductie is veevoergewassen dichter bij huis telen in plaats van in Zuid-Amerikaanse landen waar sojaplantages een drijvende kracht achter ontbossing zijn. Met ons huidige voedingspatroon in Nederland zijn we voor 68 procent afhankelijk van dierlijke producten voor eiwitten, voor de productie hiervan wordt jaarlijks zo'n 2 miljoen ton soja gebruikt voor veevoer in Nederland. Alterra heeft in opdracht van Milieudefensie gezocht naar een optimale balans tussen de teelt van voedings- en veevoergewassen, het aantal productiedieren en het dagelijkse dieet van de mensen in een willekeurig Europees land. Randvoorwaarden daarbij waren dat de voedselvoorziening regionaal moet plaatsvinden en de stikstofkringloop gesloten wordt. Dat wil zeggen dat er geen overbemesting plaatsvindt door de veehouderij in Europa en de landbouwgrond in Zuid-Amerikaanse landen niet verarmt door de monocultuur.

Uit de berekeningen van Alterra blijkt dat er in een land als Nederland voldoende ruimte is om alle voedsel en veevoer te verbouwen dat nodig is om de bevolking te voeden. Die ruimte is er zelfs als wordt uitgegaan van het huidige consumptiepatroon in Nederland. In andere Europese landen met een dieet met minder dierlijke eiwitten kan dat al helemaal. Het door Alterra ontwikkelde rekenmodel laat goed de relatie zien tussen het consumptiepatroon van de mensen, de benodigde grond die nodig is om het voedsel te produceren en het aantal landbouwdieren dat gehouden kan en moet worden. Het model is een eerste aanzet en moet nog verder worden ontwikkeld.

Milieudefensie beschouwt de Alterra-studie als een steun in de rug voor haar campagne voor de promotie van Kleine Hoefprint kaas, waarbij de Zuid-Amerikaanse soja in het voer van de koeien die de melk voor de kaas leveren, is vervangen door in Europa geteelde veevoergewassen. Klaas reunissen: “Met die campagne maken we zichtbaar dat veel consumenten willen dat ons dagelijkse voedsel geteeld wordt in de regio en niet ten koste gaat van het Zuid-Amerikaanse regenwoud. De studie van Alterra laat zien dat Europese veevoerteelt een reële mogelijkheid is.” Nadere informatie over de veevoer-studie van Alterra.

Duurzaam bodembeheer
- Oproep voor duurzaam bodembeheer in de landbouw, reportage VARA's Vroege Vogels, april 2015.

Goede voorbeelden

Goede voorbeelden op onze site van agrariërs die goed bezig zijn op het gebied van (bepaalde aspecten van) duurzaamheid en/of PPP / MVO (People Planet Profit / Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen):

- Rotstergaast.

- Biologisch boerenbedrijf De Groene Hofstee in Hei- en Boeicop heeft in 2015 een nieuwe loopstal in gebruik genomen, die niet alleen veel voordelen heeft voor de koeien, maar ook diverse duurzaamheidsaspecten kent. Zie de beschrijving bij Hei- en Boeicop.