Oud Over

Plaats
Buurtschap
Stichtse Vecht
Vechtstreek
Utrecht

oud_over_plaatsnaambord.jpg

Als je je aan de gedragscode houdt van Oud Over (niet racen, niet inbreken, niet auto- en motorrijden en niet harder dan 30 km/u hardlopen of fietsen) ben je van harte welkom in deze idyllische buurtschap. :-) (© Google StreetView)

Als je je aan de gedragscode houdt van Oud Over (niet racen, niet inbreken, niet auto- en motorrijden en niet harder dan 30 km/u hardlopen of fietsen) ben je van harte welkom in deze idyllische buurtschap. :-) (© Google StreetView)

Loenen-aan-de-Vecht-MSD-20071205-120613_1.jpg

Buurtschap Oud Over, gezien vanaf het dorp Loenen

Buurtschap Oud Over, gezien vanaf het dorp Loenen

Loenen-aan-de-Vecht-MSD-20110127-225104.jpg

Buurtschap Oud Over, gezien vanaf het dorp Loenen, Buitenplaats Vegtlust

Buurtschap Oud Over, gezien vanaf het dorp Loenen, Buitenplaats Vegtlust

oud-over_inundatiesluis_informatiepaneel.jpg

Buurtschap Oud Over, het informatiepaneel bij de inundatiesluis is door de weersinvloeden helaas niet goed meer te lezen.

Buurtschap Oud Over, het informatiepaneel bij de inundatiesluis is door de weersinvloeden helaas niet goed meer te lezen.

oud-over_loenderveense_molen_1.jpg

Buurtschap Oud Over, Loenderveense Molen

Buurtschap Oud Over, Loenderveense Molen

Oud Over

Terug naar boven

Status

- Oud Over is een buurtschap in de provincie Utrecht, in de regio Vechtstreek, gemeente Stichtse Vecht. T/m 1951 gemeente Loosdrecht. In 1952 middels een grenscorrectie overgegaan naar de gemeente Loenen, in 2011 over naar gemeente Stichtse Vecht.

- De buurtschap Oud Over valt (sinds 1952 dus, zoals hiervoor vermeld), ook voor de postadressen, onder het dorp Loenen aan de Vecht.

- Op kaarten wordt Oud Over sinds ca. 1970 niet meer vermeld als plaatsnaam en dus in dit geval buurtschap (in tegenstelling tot de Z gelegen en gelijksoortige buurtschap Mijnden), terwijl het wel vanouds altijd als buurtschap is beschouwd. De bebouwing is er ook nog gewoon als voorheen, dus wat ons betreft is het nog altijd een buurtschap. Wij zien geen enkele reden waarom dit niet meer zo zou (moeten) zijn. Plaatsnamen worden helaas wel vaker 'zomaar' uit de atlassen uitgegumd, zonder dat de situatie ter plekke daar aanleiding toe geeft. Wat ons betreft is dat dus ook hier het geval.

- In de buurtschap Oud Over ligt ook de mini-buurtschap De Glashut.

- De buurtschap Oud Over heeft geen plaatsnaamborden, zodat je slechts aan de gelijknamige straatnaambordjes kunt zien dat je er bent aangekomen.

Terug naar boven

Naam

Naamgeving
Een van de vele buitenplaatsen op Oud Over is de gelijknamige buitenplaats op nr. 33. Of deze buitenplaats naar de buurtschap is genoemd of andersom, is ons niet bekend.

Inwoners
Een inwoner van deze buurtschap heet een Oud Overiaan. De buurtschap ligt O van Loenen aan de Vecht, aan de, vanuit Loenen gezien, overzijde van de Vecht. De bewoners van de buurtschap Oud Over worden door de Loenenaren daarom ook wel 'overkanters' genoemd.

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Oud Over ligt rond de gelijknamige weg, een langgerekte smalle strook land tussen de Vecht in het W en de Loenderveense Plas (onderdeel van de Loosdrechtse Plassen) in het O, O van Loenen aan de Vecht. De buurtschap de gelijknamige weg loopt vanaf het centrum van Loenen in het Z tot aan Vreeland (welker grondgebied begint vlak voor de provincialeweg N201) in het N. Als je in het N na nr. 180 ineens huisnr. 19 tegenkomt, ben je op de Boslaan te Vreeland aanbeland (helaas staan daar namelijk geen straatnaambordjes die dat expliciet kenbaar maken). T/m 1951 vormde de Vecht hier de grens tussen de gemeenten Loenen en Loosdrecht.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvat de buurtschap Oud Over 67 huizen met 531 inwoners. Tegenwoordig heeft de buurtschap ca. 150 huizen met ca. 400 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

Fanfare
Op 15 september 1915 is in het toenmalige Café Dalhuisen in de toen nog Loosdrechtse buurtschap de oprichtingsvergadering gehouden die leidde tot de geboorte van Loosdrechts Fanfarekorps Oud Over. Initiatiefnemers waren zeven inwoners van de buurtschap, allen lid van de toenmalige Loenense Fanfare. De inwoners hebben destijds zelf verenigingsgebouw Ons Huis in de buurtschap gebouwd, speciaal als onderkomen voor de muziekvereniging. Inmiddels is dat pand afgebroken en staat op die plek een woonhuis. Later is de naam van de fanfare gewijzigd in Loenens Fanfarekorps Oud Over, omdat de buurtschap in de jaren vijftig immers is 'verhuisd' van Loosdrechts naar Loenens grondgebied. Tegenwoordig oefent de fanfare in Cultureel Centrum ’t Web in Loenen aan de Vecht. Naast de fanfare zelf is er recentelijk ook een Jeugddrumband bij gekomen, en zijn er 2 leerlingengroepen, voor de jeugd en voor volwassenen. Voor nadere informatie zie de pagina Loenen aan de Vecht, hoofdstuk Links > Muziek.

Grenscorrectie 1952
"In 2006 is de kadastrale atlas van de gemeente Loenen verschenen, met de oudste serie gedetailleerde minuutplans, die in de jaren tot 1832 door het kadaster zijn vervaardigd. Op deze kaarten zijn alle percelen, woonhuizen, gebouwen, wateren en wegen van Loenen, Loenersloot inclusief Nieuwer ter Aa, Nieuwersluis, Nigtevecht en Vreeland ingetekend. Wat op de kaart van Loenen ontbreekt zijn de buurtschappen Oud Over en Mijnden, omdat die in 1832 nog tot de gemeente Loosdrecht behoorden. Per 1 januari 1952 zijn deze pas bij de gemeente Loenen gevoegd. Als aanvulling op de kadastrale atlas daarom dit artikel over de grenswijziging van 1952 tussen de gemeenten Loosdrecht en Loenen, waarbij wel bedacht moet worden dat tussen de gegevens in de atlas en die in dit artikel precies 120 jaren zijn verstreken.

Initiatief van de bewoners zelf
In januari 1945 schreef Felix Mulder jr. (1887-1950), wonende aan de Bloklaan, nr. B 18a, te Loosdrecht (post: Loenen aan de Vecht), aan de commissaris van de provincie Utrecht, dat de inwoners van de gemeente Loenen vergeleken met die van de gemeente Loosdrecht verschillende extra voordelen genoten. Om die reden verzocht hij de 'wijken' Oud Over, Mijnden en Bloklaan tot en met het fort Spion bij de gemeente Loenen te trekken. Hij onderbouwde zijn verzoek met de bewering, dat - gezien vanuit het dorp Loenen - de bewoners van de overzijde van de Vecht geheel buiten deze voordelen vielen, "om de treurige reden dat dit gedeelte behoort tot de gemeente Loosdrecht, 4-5 km van het gemeentehuis verwijderd". Mulder jr. vervolgde zijn brief met de constatering, dat "de burgemeester van Loosdrecht totaal niets doet voor bovengenoemde inwoners zijner gemeente en dat de reeds jarenlange bestaande bezwaren dezer toestand betreffende de groote afstand van het gemeentehuis, vooral in dezen tijd tot bizonder groote moeilijkheden leidt". De afzender verzocht de gewaardeerde medewerking van de commissaris van de provincie om een spoedige herindeling te realiseren. Hij eindigde zijn brief met de woorden: "Ik ben absoluut overtuigd namens de overgroote meerderheid der bedoelde bewoners te spreken."

De brief was geschreven in de laatste maanden van de oorlog. Bij vele inwoners van de buurtschappen aan de oostzijde van de Vecht bleef ook na de bevrijding de wens bestaan om tot de gemeente Loenen te gaan behoren. Mr. dr. N.J.C.M. Kappeyne van de Coppello, advocaat te Amsterdam, maar woonachtig in huize Kalorama te Oud Over, trad op als woordvoerder van de bewoners van deze buurtschap en buur-buurtschap Mijnden. Namens hen schreef hij in september 1945 een rekest aan het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, dat ondertekend was door W. Griffioen en anderen, met als voornaamste inhoud, "dat de kern der buurtschap Oud Over, door eenige honderden personen bewoond, zich tegenover het dorp Loenen bevindt, terwijl zij door het plassengebied van het dorp Loosdrecht is gescheiden; dat het gevolg daarvan is, dat de bewoners in vijf tot tien minuten zich te voet naar het Raadhuis van Loenen kunnen begeven, terwijl zij ruim anderhalf uur gaans van hun eigen raadhuis zijn verwijderd;

dat ook de buurtschap Mijnden aan de andere zijde dan de gemeente Loenen aan de Vecht gelegen, door het plassengebied van het dorp Loosdrecht is gescheiden en veel verder van dit dorp dan van Loenen is verwijderd; dat zij cultureel en economisch met Loenen één geheel uitmaken en het een zonderlinge situatie is, dat zij staatkundig daarentegen bij Loosdrecht behooren, waarmede zij van nature geen betrekkingen onderhouden; dat deze toestand een overblijfsel is uit lang vervlogen tijden, toen, vóór de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden, Loosdrecht tot Holland, doch Loenen daarentegen tot het Sticht (Utrecht) behoorde; dat zij van meening zijn, dat hieraan een einde behoort te worden gemaakt en de staatkundige toestand met de economische en culturele in overeenstemming moet worden gebracht. Conclusie: de gemeentegrenzen moeten zodanig worden gewijzigd, dat de beide buurtschappen tot de gemeente Loenen gaan behoren."

Opvatting van de provincie
In maart 1947, anderhalf jaar na het verzoekschrift van de inwoners van Oud Over en Mijnden, ontving de burgemeester van Loenen bericht van het provinciaal bestuur, dat niet alleen de grenzen van Loenen en Loosdrecht voor herziening in aanmerking kwamen, maar ook de grenzen van de gemeenten Breukelen-Sint Pieters, Maarsseveen en Tienhoven. De provincie wilde deze grenscorrecties in samenhang met elkaar bestuderen. Na een herhaald verzoek ontving mr. Kappeyne van de Coppello in april 1948 een schriftelijke reactie van de Commissaris der Koningin met de mededeling, dat de provincie de overgang van de twee buurtschappen niet als een op zichzelf staande aangelegenheid wilde behandelen, maar de zaak in breder verband wilde bezien als onderdeel van een toekomstige gemeentelijke herindeling van de gehele Vechtstreek.

Gewijzigd standpunt van de provincie
De mening van het provinciaal bestuur bleek in februari 1950 gewijzigd te zijn. Plotseling kwam er schot in de zaak. Op dat moment was de provincie wel bereid het rekest van september 1945 als een afzonderlijke aangelegenheid, dus los van een verdere herindeling van de Vechtstreek, in behandeling te nemen. De voornaamste redenen waren dat er in de beide buurtschappen nieuwe woningen gebouwd moesten worden en dat de openbare lagere school in Oud Over dringend aan vervanging toe was. Welke gemeente zou deze noodzakelijke voorzieningen moeten gaan realiseren? De gemeente Loosdrecht, waar Oud Over en Mijnden toe behoorden, of de gemeente Loenen, waar de buurtschappen graag bij wilden gaan horen. Naar aanleiding van het gewijzigde standpunt van de provincie nodigde het college van burgemeester en wethouders van Loosdrecht het college van Loenen uit voor een bespreking op 17 maart 1950. Uit het verslag van die vergadering blijkt, dat 90% van de meerderjarige bewoners van de buurtschappen bij de gemeente Loenen wilden behoren. Een reden temeer voor het college van Loosdrecht om niet dwars te gaan liggen, maar in te stemmen met het redelijke argument dat "de geografische ligging ten opzichte van Loenen voor de bewoners van de buurtschappen een grote rol speelt en het verlangen om te worden gevoegd bij de gemeente Loenen begrijpelijk is."

De beide dagelijkse besturen kwamen in de bespreking tot overeenstemming over de grenscorrectie. De woningsituatie was het heikele punt. Oud Over had dringend behoefte aan nieuwe woningen. Helaas waren de bouwplannen voor acht woningen te duur voor de gemeente Loosdrecht, reden waarom ze tot grote teleurstelling van de bewoners van de buurtschap niet konden doorgaan. Het probleem was de piek waar deze huizen gebouwd moesten worden. De grond voor de geplande woningbouw in bleek niet geschikt te zijn voor bebouwing. De gemeente Loenen had betere en goedkopere mogelijkheden. Dankzij de hulp van burgemeester en wethouders van Loosdrecht kreeg Loenen een bouwplan ter beschikking voor tien woningen. In 1950 bedroeg het aantal inwoners van de buurtschappen Oud Over 711 en Mijnden 281 personen, dus in totaal 992 personen.

"Liever vis in de Loenderveense plas, dan arbeiderswoningen in Oud Over"
Volgens een dagbladartikel van 3 april 1950 was de verstandhouding tussen de 'Overkanters', zoals de mensen van Oud Over en Mijnden zichzelf graag noemden, en de gemeente Loenen niet altijd zo goed geweest. Maar daarin was de laatste jaren een kentering gekomen, vooral omdat men zich jarenlang achteruit gesteld voelde door het beleid van de gemeente Loosdrecht. Men zocht hulp bij Loenen. De voornaamste oorzaak was de abnormaal slechte toestand waarin de woningen in de genoemde buurtschappen verkeerden, en waarvan vrijwel de gehele bevolking te lijden had. Men wilde zelfs beweren, "dat één van Loosdrechts vroede (voor)vaderen eens gezegd heeft: "Liever vis in Loenderveense plas, dan arbeiderswoningen in Oud Over", en "eerlijk gezegd kon men in de buurtschap niets ontdekken wat deze beweringen zou kunnen logenstraffen. Armoedig en verveloos stonden daar de krotwoningen bij elkaar. Bij gebrek aan beter thans nog bewoond, straks gedoemd te verdwijnen om niet meer vervangen te worden."

Het artikel vervolgde met de droevige constatering, dat "velen hiervan z.g. éénkamerwoningen zijn, waarin de hele familie alle bezigheden moet verrichten. Luxueus zijn de woningen, waarbij een aparte W.C. is gebouwd. In de meeste gevallen is dit een gemeenschappelijk bezit, waarvan door meer gezinnen, soms tot een aantal van 20 of 25 personen, gebruik wordt gemaakt. Een thyphus-epidemie in 1945 heeft hierdoor al ettelijke slachtoffers geëist. Slaapkamers kent men hier bijna niet. Vader en moeder slapen met hun kroost, onder wie soms jongens en meisjes van 16 en 17 jaar op de zolder, zonder enige afscherming. Het beeld dat de O.L.- school, de enige in Oud Over en Mijnden, biedt is er een van verwaarlozing en verarming.

Loosdrecht heeft de plannen die er bestonden om de school te verbeteren, terzijde gelegd. Het gevolg hiervan is dat de kinderen hun lesuren doorbrengen in een muffige vunzige ruimte, in een bijeengezocht armzalig stelletje banken met en zonder rugleuning waarvan 80% door de schoolarts is afgekeurd. Zo zijn de toestanden waarin de bevolking apathisch berust. Vooral ook omdat nieuwbouw van arbeiderswoningen practisch onmogelijk bleek doordat fundering en heiwerk de kosten en huurprijzen te hoog zouden maken, ziet men thans als enige oplossing van deze onhoudbare toestanden een samenvoeging bij Loenen, waar men in veel mindere mate met het woningvraagstuk te kampen heeft, daar het jaarlijks toegewezen bouwvolume wordt opgebruikt."

Reacties van de beide gemeenteraden
Het voorstel van burgemeester en wethouders van Loosdrecht om de grenswijziging door te laten gaan, stuitte in de raadsvergadering van mei 1950 op heftige tegenstand, vooral van de kant van de Partij van de Arbeid (P.v.d.A.). Van die kant beweerde men, dat het afstaan van de twee buurtschappen aan Loenen een bedrag aan inkomsten zou mislopen dat de besparing op de uitgaven met 15.000 gulden zou overtreffen. Veel zorg maakte de P.v.d.A. zich over het gemeentepersoneel, dat de kans zou lopen in een lagere loonklasse te worden ingedeeld door het verlies van in totaal 992 inwoners. Een raadslid van de Christelijk Historische Unie, wonende in Oud Over, toonde zich voorstander van het voorstel.

Maar het voorstel van het college van burgemeester en wethouders haalde het niet. Een laatste poging van de voorzitter van de Loosdrechtse raad om het voorstel van B. en W. aan te nemen was tot mislukking gedoemd. De journalist van het dagbladartikel, dat deze raadsvergadering versloeg, besloot zijn verhaal met de wrange woorden: "Voorlopig kunnen gemeentepersoneel en raadsleden aan de overkant van de plas gerust zijn over salaris en raadszetels. In Oud Over en Mijnden gaat men zolang nog wel met 26 personen op 1 w.c."

De gemeenteraad van Loenen reageerde anders op het voorstel tot herindeling tijdens zijn vergadering van 4 april 1950. In die vergadering werd naar voren gebracht, dat de in 1945 door "vrijwel alle meerderjarige inwoners" van Oud Over en Mijnden uitgesproken wens om door grenswijziging die buurtschappen aan Loenen toe te voegen, zeer goed begrepen was. Omdat het college van burgemeester en wethouders van Loosdrecht geen bezwaar had tegen het afstaan van een gedeelte van het gebied van zijn gemeente, was men het over de toekomstige grens tussen de beide gemeenten eens geworden.

Met betrekking tot het waterschap Mijnden was de gemeenschappelijke conclusie dat dit in zijn geheel bij Loenen gevoegd zou moeten worden, hetgeen economisch zowel als geografisch de oplossing zou zijn. Het gemeentebestuur van Loenen stemde in met de overgang van Oud Over en Mijnden. In de brief van 14 april 1950 aan Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht sprak het dagelijks bestuur van Loenen de hoop uit, dat de provincie "ons in onze taak om de volkshuisvesting op krachtige wijze te verbeteren, behulpzaam zal willen zijn door een ruime toewijzing van bouwvolume."

Reactie van de provincie
Ondanks de tegenwerking van de gemeenteraad van Loosdrecht werd de procedure tot herindeling toch voortgezet. Tijdens de raadsvergadering van de gemeente Loenen op 30 januari 1951 kwam de brief van de provincie ter sprake, waarin werd meegedeeld dat de minister van Binnenlandse Zaken het provinciaal bestuur had gemachtigd een ontwerpregeling voor de grenscorrectie samen te stellen en deze aan de beide gemeenteraden voor te leggen. In de toelichting bij dit agendapunt schreef het college van burgemeester en wethouders, dat Gedeputeerde Staten van de provincie enkele wijzigingen in het eerdere voorstel hadden aangebracht. Op een enkel punt was het college daar niet blij mee. Het was van mening dat huize 'de Koekoek' (B 22 van H.J. Legger) onder de grenswijziging zou moeten worden opgenomen en dus ook bij Loenen gevoegd zou moeten worden.

Visie rijkspolitie met name m.b.t. Fort Spion
Omtrent de ontwerpregeling had het college van burgemeester en wethouders ook de mening gevraagd van de postcommandant van de rijkspolitie. Zijn mening, vastgelegd in de brief van 21 december 1950, nemen we hier ter informatie op: "Uit de voorgestelde wijzigingsplannen blijkt, dat men voornemens is het gedeelte, deel uitmakende van de militaire werken van het fort 'Spion', met de daarbij behorende fortwachterswoning, niet aan de nieuwe gemeente toe te voegen hetgeen volgens mijn bescheiden mening tot verschillende moeilijkheden aanleiding kan geven, in het bijzonder bij mobilisatie en oorlogsgevaar, zoals in de afgelopen jaren reeds is gebleken. Bij een eventuele mobilisatie of oorlogsgevaar met de daaruit voortvloeiende maatregelen betreffende inkwartiering of vordering van ruimte of goederen, deed zich telkenmale de moeilijkheid voor dat de Burgemeester of andere personen die zulks moesten regelen, zover afwezig waren en dikwijls niet te bereiken waren. Meerdere malen gebeurde het dat midden in de nacht plotseling inkwartiering moest plaats hebben, wat gezien de afstand vanwaar de Burgemeester van Loosdrecht woonde en de slechte telefonische verbinding, die ook voor het fort Spion, via de kazerne te Nieuwersluis over het telefoonnet Loenen, over Amsterdam moesten gaan, dikwijls tot moeilijkheden aanleiding gaven en een langdurig oponthoud veroorzaakten.

Door slechts enkele personen bij de aanstaande grenswijzigingen bij de gemeente Loenen te voegen, kunnen alle voornoemde bezwaren worden voorkomen, daar zowel het gemeentehuis van Loenen, als de Burgemeester van die gemeente op betrekkelijk korte afstand zijn gelegen en woonachtig zijn. Deze bijvoeging heeft ook dit voordeel, dat alle aan de westzijde van de plassen gelegen militaire werken, zoals kazerne, forten en inundatiewerken, onder één gemeente komen te liggen, terwijl men anders met twee Burgemeesters en gemeenten heeft te maken." Ook schreef het college van burgemeester en wethouders in de toelichting op dit agendapunt nog, dat door bijvoeging van dit gedeelte van Loosdrecht de mogelijkheid zou worden geschapen om in de toekomst in het bij Loenen te voegen gebied een "zweminrichting" aan te leggen.

Wet tot wijziging van de gemeentegrens
Reeds in het najaar van 1951 kwam het wetsvoorstel tot wijziging van de grens tussen de gemeenten Loosdrecht en Loenen in behandeling in het parlement. De memorie van toelichting op die wet maakt duidelijk, waarom het noodzakelijk was Oud Over en Mijnden voorafgaande aan de bredere herindeling van de Vechtstreek, die met ingang van 1 april 1964 plaatsvond, bij Loenen te voegen: 1. De buurtschappen in kwestie liggen in de onmiddellijke omgeving van Loenen, terwijl zij door het plassengebied van het eigenlijke Loosdrecht zijn gescheiden. De bevolking van deze buurtschappen komt weinig of niet in aanraking met Loosdrecht. Het contact met Loosdrecht blijft beperkt tot de zaken van de gemeente-administratie. 2. De rivier de Vecht vormt geen scheidend element, omdat de buurtschappen door middel van bruggen verbinding hebben met Loenen. De bevolking is geheel op Loenen georiënteerd.

3. Kerkelijk is dat eveneens het geval: de hervormden, gereformeerden en roomskatholieken in Oud Over en Mijnden behoren kerkelijk tot Loenen. De oud-gereformeerden houden hun kerkdiensten in het verenigingslokaal 'Ons Huis' tezamen met hun geestverwanten uit Loenen en omgeving. 4. Ook het verenigingsleven in deze buurtschappen is op Loenen gericht. 5. Een deel van de leerplichtige kinderen bezoekt de openbare lagere school in Oud Over. In de beide buurtschappen zijn geen bijzondere scholen met als gevolg dat het andere deel van de leerplichtige kinderen de scholen in Loenen bezoeken. Geen enkel kind ontvangt onderwijs aan een school in Oud- of Nieuw-Loosdrecht. 6. De buurtschappen behoren tot het verzorgingsgebied, uitgaande van de Commissie voor Christelijke Belangen te Loenen. 7. De buurtschappen hebben geen eigen begraafplaats. De begrafenissen vinden plaats op de algemene en rooms-katholieke begraafplaats, resp. in Loenen en Loenersloot.

8. Tenslotte is er de woningsituatie, die om een snelle oplossing vraagt, waarover in de memorie van toelichting letterlijk staat, dat "de woningtoestanden van de arbeidersbevolking in Oud Over in het algemeen zeer slecht zijn. Hier bestaan op grote schaal misstanden, die zo spoedig mogelijk dienen te verdwijnen. Een groot aantal woningen zal moeten worden gesloopt. De bouw van arbeiderswoningen in de buurtschappen zelf stuit echter op grote financiële bezwaren, daar de kosten van het bouwrijp maken van de drassige grond zeer hoog zijn. De oplossing is, dat de woningen in Loenen worden gebouwd. De kosten zijn hier aanzienlijk lager. Loenen heeft inmiddels een aanvang doen maken met de bouw van woningen ten behoeve van inwoners van de buurtschappen." De aangevoerde argumenten waren zo sterk, dat de wet op 14 november 1951 is aangenomen, zodat de bewoners van Oud Over en Mijnden, inclusief de bewoner van huize 'de Koekoek' en het fort Spion per 1 januari 1952 konden overgaan naar de gemeente Loenen.*

Bewoners aan de oostzijde van de Vecht
Als gevolg van de herindeling werden de woningen aan de oostkant van de Vecht opnieuw genummerd. In de bijlage van dit artikel vind je daarom het adresregister van de ingezetenen van de gemeente Loosdrecht, die per 1 januari 1952 overgingen naar de gemeente Loenen, met de nieuwe nummering van de woningen/panden en de namen van de hoofdbewoners/eigenaars. Achter de namen zijn tussen haakjes de oude huisnummers opgenomen." Aldus het artikel 'Herindeling van Oud Over en Mijnden - Grenswijziging tussen Loosdrecht en Loenen', door Zwannie Hageman en Kees de Kruijter, in tijdschrift de Vechtkroniek van Historische Kring Loenen, jaargang 2006, nummer 25.

* In deze omgeving vallen ons twee curieuze dingen op, op topografisch gebied. 1. Het artikel stelt dus dat, in overeenstemming met de wens van de lokale rijkspolitie, zoals enkele alinea's hierboven verwoord, Fort Spion met de grenscorrectie zou zijn 'meegegaan' van de gemeente Loosdrecht naar de gemeente Loenen. Op kaartmateriaal uit die tijd is echter te zien dat na de grenscorrectie de gemeentegrens ter plekke is getrokken langs het Waterleidingkanaal, W van het fort. Het fort is dus kennelijk in de gemeente Loosdrecht blijven liggen, in tegenstelling tot wat de auteurs van en in het artikel hierboven stellen. Tenzij de grens op de kaarten al die tijd verkeerd getekend is geweest... Men kan dit zelf constateren door op de site Topotijdreis.nl met het jaartalschuifje naar de jaren zestig te gaan en dan in deze omgeving te kijken (de streepjeslijn is de gemeentegrens. Rond 1985 is dat duidelijker te zien; daar zijn de gemeentegrenzen geel gemaakt).

2. Zoals hiervoor gesteld, liep de gemeentegrens vanaf 1952 in deze omgeving langs het Waterleidingkanaal. Het later gerealiseerde Recreatiecentrum Mijnden, W van Fort Spion, gelegen aan de Bloklaan, kwam daarmee ook in de gemeente Loenen te liggen. Bij een volgende herindelingsronde, in 1989, is specifiek dit recreatiecentrum weer 'teruggegegeven' aan de gemeente Loosdrecht. Het betrof een gebied van 46 hectare met op dat moment 4 woningen en 24 inwoners. Kennelijk was er een specifieke reden om deze locatie, die in 1952 nu juist naar Loenen was gegaan omdat deze zo ver van Loosdrecht verwijderd lag, weer aan Loosdrecht terug te geven. Als iemand de reden daarvan weet, houden wij ons aanbevolen.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- In deze buurtschap liggen vele tientallen markante landgoederen en landhuizen, waarvan een kleine 20 panden en landgoederen - naast de hierboven reeds genoemde objecten - tot rijksmonument zijn benoemd. Het gaat in totaal om ca. 35 rijksmonumenten, omdat bij sommige buitenplaatsen sprake is van verschillende rijksmonumenten (bijv. 7 voor Huis Oud Over, 6 voor buitenplaats Bijdorp en 5 voor buitenplaats Vecht en Lommer). Je kunt de rijksmonumenten in deze buurtschap vinden door in de rijksmonumentenlijst van Loenen aan de Vecht te zoeken op de straatnaam Oud Over.

- De Voormalige Gereformeerde kerk uit 1891 op Oud Over 80 is buiten gebruik sinds 1923, toen de huidige gereformeerde kerk in Loenen in gebruik is genomen. Het pand is herbestemd tot woonhuis.

- De Loenderveense Molen (Oud Over 104) is in 1653 als binnenkruier gebouwd, volgens het door Leeghwater beproefde concept voor de 52 Schermermolens uit 1635. Het reeds veel eerder, waarschijnlijk rond 1200 ontgonnen en in cultuur gebrachte Loender Veen, was door inklinking in 1652 reeds zover gedaald, dat natuurlijke lozing op de Vecht niet meer mogelijk was en het gebied grotendeels een drassig moeras was geworden dat door de boeren verlaten was. Amsterdamse kooplieden kochten deze waardeloze gronden op en bouwden in 1653 een forse schepradmolen, een binnenkruier, waarmee zij het moeras droog maalden en de toen weer waardevol geworden landbouwgronden weer verkochten. In 1902 vond er een groot werk aan de molen plaats. De kap met wiekenkruis en gangwerk werd verwijderd en het achtkant met riet en al zo'n 30 meter verrold, waarna de fundering en achtkantsmuren in metselwerk compleet werd vernieuwd. In 1930 werd de waterhuishouding van Loenderveen (incl. de molen) door de gemeente Amsterdam overgenomen, voor de winning van drinkwater. In 1990 komt de molen in bezit van Stichting De Utrechtse Molens.

- Inundatiesluis uit 1925, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Oud Over bij nr. 166). Het informatiepaneel erbij is door de weersinvloeden helaas niet goed meer te lezen. De sluis ligt, vanuit Loenen gezien, kort na het rijtje arbeiderswoningen 'De Glashut'.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Gemotoriseerd verkeer (anders dan van bewoners) is in Oud Over niet toegestaan. Dat wordt ter plekke ook duidelijk aangegeven. Maar dat is geen straf, kunnen wij je uit ondervinding vertellen, want je kunt er een prachtige wandeling maken, bijv. beginnend vanuit Loenen naar het N en dan via Vreeland aan de andere kant van de Vecht weer terug naar Loenen. Onderweg zie je dan vele fraaie landhuizen en andere markante panden.

- Het 50 ha grote landgoed Terra Nova is alleen toegankelijk op afspraak of in excursieverband.

Terug naar boven

Beeld

- Fotoserie van Oud Over van fotograaf Martin Stevens.

Reacties

(4)

Hallo,
Wanneer de 23-jarige Tine (Tineke) Duveen na de oorlog uit onderduik in Bussum terugkomt, blijkt haar familie omgekomen te zijn in Auschwitz. Uit haar naoorlogse correspondentie met de Nederlandse Staat over de bewindvoering van het vermogen van haar vader, Maurits Duveen, geeft ze als adres op: 'de Waterjuffer, Oud Over, Loenen Vecht'. Kunt u mij iets meer vertellen over dit adres?

Het was even zoeken, maar ik heb het gevonden. Op het hele internet komt er maar 1 vermelding van voor, en wel als volgt: twee mensen hebben een uitvoerig artikel geschreven over de geschiedenis van de grenscorrectie in deze omgeving van de gemeente Loosdrecht naar de gemeente Loenen in 1952. Dat had met name betrekking op de buurtschappen Mijnden en Oud Over. In dat kader hebben ze als bijlage bij hun artikel een lijst opgenomen met panden en hun bewoners die bij deze grenscorrectie betrokken waren, omdat ze in de ontvangende gemeente, Loenen dus, een ander adres of in ieder geval ander huisnummer kregen. Vandaar dat ze een lijst hebben opgenomen met daarbij het oude en nieuwe adres van de bewoners in kwestie. Er was echter ook nog sprake van 26 woonarken en/of -schepen, die geen adres met huisnummer hadden (vaak moest men zich dan behelpen met de naam van het schip in het adres en al dan niet nog een toevoeging 't/o (tegenover) straat/huisnummer X', zoals ik dat vroeger ook moest doen toen ik zelf op een woonschip woonde). Mevr. T. Duveen blijkt op woonark 'de Waterjuffer' te hebben gewoond. U kunt dat bekijken in het gelinkte artikel aan het eind van het hoofdstuk Geschiedenis hierboven, wat ik vandaag heb toegevoegd. Onderaan de laatste pagina van het artikel (pag. 15) ziet u de woonarken en/of -schepen vermeld staan, waaronder deze.
Met vriendelijke groet, Frank van den Hoven, hoofdredacteur Plaatsengids.nl

Mevrouw Tineke Duveen heeft de ‘de Waterjuffer’ in Oud Over in de jaren vijftig verkocht aan mijn vader Jacob Jan Hop. De woonark van Tineke is in 1964 vervangen door een nieuw ontworpen en gebouwde woonark, ook genaamd ‘de Waterjuffer’, die lag afgemeerd pal voor de inundatiesluis t.h.v. nr. 166. Het oude elektriciteitskastje aan de weg staat er nog steeds. Aan de overkant van de weg is bij het adres een bijbehorend landje wat zich in de Loenderveense plassen strekt.

Dank voor uw aanvulling! Ik zal het aan dhr. Hermans doorgeven.

Reactie toevoegen