Labbegat

Plaats
Buurtschap
Waalwijk
Hart van BrabantLangstraat
Noord-Brabant

labbegat_kaart_ca._1900_kopie.jpg

Labbegat heeft vanouds, en terecht, altijd als buurtschap in de atlassen gestaan, bijv. hier in een atlas uit ca. 1900.

Labbegat heeft vanouds, en terecht, altijd als buurtschap in de atlassen gestaan, bijv. hier in een atlas uit ca. 1900.

labbegat_kaart_ca._1980.jpg

Sinds de jaren zestig is de plaatsnaam Labbegat zomaar iets naar rechts verplaatst, en in een ander lettertype, alsof het alleen nog maar een veldnaam zou zijn. Ten onrechte. In recente atlassen is ook de Z gelegen buurtschap Hogevaart ineens verdwenen.

Sinds de jaren zestig is de plaatsnaam Labbegat zomaar iets naar rechts verplaatst, en in een ander lettertype, alsof het alleen nog maar een veldnaam zou zijn. Ten onrechte. In recente atlassen is ook de Z gelegen buurtschap Hogevaart ineens verdwenen.

Labbegat

Terug naar boven

Status

- Labbegat is een buurtschap in de provincie Noord-Brabant, in de regio Hart van Brabant, in de subregio Langstraat, gemeente Waalwijk. T/m 1922 gemeente Vrijhoeve-Capelle. In 1923 over naar gemeente Sprang-Capelle, in 1997 over naar gemeente Waalwijk.

- De buurtschap Labbegat valt onder het dorp Capelle, maar omdat die plaats in 1978 geen eigen postcode en plaatsnaam in het postcodeboek heeft gekregen, liggen beide voor de postadressen 'in' Sprang-Capelle.

- Labbegat is een van de plaatsnamen die om voor ons duistere redenen - en wat ons betreft ten onrechte - uit de recente atlassen is verdwenen. De bebouwing is er immers nog gewoon, en daarmee bestaat de buurtschap ook nog altijd.

Terug naar boven

Naam

Oudere vermeldingen
In een akte uit 1630 van de schout van Zuidewijn komt de plaatsnaam voor met de spelling Lappegat.

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Labbegat ligt W van Waalwijk, O van de oude dorpskern van Capelle, N van Vrijhoeve-Capelle, rond de weg Hogevaart, vanaf de huisnrs. 80 even en 119 oneven, plus de aangrenzende panden aan de Winterdijk.

N van de buurtschap loopt de Labbegats Vaartweg in N richting naar het Oude Maasje, dat O van de Capelse Haven Zuiderkanaal heet. Deze straatnaam verwijst naar de Labbegatse Vaart die hier vroeger heeft gelopen, en die oorspronkelijk in de Besoische Gantel uitkwam, later in het Oude Maasje.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvat de buurtschap Labbegat volgens de Volkstelling(1) 7 huizen met 45 inwoners onder de gemeente Vrijhoeve-Capelle. In dezelfde periode stelt (2) dat de buurtschap toen in totaal 4 huizen met 30 inwoners omvatte, waarvan 3 huizen met 24 inwoners onder Vrijhoeve-Capelle en 1 huis met 6 inwoners onder Capelle (die haar deel van de buurtschap in de Volkstelling van 1840 niet apart vermeldde en in de Z gelegen buurtschap Hogevaart zal hebben inbegrepen). Tegenwoordig heeft de buurtschap ca. 20 huizen met ca. 50 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

- De Labbegatse Haven werd reeds in de 14e eeuw gebruikt als haven voor de export van hooi. In Capelle werd namelijk veel hooi verbouwd met een hoge calorische waarde. Veel paarden in heel Holland en Brabant kregen dat te eten. De voerlieden wisten dat in Capelle het beste hooi werd voortgebracht. Er waren schippers die daarvoor vaste routes voeren om het af te leveren.

- (9953) stelt: "Vroeger lag bij deze buurtschap een hoornwerk van dien naam, waarvan de sporen nog zigtbaar zijn, daar het in 1830 gedeeltelijk hersteld is geworden." Of dit vestingwerk vandaag de dag nog altijd aanwezig is, is ons niet bekend.

- In 1612 vestigt Anthonis Aerts zich aan de Hogevaart te Labbegat. Vermoedelijk hield hij zich bezig met het vervoer van turf en heeft hij er evenals zijn nakomelingen een herberg gedreven. Rond 1630 start Peter Aerts hier een houthandel en houtzagerij. Later zet het geslacht Oerlemans dit voort. (bron: Oud Rechterlijk Archief Sprang inv. 52, fol. 184, en Piet Sanders Genealogisch tijdschrift voor Midden- en West-Brabant, jrg. 1981, nr. 6)

Het verhaal gaat dat ene Oerlemans aan het Labbegat in de jaren twintig van de 18e eeuw een heler was van de 'Bende van de Witte Veer', die in het Ravensbos tussen ’s Gravenmoer en Capelle resideerde. Het Ravensbos lag op de grens tussen Holland en Brabant en de bende was een zigeunerbende. Die Oerlemans moest voor het gerecht van Loon op Zand verschijnen, maar hij werd door de toenmalige drossaard van Loon, Otto Juijn, vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. "Venloon kende een bandietenbende, die haar domicilie had in de 'Santschelle'. Deze maakte niet alleen de eigen streek maar zelfs die van boven de rivieren onveilig. Rond 1720 had Venloon een nieuwe drossaert gekregen in de figuur van Otto Juijn, een man die niet met zich liet spotten en zich de bestrijding van het banditisme tot levenstaak stelde. Hij had zich voorgenomen eens schoon schip in Venloon te maken. Hij maakte de Staten attent op de onhoudbare situatie, maar boekte daarmee geen succes, zodat hij met lede ogen moest toezien hoe de onveiligheid eer toe- dan afnam. Hij ging echter niet bij de pakken neerzitten. Op 26 februari 1726 zond hij opnieuw een stevig request naar de Staten waarin hij betoogde, dat de toestand nergens zo slecht was als in Venloon. Nu luisterden de Hoog Mogendheden wel. Zij verleenden aan de drossaert grotere bevoegdheden. Deze behelsden o.a. dat bandieten zonder vorm van proces mochten worden 'neergelegd' en dat ieder lid van een bende, die zes of meer leden boven de zestien jaar telde, vogelvrij verklaard kon worden." (bron en nadere informatie)

De in 1826 geboren Adrianus Hendriks (in de volksmond Januske) Oerlemans is aanvankelijk boer in Vrijhoeve. Rond 1851 betrekt hij de boerderij op Winterdijk 16 (dit is de terugkeer van het geslacht Oerlemans op Labbegat, dat hier al eerder gevestigd is geweest). Rond 1855 laat hij het woonhuis op nr. 18 bouwen. In het bevolkingsregister uit die periode staat hij vermeld als 'tapper', wat impliceert dat hij hier een café'tje heeft gehad. Later heeft hij hier ook nog een winkeltje gehad in o.a. levensmiddelen en 'ellengoed'. In de loop van de jaren vijftig start hij aan de overkant, op nr. 17, een houthandel, maar ook andere dingen waar hij aan kan verdienen laar hij niet liggen. Zo verkoopt hij ook kolen en petroleum. Januske was érg zuinig. Zo ging hij om geld uit te sparen liever te voet dan met koets of tram. Hij ging zelfs meermaals te voet naar Utrecht om daar bij steenfabrieken inkopen te doen. Januske overlijdt in 1912 op bijna 86-jarige leeftijd.

Zoon Hendrik Hendrikus (1852) staat te boek als koopman. Bovendien zet hij een hooi- en strohandel en een strohulzenfabriek op. Daar werden van stro beschermhulzen gemaakt die ter bescherming om glazen wijnflessen werden geschoven, zodat ze dan zonder kans op breken gemakkelijk in kratten getransporteerd konden worden. Na het gereed komen van de spoorlijn alhier worden ze via het spoor en vervolgens via de haven van Antwerpen wereldwijd geëxporteerd. Rond 1890 laat hij een woonhuis met koetshuis bouwen op Hogevaart 86-88.

Hendrik krijgt een zoon Adrianus Cornelis (1878), die eveneens zakenman wordt. Hij laat Villa Welgelegen op Hogevaart 82 bouwen. Aanvankelijk is hij medefirmant in de strohulzenfabriek van zijn vader, maar in 1920 vertrekt hij als koopman naar Amsterdam, "zijn vrouw met 6 kinderen ontredderd op Labbegat achterlatend". Broers van Adrianus Cornelis zetten de strohulzenfabriek en hooiperserij voort, maar de zaken gaan achteruit, rond 1930 wordt de productie gestaakt, de loodsen komen leeg te staan en worden rond 1936 gesloopt. Op de vrijgekomen plek bouwt een neef van Adrianus Cornelis Villa Sonnevanck (huisnr. 84).

Een van de andere zonen van eerstgenoemde Adrianus, Stefanus (1861) krijgt ook weer een reeks zonen, die eveneens van alles in de regio ondernemen. Daardoor wonen er begin 20e eeuw een 6-tal families Oerlemans aan de Hogevaart. Tegenwoordig wonen er overigens nog altijd families Oerlemans aan de Hogevaart, zij het in mindere mate.

Tot de Eerste Wereldoorlog halen de inwoners van Labbegat hun drinkwater uit de Hogevaart, maar door de toenemender vervuiling breken steeds meer ziekten uit onder de inwoners. Daarom laten de Oerlemansen zich aansluiten op het drinkwaternet, waarvan de leidingen helemaal vanuit het O gelegen - tegenwoordig door de kern Waalwijk opgeslokte - buurdorp Besoijen moeten worden doorgetrokken.

Na de Watersnoodramp van 1953 wordt het Deltaplan ontwikkeld om herhaling van deze ramp te voorkomen. Dit betekent o.a. dat het Haringvliet in 1970 wordt afgesloten, waardoor de Labbegatse Haven geen getijdenwerking meer kent, en de toegang voor de schepen die het hout e.d. aanvoeren, nog problematischer wordt. In dezelfde tijd komt de A59 gereed. Een viaduct over zowel de Capelse Haven als de Labbegatse Haven vindt men te kostbaar. De Labbegatse Haven wordt daarom van het Oude Maasje afgesloten, en de Oerlemansen maken in het vervolg gebruik van de iets naar het W gelegen Capelse Haven. Bovendien kunnen zij de sluiting van de Labbegatse Haven qua vervoersmogelijkheden compenseren doordat zij gebruik gaan maken van de nieuwe autoweg.

In 1975 wordt de Engelse firma S.E.L. Magnet eigenaar van de bouwmaterialenhandel van de Oerlemansen. In de jaren tachtig verkoopt zij de vestiging in  Labbegat aan de firma Harrison & Crossfield, die het in 1989 verkoopt aan de Utrechtse firma Stiho, die die naam ook gaat voeren voor de Labbegatse vestiging. Het complex is onder de Engelse heerschappij vervallen geraakt, waardoor Stiho het door nieuwbouw wil vervangen. Vanwege de inmiddels omringende natuur stelt de overheid hier zulke strenge eisen aan dat Stiho er vanaf ziet. In 1996 neemt de Capelse ondernemer Mar van Beek het terrein met gebouwen over en start er een transport- en overslagbedrijf. Het kantoor op Winterdijk 18 verbouwt hij tot woonhuis, waar hij met zijn gezin gaat wonen. Het bovenstaande is een summiere samenvatting van een 5-tal artikelen op de site van Heemkundevereniging Sprang-Capelle, waar je dus nog veel meer informatie kunt vinden over de bedrijfsmatige ontwikkelingen van het geslacht Oerlemans op het Labbegat.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Door de aanleg van het Zuiderafwateringskanaal (hier gelegen direct Z van huisnr. 119) werden de aloude zuid-noord waterlopen naar het Oude Maasje, haaks doorsneden. Het afwateringssysteem vanuit het zuiden kon nu op het kanaal lozen. Het ten noorden gelegen deel ging vanaf dat moment van noord naar zuid lopen. Voor het reguleren van de lozing zijn er schuifdeuren aangebracht in dit fraaie waterbouwkundig monument, ter plekke van het brugje in de weg Hogevaart over dit kanaal.

- Op Winterdijk 17 start Adriaan (bijgenaamd Januske) Oerlemans rond 1850 zijn houthandel. Een nog overgebleven restant van de bedrijfsgebouwen is de houtloods aan de dijk, waarin zogeheten Oslo sparren (voor ladderbomen en vlaggenmasten) verticaal werden opgeslagen. Vandaar ook de open lattenwand van de zijgevel, waardoor de wind vrij spel had voor de droging van het hout. Mogelijk zijn de vroegere (tegenwoordig dichtgemaakte) gevelopeningen aan de dijkkant met het oog daarop ook voorzien geweest van roosterdeuren. Op het dak van een van de panden alhier staat nog altijd de in rode letters geverfde naam 'Adrianus Oerlemans & Zoonen', wat herinnert aan de bedrijvigheid die hier bijna anderhalve eeuw lang heeft plaatsgevonden.

- Villa Welgelegen uit 1905 op Hogevaart 82 is een rijksmonument. Dat geldt ook voor het bruggetje voor het huis, dat dateert uit ca.1915. De brug heeft een gemetseld tongewelf met daarop een gemetselde opengewerkte balustrade, die deels is afgewerkt met een hardstenen band. De brug is aan de linkerzijde verbreed en van een betonnen dek voorzien. Het op de brug staande hek in neorenaissance stijl is niet oorspronkelijk. Ook de tuinkoepel uit 1912 op huisnr. 82 is een rijksmonument. Het geldt als een belangrijk cultuurhistorisch object vanwege de toegepaste jugendstil-elementen zoals de gewelfd gesneden glasroeden. Grappig is ook de opengewerkte dakruiter (torentje) met piron (puntornament).

- Villa Sonnevanck op huisnr. 84.

- Ook de vroeg-19e-eeuwse boerderij op Winterdijk 16 is een rijksmonument.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- W van Labbegat ligt natuurgebied De Dellen. Dit is een zogeheten slagenlandschap, d.w.z. een ontginningsgebied dat vanuit een bepaalde lijn is ontgonnen en waarvan de grond is uitgegeven in 'slagen'; evenwijdige stroken naast elkaar. Vaak zijn die in een gebied even breed. Opvallend is dat de percelen hier allemaal verschillend van breedte zijn. In de Langstraat is de ontginning vanaf het Oude Maasje begonnen. De percelen werden verveend en voor de afwatering werden sloten op de perceelsgrens gegraven. De kanten werden beplant met elzenbosjes voor brandhout. Het land werd gebruikt als hooiland waarvan het hooi, vanwege de excellente kwaliteit, eeuwenlang een exportproduct van de streek is geweest.

Reactie toevoegen