Feanwâldsterwâl
lokatie
Status
- Feanwâldsterwâl is een dorp in de provincie Fryslân, in deels gemeente Dantumadiel, deels gemeente Tytsjerksteradiel.
- Feanwâldsterwâl heeft bij de invoering van de huidige postcodesystematiek (1978) geen eigen postcode en plaatsnaam gekregen in het postcodeboek, postaal gezien ligt daarom het N deel van Feanwâldsterwâl 'in' Feanwâlden (gem. Dantumadiel) en het Z deel grotendeels 'in' Hurdegaryp en deels 'in' Noardburgum (gem. Tytsjerksteradiel). Het Noardburgumse deel betreft het deel O van de Woudweg (N356) rond De Zwette, waar o.a. de voormalige School met den Bijbel en de gereformeerde kerk van Feanwâldsterwâl staan (zie verder bij Bezienswaardigheden).
- Omdat Feanwâldsterwâl geen 'erkende woonplaats' is in het postcodeboek, is het dat ook niet (geworden) in de in 2009 in werking getreden gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Waardoor deze kwestie opnieuw actueel is geworden (d.w.z. men is zich er, na de - bewuste of onbewuste - 'vergissing' van 1978, opnieuw expliciet bewust van geworden dat het eigenlijk vreemd is dat F. geen plaats is in het postcodeboek en - daardoor - in de BAG. Overigens geldt een soortgelijke situatie voor nog ca. 200 dorpen elders in het land, nog los van het gros van de duizenden buurtschappen waar hetzelfde voor geldt en die destijds - met een landelijke bril bezien - tamelijk arbitrair deels wel en grotendeels geen eigen postcode en postale plaatsnaam hebben gekregen). Geografisch en cultuurhistorisch gezien is Feanwâldsterwâl echter wel degelijk een dorp, met bebouwde kom(borden) en kerk en een eigen identiteit.
- De inwoners van Feanwâldsterwâl denken dat hun plaatsnaam bij de aanstaande gemeentelijke herindelingen helemaal van de kaart geveegd zal worden, en voeren daarom actie om de dorpsstatus terug te krijgen (plus erkenning als woonplaats middels eigen postcode en plaatsnaam). Zie Actiecomité tot behoud van Feanwâldsterwal. En terecht natuurlijk; Feanwâldsterwâl is ook gewoon een dorp. Bovendien zijn er in Fryslân heel wat nog veel kleinere dorpjes - of geografisch gezien soms buurtschappen - met soms maar een handvol inwoners, die ook een dorpsstatus hebben. In Fryslân ligt dit nog iets ingewikkelder dan elders in het land. In Fryslân hebben plaatsen namelijk formeel wel of geen dorpsstatus (wat elders in het land niet speelt), wat kennelijk - soms - los staat van wel of geen kom of kerk of kern. Volgens de gemeente Dantumadiel zou Feanwâldsterwâl rond 1923 de formele dorpsstatus zijn kwijtgeraakt. Overigens kan een plaats in de dagelijkse praktijk best een woonplaats en - geografisch en qua identiteit - zelfs dorp met officiële blauwe komborden zijn en - helaas - toch geen eigen postcode met de eigen plaatsnaam hebben en (dus) ook formeel geen 'woonplaats' zijn in de gemeentelijke BAG-bestanden (doorgaans uit - pragmatische of opportunistische - kostenoverwegingen, omdat het veel geld kost om later alsnog eigen postcodes en plaatsnamen toe te kennen). Dat lot treft nog ca. 200 dorpen in ons land, die in 1978 bij de invoering van het huidige postcodesysteem - al dan niet bewust - zijn 'vergeten'. De PvdA gem. Tytsjerksteradiel heeft begrip voor het dorpsstatus-verzoek van Feanwâldsterwâl en heeft de burgemeester verzocht de voor- en nadelen in kaart te brengen. In 2011 heeft Feanwâldsterwâl dan eindelijk de lang gewenste formele dorpsstatus verkregen. Ter gelegenheid daarvan is een dorpsvlag ontworpen en in gebruik genomen.
- Gezien de formulering hierboven bestaat Feanwâldsterwâl dan ook nog gewoon in de praktijk als woonplaats (los van postcode en BAG) en was het dan ook geen slimme zet van de gemeente om de Feanwâldsterwâlsters destijds een nieuwjaarskaart 2009 te sturen met het plaatsnaambord van buurdorp Feanwâlden erop... Zie ook het item hierover "Feanwâldsterwâl van de kaart geveegd" d.d. 3-12-2009 in Netwerk.
- In een krantenartikel in het FD d.d. 25-11-2009 over deze materie - waarin de gemeente erkent dat Feanwâldsterwâl niet bewust op de plattegrond was uitgegumd* - wordt gesteld dat een plaats** (in het artikel staat dorp maar wij zeggen bewust plaats, zie de toelichting bij het sterretje hieronder) een minimaal aantal inwoners zou moeten hebben om een eigen postcode mogelijk te maken. Dat klopt. Weliswaar kennen wij tientallen plaatsen met slechts een handvol inwoners en toch een eigen postcode en plaatsnaam. Daarbij vergeleken is Feanwâldsterwâl een wereldstad. Neem bijv. de eveneens Friese plaats Kaard op Terschelling met 8 huizen, en nog extremer: het Friese Breezanddijk, dat aanvankelijk slechts 1 huisnummer kende en thans kennelijk maar liefst 5... (en blijkens de aanduiding 'AB' liggen er ook nog een paar woonschepen). Maar om het een beetje werkbaar te houden en qua kosten/baten verhoudingen, heeft TNT Post tegenwoordig een eis van minimaal 100 woningen om een eigen postcode te kunnen krijgen. Nog los van de overige complicaties. De losse "helften" van F. voldoen hier niet aan (het Tytsjerksteradielse deel heeft 77 huizen en het Dantumadielse deel 55), als het gemeentelijk tot 1 dorp zou worden samengevoegd, voldoet het daar wél aan. Het dorp heeft daarom om een grenscorrectie verzocht, vooruitlopend op gemeentelijke herindelingen die nog jaren kunnen duren. Vooralsnog voelen de betrokken gemeenten hier niet voor (reactie van de burgemeesters d.d. april 2010) omdat dat heel veel geld kost (al snel enkele tonnen). Het dorp is dus toch aangewezen op de gemeentelijke herindelingen om in dat proces ervoor te pleiten om het hele dorp in 1 gemeente te krijgen. Tot die tijd blijft het deel ten zuiden van de Wâldster Feart voor de postadressen dus 'in' Hurdegaryp liggen en ten noorden daarvan 'in' Feanwâlden.
* In dit artikel op RTVkanaal30 d.d. 18-2-2009 wordt gesteld dat de gemeenteraad d.d. december 2007 wel formeel besloten zou hebben om de plaatsnaam Feanwâldsterwâl te doen verdwijnen. En dat is dan wél bewust. Maar - ter nuancering - vermoedelijk doelt men hier op het feit dat gemeenteraden in het hele land al hun 'woonplaatsen' zo nodig opnieuw formeel moesten vaststellen t.b.v. de in 2009 in werking getreden gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). En plaatsen die geen eigen postcode hebben, hebben dus doorgaans (uit kostenoverwegingen) ook geen plaatsnaam gekregen in de BAG. Dat neemt niet weg dat je dan in de praktijk nog steeds best een dorp en dus woonplaats kunt zijn. Sterker nog, 'zelfs' de meeste buurtschappen - zoals het nabijgelegen Kûkherne - zijn ook gewoon woonplaatsen in die zin dat men in die buurtschap woont, met als erkenning van de identiteit een doorgaans wit plaatsnaambord. Postaal 'woont' men dan vaak in de nabijgelegen hoofdplaats. Wat niet wegneemt dat ook Kûkherne gewoon een plaats en dus de facto 'woonplaats' is. Begrijpt u wel? Of begint het u al te duizelen?
** Voor een eigen postcode hoef je - om het nog ingewikkelder te maken - namelijk niet per se een dorp te zijn, dus dat is op zich geen argument in de discussie, of zou het althans niet moeten zijn. Bepalend is dat TNT Post als richtlijn heeft dat een mogelijk "postaal nieuwe plaats" minimaal 100 woningen moet hebben. Dorp of geen dorp(sstatus) doet er dan niet toe. De afzonderlijke delen van F. voldoen daar niet aan, als samengevoegd dorp zou het daar wel aan voldoen.
- Overigens lijkt het ons - los van eventuele herindelingen - sowieso voor de hand liggen om een dorp niet onder 2 gemeenten en 3 dorpen te moeten willen laten vallen en zo'n onhandige Baarle-Nassau-achtige situatie middels een grenscorrectie een keer recht te trekken (en dan ligt Dantumadiel voor de hand zou je denken, want 1) daar ligt het moederdorp van Feanwâldsterwâl; Feanwâlden en 2) gezien het kerkelijke fusieproces in en dus de religieuze verbondenheid van de beide dorpen, ook CDA Dantumadiel - zie bericht d.d. 21 okt. 2009 - vindt dat een logische optie), opdat vervolgens makkelijker voor het hele dorp 1 postcode en plaatsnaam kan worden toegekend. Noodzakelijk is dat echter niet. In dit artikel in Nijsnet d.d. 25-11-2009 haalt dorpeling Otto Geveke het voorbeeld aan van het dorp Klarenbeek dat half in de gemeente Apeldoorn ligt en half in de gemeente Voorst (in het artikel staat Deventer maar dat moet zijn Voorst). Dat heeft inderdaad 2 postcodes; 7381 voor het gemeente Apeldoorn-se deel en 7382 voor het gemeente Voorst-se deel.
Naam
In het Nederlands
Veenwoudsterwal. Overigens zijn sinds 2009, naast de gemeentenaam, ook alle plaatsnamen in de gemeente Dantumadiel officieel Friestalig.
Ligging
Feanwâldsterwâl ligt ZW van Feanwâlden, NO van Hurdegaryp. De gemeentegrens loopt midden door de 'dorpsstraat' De Wâl (de Z kant daarvan en verder zuidelijk valt postaal onder Hurdegaryp) en de in het O in het verlengde daarvan gelegen straat De Zwette (de Z kant daarvan en verder zuidelijk valt postaal onder Noardburgum). Het N deel van deze wegen en verder noordelijk valt postaal onder Feanwâlden. Een vergelijkbare situatie dus als bij het dorp Noordhoek in de gemeente Moerdijk, waar voor de gemeentelijke herindeling van 1997 de gemeentegrens ook midden door het dorp liep, en dat postaal gezien ook niet bestond omdat het onder twee naastgelegen dorpen viel. Na het nodige actievoeren heeft Noordhoek uiteindelijk - terecht want dorp - een eigen postcode en plaatsnaam gekregen.
Statistische gegevens
Feanwâldsterwâl heeft ca. 130 huizen met ca. 350 inwoners. Maar in statistieken is het dorp dus, zoals uitgelegd bij Status en Ligging, over de drie omliggende dorpen verdeeld, waardoor het lastig is om voor het dorp als geheel betrouwbare statistische cijfers te krijgen.
Geschiedenis
Veenwoudsterwal is een oude veenkolonie, in de 17e en 18e eeuw gesticht door veenbazen en arbeiders uit Giethoorn en andere dorpen uit de kop van Overijssel. Zij hebben de laagvenen tussen Veenwouden en Rinsumageest ontgonnen. De Gietersen wisten hier aan turf te komen, maar ze bekommerden zich niet al te veel om het landschap. Het was een wereld van diepe poelen en petgaten die zij achter Iieten. Toen de natuur zich opnieuw van dit land en water meester maakte, werd het een wild en wijd natuurgebied, een eldorado voor vissers en jagers, stropers en eierzoekers. Geen wonder dat de mensen die rond 1900 in Veenwoudsterwal woonden, hun beroep en hun inkomsten in dit gebied zochten. Er woonden in die tijd heel wat kleine boertjes, vissers en rietsnijders aan de Wâl.
Er zijn niet veel mensen meer op Veenwoudsterwal, die uit eigen ervaring over die tijden kunnen meepraten. Een van diegenen die dit wél kunnen, is mevrouw Anne Bos, geboren en getogen in het huis waarin ze nu nog woont, aan de zuidkant van de Wâlsterfeart: “Froeger? Froeger wie ‘t hjir allegear hiel oars en einliks ek folle geselliger. De minsken wiene mear meiïnoaren”, vindt ze. "De stiennen wãl, sa’t dy der nou leit, wie doe fan ierde. Der wienen ek gjin betonbarten oer de Wâlsterfeart, mar smelle planken en draeijen en hjir en dêr in flapbrêge. Guon hienen allinnich mar in stap en brochten alles mel de skou oer. Bern, molkbussen alles gie mei de skou nei de oare kant... Der wiene hjir doe in protte lytse koumelkers. Der wie einliks gijn keetsje sa lyts of hja hiene der wol in pear bisten op.”
Gjin ien hie einliks echt lân hwér’t it fè weidzje koe en dêrom moast der op ‘e stal fuorre wurde. Moarns bitiid sette elkenien nei it lan. Op ‘e hinnereis hiene se jarre as dong yn ‘e skou, op’e weromreis wie de skou fol gêrs. Us heit hie in stikje lân oan de oare kant fan de spoorbrêge. As wy dêr moarns sieten to melken, dan wiene der in protte skouwen ûnderweis. Oeral kamen der op en del geande kloeten boppe it reit ût...
Om al die stukjes land in het Buitenveld boden de "Wâlsters" hard tegen elkaar op bij de “meidforhier”. De notaris en zijn oproeper verhuurden het land bij opbod. “Lân by it boek hiere” noemde men dat “op é Wâl”. “Hiel hwat manlju sieten dér yn de herberge “ ’s Lands Welvaren” mei it swit yn é hannen tsjin elkoar op te bieden”, zegt Anne Bos. “Jouns kamen se forslein by de frou thûs omt it to djûr woarn wie. Mar hja moasten lân hâlde omt oars de kij fourt moasten, mar der moast it hiele jier foar bealge wurde”. Overigens kwam er niet alleen gras van het land. Het bracht vaak ook riet op en iedereen had thuis op het erf wel riet voor eigen gebruik of voor de verkoop opgetast. En iedereen had eigelijk ook wel fuiken voor paling en schubvis.
Mevrouw Aaltje van der Veen-Paulusma: "By myn man gie it fiskjen einliks foar de buorkerij.” Haar man Marten Foppes van der Veen is overleden. "Wy binne mei twa kij bigoun by ûs trouwen. Mar letter hiene wy wol sechstjin melke kij. Marten hie in tichtset yn ‘e Meer en dêr moast er moarns bitiid wêze foar’t de skippen kamen. As er om in üre as alve thus kaem, hie ik alles biret: de kij molken en fuorre en de molke mei de skou nei de dyk. Ik hie foar ûs trouwen acht jier boerefaem west en einliks koe ik better melke as myn man. Wy moasten kloek wêze, mar wy hiene it’ bêst.”
"Marten forkocht de tel oan Lankhorst yn Heech, dy helle ûs fisk op mei in greate aek. Yn ‘e winter gie de iel ek wol nei Anne Theunis van der Veen yn Hurdegaryp. De molke gie met de molkrider net ‘t molkfabryk yn Feanwâlden. Ju wiene wol altiten yn tou, jouns ek. De klean slieten fan it wurk en ik wié jouns in protte oan’t naeijen, stopjen en breidzjen. En jouns om njoggen ûre gienen wy op bêd...
Een bloeiend verenigingsleven was er bepaald niet in dat Veenwoudsterwal van toen. Men kon redelijk goed in Veenwouden komen, maar de weg naar Hardegarijp was slecht. "De Foksegatten nei Hurdegaryp wienen, as it reind hie, een greate moderboel”, zegt Anne Bos. "Us heit woe my einliks nei de iepenbiere skoalle yn Hurdeparyp hawwe, mar der wie meastentiids net to kommen. Nei Feanwâlden mochten wy net, hwant dat wie in oare gemeente. Dêrom gie ik net de kristlike skoalle oan de Swette.” Anne is wel lid geweest van het zangkoor in Veenwouden, maar vooral in de winter met hoog water dat soms bijna op de weg stond was de thuisreis te gevaarlijk.
"It nije ljocht is hjir yn 1920 oanlein”, zegt mevrouw Bos, "us mem sei, it is nou to let. Hwant wy wiene doe al great. Wy gienen wol nei Feanwâlden nei de merke. Dan krigen we jild met fan mem. Mar wy wiene sa deun en sunich, dat de helte kaem wer mei nei hûs..."
Veenwoudsterwal heeft nog altijd oude huisjes, die nauwelijks zijn veranderd. En wel helemaal vertimmerd, staat daar zelfs nog de oude vermaning, waar de doopsgezinde gemeente zijn eerste diensten hield, te dromen over haar verleden. En daar is dan natuurlijk nog de Wâlsterfeart zelf als een oeroude verbinding met het "Bûtenfjild”.
Nòg zijn er mensen die weten hoe het er vroeger was, maar ze worden steeds zeldzamer. Ook de kleine boeren zijn verdwenen of moeten straks verdwijnen door de invoering van de melktank. De boerderijtjes worden “omgevormd” tot woonboerderijen met een zitkuil in de achtertuin en met bewoners die een titel voor hun naam hebben. Als ook zij maar oog hebben voor het karakteristieke van de streek en eerbied voor het verleden van “de Wâl” (© www.veenwoudsterwal.nl)
- Feanwâldsterwâl is - geografisch gezien - een dorp sinds de stichting van de Swettetsjerke in 1872. Geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van de Swettetsjerke te Feanwâldsterwâl (klik na lezing onderaan op "meer informatie").
Fierljeppen
In Feanwâldsterwâl is jarenlang gefierljept. Men ljepte hier sinds de jaren zestig over de vaart Dûke-Lûk vanaf het vroegere skûtsje- en preamhellingterrein, naast café Keie Aukes (thans café Dûke-Lûk). Op een gegeven moment kon de organisatie in Feanwâldsterwâl niet aan de steeds strengere accommodatie-eisen van de Bond voldoen; er waren steeds problemen met de niet al te diepe vaart. Ook de plaats waar men destijds sprong was niet ideaal; het landingsgebied was een particuliere tuin. Medewerking van de gemeente om op deze plek nieuwe permanente schansen te bouwen kwam er niet en in 1979 viel definitief het doek. De toen actieve ljeppers vonden onderdak bij de afdeling Burgum.
Bezienswaardigheden
- Gereformeerde Swettetsjerke met pastorie (De Zwette 22, postaal 'in' Noardburgum). De gereformeerde gemeente van Feanwâldsterwâl is anno 2010 bezig met een fusieproces met de hervormde gemeente van Feanwâlden om samen te komen tot 1 Protestantse Gemeente Feanwâlden / Feanwâldsterwâl.
- De voormalige School met den Bijbel van Feanwâldsterwâl (De Zwette 20, postaal 'in' Noardburgum) is in 1909 gebouwd als een vierklassige midddengangschool en uitgevoerd in kalkzandsteen.
- De doopsgezinde kerk (Zuiderweg West 8) is een driezijdig gesloten zaalkerk met kleine geveltoren, gebouwd in 1865 in eclectische vormen, evenals de naastgelegen pastorie.
- M. Bokma de Boer liet in 1874 het forse gepleisterde herenhuis El Dorado (Zuiderweg West 2) bouwen. Achter dit huis stichtte hij in 1878 de eerste particuliere zuivelfabriek van Friesland (Freia). De fabriek is na de sluiting in 1969 afgebroken en in het Openluchtmuseum in Arnhem herbouwd. Geschiedenis zuivelfabriek Freia te Feanwâldsterwâl.
Natuur en recreatie
- Natuur- en recreatiegebied It Bûtenfjild ligt N van Feanwâldsterwâl.
Overnachten
- Vakantiehuizen in de omgeving van Feanwâldsterwâl (online te boeken).
Links
- Site over Feanwâldsterwâl met o.a. geschiedenis, actualiteiten, oude en recente foto's en lokale links.
- Prachtige serie foto's van Feanwâldsterwâl en van het nabijgelegen natuurgebied It Bûtenfjild.
- Filmpje uit 1991 met interview van inwoner boer Foppe van der Veen.



Nieuwe reactie inzenden