Vaartkant

Plaats
Buurtschap
Etten-Leur
West-Brabant Baronie en Markiezaat
Noord-Brabant

Vaartkant

- Vaartkant is een buurtschap in de provincie Noord-Brabant, in de regio West-Brabant, en daarbinnen in de streek Baronie en Markiezaat, gemeente Etten-Leur. Onderscheiden in Lage Vaartkant (N van de oude N58) en Hoge Vaartkant (Z van de oude N58).

- De buurtschap Vaartkant valt, ook voor de postadressen, onder het dorp Etten-Leur.

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Vaartkant ligt O van Etten-Leur, rond de wegen Lage Vaartkant en Hoge Vaartkant. Tegenwoordig ligt alleen Hoge Vaartkant, het Z deel dus, nog in het buitengebied. Lage Vaartkant grenst in het W aan de bebouwde kom van Etten-Leur (wijk Hooghuis).

Terug naar boven

Statistische gegevens

- In 1840 had Vaartkant 80 huizen met 526 inwoners, inclusief de inwoners van de buurtschap Hil.

- Tegenwoordig heeft Vaartkant ca. 40 huizen met ca. 100 inwoners aan de Lage Vaartkant, eveneens 40/100 (= huizen/inwoners) aan de Hoge Vaartkant en ca. 6/15 aan de Bollenstraat.

Terug naar boven

Geschiedenis

In de tijd dat er nog turf in Etten-Leur werd gegraven, zijn heel wat kanalen en vaarten aangelegd. Op kleine platte schuiten werd de turf naar een overslagplaats (turfhoofd) gebracht. Zo’n overslag was Leur, waar vanuit het zuiden de Vossenbergse Vaart en het Schuitvaartje op de Vaartkant samenkwamen. Van hieruit ging men met de kleine platte trekschuitjes verder naar het Lichttorenhoofd, de losplaats voor alle aangevoerde turf uit het zuiden. Het Lichttorenhoofd was oorspronkelijk het havenhoofd tussen de Zoute Vaart en de Verse Vaart, respectievelijk de huidige Brandse Vaart en Turfvaart. Eind 19e/begin 20e eeuw zijn deze vaarten buiten gebruik geraakt.

In 1862 is de provinciale weg Vaartkant-Leur-Zwartenberg aangelegd, toen bestaande uit grind en keien.

Terug naar boven

Anekdote

“Het piepkleine dorpje Leur van heel vroeger (eigenlijk de buurtschap Vaartkant, zie verderop, red.), staat in de Koninklijke Archieven en in de archieven van de Nederlandse Spoorwegen vermeld als tijdelijke Koninklijke Residentie. Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik reisden nog al eens per koninklijke trein, ook in eigen land. De nacht werd ook wel eens doorgebracht in die koninklijke trein. Een uitgelezen plekje was, u raadt het al, Leur. En die trein stond dan op een doodlopend zijlijntje, een rangeerlijntje of zo u wilt een kort derde lijntje, pal naast het dubbelspoor. En dat lijntje lag bij de overweg in de Vaartkant. Daar was het rijdend hotel van de Koninklijke Familie, omringd door schildwachten ‘bij nacht en ontij’. Heel deftig, nou ja deftig, zei men dan: ‘De Koninklijke Familie is weer te-Leur-gesteld.’ Inwoners van Leur zagen het slechts vanuit de verte, want zij werden door de reeds genoemde schildwachten op een afstandje gehouden. En dat was voor de Leurenaren in alle opzichten zeer teleurstellend…” (aldus Leo Cantrijn in (110, 1989)).

Reactie toevoegen