Ter Horst

Plaats
Buurtschap
Oosterhout
West-Brabant Amerstreek
Noord-Brabant

Ter Horst

Terug naar boven

Status

- Ter Horst is een buurtschap in de provincie Noord-Brabant, in de regio West-Brabant, en daarbinnen in de streek Amerstreek, gemeente Oosterhout.

- De buurtschap Ter Horst valt, ook voor de postadressen, onder het dorp Oosteind.

- De buurtschap Ter Horst ligt (net) buiten de bebouwde kom van Oosteind en heeft in november 2008 een (waarschijnlijk zelf vervaardigd) plaatsnaambordje. Het is ons niet bekend of het bordje er nog is.

Terug naar boven

Naam

Naamsverklaring
“Horst betekent ‘een begroeide zandhoogte in een moerassig gebied’. Deze naam verwijst naar de oude benaming van het dorp Oosteind, namelijk Den Horst. Oorspronkelijk was het de benaming voor het westelijk deel van het dorp” (99).

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Ter Horst ligt rond de gelijknamige weg, direct W van Oosteind, tussen Oosteind en de A27.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 heeft de buurtschap Ter Horst 40 huizen met 284 inwoners. Tegenwoordig heeft de buurtschap nog 4 huizen (met de nummers 10, 15, 21 en 24) en zal ca. 10 inwoners hebben.

Terug naar boven

Geschiedenis

“Oosteind/Den Horst is naar schatting rond het jaar 800 ontstaan op de overgang van het Brabantse dekzandgebied naar het lagergelegen gebied van de grote rivieren. Het dorp ontwikkelde zich tot een agrarische nederzetting. Eeuwenlang bewerkten de boeren hun land. De meesten wonen nu nog verspreid langs de Provincialeweg (voorheen Ulendoncsestraat). Tussen de boerderijen en de huizen zijn prachtige doorkijkjes naar het omringende landschap. De relatie tussen de lintbebouwing, met zijn open ruimtes, en het landschap is kenmerkend. Als je de boerderijen in Oosteind bekijkt, valt al vlug de grote verscheidenheid in bouwtypes op. De meeste behoren tot het Brabantse langgeveltype. Daartussen staan kop-hals-romp-boerderijen en boerderijen waarvan het woonhuis los van stal en schuur is gebouwd, zoals in Holland gebruikelijk was.

Hier in Ter Horst vinden wij vlakbij de A27 een drietal wederopbouwboerderijen. Bij de gevechten tussen de Duitse bezetters en de Engelse bevrijders, brandden de oorspronkelijke boerderijen af en werden na de oorlog weer opgebouwd.

Op de arme zandgrond in het zuidelijke deel van Oosteind was eeuwenlang rogge het hoofdgewas. Rogge leverde het brood voor de gewone man. Alleen de elite at tarwebrood. Een ander hoofdgewas van de zandgrond was boekweit (bolkert). Men maakte er boekweitpap van en de varkens aten het. Het koolzaad werd geteeld om olie uit te winnen voor het bereiden van spijzen en voor de verlichting. Op de armste zandgronden werd tot in de 20e eeuw spurrie verbouwd. Deze plant bevat veel vet. De koeien die spurrie gevreten hadden, gaven melk van goede smaak. De aardappel werd pas geteeld vanaf 1750. Gerst werd geteeld voor de bierbrouwerij.

De mest voor deze arme grond kwam vooral uit de potstal. Dit was een uitgraving in de stal. Het vee stond hier op zijn eigen mest, dat telkens werd afgedekt met heideplaggen of stro. Zodra de koeien met hun koppen aan het plafond kwamen en de potstal dus vol was, werd deze uitgemest. Tot in de jaren zestig was de potstal in Oosteind hier en daar nog in gebruik. De dikte van de laag zwarte grond is een van de maatstaven om vast te stellen wanneer men op dat perceel met de landbouw begonnen is. Per jaar kwam er volgens de berekeningen 1 mm zwarte grond bij” (99).

Reactie toevoegen