Snakkerburen

Plaats
Buurtschap
Leeuwarden
Fryslân

snakkerburen_doarpstun.jpg

In 2001 besluiten inwoners van Snakkerburen de vroegere kwekerij aan Oan 'e Dyk op te knappen en als Doarpstún middels het verbouwen van groente, fruit en bloemen de oude glorie tot nieuw leven te brengen.

In 2001 besluiten inwoners van Snakkerburen de vroegere kwekerij aan Oan 'e Dyk op te knappen en als Doarpstún middels het verbouwen van groente, fruit en bloemen de oude glorie tot nieuw leven te brengen.

snakkerburen_iepenloftspul_2017.jpg

Sinds 2008 doet ook Snakkerburen mee aan de Friese traditie van het Iepenloftspul, dat jaarlijks in tientallen Friese dorpen plaatsvindt. Op de foto het team van het Iepenloftspul 2017. (© www.iepenloftspulsnakkerbuorren.nl)

Sinds 2008 doet ook Snakkerburen mee aan de Friese traditie van het Iepenloftspul, dat jaarlijks in tientallen Friese dorpen plaatsvindt. Op de foto het team van het Iepenloftspul 2017. (© www.iepenloftspulsnakkerbuorren.nl)

Snakkerburen oude richtingwijzer JD [640x480].JPG

Bij Snakkerburen staat nog een fraaie oude richtingwijzer.

Bij Snakkerburen staat nog een fraaie oude richtingwijzer.

snakkerburen_collage.jpg

Snakkerburen, collage van buurtschapsgezichten (© Jan Dijkstra, Houten)

Snakkerburen, collage van buurtschapsgezichten (© Jan Dijkstra, Houten)

Snakkerburen dorpsgezicht JD [640x480].JPG

Snakkerburen, buurtschapsgezicht

Snakkerburen, buurtschapsgezicht

Snakkerburen dorpsgezicht II JD [640x480].JPG

Snakkerburen, buurtschapsgezicht

Snakkerburen, buurtschapsgezicht

Snakkerburen

Terug naar boven

Status

- Snakkerburen is een buurtschap* in de provincie Fryslân, gemeente Leeuwarden. T/m 1943 gemeente Leeuwarderadeel.
* In sommige media en ook lokaal wordt deze plaats soms als dorp betiteld. Gezien haar geringe grootte en het ontbreken van een kerk vinden wij het echter als buurtschap te kwalificeren, wat deze plaats ook vanouds altijd geweest is. Inmiddels is daar wel vrij brede consensus over. Ook de inwoners noemen het zo, getuige hun Facebookpagina. Zie over deze materie ook het kopje Recente ontwikkelingen.

- Snakkerburen heeft een eigen postcode (9083) en plaatsnaam in het postcodeboek en is daarmee een formele woonplaats. In de praktijk valt de plaats als buurtschap onder het dorp Lekkum. Samen met het N van Lekkum gelegen dorp Miedum vormen deze 3 plaatsen al eeuwenlang een 'drielingdorp'. Ze staan dan ook wel bekend als De Trije Doarpen. Maar in werkelijkheid zijn Snakkerburen en Miedum dus buurtschappen.

- De buurtschap Snakkerburen ligt buiten de bebouwde kom en heeft daarom witte plaatsnaamborden.

- Vroeger waren er nog meer buurtschappen genaamd Snakkerburen, namelijk: 1) bij het Friese Rottum. 1840 3 huizen, 14 inwoners; 2) N van Workum. 1840 7 huizen, 34 inwoners. Werd ook wel als Snackerbuurt gespeld. Tegenwoordig in de stad opgegaan. 3) ZW van Eastermar. Al deze buurtschappen worden in huidige atlassen niet meer genoemd. Verder is er nog een begraafplaats genaamd Snakkeburen in Ulrum (GR). Die naam komt ook nog voor bij het Groningse Noordhorn.

Terug naar boven

Naam

In het Fries
Snakkerbuorren.

Naamsverklaring
De naam Snakkerburen, die voor het eerst opduikt in de 16e eeuw, heeft vermoedelijk te maken met de ligging van de buurtschap op een ten opzichte van Lekkum vooruitstekende strook grond en is dan etymologisch verwant aan plaatsen als Sneek en Snikzwaag. (bron: Historisch Centrum Leeuwarden)

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Snakkerburen ligt direct N van Leeuwarden, 1 km ZW van Lekkum, aan de O zijde van de Dokkumer Ee.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvat de buurtschap Snakkerburen 42 huizen met 287 inwoners. De buurtschap was in die tijd 2x zo groot als het dorp Lekkum waar het onder viel en nog altijd valt. Dat had in 1840 namelijk slechts 22 huizen met 127 inwoners. Tegenwoordig heeft de buurtschap ca. 90 huizen met ca. 220 inwoners, en is Lekkum ruim 2x zo groot als de buurtschap, dus precies omgekeerd als de 19e-eeuwse situatie.

Terug naar boven

Geschiedenis

"We mogen gerust aannemen dat hier reeds op het eind van de middeleeuwen boeren of in ieder geval koemelkers hebben gewoond. Misschien waren ze op één hand te tellen, maar dit is reeds genoeg om van een buurtschap te spreken en er een naam aan te geven.

In het Register van de Aanbreng uit 1511 wijst nog niets op een bestaan van Snakkerburen als ambachtscentrum. Alle personen die onder Lekkum worden genoemd, bezitten land of hebben dat in gebruik. De eerste ambachtsman van wie gevoeglijk kan worden aangenomen dat hij zijn vak aan de Dokkumer Ee heeft uitgeoefend, vinden we postuum vermeld in het Beneficiaalboek uit 1543: Heynrick Schoemakers erven. Een volgende middenstander is de door Santema genoemde bakker Isbrant Nanner, die wettelijke bescherming van de overheid aanvroeg voor zijn bakkersmerk, dat in alle broden werd gedrukt. De komst van middenstanders naar Snakkerburen zal in Leeuwarden met gemengde gevoelens zijn gadegeslagen. Volgens Wopke Eekhoff had de stad reeds aan het begin van de 15e eeuw "sedert eenigen tijd met leedwezen moeten aanzien, dat een aantal kooplieden, handwerkslieden en andere personen, die zich niet aan de stadswetten en bepalingen der gilden hadden willen onderwerpen, buiten de stad en vooral aan de oostzijde, langs den stroom de Vliet, zich huizen hadden gebouwd, en daarin ten nadeele der stedelingen hun beroep uitoefenden".

Toen Leeuwarden begin 16e eeuw definitief de jurisdictie over dat gebied had gekregen, zullen juist buiten die zogeheten klokslag nieuwe kansen hebben gelegen. Dit gegeven, gecombineerd met de ligging aan de Dokkumer Ee en de verdere kanalisatie daarvan tezelfdertijd, gaf Snakkerburen de wind in de zeilen. Zo zal Isbrant Nanner ook veel schippers onder zijn klanten hebben geteld, die op doorreis de buurtschap aandeden. En wanneer de stad ’s avonds haar poorten had gesloten, vonden late reizigers nog een warm onthaal bij de hospes op Snakkerburen. Naarmate de bevolking groeide, nam de nering en nijverheid toe en dat trok op zijn beurt weer nieuwe bewoners aan.

Op de kaart van Bernardus Schotanus uit 1685 wordt Snakkerburen reeds weergegeven met aaneengesloten bebouwing. Bovendien werd ten noorden ervan een rokend kalkbranderijtje en een ander figuurtje getekend, dat mogelijk een steenbakkerij moest weergeven. Steenbakkerijen langs de Dokkumer Ee kennen een lange geschiedenis, getuige ook de buurtschap Tichelwerk ten noorden van Wyns, die ook al door Schotanus op de kaart werd gezet. Vreemd genoeg vinden we van deze twee bedrijfstakken in het quotisatiekohier (1749) niets terug. Hetzelfde geldt voor een jeneverstokerij, waarvan de gevelsteen ‘In de stokerij’ uit 1737 nog prijkt in de gevel van het dubbele pand Oan ’e Ie 24-25.

De ligging van Snakkerburen aan de Dokkumer Ee was voor de ontwikkeling van de buurtschap van even essentieel belang als dat het buiten de jurisdictie van Leeuwarden viel. De Dokkumer Ee is deels op natuurlijke wijze, deels door mensenhand ontstaan. Eenmaal gegraven, vervulde het afwateringskanaal uiteraard ook een verkeersfunctie. Kanalen moeten onderhouden worden, maar in roerige tijden had men geen oog voor deze wijsheid. In het begin van de 15e eeuw was de Dokkumer Ee door de vele droogten niet langer bevaarbaar en was de Lauwerszee alleen nog via de omweg langs de Murk bereikbaar. De partijschappen tussen de Schieringers en Vetkopers hadden het land verscheurd en zolang deze twisten aanhielden, viel aan slatten van de Dokkumer Ee niet te denken. Dergelijke karweien vragen een gezamenlijke aanpak en het waren eerst de Saksische hertogen die over voldoende macht en autoriteit beschikten om het werk van hogerhand ten uitvoer te leggen (1503).

Nog geen honderd jaar later was het aan de Opstand, het begin van de Tachtigjarige Oorlog, te wijten dat de schippers opnieuw steen en been klaagden, maar zolang de vijand vanuit Groningen en Steenwijk het Friese platteland plunderde, kon niets aan hun klachten worden gedaan. Tijdens zo’n plundertocht ging Lekkum in vlammen op en moesten de inwoners het ontgelden. De Dokkumer Ee vormde toen zelfs enige jaren de frontlinie en in 1585 en 1586 hadden Gedeputeerde Staten een korporaalschap van 12 soldaten in de kerk van Miedum gelegerd. Eerst na de Reductie van Groningen en de verdrijving van de vijand over de grote rivieren achtten Gedeputeerde Staten de tijd rijp om het slatten opnieuw te verordenen (1597). Ook het Miedumerdiep werd in dat jaar uitgediept. De trekweg westelijk langs de Dokkumer Ee kreeg eveneens een opknapbeurt en toen stond niets de eerste geregelde beurtdienst tussen Leeuwarden en Dokkum meer in de weg. Blijkens de kaart van Willem Loré uit 1735 moest er ook in later eeuwen geslat worden en in Snakkerburen werden op het eind van de vorige eeuw enige voor steenfabricage afgegraven landen met baggermodder opgespoten. Dat de buurtschap bij al dit ingrijpen heeft welgevaren, laat zich raden.

Snakkerburen heeft evenwel zijn ontstaan niet alleen te danken aan zijn ligging aan de Dokkumer Ee en net buiten de klokslag van Leeuwarden. Volgens het quotisatiekohier uit 1749 had de buurtschap de beschikking over een behoorlijke middenstand, terwijl die destijds in de dorpskom van Lekkum en in Miedum geheel ontbrak. Snakkerburen vormde dus het verzorgingscentrum van de agrarische bevolking van deze dorpen. In Miedum woonden op dat moment alleen boeren, 11 in getal. De volledige bevolking telde 58 personen, van wie 16 jonger dan 12 jaar.

Helaas worden in het quotisatiekohier van Lekkum de inwoners van Snakkerburen niet apart vermeld, maar omdat de volgorde van de namen volgens een bepaald geografisch patroon werd bepaald, kunnen we toch wel een zekere scheiding aanbrengen. Zo staat vast dat de dominee en de schoolmeester in het dorp zelf woonden en derhalve zullen ook de doodgraver, de twee arbeiders en de drie weduwen die in hun nabijheid worden genoemd, in Lekkum hun domicilie hebben gehad. De overige 28 niet-agrariërs zullen we in Snakkerburen moeten situeren. Onder hen treffen we een hospes, een assistent (veldwachter), een bakker, twee schoenmakers en een -knecht, twee kuipers, een timmerman, een smid, twee wevers en een -knecht, een koopman, een belastingontvanger, een rentenier, acht arbeiders en ook vier armen aan. Voorts worden elf boeren en vier koemelkers genoemd, die verspreid over het hele dorpsgebied hun bedrijf hebben uitgeoefend. De totale bevolking van Lekkum en Snakkerburen bestond in 1749 uit 183 personen, onder wie 45 kinderen.

Dat de middenstanders zich massaal in de buurtschap langs de Dokkumer Ee vestigden en niet in de dorpen zelf, zal enerzijds te maken hebben gehad met de bereikbaarheid over water en anderzijds met het feit dat in Snakkerburen reeds enige middenstand aanwezig was, die als kristallisatiepunt voor verdere uitbreiding kon dienen.

Van het in 1837 gestichte armenhuis te Snakkerburen, waar in hoogtijdagen 7 oude mensen, 11 gebrekkigen en 14 kinderen verbleven, was in 1858 nog één kamer in gebruik. De scheepswerf is in 1843 afgebroken. Het 19e-eeuwse Snakkerburen en de directe omgeving kende veel industrie. Nog juist op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden, aan de overzijde van de Bonkesloot, stond de meelfabriek van Wybrandy, waar voorheen een roggemolen had gestaan. In deze fabriek, die in 1889 afbrandde, werkten veel Snakkerbuursters. Later was op deze locatie het betonbedrijf van Hellema gevestigd. Bij de al door Van der Aa genoemde steenbakkerij op de noordoever van de Bonkesloot stonden turfloodsen en de zogenoemde kazerne, die in 1936 afbrandde en waarin door-de-weeks het losse personeel was gehuisvest dat van verre was aangetrokken. Steenfabricage was seizoenarbeid en er kon alleen vanaf het voorjaar tot de vroege herfst worden gewerkt. Nadat dit tichelwerk in 1897 was afgebroken, verrees er een stroopfabriek en nog later de timmermanswerkplaats van Anne Dekenga. Veel Snakkerbuursters waren werkzaam bij de kalkbranderij van Hoegen, die met nog enkele kalkovens aan de overkant van de Dokkumer Ee stond, waar de met tjalken aangevoerde schelpen met lange turf tot kalk werden gebrand. Bij zuidwestenwind was Snakkerburen dan gehuld in een sluier van rook en stank.

Ten noorden van Snakkerburen stond de in 1770 gebouwde oliemolen De 3 Gouden Kronen. In tegenstelling tot het tichelwerk was hier in de winter de meeste vraag naar personeel. Na de molen stonden hier achtereenvolgens de fabrieken van Hommema en Tromp. Natuurlijk maakte al dit werk dorstig. Vooral het personeel dat in de kazerne was gehuisvest, had ’s avonds stellig behoefte aan een verzetje. Ook hier was de lokale middenstand voorbeeldig op ingesprongen. In drie bovenzalen van evenveel herbergen kon gebiljart worden en ook het kroegje De Gouden Leeuw bood vertier. Voor wie dit allemaal te duur mocht zijn, kon altijd nog bij een illegale jeneverhandelaar terecht. Toen het merendeel van de fabrieken de poorten sloot, had ook de horeca z’n langste tijd gehad. Als laatste hield ‘De Sevenster’ het begin jaren zestig van de 20e eeuw voor gezien.

Snakkerburen zag in de 20e eeuw niet alleen de horeca verdwijnen, ook de andere middenstanders en neringdoenden ruimden de een na de ander het veld. In zijn sfeertekening liet Calsbeek diverse timmerlieden, slagers, kuipers, kaashandelaren, smeden, schoenmakers, bakkers, koemelkers, sigarenmakers, scheerbazen, winkeliers, vissers, postkantoorhouders, (turf)schippers en schilders de revue passeren. De buurtschap had rond 1900 zelfs de beschikking over een eigen brandspuit, waarvoor een speciaal huisje was ingericht, en er woonde een veldwachter, die tevens lantaarnaansteker was.

De teruggang treffen we ook aan bij de tuinderijen, die op het eind van de 19e eeuw opkwamen en waar veel Snakkerbuursters een bestaan in vonden. Rond de eeuwwisseling lagen er maar liefst 100 van dergelijke bedrijven in en rond Leeuwarden, die de stad van groente en fruit voorzagen. Zo was in de vroegere tuin van het buiten Eeburg tientallen jaren lang de gemeentekwekerij gevestigd. Ook ter hoogte van Snakkerburen aan weerszijden van de Dokkumer Ee waren verscheidene tuinbouwbedrijven aan te treffen, waarvan een aantal zich had gespecialiseerd in glastuinbouw.

In de loop van de 19e eeuw veranderde de infrastructuur ten noorden van Leeuwarden nogal. Het Wynserbinnenpaed, ook wel Miedumer binnenpad geheten, werd eerst door Eekhoff op de kaart gezet (1847) maar zal van oudere datum zijn. In 1958 werd het omschreven als een "smal paadje van gele stenen, dat de schrik is voor bakker, kruideniers en postbodes". Een paar jaar eerder waren de houten bruggetjes vervangen door betonbruggetjes. Het gelijktijdige verzoek om ook de stenen door betonplaten te vervangen, werd door de gemeente afgewezen, maar is inmiddels alsnog ingewilligd.

In de jaren vijftig gaat het met Snakkerburen snel bergafwaarts. De buurtschap vergrijst en het voorzieningenniveau reduceert tot vrijwel nul. Sommige arbeidershuisjes verliezen hun woonfunctie en vallen aan verkrotting ten prooi. Andere worden benut als pakhuis of krijgen een bestemming als autostalling. Om aan deze ongewenste ontwikkeling een halt toe te roepen, wordt eind jaren zestig een werkgroep in het leven geroepen. In 1972 wordt Stichting Snakkerburen een feit. Deze stichting stelt zich ten doel de buurtschap te behouden en te rehabiliteren.

Sindsdien is er veel ten goede gekeerd. In de loop der jaren is de Snakkerbuurster bevolking met veel nieuw bloed verrijkt. Deze ‘nieuwe generatie’ - als kinderen van hun tijd vaak idealistisch bevlogen en met een positief waardeoordeel over wonen op het platteland - herontdekte op loopafstand van de stad het bijna paradijselijke buurtschapje. Om het saamhorigheidsgevoel te versterken, werden inwoners door Stichting Snakkerburen intensief bij de plannenmakerij voor dorpsvernieuwing en woningverbetering betrokken. Tot dan toe onbenutte subsidiebronnen werden aangeboord om de in verval geraakte panden op te knappen, te renoveren of te restaureren. Sommige panden werden zelfs op de monumentenlijst geplaatst. Deze positieve ontwikkelingen stimuleerden ook andere bewoners om hun huizen op te knappen, in veel gevallen zonder een financiële injectie van de overheid. De afgelopen jaren is er zelfs op bescheiden schaal nieuwbouw gepleegd, die aan het totaalbeeld van Snakkerburen geen afbreuk doet." (bron: 'Langs Dokkumer Ee, tussen Bonke en Ake. Monumenten in en rond Lekkum, Miedum en Snakkerburen', 1996)

Het nietige Snakkerburen kreeg in 1862 een bestelhuis der posterijen, dat in 1870 werd omgezet in een hulppostkantoor en in 1885 alweer werd gesloten. Afstempelingen van dit kantoor zijn zeldzaam.

Anno 2017 is een werkgroep doende met de samenstelling van een buurtschapsboek, waarin plek is voor alle bewoners van Snakkerburen en hun verhalen over verleden en heden, met foto's. De bedoeling is dat het boek medio 2018 zal verschijnen, in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018.

Terug naar boven

Recente ontwikkelingen

- Wij lezen in diverse media dat er in 1975 kennelijk iets is gebeurd met de status van deze buurtschap. Zo lezen wij o.a.: "Op 25 augustus 1975 werd Snakkerburen, welke tot deze datum behoorde bij het dorp Lekkum, door de gemeente Leeuwarden tot aparte buurtschap verheven." (bron) Anderen stellen dat in dat jaar de buurtschap tot dorp 'verheven' zou zijn. Maar wat hier nu precies en waarom is gebeurd, is ons vooralsnog een raadsel; voorheen was Snakkerburen een buurtschap van Lekkum en dat is het nog altijd; immers bij afwezigheid van voorzieningen was en is de buurtschap op Lekkum aangewezen. Dus tot iemand ons hier iets naders over kan vertellen, ontgaat de (beoogde) betekenis van de kennelijke gebeurtenis uit 1975 ons. Op (1) lezen wij ook nog: "De gemeentelijke naamgevingscommissie maakte in juni 2007 duidelijk dat Snakkerburen ten onrechte als dorp wordt aangemerkt, en altijd een buurtschap is geweest. Dit zou blijken uit een document uit 1975." Erwin Boers heeft daar in de Leeuwarder Courant d.d. 16 juni 2007 het artikel 'Dorp Snakkeburen is eigenlijk buurtschap' over geschreven.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Snakkerburen heeft 4 rijksmonumenten, zijnde de voormalige herberg De Sevenster uit 1775 op Oan 'e Ie 1, het pand uit ca. 1800 op nr. 6, het midden 19e-eeuwse woonhuis (voorheen pakhuis van bakkerij Dijkstra, en in het linkerdeel was sigarenmaker Johannes Lambertus Kabel gevestigd) op nr. 6a, en het 19e-eeuwse woonhuis op Oan 'e Dyk nr. 1.

- Snakkerburen heeft 1 gemeentelijk monument, namelijk de zogeheten Drenkelingenbegraafplaats. De verbinding tussen de buurtschap en buurdorp Lekkum werd van oudsher gevormd door een ongeplaveid pad (de 'Modderreed'). Sinds geruime tijd heet dit pad Oan 'e Dyk. Waar dit modderpad vanuit Lekkum op Snakkerburen uitkwam, op de kruising met het Pollepaed, is in 1873 door de gemeente Leeuwarderadeel een openbare begraafplaats gesticht, met plaats voor 296 graven. De begraafplaats is aangelegd op grond die behoorde tot de zogeheten 'schoollanden'. Dit waren weilanden in eigendom van de school te Lekkum, die een belangrijke bron van inkomsten vormden voor de hoofdonderwijzer. In 1873 verkoopt hoofdonderwijzer Jan Marinus Wildeboer deze weilanden aan de gemeente. Hij krijgt er een jaarlijkse vergoeding van 25 gulden voor.

Omdat alle inwoners van Lekkum en het gebied daar omheen begraven wilden worden op het kerkhof te Lekkum, bleef de begraafplaats te Snakkerburen leeg. De reden dat men in Lekkum begraven wilde worden, is te wijten aan het feit dat de kerk in Lekkum stond. Daarom werd de begraafplaats uiteindelijk bestemd voor het begraven van doden waarvan men de identiteit niet kon vaststellen. Het aantal personen dat uiteindelijk op de begraafplaats van Snakkerburen ter aarde werd besteld is niet met zekerheid bekend. Meint Span, een voormalige doodgraver uit Lekkum, vertelde dat als je op de begraafplaats drie steken diep in de grond zat, het water je over de klompen liep. De doodskisten kantelden in het water van de verse graven. Dit was er de oorzaak van dat de inwoners zeiden: "De minsken fersüpe der twa kear" (de mensen verdrinken er twee maal). Op de begraafplaats staan helaas geen grafstenen, zodat het totaal aantal begraven personen voorlopig wel onbekend zal blijven. Op de begraafplaats staan wel 28 genummerde betonnen paaltjes.

- Nog een beschrijving van de monumentale panden in Snakkerburen, op de tweede helft van de pagina.

- Gevelstenen in Snakkerburen.

Terug naar boven

Jaarlijkse evenementen

- Iepenloftspul Snakkerburen (eind juni / begin juli) is het kleinste openluchtspel van Fryslân. Sinds 2008 vindt dit evenement jaarlijks plaats in de Doarpstún.

Terug naar boven

Natuur en recreatie

- In 2001 besluiten inwoners de vroegere kwekerij aan Oan 'e Dyk op te knappen en als Doarpstún middels het verbouwen van groente, fruit en bloemen de oude glorie tot nieuw leven te brengen. Ooit waren er rond Snakkerburen veel tuinen waar groente werd verbouwd. De groente werd uitgevent in Leeuwarden. De Tún, zoals hij in de volksmond kortweg wordt genoemd, is ook zo ontstaan en heeft een historie die teruggaat tot 1850. Het is nu een gemeenschappelijke tuin waar vrijwilligers en reïntegratiekrachten het dagelijkse werk doen. De tuin is het gehele jaar open. De opbrengst van de tuin wordt verkocht aan donateurs en van het geld word zaai- en pootgoed gekocht en andere noodzakelijke investeringen gedaan. Eén van de pijlers waar de dorpstuin op rust is educatie. Het is de bedoeling kinderen in contact te brengen met het kweken van groenten, fruit en bloemen en hen ook iets van de oorsprong van de gewassen te laten zien.

Anno 2017 wordt gewerkt aan de realisatie van een nieuw multifunctioneel Praathûs in de Doarpstún. Dat wordt niet alleen als schaftplek gebruikt, maar ook als vergader-, workshop- en educatieruimte. De kosten worden door veel zelfwerkzaamheid zoveel mogelijk binnen de perken gehouden, maar bedragen nog altijd ca. €85.000. Anno 2017 is dat bedrag nog niet geheel bij elkaar, dus donaties blijven welkom. Je kunt als steun aan dit goede doel ook een of meer certificaten kopen als renteloze lening, die binnen 10 jaar wordt terugbetaald.

Terug naar boven

Links

- Nieuws: - Nieuws uit Snakkerburen op Facebook.

Reactie toevoegen