Rijnenburg

Plaats
Buurtschap
Utrecht
Utrecht

Rijnenburg bord [640x480].jpg

Rijnenburg is nu nog een idyllische buurtschap, maar wordt de komende jaren getransformeerd in een wijk met 7.000 woningen. Het wordt wel 'ruim wonen in het groen', zo belooft de gemeente...

Rijnenburg is nu nog een idyllische buurtschap, maar wordt de komende jaren getransformeerd in een wijk met 7.000 woningen. Het wordt wel 'ruim wonen in het groen', zo belooft de gemeente...

Rijnenburg (5).JPG

Buurtschap Rijnenburg, aan de Nedereindseweg

Buurtschap Rijnenburg, aan de Nedereindseweg

Rijnenburg.JPG

Heel veel mooie boerderijen staan er in Rijnenburg

Heel veel mooie boerderijen staan er in Rijnenburg

Rijnenburg..JPG

Rijnenburg, hier is de bebouwing wat dichter ...

Rijnenburg, hier is de bebouwing wat dichter ...

Rijnenburg (4).JPG

... en hier dan weer wat ruimer.

... en hier dan weer wat ruimer.

Rijnenburg (2).JPG

Rijnenburg

Rijnenburg

Rijnenburg (3).JPG

Rijnenburg, een en al landelijkheid, daar aan de Nedereindseweg

Rijnenburg, een en al landelijkheid, daar aan de Nedereindseweg

Rijnenburg. (2).JPG

Kasteelboerderij Steenen Kamer, het juweeltje van buurtschap Rijnenburg

Kasteelboerderij Steenen Kamer, het juweeltje van buurtschap Rijnenburg

Rijnenburg

Terug naar boven

Status

- Rijnenburg is een buurtschap in de provincie Utrecht, gemeente Utrecht. T/m 30-6-1971 gemeente Jutphaas. Per 1-7-1971 over naar gemeente Nieuwegein. Deze gemeente heeft de buurtschap met gelijknamige polder in 2001 afgestaan aan de gemeente Utrecht, in het kader van beoogde toekomstige woningbouw. Deze grenscorrectie betrof een oppervlakte van 631 hectare (van de ca. 3.000 hectare die de gemeente Nieuwegein tot dan toe omvatte), met 72 woningen en 219 inwoners.

- De buurtschap Rijnenburg valt tegenwoordig dus, ook voor de postadressen, onder de stad Utrecht.

Terug naar boven

Naam

Naamgeving
De buurtschap heette vanouds Nedereindseweg. Met die naam en de status 'plaats' (dus in dit geval buurtschap) komt het ook nog voor in de Grote provincie-atlas Utrecht, editie 1989. In de Topografische atlas Utrecht editie 2004(1) staat ter plekke de naam Rijnenburg, zij het niet meer als plaatsnaam. Kennelijk anticipeert de Topografische Dienst al op de toekomstige woningbouw, maar dat is wel érg voorbarig. In die tijd en ook vandaag de dag is het immers nog altijd een heuse buurtschap. Ook (2) gaat niet consequent met deze buurtschap om; zij noemt zowel Nedereindseweg als Rijnenburg als apart lemma, alsof het 2 verschillende plaatsen zou betreffen, wat dus niet het geval is.

Oudere vermeldingen
Nedereindseweg: Nedereinde van Jutphaas, 1381-1383 in den Nederen-eynde van Jutfaes, 1465 in den Nedereynde van Jutfaes, 1498 (Jutfaes) dat Nedereynt.
Rijnenburg: 1315 (datering kopie onzeker) Ryneburch, 1329 Rinenburch.

Naamsverklaring
Nedereindseweg: de naam heeft te maken met de voormalige verdeling van Jutphaas in twee door de Vaartse Rijn van elkaar gescheiden heerlijkheden: het Nedereinde-van-Jutphaas (waarop de oude vormen betrekking hebben) en het Overeinde-van-Jutphaas, die in 1735 met elkaar verenigd werden. De namen Overeinde en Nedereinde bleven echter in gebruik als poldernamen voor de betreffende gebieden, en het is aan de ligging aan de straatweg door het laatste gebied ten westen van de Vaartse Rijn dat de nederzetting zijn naam dankt.
Rijnenburg: samenstelling van burg 'burcht, versterkte plaats' en misschien een persoonsnaam Ryne, of anders een verwijzing naar de waternaam Rijn (= Oude Rijn). De oude vormen hebben waarschijnlijk betrekking op een hofstede bij Hazerswoude, die een Hollands leen was. In Nieuwegein gaat de naam terug op een riddermatig huis bij Jutphaas, waarvan de buitenplaats in de 19e eeuw nog te zien was.(3)

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Rijnenburg ligt W van de Nieuwegeinse wijk Batau-Noord, rond de Nedereindseweg (voor zover gelegen W van de A2), die in het W uitkomt bij de Montfoortse buurtschap Achthoven (aan de Meerndijk). De Nedereindseweg O van de A2 ligt in de bebouwde kom van Nieuwegein en behoort dus niet tot de buurtschap.

Terug naar boven

Statistische gegevens

Vreemd genoeg wordt de buurtschap in de Volkstelling van 1840 niet apart vermeld (terwijl de gemeente Jutphaas haar andere buurtschappen, met name 't Gein, Rijnhuizen en Hoog-Raven, Laag-Raven en West-Raven, wél apart vermeldt). Kennelijk zat het toen bij Jutphaas inbegrepen. Tegenwoordig omvat de buurtschap Rijnenburg ca. 80 huizen met ca. 200 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

- Cultuurhistorische Landschapsanalyse Polder Rijnenburg (2007).

Terug naar boven

Recente ontwikkelingen

- De gemeente Utrecht krijgt steun van een aantal randgemeenten in haar voornemen "slechts" 5.000 tot 7.000 woningen te bouwen in de polder Rijnenburg. Provinciale Staten beschouwden deze polder als de laatste overgebleven locatie voor grootschalige woningbouw in de provincie en zagen mogelijkheden voor 15.000 tot 25.000 woningen. De gemeente wil wel bouwen in de polder, maar wil geen tweede Leidsche Rijn met grootschalige woningbouw. Het gebied moet zijn landelijke karakter behouden. Het woningtekort moet volgens de stad worden aangepakt door meer binnenstedelijk te bouwen, wat weliswaar duurder is.

De opstelling van het stadsbestuur wordt gesteund door de colleges van de randgemeenten Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Woerden en IJsselstein. Zij wijzen op onderzoeken waaruit volgens hen blijkt dat met de huidige infrastructuur meer woningbouw onverantwoord is. Het zou leiden tot nog meer files op de toch al overbezette wegen in de omgeving. Nader onderzoek in 2009 heeft inderdaad uitgewezen dat voor 7.000 woningen in Rijnenburg nog zinvol nieuwe aansluitingen kunnen worden aangelegd aan de A2 en A12, maar dat bij 15.000 of meer woningen de knooppunten rond Hooggelegen, Europalaan en Prins Clausbrug volledig zouden vastlopen.

In 2009 is de Structuurvisie Rijnenburg vastgesteld. De structuurvisie laat zien hoe de toekomst van dit gebied eruit ziet. In fasen beogen er uiteindelijk 7.000 woningen te komen, en 90 hectare bedrijvigheid. Kenmerkend is het landelijke woonmilieu met veel groen en water, spreiding van voorzieningen en een fijnmazige infrastructuur die het gebruik van de fiets stimuleert. Dit vergroot de leefbaarheid van huidige en toekomstige bewoners. De gemeente Utrecht wil, meer dan tot nu toe, ook bewonersgroepen uit het duurdere segment aan zich binden, omdat woningbouw in dat segment tot heden is achtergebleven. Ruim en comfortabel wonen is dan ook een opgave voor de intwikkeling van dit gebied. Voor de waterberging is een grotere waterplas nodig. Een mogelijke verlenging van de Nedereindse Plas biedt ook meer kansen voor water- en oeverrecreatie. Het gebied moet duurzaam en klimaatbestendig worden ontwikkeld. Intensieve samenwerking tussen gemeente, provincie en waterschap heeft geleid tot opvallende kwaliteitsverbetering van het gebiedsontwerp, zoals vergaande energiebesparing en energieopwekking. Ook de participatie van groenpartijen, bewonersverenigingen, omliggende gemeenten en andere overheden heeft de plannen versterkt. Overigens zijn de woningbouwplannen voor Rijnenburg uitgesteld tot na 2030, waadoor er ruimte is gekomen om er in de tussentijd een 'energielandschap' in te richten. Zie daarvoor verder het hoofdstuk Links > Duurzaamheid.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- Het college van de gemeente Utrecht stelt anno voorjaar 2019 voor - als onderdeel van de plannen voor het hiervoor genoemde energielandschap in Rijnenburg - om in dit gebied het landschap, de natuur en recreatieve routes te verbeteren, door de volgende initiatieven: Behoud van bestaande landschapsstructuren met hoge ecologische waarde. Verbreden van sloten en vaarten, met brede rietkragen in de oever. Creëren van een ecologische zone rond de Middelwetering door moerasbermen met natuurvriendelijke oevers. Met grondeigenaren en de agrarische natuurvereniging Lopikerwaard de mogelijkheden verkennen om in delen van de polders agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer toe te passen. Hierdoor krijgen weidevogels meer kansen in gebieden waar ze geen last hebben van de zonnevelden en de windmolens. Sturen op natuurvriendelijk beheer van de plantengroei tussen en rond de zonnepanelen.

Tijdens het ontwerpproces voor het energielandschap gaven betrokkenen aan dat zij ook graag meer fiets- en wandelroutes in het gebied willen. Het college wil hier graag gehoor aan geven en heeft vier recreatieve routes voor ogen. Of ze alle vier gerealiseerd worden, is afhankelijk van de financiële haalbaarheid. Slechts een deel van de routes kan worden betaald uit de opbrengsten van het energielandschap. Voorgestelde recreatieve routes in volgorde van wenselijkheid: Versterking van de Ringkade. Nieuwe verbinding Ringkade-Nedereindseweg. Nieuwe fietsroute Reijerscop. Nieuwe verbinding Strijkviertel-Nedereindseweg. In het noordelijke deel van Rijnenburg is in het conceptvoorstel ruimte voor roeiwater. Of dat er ook echt komt, kan de gemeente anno voorjaar 2019 nog niet zeggen. Hier wordt op een later moment een besluit over genomen. De ca. 2.000 Utrechtse roeiers hebben hier hun hoop op gevestigd, omdat er geen roeibaan komt bij De Uithof en door de aanleg van een insteekhaven in het Merwedekanaal die faciliteit voor de roeiers ook onder druk komt te staan..Andere functies in het gebied: Woningbouw blijft na 2030 gefaseerd mogelijk. De agrarische functie blijft in Reijerscop volledig behouden

Terug naar boven

Links

- Belangenorganisatie: - "Grootschalige windmolens in de directe omgeving van de polder Rijnenburg leidt al in de planvorming tot veel onrust en bestuurlijke problemen: er is immers een enorme impact op de bestaande functies van deze groene-hart polder en ook voor de toekomst na 2030 voor duurzame woningen. Maar ook op landschap, levende natuur, dag-/nachtritme, of waardedaling van bestaande huizen. Los daarvan ontstaan er bepaalde vormen van hinder die niet te bestrijden zijn (o.a. met betrekking tot geluid en slagschaduw, lichthinder). Belangengroep Buren van Rijnenburg en Reijerscop (BVRR) ziet daarom in zonne-energie en kleinschaliger opzet veel meer toekomst.

Het hoofddoel van de belangengroep is het voorkomen van hinder. Dat doel en de aanpak zijn als volgt verwoord: De BVRR is actief als belangenorganisatie voor personen die wonen in of rond het hierna omschreven plangebied genaamd Rijnenburg-Reijerscop. Dit plangebied wordt in het oosten en noorden begrensd door de snelwegen A-2/A-12, en in het zuiden en westen door de gemeentegrenzen van Woerden, Montfoort en IJsselstein. Het gebied valt grotendeels onder het bestuur van de gemeente Utrecht en is onderdeel van de 'wijk' Vleuten-De Meern/Haarzuilens.

Doel van de BVRR is: a) het voorkomen van hinder en andere overlast voor mens en dier bij de mogelijke plaatsing van windturbines en/of zonnevelden in het gebied Rijnenburg-Reijerscop (definities: “hinder” is beleving van verstoring wanneer windturbines en/of zonnevelden iemands gedachten, gevoelens en/of activiteiten negatief beïnvloeden; “zonneveld” is een veld met zonnepanelen al dan niet draaibaar, al dan niet met accumulatoren voor opslag van duurzame energie); b) het realiseren van een proces- en rekenmodel voor het inzichtelijk krijgen van de samenhang van relevante parameters voor het minst hinderlijke energielandschap in het genoemde gebied, al dan niet gebaseerd op eigen dan wel door andere aangeleverde scenario’s met windmolens en/of zonnevelden (definities: “energielandschap” is een landschap waarvan de milieu- en gezondheidseffecten van het plaatsen van windturbines en/of zonnevelden inzichtelijk is gemaakt ten opzichte van de huidige hinderbeleving. Inzichtelijk maken betekent hier hetzij door metingen, hetzij door simulaties, de hinderbeleving in meerdere dimensies real time afbeelden). De BVRR tracht dit te bereiken door onder meer het vertegenwoordigen (en zo het ondersteunen) van haar achterban tijdens het voorbereidingstraject van de mogelijke plaatsing van windturbines en/of zonnevelden, en bij vervolgactiviteiten als gevolg van de plaatsing daarvan."

- Duurzaamheid: - In de Utrechtse regio is het poldergebied Rijnenburg-Reijerscop aangewezen als ‘pauzelandschap’, wat betekent dat hier in ieder geval tot 2030 geen woningen worden gebouwd. Dat schept letterlijk en figuurlijk ruimte om hier in de tussentijd energieparken (zon en/of wind) te exploiteren. "Samen met initiatiefnemers, bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden hebben we 6 scenario's uitgewerkt. Het college biedt de 6 scenario’s aan de gemeenteraad aan. Daarbij doet het college een voorstel voor de invulling van het energielandschap. Dit voorstel bestaat uit elementen van de verschillende scenario’s. In het vierde kwartaal 2019 besluit de gemeenteraad hoe we het energielandschap invullen en welke stappen we moeten doorlopen." Aldus de gemeente anno voorjaar 2019.

Het opwekken van energie verandert het landschap. De zonnevelden worden minder zichtbaar gemaakt door rietkragen. Langs de randen van de zonnevelden is ruimte voor natuurontwikkeling. De structuur van sloten en stroken land blijft behouden. Het gebied waar zonnevelden kunnen komen, ligt grotendeels in het noorden van Rijnenburg. Een belangrijke reden voor deze locatiekeuze is de nabijheid van het aansluitpunt op het energienet. Ook biedt het laaggelegen noordelijke gebied meer kans voor natuurontwikkeling rond de zonnevelden dan de meer zuidelijke hoger gelegen gebieden. Het college wil zelf ook grond beschikbaar stellen voor de productie van duurzame energie. Daarom is de Nedereindse Plas toegevoegd aan het gebied. Mogelijk is de zone langs de A12 nodig om energieproductie op de Nedereindse Plas haalbaar te maken. Dit conceptvoorstel maakt mogelijk dat initiatiefnemers maximaal 163 Megawatt (MW) energie kunnen opwekken door zonnepanelen. Daarvoor is ongeveer 227,5 ha nodig.

Bewoners in en om de polders hebben hun zorgen gedeeld over de komst van windmolens. Zij maken zich vooral zorgen over de impact van geluid en slagschaduw op de omgeving. Daarom stelt het college strengere eisen, bovenop de wettelijke normen die er zijn voor de effecten die omwoners mogen ervaren van windmolens. Het gebied waar windmolens kunnen komen, is kleiner dan in de eerdere scenario’s. De afstand tot de woonwijken is groter omdat het college geluid en slagschaduw in de omgeving wil beperken. Het college stelt onder andere de volgende maatregelen voor om geluid en slagschaduw te beperken: De gemeente maakt windmolens op minimaal 800 meter van de woonwijken mogelijk. De gemeente stelt als eis aan de initiatiefnemers dat ze gebruik maken van de beste beschikbare techniek van dat moment voor windmolens (zo stil mogelijk). De gemeente wil met initiatiefnemers afspreken dat bewoners van de polders de mogelijkheid krijgen om zelf aan te geven wanneer hinderlijke situaties bestaan. Dit conceptvoorstel geeft ruimte aan initiatiefnemers om maximaal 44 Megawatt (MW) energie op te wekken met windmolens in Rijnenburg en Reijerscop. Dat betekent dat er maximaal elf grote windmolens kunnen komen.

Met het energielandschap in Rijnenburg kan voor 96.000 huishoudens elektriciteit worden opgewekt. Dat is bijna tien procent van de huidige vraag naar warmte en elektriciteit in Utrecht en tien keer zo veel duurzame energie als anno 2019 in de gemeente geproduceerd wordt. Het energielandschap levert geld op voor energiebedrijven. Het college wil dat een deel van de opbrengst van de energieproductie ten goede komt aan het gebied. De initiatiefnemers schrijven dit op in een participatieplan dat bestaat uit de volgende onderdelen: Initiatiefnemers worden verplicht om een omgevingsfonds op te richten. In dit fonds moeten zij een halve cent per door windmolens geproduceerde MWh storten. Voor elf grote windmolens komt dit neer op circa 1.200.000 euro opgeteld over een periode van vijftien jaar. Bewoners mogen meebeslissen over waar dit bedrag aan besteed wordt.

Initiatiefnemers worden verplicht om een financieel aanbod te doen aan de mensen die in de buurt van windmolens komen te wonen. Dit geldt zowel voor mensen die in de gemeente Utrecht wonen als voor mensen die in omliggende gemeenten wonen. Dit kan gaan om het aanbieden van groene stroom met korting, korting op de energierekening of een andere financiële vergoeding. Het wettelijke recht op een planschadevergoeding blijft bestaan, maar een eventuele planschadevergoeding wordt wel in mindering gebracht op de omwonendenregeling. Niet alleen grondeigenaren krijgen een vergoeding als op hun grond een windmolen wordt geplaatst. Ook andere grondeigenaren in de directe omgeving krijgen een vergoeding. Bewoners en omwonenden kunnen investeren in de energieopwekking (windmolens en zonnevelden) en zo ook delen in de winst. De gemeente streeft naar minimaal 50% eigenaarschap van inwoners en bedrijven. (bron en voor nadere informatie zie de pagina 'Duurzame energie in Rijnenburg en Reijerscop' op de site van de gemeente Utrecht)

Reactie toevoegen