Oudshoorn

Voormalige gemeente
Alphen aan den Rijn
Holland Rijnland
Zuid-Holland

ZH gemeente Oudshoorn in ca. 1870 kaart J. Kuijper [1024x768]_0.gif

gemeente Oudshoorn in ca. 1870 kaart J. Kuijper

gemeente Oudshoorn in ca. 1870 kaart J. Kuijper

Oudshoorn

Terug naar boven

Status

- Oudshoorn is een voormalig dorp, thans wijk (hoewel het nog wel dorpse kenmerken heeft en door sommigen nog zo wordt betiteld) in de provincie Zuid-Holland, gemeente Alphen aan den Rijn. Het was een zelfstandige gemeente t/m 1917.

Terug naar boven

Naam

Naamsverklaring
Waarschijnlijk heeft deze plaats zijn oorsprong in de naam Houthorne, dat wil zeggen een horn (= bocht in een rivier) waar veel hout (bos) is. De h is er in de loop der tijd 'vanaf gevallen' en de naam is verder verbasterd tot Oudshoorn.

Terug naar boven

Ligging

Oudshoorn ligt in het NO van Alphen aan den Rijn, N van de scherpe bocht in de Oude Rijn.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 heeft de gemeente Oudshoorn 220 huizen met 1.695 inwoners, verdeeld in het gelijknamige dorp 170/1.245 (= huizen/inwoners) en polder Gnephoek 50/450. De gemeente omvatte verder nog de buurtschappen Ridderbuurt (die in de Volkstelling van 1840 kennelijk bij de telling van Oudshoorn zat inbegrepen), 's-Molenaarsbuurt en Heimansbuurt (de twee laatstgenoemden liggen in de polder Gnephoek).

Terug naar boven

Geschiedenis

In 1664 wordt het jaagpad langs de Oude Rijn van Leiden naar Utrecht voltooid. Dit is van groot belang voor de economische ontwikkeling van Oudshoorn en omgeving. Het verkeer en vervoer van personen en goederen gaat immers, zolang de landwegen nog niet bestraat zijn en dus bij slecht weer moeilijk begaanbaar, veelal over de waterwegen. Nu kunnen door de Oude Rijn, de Gouwe, de Kromme Aar en de Heimanswetering de steden Rotterdam, Gouda, Leiden, Utrecht en Amsterdam met elkaar verbonden worden. Dankzij deze goede waterverbindingen laten rijke kooplieden en industriëlen fraaie buitenhuizen bouwen, niet alleen langs de Vecht, maar ook langs de Oude Rijn. Vanaf de Heimanswetering ontstaan (in deze volgorde) de buitenplaatsen Vredelust, Buitenzorg, Woellust, Weltevreden en Meerderrust. Vlak naast de kerk van Oudshoorn verrijst het prachtige buitenverblijf Rijnoord, waar later de Marthastichting wordt gevestigd.

Door de steeds toenemende bevolking en de groei van de steden in het westen van Holland, is er een voortdurende behoefte aan goedkope brandstof. Voorheen werd vooral hout gebruikt voor verwarming, maar dat werd nu meer voor de scheepsbouw gebruikt. Hout werd nu vervangen door turf als brandstof. In de 17e en 18e eeuw neemt de veenderij zodanig toe, dat er grote plassen ontstaan in en om Aarlanderveen, Woubrugge en Oudshoorn. Met als gevolg dat weilanden en polders onder water komen te staan. Aan het einde van de 18e eeuw begint men die polders weer droog te malen. Eerst door windkracht met watermolens, en na de uitvinding van de stoommachine door pompstations, bediend door stoomaangedreven turbines, die later worden vervangen door elektrische turbines.

Aan de Rijn en aan de Heimanswetering vestigen zich kalkovens, steen- en dakpannenbakkerijen. Er is ook de sigarenfabriek van Gevert, gevestigd in 1882 op de Hooftstraat 80 in Oudshoorn. Aanvankelijk vestigen zich in de polders vele veeboeren. Later gaat men meer over tot akkerbouw, vooral gerst en haver. De eeuwenlang gevestigde industrieën zijn in de 20e eeuw geleidelijk verdwenen. De laatste dakpannenfabriek van Van Oordt aan de Heimanswetering is in de jaren negentig afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe woonwijk. De beton- en sigarenfabrieken behoren ook al tot het verleden.

Posterijen
Oudshoorn is in de 18e eeuw een belangrijke plaats voor de distributie van nationale en internationale post. De herberg Prins van Oranje speelt daar een belangrijke rol in. Plemper leert ons dat “daaruyt alle nagten, als op een vijfsprong, vijf rijders van Amsterdam, ‘s-Gravenhage, Gouda en Utrecht aankomen, en hunne mallen geopend, de brieven gestift, in orde geschikt, en door de hele wereld verzonden worden”. Vlak naast De Prins van Oranje staat nog een andere herberg, De Star genaamd. Beide herbergen zijn aanlegplaatsen voor de trekschuit van Leiden naar Utrecht. De trekschuit die dienst doet tussen Amsterdam en Rotterdam, Den Haag, Leiden en Dordrecht stopt bij De Prins van Oranje. De trekschuit heeft ook een halte bij de herberg op ’s-Molenaarsbrug. Vanouds lag op deze plaats het rechthuis van Oudshoorn. In 1732 koopt de rechtsheer van Oudshoorn de rechten om vergaderingen in herberg De Star te houden. In 1860 wordt besloten een gemeentehuis te bouwen, vlakbij de Heulbrug.

Bron en zie verder: de pagina over de geschiedenis van Oudshoorn op de site Alphen.com van Hans Kroon.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- De protestantse (PKN) Oudshoornse Kerk (Oudshoornseweg 90) dateert uit 1665 wordt als een van de fraaiste kerken van het Rijnland beschouwd. De Oudshoornse kerk is één van de oudste gebouwen van de gemeente Alphen aan den Rijn, en zeker het mooiste (aldus de site van de kerk). De ambachtsheer van Oudshoorn, Cornelis de Vlaming, wonende in Amsterdam, vraagt en krijgt in 1661 toestemming van de Staten van Holland en West-Friesland om het dorp kerkelijk af te scheiden van Alphen en een eigen kerkgebouw te stichten. De 42.000 gulden kostende kerk met school, pastorie en kosterswoning wordt voor het merendeel door de ambachtsheer zelf gefinancierd. Daartoe heeft De Vlaming zich verzekerd van een netwerk van weldoeners, die hun namen en wapens vereeuwigd zouden zien in de 17 gebrandschilderde glazen in de kerk. De inwoners van de heerlijkheid Oudshoorn en Gnephoek moeten van het totale bedrag 15.000 gulden betalen, te voldoen in vijf termijnen.

De kerk zou het nieuwe middelpunt van de Oudshoornse gemeenschap worden en de motor van economische ontwikkeling. De ambachtsheer heeft visie en laat de kerk in een nog leeg gebied langs de Oude Rijn bouwen. Daarmee verlegt hij op den duur het centrum van Oudshoorn van de Ridderbuurt naar de oevers van de rivier. Als gevolg daarvan kan Oudshoorn zich ontplooien.

Als bouwmeester wordt architect Daniël Stalpaert - stadsbouwmeester van Amsterdam - aangetrokken. De eerste steen wordt gelegd in 1663. Na ruim twee jaar, op 12 oktober 1665, wordt het kerkgebouw, dat een opmerkelijke verwantschap met de later gebouwde Amsterdamse Oosterkerk vertoont, in gebruik genomen. De grondvorm van de kerk is een Grieks kruis, overdekt door twee schilddaken met een achtkantig torentje. Het kleurrijke interieur met zijn gebrandschilderde glazen zorgt voor een uniek schouwspel.

De eerste restauratie van de Oudshoornse Kerk vindt plaats in 1855. Van 1979 tot 1983 wordt de kerk opnieuw gerestaureerd, waarmee ruim 6 miljoen gulden gemoeid is. Hiervan wordt anderhalf miljoen gulden door de ruim 1.000 gemeenteleden bijeengebracht. De 'parel aan de Oude Rijn' is een door de Vriendenkring van de Oudshoornse kerk en de kerkvoogdij goed bewaard monument, dat geen indamming verdient door hoge omliggende gebouwen. De kerk is niet alleen fraai van dichtbij, maar ook op afstand. Het gebouw hoort bij het landschap. Het boegbeeld van Oudshoorn, de trots van wat de inwoners nog altijd als dorp beschouwen, is nu ook 's avonds verlicht, zodat men nu we volop en hopelijk niet alleen vanaf de Rijn van haar schoonheid kan genieten.

Gebrandschilderde ramen
In 2003 is een boek verschenen, getiteld 'De zeventien gebrandschilderde glazen in de Oudshoornse kerk' (uitg. Stichting Rijnlandse Historiën), waarin een totaal beeld van de glazen en van de schenkers van de glazen wordt gegeven. Bovendien worden de betekenis en de onderlinge verhoudingen tussen de schenkers en hun relatie tot de kerkstichter Cornelis de Vlaming beschreven. Het geheel wordt opgeluisterd met portretten van de schenkers en met kleurenafdrukken van alle glazen.

De familie- en stadswapens in de gebrandschilderde glazen van de Oudshoornse kerk zijn representatief voor de machtsverhoudingen in ons land in de jaren dat de gebrandschilderde glazen in het kerkgebouw werden aangebracht (1666-1671). Zo komt de lezer bij voorbeeld te weten waarom Prins Willem III, het Hoogheemraadschap van Rijnland en professor Nicolaas Tulp, toenmalig medicus en anatoom te Amsterdam, een raam schonken. Ook wordt aandacht besteed aan de allegorische voorstellingen in de top van de glazen. De glazen in de Oudshoornse kerk zijn uniek doordat ze als geheel de eeuwen hebben doorstaan. Bovendien is er in Nederland geen tweede kerkgebouw te vinden waarin een complete serie gebrandschilderde glazen met uitsluitend familie- en stadswapens bewaard is gebleven. (bron: site van de Oudshoornse Kerk). - Nieuws van de Oudshoornse Kerk op Facebook.

De Oudshoornse Kerk maakt deel uit van de (PKN) Protestantse Gemeente Alphen aan den Rijn-Oudshoorn / Ridderveld, die de volgende wijkgemeenten omvat:

* De wijkgemeenten rond De Bron en de Goede Herderkerk die tot stand gekomen zijn door een bewuste keuze voor de vereniging van de Gereformeerde Kerk Alphen aan den Rijn-Noord en de Hervormde Gemeente Oudshoorn / Ridderveld.

* De wijkgemeente van de Oudshoornse Kerk, waarbij allen (uit de gehele burgerlijke gemeente Alphen aan den Rijn) betrokken zijn die het vrijzinnig gedachtegoed zijn toegedaan.

* De wijkgemeente van de Sionskerk, waarbij allen zijn aangesloten die het goede dat overgeleverd is uit de Gereformeerde traditie niet willen verliezen en open en getuigend in deze wereld willen staan. Een streven dat gedeeld wordt met o.a. de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Terug naar boven

Links

- Zorg: - Verpleeghuis Oudshoorn biedt hoogwaardige zorg in je vertrouwde woonomgeving op het gebied van behandeling aan huis, overbruggingszorg, tijdelijke opname, revalideren na een operatie of beroerte en voor een langdurig verblijf. Verpleeghuis Oudshoorn maakt deel uit van Alrijne Zorggroep waaronder ook Alrijne Ziekenhuis Leiden, Leiderdorp en Alphen aan den Rijn en Verpleeghuis Leythenrode vallen.

Reactie toevoegen