Oost-Groningen

Streek
Oost-Groningen
Groningen

Oost-Groningen

Terug naar boven

Overnachten

- Boek hier je vakantiehuis in omgeving Oost-Groningen.

- Boek hier je hotel of B&B in omgeving Oost-Groningen.

Terug naar boven

Eten en drinken

- Reserveer hier online je restaurant in omgeving Oost-Groningen.

Terug naar boven

Literatuur

- Nieuwe en/of tweedehands boeken over Oost-Groningen (online te bestellen).

Terug naar boven

Status

- Oost-Groningen is een regio in de provincie Groningen. De regio omvat de gemeenten Bellingwedde, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Vlagtwedde, oftewel de streken Westerwolde, Oldambt en Veenkoloniën.

"Welke fysieke ruimte omvat Oost-Groningen nu eigenlijk? Want dat is minder eenduidig dan het op het eerste oog lijkt. Het Oldambt is de historische kern van wat wij nu de regio Oost-Groningen noemen. In de loop der tijd is die regio uitgegroeid naar de zuidelijk gelegen Veenkoloniën, die vooral van de 17e tot en met de 19e eeuw werden ontgonnen en gekoloniseerd. Daar ontstonden nieuwe plaatsen als Veendam, Nieuwe Pekela en Stadskanaal. Tegenwoordig wordt ook het meer zuidoostelijk gelegen Westerwolde tot Oost-Groningen gerekend. Dit gebied leek aanvankelijk in sociaal-economisch en cultureel opzicht vooral op het kleinschalige Drenthe, maar kreeg in de loop van de 20e eeuw door ontginningen een veenkoloniaal karakter.

Eigenlijk bestaat Oost-Groningen nu dus uit drie regio’s, die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat ze economisch vanaf de jaren zeventig bergafwaarts gaan. Maar alle drie hebben wel degelijk een eigen sociaal-economisch karakter. Het Oldambt is het voormalig gebied van de herenboeren met vruchtbare kleigrond bij de boerderijen. De Veenkoloniën kennen een relatief moderne landbouw sinds het begin van de 20e eeuw, maar hebben daarnaast ook een substantiële industriële ontwikkeling doorgemaakt. Westerwolde is voornamelijk gericht op de landbouw. De zandige bodem leidde hier tot een mengvorm van kleine keuterboeren en veenkoloniale boeren die vanaf de grootschalige ontginningen in de werkverschaffing (ook wel bekend als 'De Hel van Jipsingshuizen') zich hier vestigden.

Het begrip Oost-Groningen is dus dynamisch. Aanvankelijk duidde het op de fysieke regio Oldambt, maar allengs is het uitgedijd. Tegenwoordig is het vooral ook de aanduiding geworden voor een regio die sociaal-economisch achterloopt bij de rest van Nederland. Dat verklaart waarom nu soms ook gebieden als Slochteren en Hoogezand-Sappemeer als Oost-Groningen worden aangeduid. Oost-Groningen rukt bij wijze van spreken op naar de poorten van de stad Groningen." (bron: Erwin H. Karel)

Terug naar boven

Geschiedenis

Het Oldambt valt al sinds 1438 onder de jurisdictie van de stad Groningen. De inwoners bezaten dus relatief weinig bestuurlijke en juridische autonomie. Daardoor ontbrak er een landadel. De meest bekende nationale gebeurtenis die zich in het Oldambt afspeelde, was de start van de Tachtigjarige Oorlog in Heiligerlee (1568). Net als de stad Groningen bestond er in het Oldambt een zekere oriëntatie op de huidige Duitse gebieden. Een deel van de in plaatsen als Pekela gegraven turf werd verhandeld in Duitsland. Ook bestonden er van oudsher familiebanden tussen de bevolking van beide streken. Dat is overigens een volstrekt ‘natuurlijk ‘ proces. Grenzen stelden natuurlijk voor de lokale bevolking weinig voor. Het waren in wezen vooral gezagsgrenzen van de heersers; ze hadden enige militaire betekenis, maar ze bakenden vooral ook de gebieden af waarbinnen belasting kon worden geïnd. Sociaal en economisch waren de grenzen van minder betekenis. Het feit dat Ostfriesland er lange tijd voor geopteerd heeft zich aan te sluiten bij de Republiek, bevestigt de sterke band met het oosten. Overigens zagen de Staten-Generaal uiteindelijk het belang van die aansluiting niet in.

De stad Groningen verloor die oriëntatie op het oosten na de middeleeuwen geleidelijk; in plaats daarvan werden de rijke Hollandse handelssteden het nieuwe referentiepunt. In het Oldambt is die band met het oosten, vanwege de sociale contacten en de fysieke ligging, veel langer blijven voortbestaan. Hier voltrok zich wel een andere omwenteling in de 18e eeuw, die voor het verloop van de geschiedenis van doorslaggevende betekenis is geweest. Verschillende malen in die eeuw brak er een veepest uit die veroorzaakte dat veel boeren zware verliezen leden. Voor een aanzienlijk deel van hen was dat aanleiding om volledig over te stappen op de akkerbouw. Er ontwikkelde zich hier mede daardoor een nieuw type landbouwer, die later voor landbouwsocioloog Evert Willem Hofstee min of meer model stond voor de moderne kapitalistisch georiënteerde boer. Dergelijke boeren vernieuwden hun bedrijven voortdurend en streefden naar winstmaximalisatie. Vooral in de 19e eeuw profiteerden zij van de groeiende vraag naar graan. Groningen werd in die tijd 'de graanschuur van Nederland'.

De industrialisatie vanaf halverwege de 19e eeuw dwong de verschillende regio’s tot een zekere specialisatie, omdat de schaalvergroting op productieniveau (massaproductie) nieuwe vestigingsvoorwaarden schiep. In Groningen werd dat de agro-industrie, die mede door toedoen van de van oorsprong Gelderse industrieel W.A. Scholten tot grote bloei kwam, ook in Oost-Groningen. Na 1918 raakte het schaalvergrotingsproces in een nieuwe fase, waardoor de provincie Groningen vanaf die tijd steeds meer in de periferie van het westen kwam te liggen. Weliswaar kwam Groningen door de verbetering van de infrastructuur bij wijze van spreken dichter bij het de Randstad te liggen, maar tegelijkertijd veroorzaakte de schaalvergroting in de industrie (ook in globaliserend perspectief) dat allerlei vestigingen in het Noorden overbodig werden. Fongers verloor zijn betekenis, de Groningse confectie-industrie hield er mee op en dat lot was ook andere ondernemingen beschoren. Niemeijers tabaksfabriek is zo ongeveer de laatste fabriek uit het oude industrialisatietijdperk die is blijven bestaan. (bron en nadere informatie: lezing 'Oost-Groningen: de eeuwige periferie?', gehouden door Erwin H. Karel in 2012, waarin hij de sociaal-economische ontwikkeling van deze streek schetst van de 19e eeuw tot heden.)

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Het doel van Molenwerkgroep Oost-Groningen is het organiseren van cursussen om vakbekwame molenaars op te leiden, en een daaruit voortvloeiend streven naar instandhouding van molens. Zij tracht dit te bereiken door: samenwerking met andere verenigingen, die streven naar het behoud en voortbestaan van molens;
samenwerking met het Gilde van Vrijwillige Molenaars; bemiddeling te verlenen bij het bemensen van molens; bij de overheid, instellingen en particulieren steun te verwerven. De vereniging heeft ca. 80 leden, waarvan ca. de helft het getuigschrift van vrijwillig molenaar heeft. Voor het overige bestaat het ledenbestand uit personen die de opleiding volgen of sympathiseren met de Molenwerkgroep. Op de site van de vereniging vind je korte beschrijvingen van alle 20 molens in de regio.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- De Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief zet zich in voor de ontwikkeling van agrarisch natuurbeheer in Oost-Groningen.

Terug naar boven

Links

- De sites Kansen in Oost-Groningen en Oostgrunn.nl promoten de regio Oost-Groningen.

- Bij het Plattelandshuis Oost-Groningen kan iedereen terecht voor advies en begeleiding bij plannen en ideeën om de leefbaarheid van het platteland in deze regio te vergroten.

Reactie toevoegen