Millingen

Plaats
Buurtschap
Dalfsen
Salland
Overijssel

Millingen

Terug naar boven

Status

- Millingen is een buurtschap in de provincie Overijssel, in de streek Salland, gemeente Dalfsen.

- De buurtschap Millingen valt, ook voor de postadressen, onder het dorp Dalfsen.

- De buurtschap Millingen heeft geen plaatsnaamborden, en ook geen gelijkluidende straatnaam - wat bij veel andere buurtschappen wél het geval is - zodat je ter plekke nergens aan kunt zien dat en wanneer je de buurtschap binnenkomt en weer verlaat.

Terug naar boven

Naam

Oudere vermeldingen
1339 Millincgen, 1457 Mijnligen, 1530 Mijlligen, 1583 en 1665 Millingen, 1639 Millegen, Milligen, 1840 Millegen, 1913 Millegen of Millengen.

Naamsverklaring
Een afleiding met het suffix -ing- in datief meervoud van de persoonsnaam Milo of Millo met als betekenis '(nederzetting) van de lieden van Milo of Millo'.(1)

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Millingen ligt rond de Rietmansweg. De buurtschap ligt O van het dorp Hoonhorst, Z van het dorp Dalfsen, NO van het dorp Heino, NW van het dorp Lemelerveld, WZW van het dorp Vilsteren en ZW van het dorp Oudleusen.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvat buurtschap Millingen 36 huizen met 231 inwoners. Tegenwoordig omvat de buurtschap, althans het CBS-gebied 'verspreide huizen Millingen', ca. 100 huizen met ca. 250 inwoners.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- Vanaf ongeveer 1600 raakt Dalfsen bijzonder in trek bij de adel en rijke kooplieden vooral uit de stad Zwolle. Zij investeren er in boerderijen en grond, waarop ze spiekers oftewel graanschuren laten bouwen om de opbrengsten van hun landerijen op te slaan. Vaak worden deze opslagplaatsen ook als zomerverblijf gebruikt en groeien ze geleidelijk uit tot meer comfortabele landhuizen. Een aantal daarvan is nog bewaard gebleven. Een daarvan is buitenplaats Den Aalshorst, ook wel De Aalshorst, in buurtschap Millingen.

Jacobus Vriesen en zijn vrouw Helena van der Beecke kopen in 1641 "het erve ende goet Veldink offte Aelshorst", een boerderij die al rond 1390 genoemd wordt. In 1644 bouwen zij vlakbij de katerstede een ruime spieker, die ze Aalshorst noemen. In de volksmond wordt het ook wel de Vriesen Spieker genoemd. De spieker is de opslagplaats voor de opbrengsten van de vele landerijen die zij in de omgeving bezitten. Behalve als opslagplaats wordt de spieker in latere tijd ook gebruikt als woonhuis, want in 1675 zijn er twee vuursteden. In 1682 zijn er zelfs drie vuursteden, en een bakoven waarin brood wordt gebakken. In 1676 stelt de schout van Dalfsen, Jan Voet, ten behoeve van de Staten van Overijssel een lijst op van alle spiekers in het schoutambt Dalfsen. Hij vermeldt er bijna veertig, waarvan het merendeel onbewoond is en dus nog als opslagplaats gebruikt wordt. De meeste spiekers liggen in de buurschappen Ankum en Lenthe.

In de loop van de 17e eeuw worden de pachten in natura vervangen door betaling in geld. Opslag van landbouwproducten is steeds minder nodig. Veel spiekers worden afgebroken of verbouwd tot zomerverblijf. In 1720 laat Jacob Vriesen spieker Den Aalshorst afbreken en bouwt op dezelfde plaats het huidige landhuis met bouwhuizen aan weerskanten van het voorplein. Jacob Vriesen is schout van Dalfsen. Bij zijn statuur past een statige buitenplaats met grachten en een formele tuin met geometrische vormen en een kaarsrecht kanaal, een zogeheten grand canal. De zichtlijnen en de paden worden haaks op elkaar aangelegd. Bij nader onderzoek blijkt dat er nog een stelsel van zichtlijnen te zien is. Het tweede ligt enkele graden gedraaid ten opzichte van het huidige. Mogelijk hoort dat zichtlijnstelsel bij de oorspronkelijke spieker.

In 1752 huwt Jacobs dochter Machteld Johanna Geertruid met de uit Amsterdam afkomstige militair Jan Willem de Famars. Zij gaan op het huis wonen. Na zijn overlijden woont zij alleen op Den Aalshorst tot haar overlijden in 1807. In de 19e eeuw komt de benaming buitenplaats in zwang voor de deftige landhuizen. De functie van zomerverblijf voor voorname lieden uit de stad blijft overeind. In 1807 koopt de Zwolse koopman Henricus Ignatius Christianus van Kempen De Aalshorst. Onder invloed van de Romantiek laat hij de bestaande formele tuinaanleg uit 1720 omvormen tot een Engelse tuin. In de volksmond wordt de tuin het Engelse Werk genoemd. Het huis krijgt dan het huidige aanzien.

Den Aalshorst bezit een bel-etage met daar bovenop een verdieping. De voorgevel beslaat vijf traveeën met een koepelkamer aan de zijkant. Voor het huis strekt zich een grand canal uit met onregelmatig verlopende oevers, volgens de principes van de landschapsstijl. Aan de zuidkant van het huis is een omgrachte moestuin waarin nog vele oude fruitrassen bewaard worden. Na het overlijden van Van Kempen komt het huis in 1821 in bezit van de familie Dietzigius. In 1832 woont er de kunstschilder Louis Rhijnvis Feith (1783-1845), zoon van de bekende dichter Rhijnvis Feith. Louis Rhijnvis Feith is getrouwd met Johanna Theodora baronesse Van Dedem (1790-1878), afkomstig van de nabijgelegen havezate Den Berg. Na haar overlijden in 1878 komt het huis in bezit van Godert Willem baron Van Dedem jr. (1841-1911). Hij is gehuwd met Eva Roelina Westra. Zij brengen het landgoed in 1908 onder in een exploitatiemaatschappij. Het is tegenwoordig in gebruik als vakantiehuis voor de familie. (bron: Canon van Dalfsen). Buitenplaats Den Aalshorst in buurtschap Millingen (Aalshorsterpad 12) omvat maar liefst 25 rijksmonumenten van de in totaal 131 rijksmonumenten in het postcodegebied van de postale plaatsnaam Dalfsen. Je vindt ze in de lijst van rijksmonumenten in Dalfsen.

Reacties

(2)

(reactie hierboven verwerkt)

Dank voor de tip Hans! Ik heb e.e.a. hierboven verwerkt (voor bezoekers over ca. een dag te zien, omdat de pagina's 1x per dag worden ververst).

Reactie toevoegen