Kraloo (Eursinge, Pesse)

Plaats
Buurtschap
De Wolden Westerveld
Drenthe

Kraloo (Eursinge, Pesse)

Terug naar boven

Status

- Kraloo is een buurtschap in de provincie Drenthe, in grotendeels gemeente De Wolden, deels gemeente Westerveld. T/m 1997 gemeente Ruinen. In 1998 grotendeels over naar gemeente De Wolden, deels over naar gemeente Westerveld.

- De buurtschap Kraloo valt voor de postadressen grotendeels (= voor de panden op Kraloërweg 9/10/12) onder de buurtschap Eursinge bij Pesse, gemeente De Wolden, deels (= voor de panden op Kraloërweg 9a en 11) onder het dorp Pesse, in buitengebied van dit dorp dat voor dit deel sinds 1998 onder de gemeente Westerveld valt).

- De buurtschap Kraloo heeft geen plaatsnaamborden, en ook geen gelijkluidende straatnaam - wat bij veel andere buurtschappen wél het geval is - zodat je ter plekke nergens aan kunt zien dat en wanneer je de buurtschap binnenkomt en weer verlaat.

Terug naar boven

Naam

In het Drents
Kraol. Een inwoner van deze buurtschap is een Kraoler.

Oudere vermeldingen
1298-1304 domus de Craenlo, 1399 John van Cralle, 1402 kopie 1457 ten Kranloe, 1414 Kraelle, 1427 toe Cralle, 1811-1813 (Franse kaart) Krahl, 1851-1855 Kralo, 1899 Kraloo.

Naamsverklaring
Wel verklaard als 'moerassige plek waar zich kraanvogels ophouden'. De lange â wijst echter op de betekenis 'kraaienbos'.(1)

Naam komt ook elders voor
Ca. 15 km naar het ZW ligt nog een buurtschap Kraloo. Deze valt onder het dorp Ruinerwold.

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Kraloo ligt NW van Pesse, rond het N deel van de Kraloërweg en rond de doodlopende W zijweg hiervan, het Commissaris Cramerpad.

Terug naar boven

Statistische gegevens

De buurtschap Kraloo omvat 5 panden: 3 onder gemeente De Wolden (= Kraloërweg 9/10/12), 2 onder de gemeente Westerveld (= Kraloërweg 9a/11). De buurtschap zal ca. 10 inwoners hebben.

Terug naar boven

Geschiedenis

Het nietige Kraloo kreeg in 1870 een brievenbus, wat aangeeft dat het toch geacht werd een zekere bovenmarginale betekenis te hebben. Kennelijk werd er geen druk gebruik van gemaakt, want in 1873 werd deze brievenbus alweer opgeheven.

- In 1991 is de buurtschap Kraloo 'aangewezen' tot beschermd dorpsgezicht. - Het betreft dit gebied, met een oppervlakte van 25,5 hectare. In de 'Toelichting bij het besluit tot aanwijzing' licht de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg - de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - toe wat er zo bijzonder is aan deze buurtschap: "De buurtschap ligt in de voormalige gemeente Ruinen, enkele kilometers noordelijk van Hoogeveen, in de zuidwestelijke randzone van het centrale Drentse zandgebied. Ontstaan en ontwikkeling van de kleine nederzetting vallen binnen het historisch-cultuurlandschappelijke kader van het Drentse esdorpenlandschap. De ruimtelijke karakteristiek en het beschermingsbelang van het esgehucht worden in hoge mate bepaald door de duidelijk herkenbare elementen van het 'traditionele' esdorpenlandschap en de plaats van de nederzetting daarin. Ook bij enkele meer en minder recente aanpassingen van de bebouwings- en ontsluitingsstructuur is het relatief gave en oorspronkelijke agrarische karakter van de nederzetting behouden gebleven. Naast de waardevolle historisch-ruimtelijke kwaliteit van de nederzetting zelf, opgebouwd uit enkele verspreid liggende boerderijcomplexen op beplante erven, vormt de duidelijk herkenbare samenhang hiervan met het omringende landschap aanleiding voor de aanwijzing van Kraloo als beschermd dorpsgezicht.

Ontstaan en ontwikkeling
De vroegste bewoningsgeschiedenis van Drenthe gaat terug tot ver voor het begin van de jaartelling. Archeologisch onderzoek heeft dit duidelijk gemaakt. Ook in het territoir van de 'oerbuurschap' Ruinen, waar in veel later tijd de kleine nederzetting Kraloo zal ontstaan, zijn archeologische elementen en structuren op ruime schaal aanwezig, dan wel traceerbaar gebleken. De basisstructuur van het historische cultuuurlandschap in Drenthe wordt vastgelegd in de Karolingische Tijd, omstreeks de 8te-9e eeuw na Christus. Aanzetten kunnen evenwel uit vroeger eeuwen dateren. Uit de genoemde oerbuurschappen kristalliseren zich bewoningskernen. Binnen de grenzen van het centrale zandgebied komen de nederzettingen vervolgens tot ontwikkeling als bouwstenen van het esdorpenlandschap. De opbouw van het traditionele esdorpenlandschap is gebaseerd op het centrale principe van de 'escultuur' in het dan toegepaste landbouwsysteem. Vanaf de 9e eeuw is er sprake van permanente bewoningskernen, de es- of brinkdorpen en aangrenzende, eveneens permanente bouwlandcomplexen of essen. Binnen het territoriale oerbuurschapsverband van Ruinen, dateren de esdorpen Ruinen, Pesse, Ansen en Echten uit de beginfase van deze ontwikkeling. Deze kernen groeien uit tot zelfstandige esdorpen met een eigen dorpsterritoir of 'marke'. In bestuurlijk en kerkelijk opzicht verwerft Pesse, het moederdorp van Kraloo, een grote mate van zelfstandigheid. In uiteenlopende zaken is de buurschap Pesse echter verbonden met het hoofddorp Ruinen, dat reeds voor 1290 als een heerlijkheid binnen het kerspel wordt afgescheiden.

Het landbouwsysteem waarbij de escultuur centraal staat, resulteert in het esdorpenlandschap dat tot aan het begin van de 20e eeuw bepalend is voor het Drentse zandgebied. De nederzettingen liggen over het algemeen op de overgang van hogere naar lagere gronden, daar waar de fysisch-geografische uitgangssituatie optimaal is. De dorpstoebehorens van de esnederzettingen zijn opgebouwd uit de, in oppervlakte exponentieel toenemende, onderdelen: akker (es), bosfrestanten), beekdal en veldgronden. Het beekdal is de relatief laaggelegen en smalle zone van groenlanden aan weerszijden van het lokale beekje, diep(je) of stroom. De uitgestrekte velden, welke omstreeks 1800 hun grootste uitbreiding bereiken, bestaan uit heide-, veen- en zandgronden. De belangrijkste functie is die van weidegrond. Een voor de escultuur essentiele afgeleide functie is die van de mestproduktie voor het bouwland, de es, die wordt verkregen door het inscharen van vee en het gehanteerde 'heidepotstalsysteem'. De bewoningskernen zelf grenzen zonder uitzondering aan het escomplex. De kernen zijn opgebouwd uit de hoeven of erven, het wegen-, driften- en padenstelsel en langs de randen van de kern meestal een of meer brinken, graslandcomplexen. De hoeven bestaan uit de agrarische bebouwing op de huiserven en eventueel aanwezige, al dan niet aangrenzende huiskampen. Het kan hierbij gaan om tuinen, akkers (goorns), weide- en inscharingskampen.

Uitbreiding van de esdorpen komt tot stand door splitsing van de oorspronkelijke erven en nieuwe vestigingen langs brinken, uitvalswegen en esranden. Daarnaast kunnen meer geisoleerde ontginningen worden onderscheiden. Kraloo geldt als typische representant van deze laatste categorie. Het esgehucht is ontstaan uit een afsplitsing van het moederdorp Pesse, dat ongeveer twee kilometer ten zuidoosten is gelegen. Aanleiding tot deze kolonisatie is naar alle waarschijnlijkheid de behoefte aan nieuw groenland en/of nieuw - uit het veld te ontginnen - bouwland geweest. Deze afsplitsing van het hoofddorp Pesse heeft plaatsgevonden voor 1300, daar Kraloo in 1298/1304 als een zelfstandige lokatie, 'in Craenlo', in de bronnen wordt vermeld. Mogelijk verwijst de uitgang '-lo' naar een door ontginning of roding verkregen open plaats in een eertijds bosrijker gebied.

Naar alle waarschijnlijkheid bestaat de nederzetting rond 1300 uit slechts een enkele hoeve, welke 'domus' bovendien in een dienstbaarheidsrelatie is verbonden met de hof te Uffelte (van het kapittel van Sint Pieter te Utrecht). Ondanks het gegeven dat er in 1427 reeds sprake is van de buurschap "... in der marke toe Cralle ..." en het feit dat het in 1681 een zelfstandige houding aanneemt tegenover Pesse dat Kraloo aanspreekt voor een aandeel in de strijd tegen stuifzand, is het kleine esgehucht nooit losgekomen van de 'medemarkgenoten' van Pesse. Een en ander neemt niet weg dat de buurtschap in de loop der eeuwen is uitgegroeid tot een zelfstandig functionerende esnederzetting, zij het van bescheiden omvang, waarin alle (agrarische, bouwkundige) componenten van de escultuur verenigd zijn. Slechts voor de produktie van zwaarder hout was de nederzetting aangewezen op verder weg gelegen gebied, waartoe 'het erve te kralo' omstreeks 1500 gerechtigd blijkt in het Kinholt tussen Pesse en Zuidwolde.

Een eerste nauwkeurige en min of meer complete weergave van de nederzettingsstructuur van Kraloo verschaffen de 'Franse topografische kaart' (circa 1810) en het kadastrale minuutplan uit 1828. Bestaat de kern volgens het grondschattingsregister uit 1630 nog slechts uit een 'huis', blijkens het kadastrale minuutplan zijn dat er in het begin van de 19de eeuw inmiddels drie. De hoeven zijn langs de zuidzijde van de Kraloer es gesitueerd. Blijkens de kadasterkaart zijn de boerderijen dan alle voorzien van een inspringende achterbaander. De meest oostelijk gelegen boerderij heeft daarnaast een zijbaander, die teruggaat op een ontwikkeling welke in de 18de eeuw wordt ingezet. Het bouwlandcomplex wordt aan de noord-, west en oostzijde omgeven door uitgestrekte veldgronden, waarvan een deel nader wordt omschreven als 'zand en heide'. Van de functionele samenhang tussen nederzetting en het aangrenzende veld (heide) getuigt de westelijke hoeve, waar 'schepershuis' en 'schaapskooi' zijn gesitueerd. De es wordt gedeeltelijk van de veldgronden gescheiden door een zogenoemde eswal, welke soms brede perceelsscheiding echter niet is weergegeven op de kadasterkaart. De aarden eswal is een dichtbeplante, 'natuurlijke' vee- en wildkering. De westelijke grens van het Kraloer escomplex wordt gemarkeerd door zandduintjes die ter plaatse op de overgang naar het veld zijn gelegen. Een en ander wordt duidelijker weergegeven op de topografische en militaire kaart uit het midden van de 19de eeuw.

De gemeenschappelijke gronden zijn eigendom van de 'Markgenoten van Pesse'. Dit geldt ook ten aanzien van de drift waarlangs de boerderijen in Kraloo zijn gesitueerd. De driehoekige, brinkachtige ruimte aan deze drift wordt aangeduid als weiland. Enkele kleinere percelen die aan de huisweiden grenzen worden gebruikt als akkers, tuinen (goorns) en aangewend voor de produktie van hout (hakhoutpercelen). De stroomdalgronden van - de bovenloop van - de 'Ruinder A' beslaan een vergelijkbare oppervlakte hooiland- en weilandpercelen. De meest ingrijpende wijziging in de nederzettingsstructuur vindt omstreeks 1900 plaats, als een nieuwe noord-zuid gerichte doorgaande weg van Lhee naar Pesse wordt aangelegd. Voor een deel samenvallend met het beloop van de oost-west georienteerde drift langs de hoeven, loopt de nieuwe hoofdweg over de lengterichting van de es en over de Ruiner A naar Eursinge-Pesse. Het zuidelijke deel van deze weg vormt een geheel nieuwe verbinding in tegenstelling tot het gedeelte over de es waar in aanleg reeds een pad aanwezig was blijkens de Franse topografische kaart uit circa 1810. In de eerste decennia van de 20ste eeuw verrijst in de oostelijke knik van deze weg nog een vierde boerderij. In dezelfde periode is de westelijke eswal door gerichte aanplant uitgebreid tot een brede boszone op de overgang naar de Kraloer heide.

De landschappelijke (her)inrichtingswerken die met name de laatste decennia in overig Drenthe algemeen zijn doorgevoerd, zijn in Kraloo relatief beperkt gebleven, vooral door de geringe omgang in combinatie met het agrarisch doorfunctioneren van de nederzetting. Er heeft in hoofdzaak alleen een aanpassing plaatsgevonden van het historische wegen- en driftenpatroon, zoals dit herkenbaar is op oudere topografische kaarten, waardoor de ontsluitingsstructuur van de huiserven, het escomplex en de weidegronden langs de Ruiner A voor een belangrijk deel is gericht op de 'nieuwe' hoofdweg. Sedert de jaren vijftig is tevens de fijnmazigheid van de percelen- en houtwallenstructuur van de weidegronden langs de genormaliseerde Ruiner A aanzienlijk verminderd. De aanleg van de rijksweg (A 28) op een kilometer afstand oostelijk van de nederzetting heeft, behoudens het visuele aspect in de zuidoostelijke dorpssector, niet tot een verstoring in de ruimtelijke kleinschaligheid van het esgehucht geleid.

Huidig ruimtelijk karakter en te beschermen waarden
De hoofdelementen in de landschappelijke constellatie van het historische esdorpenlandschap zijn in Kraloo duidelijk herkenbaar gebleven. Deze betrekkelijk zeldzame situatie is onder meer het gevolg van de kleinschaligheid van de nederzettingsstructuur, welke in wezen een ongewijzigde ruimtelijke samenhang vertoont. Bovendien is er binnen het dorpstoebehoren sprake van een min of meer oorspronkelijke functie-bestemming van de samenstellende delen: het open en visueel duidelijk herkenbare escompex, de weidegronden langs het bovenloopje van de Ruiner A en de veldgronden, welke thans onderdeel zijn van het natuurgebied van de Dwingeloose en Kraloer heide. De nederzetting in enge zin, een viertal ruim verspreid liggende hoeven in een reeks, valt daardoor feitelijk niet te isoleren uit de ruimere structuur van het omringende landschap.

De basis voor de hoofdstructuur van het esgehucht Kraloo wordt gevormd door het met hoog geboomte omgeven escomplex. Op de duidelijk herkenbare overgang naar de, tot meer dan twee meter lager gelegen weidegronden zijn aan de zuidzijde van de es de hoeven gesitueerd, waarvan drie bouwplaatsen in aanleg dateren van voor 1810. De es grenst aan de noord- en westzijde aan de Kraloer heide, daarvan slechts gescheiden door een boszone van wisselende breedte. Plaatselijk, ook aan de oostzijde, wordt de es begrensd door (restanten van) de duidelijk herkenbare eswal met hoogopgaande eiken in combinatie met lager geboomte en struikgewas. De hoofdweg, nagenoeg als enige in het wegen- en padenpatroon verhard, ontsluit het esgehucht en de bijbehorende landschappelijke elementen. Het beloop van deze weg over het esgedeelte wordt gemarkeerd door hoog opgaande bomenrijen aan weerszijden ervan, hetgeen sedert de eerste decennia van de 20ste eeuw een opmerkelijk ruimtelijk contrast biedt met de open es, die vanouds slechts langs de randen door groenzones (eswal) werd begrensd. In het zuidoosten wordt de Ruiner A overbrugd, aan weerzijden waarvan de weilanden zijn gelegen.

Het door twee scherpe bochten gemarkeerde oost-west georienteerde hoofdweggedeelte vormt de 'kern' van de nederzetting. Het gaat hierbij om het trace van de oude drift, waar de huiserven (huisweiden of 'weidelandbrinken') vanouds op aansluiten. In noordelijke richting loopt de weg over het door de eeuwen heen opgehoogde en daardoor enigszins bolgevormde escomplex, dat thans voor een belangrijk deel uit grasland bestaat. Het voormalige veld, de Kraloer heide, is in visuele zin afgeschermd door de eswal(restanten) en de jongere aanplant. Langs de westzijde van de es is het zeer geprononceerde relief van de zandduintjes op de overgang naar de heide behouden gebleven. In de zuidoostelijke dorpssector vormt de A-28, die Kraloo scheidt van de meer oostelijk gelegen nederzettingen Nuil en Pesse een visuele begrenzing. Door de ruime afstand tot deze autosnelweg is er echter geen sprake van een storende doorsnijding van de landschapsopbouw rondom de buurtschap.

De ruimtelijk-structurele kwaliteit van Kraloo wordt ondersteund door de bouwkunstige karakteristiek, bepaald door enkele jongere en oudere boerderijen, welke op of direct grenzend aan de zuidelijke esrand, langs de hoofdweg - de voormalige driftruimte - zijn gesitueerd. Vooral van structureel belang is de ligging van de twee jongere hoeven, van rond 1900, respectievelijk in het westelijke en oostelijke verlengde van de oorspronkelijke hoevenreeks. De oudere complexen dateren in aanleg van voor 1810. De huidige vormgeving van de boerderijen en bijgebouwen is het resultaat van aanpassingen, verbouwingen en restauraties gedurende enkele eeuwen. Rietdaken overheersen terwiji het voorhuis in een enkel geval met pannen is gedekt. Combinaties van zij- en achterbaanders en de aanwezigheid van lagere toegangsdeuren ernaast zijn kenmerkend.

Bij de voorhuizen ligt het accent op de voorgevels, die zonder uitzondering een symmetrische opbouw vertonen. De oudere bijgebouwen (schuren, stallen) zijn overwegend uit hout opgetrokken. Naast een 18de-eeuwse schaapskooi, die thans als bouwval resteert, is een nieuwe stenen met riet gedekte schuur gebouwd achter de westelijke boerderij. Naast elk van de voorhuizen is een (1 9de-eeuwse) stookhut of ovenhuis gesitueerd. De boerderijcomplexen, waarvoor een verspreid groepswijze situering kenmerkend is, vormen een eenheid met de open, soms grote huiserven. Deze erven of huisweiden worden op de randen begrensd door vaak forse boomrijen en geconcentreerde boompartijen. De visuele relaties tussen de open huiserven, de bijeengelegen agrarische bebouwing en de bijbehorende beplantingenskenmerken zijn van belang voor de ruimtelijke karakteristiek van het dorpsgezicht Kraloo.

De kleinschalige opbouw in de boerderijenzone door grillige ruimte begrenzingen, beplantingen op (vroegere) perceelsgrenzen en de ruimtelijke compartimentering wordt plaatselijk ondersteunf door het micro-relief. Deze kleinschaligheid contrasteert duidelijk met het noordelijk gelegen escomplex en met het gebied aan de zuidzijde, langs de Ruiner A, waar lossere opgaande boombeplanting op vroegere perceelsgrenzen is opgenomen in de meer open ruimte. Deze ruimtelijke zonering ondersteunt de herkenbaarheid van de ligging van de kleine esnederzetting op de landschappelijke overgang van hoge naar lagere gronden.

Begrenzing
Feitelijk valt het esgehucht Kraloo niet te isoleren uit de landschappelijke constellatie van de historisch bepaalde, duidelijk herkenbare esnederzetting in ruimere zin, waartoe het Kraloër veld, de Kraloër es en het beekdal van de Ruiner A behoren. In beginsel biedt het huidige instrumentarium, waaronder de beschermde status van het Kraloër veld (heide-natuurgebied), alsmede het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Ruinen voldoende waarborgen voor behoud en aanvulling van de kenmerkende landschapselementen. In aansluiting hierop richt de bescherming van het dorpsgezicht zich op de hoevenreeks langs het oost-west gerichte deel van de hoofdweg, waar de kleinschalige karakteristiek overheerst. De deels monumentale agrarische bebouwing ligt in deze overgangszone, tussen de openheid van het escomplex in het noorden en het beekdal van de Ruiner A in het zuiden. De begrenzing van het beschermde dorpsgezicht Kraloo in engere zin, is weergegeven op de bijgevoegde kaart (Rijksdienst voor de Monumentenzorg, kaartnummer 264).

Rechtsgevolg aanwijzing
Ter effectuering van de bescherming van het aangewezen dorpsgezicht Kraloo moet ingevolge artikel 37, lid 8 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een bestemmingsplan worden ontwikkeld. De toelichting op de aanwijzing als beschermd
dorpsgezicht kan daarbij wat het beschermingsbelang betreft als uitgangspunt dienen. Doel van de aanwijzing is de karakteristieke met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkelingen binnen het gebied. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te geven voor een ruimtelijke ontwikkeling, die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruik maakt en daarop voortbouwt." Panden die binnen een beschermd gezicht vallen krijgen niet automatisch de status van beschermd monument. Wel zal de gemeente het bestemmingsplan waar nodig aanpassen om nieuwe ontwikkelingen in het gebied te reguleren. De gezichtsbescherming richt zich op de stedenbouwkundige en cultuurhistorische waardering van een gebied en wil het toekomstig functioneren daarvan veiligstellen.

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- De krimpenboerderij uit ca. 1900 op Kraloërweg 9 heeft een middenlangsdeel en een vrijstaande schuur.

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- N van buurtschap Kraloo ligt de Kraloër es. N daarvan ligt de uitgestrekte Kraloërheide, die onderdeel is van het Nationaal Park Dwingelderveld.

- "Kraloo geldt als een schoolvoorbeeld van een typisch Drentse nederzetting in een nog oorspronkelijk aandoend landschap. De fysieke relatie tussen dorp, heideveld, beekdal en akkers op de es is hier door de eeuwen heen goed bewaard gebleven. De vier boerderijen van de buurtschap liggen verscholen in hoog opgaand eikenhout. Veranderingen in het grondgebruik en de intensieve vorm van landbouw van tegenwoordig hebben ervoor gezorgd dat de begroeiing van het landschap ernstig is verarmd. Schrale hooilanden en kruidenrijke akkers zijn verdwenen. Gebleven is echter de sfeer van een oeroud Drents gehucht op de flank van een beekdal."(2)

Reactie toevoegen