Naamkunde, in het bijzonder toponymie

naamkunde_nederlandse_plaatsnamen.jpg

Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en historie (G. van Berkel en K. Samplonius, Prisma / Het Spectrum, 3e herziene druk, 2006) is het recente Nederland-brede standaardwerk op dit gebied. Verder zijn er nog diverse provinciale en regionale publicaties.

Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en historie (G. van Berkel en K. Samplonius, Prisma / Het Spectrum, 3e herziene druk, 2006) is het recente Nederland-brede standaardwerk op dit gebied. Verder zijn er nog diverse provinciale en regionale publicaties.

naamkunde_op_stee_drentse_en_groninger_plaatsnamen.jpg

In het boek 'Op Stee. Drentse en Groninger plaatsnamen verzameld' (2015) kunt u o.a. lezen hoe plaatsnamen in deze provincie worden uitgesproken, of men erin of erop woont en hoe men de bewoners noemt.

In het boek 'Op Stee. Drentse en Groninger plaatsnamen verzameld' (2015) kunt u o.a. lezen hoe plaatsnamen in deze provincie worden uitgesproken, of men erin of erop woont en hoe men de bewoners noemt.

Eén van de interessante aspecten van plaatsen is de herkomst en betekenis van de naam van een plaats. De wetenschap die zich, als onderdeel van de Naamkunde in bredere zin, bezighoudt met het verklaren van plaatsnamen en andere aardrijkskundige namen, heet toponymie. Een ander onderdeel van de Naamkunde is de discipline die zich bezighoudt met de herkomst en betekenis van persoonsnamen (voornamen en geslachtsnamen), maar dat is binnen het kader van deze site niet aan de orde.

Er is al veel onderzocht en gepubliceerd over onze plaatsnamen. Tegelijkertijd is dit onderzoeksgebied nooit ´af´ omdat er nog voortdurend nieuwe ontdekkingen worden gedaan en nieuwe inzichten worden verworven.

Taalkunde en historische geografie beide even zeer van belang
Bij het onderzoek naar de herkomst en betekenis van plaatsnamen is het van belang je te realiseren dat doorgaans zowel taalkundige als historisch-geografische aspecten een rol spelen. En dat dus ook de specilasten uit beide gebieden hierin samenwerken. Vaak is de kennis en kunde van beide nodig om in samenhang een plaatsnaam te kunnen verklaren.

Ga altijd uit van de oudste vermeldingen
Net zo zeer van belang is het om je te realiseren dat je niet in de valkuil moet trappen om van de huidige naam met zijn spelling uit te gaan, maar dat je altijd de oudst bekende vermeldingen ('attestaties') moet zien te vinden. Spellingswijzigingen in de loop der eeuwen komen namelijk veel voor. Hetzij doordat de taal als zodanig zich ontwkkelt, met spellingswijzigingen in bredere zin en dus ook met betrekking tot de plaatsnamen, hetzij doordat men de oorspronkelijke betekenis van een naam uit het oog is verloren, dus een andere betekenis / oorsprong veronderstelt, en daardoor de naam anders is gaan spellen. En zo zijn er nog wel meer oorzaken.

Enkele voorbeelden van 'instinkers': de buurtschap Bazuin heeft niets met het muziekinstrument te maken (maar heeft te maken met de ligging 'bezuiden' = zuidelijk van). Ridderkerk heeft niets met een ridder te maken, Dieren heeft niets met dieren te maken, en de buurtschap Doodstil heeft qua naam niets van doen met het feit dat het er inderdaad doodstil is...

Het meest recente Nederland-brede standaardwerk op het gebied van onze plaatsnamen is Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en historie (G. van Berkel en K. Samplonius, Prisma / Het Spectrum, 3e herziene druk, 2006). Het boek is uitverkocht, maar via de link incidenteel nog online te verkrijgen.

Andere boeken en artikelen met wetenswaardigheden over plaatsnamen:

- Op Stee. Drentse en Groninger plaatsnamen verzameld (Eline Brontsema, streektoalfunctionoares Groningen / Siemon Reker, Bureau Groninger Taal en Cultuur Rijksuniversiteit Groningen, Abel Darwinkel, Huus van de Taol Drenthe, 2015). Wie kent het niet: de ergernis die ontstaat wanneer een plaatsnaam verkeerd wordt uitgesproken. Tegelijkertijd is het ook wel begrijpelijk dat een journaallezer Wèsterbork in plaats van Westerbòrk zegt, want het is simpelweg onmogelijk om van alle plaatsen in Nederland te weten waar de klemtoon ligt (wij zijn daar overigens wel een overzicht van aan het aanleggen om in deze lacune te voorzien, maar dit is nog slechts een beginnetje). Voor wat betreft plaatsnamen in het Drents en in het Gronings is de kwestie niet anders. Een inwoner van Ekehaar zal de eigen plaatsnaam misschien Ieghaor noemen, maar voor iemand uit Gieten zal het antwoord eerder Ekehaor zijn. En je woont op Fluitenbarg, maar hoe moet iemand uit bijvoorbeeld Veendam dat weten? Hoe noemt men bepaalde plaatsen in de streektaal? Woon je 'in' of 'op' een bepaalde plaats en waarom? Hoe worden de inwoners van bijvoorbeeld Gaarkeuken genoemd? Zie ook recensie boek 'Op Stee. Drentse en Groninger plaatsnamen verzameld'.

- Het boek Zeeuwse plaatsnamen. Van Aardenburg tot Zonnemaire (252 pag., 1996) is incidenteel nog tweedehands verkrijgbaar.

Naast de vele boeken die er op dit gebied zijn verschenen, zijn enkele publicaties - ook - online te raadplegen:

- Rob Rentenaar, Groeten van Elders. Plaatsnamen en familienamen als spiegel van onze cultuur. Naast hoofdstukken over specifieke soorten plaats-, veld-, waternamen e.d., is het hoofdstuk De spelling van onze aardrijkskundige namen aan te bevelen, als u benieuwd bent waarom wij vandaag de dag nog zoveel oneenduidig en onhandig gespelde plaatsnamen hebben.

- In Familienamen en 200 jaar burgerlijke stand (Leendert Brouwer, 2011) zijn parallellen te vinden met de plaatsnaamspellings-problematiek: tot medio 19e eeuw was er nog geen eenduidige spelling van het Nederlands, en konden de meeste mensen niet lezen en schrijven (en dus ook niet controleren of hun familienaam in een document goed geschreven was) en liet men dus zijn familie- en plaatsnaam e.d. opschrijven door iemand die dat wél kon (bijv. de pastoor, dominee, notaris). Ook plaatsnamen waren qua spelling niet eenduidig vastgesteld. Men schreef tot medio 19e eeuw een plaatsnaam vaak op zoals het klonk, en dat kon tot nogal verschillende spellingen leiden, zelfs door één persoon in relatief korte tijd. Extreem voorbeeld hiervan is Kockengen, waar de pastoor van Teckop het in slechts 5 jaar tijd (1768-1773) voor elkaar krijgt om hier in het doopregister 9 verschillende spellingen voor te noteren!

"Aan het begin van de 19e eeuw was er nog geen nationaal gestandaardiseerde spelling. Er vigeerden verschillende spellingsmethoden. In 1804 werd er met de spelling-Siegenbeek een poging tot normalisatie ondernomen, maar de spellingsverschillen van de namen in die jaren laten zien dat de spellingsvoorschriften bepaald nog niet algemeen waren doorgevoerd. Bovendien schreef men zijn naam niet zelf op, maar wérd die naam genoteerd. Misverstanden in verband met de verstaanbaarheid alom. Vooral namen van buitenlandse herkomst werden begrijpelijkerwijs nog al eens verbasterd. Hübscher werd Hupse, Clayton werd Kleton, Charlouis werd Scharlewie, Pot-de-vin werd Poddewijn en Rockmacher werd Rookmaker. Dat leverde ook onkiese en onkuise associaties op waarmee hedendaagse naamdragers nog te stellen hebben: Picard werd Pikhaar, Copin werd Koppijn, Abercrombie werd Apekrom. Niet veel zijn daar meer van.

Men denkt wel eens dat namen die ons bespottelijk in de oren klinken aangenomen zijn om Napoleon op de korrel te nemen. Maar nee, ook zonder hem was de burgerlijke stand wel ingevoerd, ook zonder hem waren er al naamgrappen."

Overigens is men in het project Histopo doende om alle oude spellingen van plaatsnamen te inventariseren. Men heeft al van enkele tienduizenden oude spellingen geïnventariseerd bij welke huidige plaats dat hoort en dat in een database ingevoerd. Het voordeel daarvan is dat je daar nu een oude spelling kunt invoeren, waarvan je je afvraagt op welke huidige plaats dat betrekking heeft, en dat hij dan met de huidige plaats(naam) komt als antwoord. Voor zover die oude spelling dan wel in hun database zit natuurlijk.

- Wim Hagoort, Naamvorming van Arkemheense microtoponiemen. (Arkemheen is een polder in de gemeente Nijkerk)

- Dirk Otten, Verslag van het onderzoek naar de herkomst en betekenis van de boerderijnamen in de gemeente Voorst.

- Dirk Otten, Naamkunde in de samenleving.

- Tanneke Schoonheim, Toponiemen en de lexicografie van het Nederlands.

- Nicoline van der Sijs over zoogdieren in plaatsnamen in 'Zoogdier', jrg. 26, nr. 4, winter 2015.

De intentie is dat onder dit hoofdstuk diepgaander uitgewerkte artikelen worden geplaatst over plaats- e.a. aardrijkskundige namen, waar iets interessants over te melden valt in het kader van oorsprong en verklaring van de naam. Korte naamsverklaringen vindt u bij de desbetreffende plaatspagina's onder het kopje Naam.

- Voor actuele naamkwesties is er de Adviescommissie aardrijkskundige namen in Nederland (AaniN), samengesteld uit taalkundigen, historici, geografen en cartografen, in de jaren tachtig van de vorige eeuw op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken ingesteld om gemeentebesturen en andere overheden te kunnen adviseren bij de keuze van nieuwe gemeentenamen. De experts van de commissie verstrekken tegenwoordig tevens adviezen aan overheden, gevraagd of ongevraagd, aangaande andere aardrijkskundige namen in Nederland, zoals waternamen, plaatsnamen, veldnamen of namen van kunstwerken.