Melkveehouderij

veehouderij_grondgebonden.jpg

Steeds meer instanties, zoals de FPG en Milieudefensie, zijn voorstander van grondgebonden veehouderij, t.b.v. een duurzame toekomst en betere omstandigheden voor dier, milieu, boer en burger.

Steeds meer instanties, zoals de FPG en Milieudefensie, zijn voorstander van grondgebonden veehouderij, t.b.v. een duurzame toekomst en betere omstandigheden voor dier, milieu, boer en burger.

melkveehouderij_koeien_in_de_wei_kopie.jpg

'Koeien in de wei' is beter voor dier, mens, landschap en milieu. Friesland Campina stimuleert de 'weidegang' met een 'weidegangpremie'.

'Koeien in de wei' is beter voor dier, mens, landschap en milieu. Friesland Campina stimuleert de 'weidegang' met een 'weidegangpremie'.

melkveehouderij_kiloknaller.jpg

Of blijven we gaan voor de te goedkope kiloknaller en plofkip uit de varkensflat en de gigastal, ten koste van dier, gezondheid en landschap?

Of blijven we gaan voor de te goedkope kiloknaller en plofkip uit de varkensflat en de gigastal, ten koste van dier, gezondheid en landschap?

- Hier vind je alle problemen en oplossingen m.b.t. onze melk anno 2017 op een rijtje (door Milieudefensie).

- Ir. Frits van der Schans, senior adviseur melkveehouderij bij CLM, attendeert landgoedeigenaren erop, in het artikel 'Particuliere grond als motor voor grondgebonden melkveehouderij' (in 'De Landeigenaar', juni 2017) dat zij een rol kunnen spelen om melkveehouders grond te bieden voor grondgebonden veehouderij, en daarmee kunnen bijdragen aan het behoud van 'grondgebonden familiebedrijven met behoud van weidegang' waar inmiddels ook LTO en zuivelkoepel NZO waar mogelijk voorstander van zijn.

- We laten Milieudefensie aan het woord over hun campagne 2017 voor een eerlijke melkprijs en daarmee een gezonde en duurzame melkveehouderij die beter is voor de dieren en voor het landschap en de natuur:
"Er is veel mis met ons eten en met de manier waarop we het produceren. Zo ook met melk. Als het aan Milieudefensie ligt komt daar verandering in. Wij willen gezond en eerlijk voedsel voor iedereen. Respectvol geproduceerd zonder uitbuiting van mens, dier en grond. Zo maken we gebruik van al het moois dat de natuur ons geeft en houden we dat ook in stand. En we beginnen bij melk.

Er is meer mis met onze melk dan je op het eerste gezicht zou denken. Steeds meer koeien staan in megastallen en komen niet meer in de wei. Ze krijgen importsoja uit Zuid-Amerika te eten, waarvoor oerwoud is gekapt. En dan hebben we het nog niet over het enorme mestoverschot en de weidevogels die verdwijnen.

Het is allemaal te herleiden tot één oorzaak. De prijs die de boeren van de supermarkten betaald krijgen voor hun melk. Terwijl de consumentenprijs voor een pak melk de afgelopen jaren gelijk is gebleven, krijgt de boer steeds minder betaald. Vaak zelfs minder dan de kostprijs. Veel boeren moeten daardoor noodgedwongen stoppen. Juist kleine boeren, die vaak duurzamer werken.

Om dat te veranderen eisen wij van supermarkten dat zij aan boeren een fatsoenlijke prijs betalen voor hun melk: 43 cent per liter. Want boeren hebben 37 cent per liter nodig om weer gewoon hun brood te verdienen. En met nog eens 6 cent extra kunnen ze duurzamer produceren en aan de volgende vier eisen voldoen: 1. Weidegang. 2. Weidevogels. 3. Regionaal voer. 4. Grondgebonden.

1. Koeien in de wei
100% toename koeien op stal in de afgelopen jaren: 2006: 284.000. 2015: 568.000 (bron: CBS)
Koeien moeten minstens 120 dagen per jaar 6 uur in de wei lopen. Hoe meer uren weidegang, hoe hoger de vergoeding moet zijn. Zo kunnen boeren die nu koeien jaarrond op stal houden de overstap maken naar weidegang.
Kosten: + 2 cent/liter

2. Aandacht voor weidevogels
87.000 = 72,5% afname broedparen grutto's in de afgelopen 40 jaar: 1975: 120.000. 2015: 33.000 (bron: CBS/Sovon)
Weidevogels moeten op het boerenland de bescherming krijgen die zij verdienen. Manieren hiervoor zijn later maaien, voldoende natuur op het bedrijf, een hoger waterpeil en meer koeien in de wei. Door een hogere melkprijs kunnen boeren hun grond hier geschikt voor maken.
Kosten: + 1,8 cent/liter

3. Lokaal geteeld veevoer
In 20 jaar 9,6% afname oerwoud in Brazilië t.b.v. veevoer. 1995: 572 miljoen hectare. 2015: 517 miljoen hectare. 54 miljoen hectare verloren bos. (bron: FAO)
Koeien moeten alleen regionaal voer krijgen. Nu komt soja voor veevoer vrijwel altijd uit Zuid-Amerika. Dat gaat ten koste van het oerwoud en de lokale bevolking. En het is helemaal niet nodig. Met een hogere melkprijs kunnen boeren het veevoer lokaal (of in Europa) telen.
Kosten: + 0,5 cent/liter

4. Mest uitrijden op eigen land
In 15 jaar tijd 529% toename mest in de rundveehouderij. 2000: 11,35 miljard kg. 2015: 60 miljard kg. Is 48,65 miljard kg meer mest (bron: CBS)
Mest moet op eigen grond uitgereden worden. Dat betekent dat we minder mest kunnen produceren. Minder mest betekent minder broeikasgassen, ammoniak, vervuiling, transport en een verbetering van de biodiversiteit. Met een hogere melkprijs kunnen boeren meer grond kopen of minder koeien houden.
Kosten: + 1,7 cent/liter

Vind jij ook dat het anders móet en dat het op de hierboven beschreven manieren ook anders kán? Teken dan hier de petitie!

Die luidt als volgt:
"Beste Albert Heijn, Jumbo, Aldi, Lidl, Plus, Coop en andere supermarkten,
Ik wil dat jullie alleen nog maar duurzame melk verkopen. De boer moet daar een eerlijke prijs voor krijgen. Om de eerste stappen op weg naar duurzamer geproduceerde melk te zetten, moeten boeren minimaal 43 cent per liter krijgen, want dan:
Kan de boer zijn brood verdienen;
Staan koeien in de wei;
Kan het aantal weidevogels herstellen;
Krijgen koeien voer van eigen land of uit Europa;
En kan een boer zijn mest op eigen land uitrijden.

Supermarkten, werken jullie ook mee aan een duurzame wereld? Betaal boeren dan een eerlijke prijs voor hun melk."

- Grondgebondenheid van de melkveehouderijbedrijven moet centraal staan bij het oplossen van het fosfaatprobleem. Dat stelt de Federatie Particulier Grondbezit (FPG) anno 2015. Het aantal koeien en het aantal hectaren in eigendom of in gebruik zijn naar mening van de FPG voor het individuele bedrijf normstellend en bepalend of er sprake is van een fosfaatoverschot of -tekort.

Voor het tot stand brengen en voor het houden van een economisch en duurzaam verantwoorde melkveehouderij ziet de FPG een systeem van fosfaatrechten niet als een goede oplossing. Samengaan van voedselproductie met agrarisch natuurbeheer, weidegang, verantwoord bodembeheer, recreatie en/of waterbeheer wordt dan nagenoeg onmogelijk. Fosfaatrechten, die ook nog kostprijsverhogend zijn, dragen niet bij aan een duurzame melkveehouderij. Koppeling met grond- en gebruiksrechten versterkt een duurzame ontwikkeling, is bovendien goed vast te leggen en is goed controleerbaar en handhaafbaar, aldus de FPG.

- René Houkema heeft in zijn rapport Het belang van weidegang (2011) alle voorhanden zijnde studies, rapporten en actuele inzichten m.b.t. de voor- en nadelen van weidegang samengevat  (met links naar die tientallen studies en rapporten). Eén van de vele conclusies ten voordele van weidegang luidt: "Er kan geconcludeerd worden dat het jaarlang op stal houden van koeien geen “redelijk doel” dient, omdat de gezondheid en het welzijn van koeien hierdoor onevenredig wordt benadeeld. De toepassing van weidegang draagt in belangrijke mate bij aan het voorkomen en genezen van de grootste dierenwelzijns- en gezondheidsproblemen in de melkveehouderij. Gezien de ernst en duur van deze vaak pijnlijke aandoeningen kan met het verplicht stellen van (beperkte) weidegang het leed van honderdduizenden koeien worden voorkomen of worden verzacht."

- Stichting Weidegang bundelt alle kennis en inzichten over weidegang, en geeft ook praktische ondersteuning middels workshops, coaches e.d., opdat boeren die dit overwegen een onderbouwde keuze kunnen maken.

- Algemene maatregel van bestuur (AMvB) grondgebonden groei melkveehouderij (maart 2015).

- Melkveehouderij zal blijven groeien, maar zal nooit een vorm van industriële productie worden, aldus Kees Romijn, voorzitter LTO Nederland Melkveehouderij in de Volkskrant, 10-11-2014.

- Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer, vindt dat de schaalvergroting dierenwelzijn niet heeft verbeterd en grote melkveebedrijven ten dode zijn opgeschreven, in de Volkskrant, 10-11-2014.

Verantwoorde ontwikkeling sector na verdwijnen melkquotering
"De Nederlandse zuivelsector kiest voor een grondgebonden melkveehouderij en behoud van weidegang voor koeien. Voor bedrijven zonder grond is er in de visie van LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) geen plaats. Datzelfde geldt voor melkveebedrijven met dichte stallen. Melkveebedrijven die een nieuwe milieuvergunning nodig hebben en geen weidegang toepassen wijzen zij eveneens af, tenzij deze bedrijven voldoende voedergewassen uit de nabije omgeving betrekken. Individuele zuivelondernemingen zullen geen melk afnemen en verwerken van nieuwe bedrijven die niet passen in het beoogde toekomstbeeld.

LTO en NZO zijn tevreden dat het Kabinet ruimte geeft voor de ontwikkeling van de melkveehouderij. Vanzelfsprekend vindt deze plaats binnen de grenzen van de overheid, maatschappij en sector. Grondgebondenheid en weidegang zijn belangrijke elementen uit de visie ‘Verantwoorde ontwikkeling van de Nederlandse melkveehouderij’ van LTO en NZO. Na afschaffing van de melkquotering kan de zuivelsector een bijdrage blijven leveren aan de groeiende vraag naar zuivel in de wereld als belangrijke bron van natuurlijke voedingsstoffen. Dit zal ook in de toekomst worden gerealiseerd binnen de milieurandvoorwaarden van de Rijksoverheid. Met deze visie bouwen LTO en NZO voort op hun eerdere initiatieven om de sector verder te verduurzamen (zoals Duurzame Zuivelketen, Convenant Weidegang en Zuivelplan mest en mineralen).

De zuivelsector staat voor een verantwoorde ontwikkeling van de melkveehouderij met respect voor dier, omgeving en milieu. Om de melkveehouderij na het wegvallen van de melkquotering in 2015 op verantwoorde wijze te laten ontwikkelen wordt een reeks maatregelen genomen." Zie verder het persbericht van Friesland Campina, waar het bovenstaande een citaat uit is. Friesland Campina stimuleert 'koeien in de wei', oftewel 'weidegang', middels een 'weidegangpremie' voor de boeren die dit toepassen.

- Rapport 'Melkveehouderij na de quotering. Grondgebonden en 'industriële' bedrijven' (CLM, 2013). In het rapport o.a. de conclusies dat er veel voordelen zitten aan weidegang, dat veel melkveehouders hier ook voor zijn, dat de komende jaren een scherpere tweedeling dreigt van enerzijds 'grondgebonden' bedrijven met zoveel als mogelijk de koeien in de wei, en anderzijds steeds grotere 'industriële' veehouderijen met de koeien op stal, en dat een streven naar steeds verdere productieverhoging de gezondheid van de koe niet ten goede komt. Oftewel ook hier wordt het tijd dat er 'grenzen aan de groei' komen en we terugkeren naar de 'menselijke maat'. Dat is goed voor landschap, mens en dier.

- Minder positief is het volgende nieuwsbericht: Sinds 1 april 2015 is na 30 jaar het melkquotum vervallen. In 1984 ingevoerd om melkplassen en boterbergen te voorkomen. De afschaffing betekent dat boeren meer melk mogen produceren. Wat zijn de gevolgen als er weer meer geproduceerd mag worden? En wat zijn de effecten van alle extra mest op ons milieu? Verwacht wordt: meer koeien, meer megastallen (en minder weidegang), meer melk, maar ook meer mest, waar nu al een overschot van is, met het risico dat die deels - nog meer dan tot heden - illegaal wordt uitgereden of anderszins weggemoffeld, met desastreuze gevolgen voor het milieu. Aldus Hans van Grinsven - onderzoeker landbouw en milieu bij het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) - en Sijas Akkerman van Natuur en Milieu, die de (volgens hen) gevolgen van het loslaten van het melkquotum toelichten in een uitzending van Vara's Vroege Vogels (maart 2015).

- Afschaffing melkquotum maakt mestafzet complexer en vergroot risico’s voor natuur (PBL, 1-4-2015).

- Het algemene beeld dat burgers hebben van de melkveesector is er éen van koeien, rustig en tevreden herkauwend in de wei. Daarmee onderscheidt deze veesector zich in positieve zin van de sterk geïndustrialiseerde varkens- en kippensector. Deels is dit onderscheid zeker aanwezig maar ook in de melkveesector in een sterke industrialiseringsslag aan de gang ten koste van het dier. Als we niet dezelfde grote problemen willen in de melkveehouderij als in de varkens- en pluimvee-industrie, dan zal deze trend snel gekeerd moeten worden en zullen een aantal grote welzijnsproblemen snel aangepakt moeten worden. Het is vijf voor twaalf voor de Nederlandse melkveesector. Melkrobot, kunstlichtregime, Kunstmatige inseminatie, megastallen, onthoornen, dwangvoedering van kalveren, sterke inteelt en kwistig antibiotica gebruik. Hoe natuurlijk is melk nog?

Onder druk van een lage internationale melkprijs, industrialiseert de melkveesector in hoog tempo. De productie van de koe wordt gemaximaliseerd van 3.300 liter per jaar in de jaren vijftig tot momenteel 8.000 liter met uitschieters naar 12.000 liter. Dit houdt een koe gemiddeld 3 productiejaren vol. Dan wordt zij naar de slachterij afgevoerd, voornamelijk vanwege uierontsteking, vruchtbaarheidsproblemen of pootgebreken. De absurd hoge producties leiden tot tal van ziektes waardoor honderdduizenden koeien met pijn rondlopen. Daarnaast maximaliseert de sector de productie door een sterke schaalvergroting. Aan de ene kant stoppen dagelijks 3 tot 4 melkveehouders. Aan de andere kant worden door de overblijvers in rap tempo megastallen gebouwd. Nu al zijn er meer megastallen voor melkvee dan voor varkens, 107 versus 73. Dit aantal zal naar verwachting stijgen tot meer dan 1000 megamelkstallen in 2030. Deze sterke schaalvergroting wordt mede bereikt door vergaande automatisering. Nergens ter wereld is de opmars van de melkrobot zo sterk. Maar de melkrobot jaagt de koe weer uit de wei: op de helft van de robotbedrijven komen de koeien nooit meer buiten. Er staan al meer dan 3 keer zoveel koeien jaarrond opgesloten in de stal dan in 1997.

Het beeld van de tevreden herkauwende koe in de wei staat in schril contrast met de werkelijke situatie en ontwikkeling in de melkveesector. Klauw- en uierontsteking zijn hiervoor exemplarisch. Zeven van de tien koeien heeft klauwontsteking. Dat is een zeer pijnlijke aandoening: de koe staat met haar volle gewicht van honderden kilo’s op ontstoken poten. Eenzijdige fok op hoge melkproductie heeft dit probleem sterk verergerd. Afnemende beweiding en harde betonnen vloeren in de stal, maken de situatie nog erger. Elk jaar krijgen 4 van de 10 melkkoeien uierontsteking. Dit is vergelijkbaar met borstontsteking bij vrouwen: een zeer pijnlijke aandoening. Ook hiervoor geldt weer dat door de eenzijdige fok op hoge melkproductie de koe hiervoor sterk vatbaar is geworden. Ondanks dat de dierenartsenorganisatie pijnbestrijding zeer wenselijk vindt, wordt dit vrijwel niet toegepast. In plaats daarvan wordt het dier om die reden vaak naar de slacht afgevoerd.

Het is hoog tijd voor sector én maatschappij om kleur te bekennen: gaan we voor goedkope productie met ontsierende megastallen in een wereldmarkt met vergaande industrialisering en slecht dierenwelzijn tot gevolg, of willen we het traditionele beeld van de koe in de Nederlandse wei behouden op grondgebonden boerderijen die het buitengebied kleuren? Doen we niets dan kiezen we automatisch voor het eerste. Aldus een samenvatting van het rapport 'Vijf voor twaalf voor de Nederlandse melkveehouderij. Wake up call voor melkveesector én maatschappij' (Wakker Dier, 2010).