Markten

Nederland telt ongeveer 1.000 warenmarkten (meestal weekmarkten), van heel grote zoals de Haagse Markt - naar eigen zeggen met 500 standplaatsen de grootste van Europa - tot een paar kraampjes in een buitenwijk of dorp. Anno 2019 zijn er ca. 10.700 ‘ambulante ondernemers’, zoals marktkooplui en uitbaters van een solitaire vis- of groentekraam officieel worden genoemd, die samen ca. 11.000 kramen hebben, zo blijkt uit cijfers van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH). De jaarlijkse omzet van de gezamenlijke marktkooplui bedraagt circa 1,3 miljard euro, ongeveer 2 procent van de totale omzet in de Nederlandse detailhandel. In 2000 was dat ruim 3 miljard euro. De gemiddelde jaaromzet van een marktbedrijf is 121.500 euro. Marktkooplui verdienen gemiddeld 30 procent minder dan winkeliers. 60 procent van de marktkooplui is 45 jaar of ouder, amper 11 procent is onder de 30. De rol van ‘food’ wordt steeds groter. De grootste daling zit in tweedehands producten en textiel.

Bekende markten als de Albert Cuyp in Amsterdam en de Haagse Markt trekken nog altijd veel bezoekers, onder wie veel toeristen, en doen het best goed. Vooral de kleinere buurt- en wijkmarkten en de dorpsmarkten hebben het moeilijk. Hoe dat komt? Naast de opkomst van internetwinkelen, wijst bestuurder van de CVAH Henk Achterhuis op het drukke bestaan van tweeverdieners: "Die hebben geen tijd om een doordeweekse markt te bezoeken. En tegen prijsvechters als Lidl en Action valt voor de gemiddelde marktkoopman niet te concurreren." Dat wil zeggen: op prijs. Want op kwaliteit, service en ‘beleving’ valt er nog een wereld te winnen, stelt Rien Romijn van Adviesbureau Seinpost, dat onderzoek doet naar de ontwikkeling van de nog ongeveer 1.000 warenmarkten die Nederland telt. "De wekelijkse markt is het hart van een stad of dorp en heeft daar een belangrijke sociale functie. Mensen komen er om boodschappen te doen, maar ook om elkaar te ontmoeten. De markt moet dé plek zijn waar je specialistische, verse en kwalitatief uitstekende spullen kunt kopen, die elders niet of nauwelijks worden aangeboden. En dat voor een schappelijke prijs." Romijn vindt dat er altijd reuring moet zijn: "Mensen willen iets zien gebeuren, ervaren en meemaken. Daar moet je op inspelen. Bijvoorbeeld met een proeverij, een standwerkerswedstrijd, livemuziek. En met terrasjes, waar klanten hun aankopen op hun gemak kunnen nuttigen en genieten van de dynamiek van de markt."

Samen met de CVAH, gemeenten, plaatselijke winkeliers en horecaondernemers zette zijn bureau proefprojecten op die ‘de nieuwe markt’ gestalte moeten geven. De donderdagse markt in Delft is zo’n project. Die is geen eigendom van de gemeente, zoals meestal het geval is, maar van de marktkooplui zelf. Achterhuis: "Zíj zijn de ondernemers, dus zij bepalen de koers." De Delftse markt heeft een marktmanager, in de persoon van Paul Nijhuis. Anders dan een door de gemeente aangestelde marktmeester, kijkt hij vooral met ondernemersblik naar manieren om de aantrekkingskracht van de markt te vergroten. Zoals door af te wijken van de gewoonteregel dat vrijkomende plaatsen worden ingenomen door marktkooplui die het langst op de wachtlijst staan. Nijhuis: "Ik kijk naar welk assortiment de markt kan versterken en welke ondernemer dat het beste kan bieden. Aan kleding en andere non-food heeft de consument steeds minder behoefte. De focus ligt op gezonde, verse voeding en etenswaren uit de eigen regio. Daarin zit de toegevoegde waarde."

Somber is Achterhuis over de toekomst van de talloze kleine buurt- en wijkmarktjes, waarvan er vele een zieltogend bestaan leiden. "Er zijn te veel markten en te veel marktkooplui. Marktkooplieden die niet meegaan met de ontwikkelingen redden het op termijn niet." Want zoveel staat vast: de noodzakelijke vernieuwing moet vooral uit de ondernemers zelf komen. Aan dat besef schort het nogal eens. Achterhuis: "De markt is een conservatieve sector. Marktbedrijven zijn vaak familiebedrijven die al tientallen jaren op een bepaalde manier werken en een bepaald type producten verkopen. Dat is altijd goed gegaan, dus waarom zouden ze veranderen? Maar zo werkt het niet meer. De wereld is veranderd en de markt moet daarin mee." (bron en voor nadere informatie zie de Stentor, 30-11-2019)

Als je gek bent op het afstruinen van markten in ons land, is het boek 'Markten In Nederland' een aanrader. Nederland telt honderden bijzondere markten, vaak al eeuwen oud. Paardenmarkten, jaarmarkten, bloemenmarkten, vogelmarkten, schapenmarkten, bijenmarkten, boekenmarkten, kunstmarkten, ja zelfs een jammarkt, een muntenmarkt, een ganzenmarkt, tot en met een meidenmarkt. Voor het eerst bijeen in dit boek: de leuke, belangrijke, interessante, gekke, gewone en ongewone markten van Nederland op een rij, gerangschikt per provincie, compleet met alle gegevens over data, tijdstippen, omvang, plus wat er eventueel nog meer omheen te doen is. Een boek voor thuis, een boek voor in het dashboardkastje. Want gezellig slenteren over een jaarmarkt is ook nog altijd het allervoordeligste dagje uit. Als je tenminste de koopjes en de standwerkers weet te weerstaan...

Reactie toevoegen