Intensieve veehouderij

Fortwijk Loesje varkensflat [640x480].jpg

De buurtschap Fortwijk bij Vroomshoop, Overijssel, heeft dankzij jarenlange acties de komst van intensieve veehouderijen van elders kunnen tegenhouden

De buurtschap Fortwijk bij Vroomshoop, Overijssel, heeft dankzij jarenlange acties de komst van intensieve veehouderijen van elders kunnen tegenhouden

Veehouderij en volksgezondheid

- Er wordt al jarenlang onderzoek gedaan naar de volksgezondheid in relatie tot de intensieve veehouderij. De Brabantse Milieufederatie en de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding hebben deze kennis verzameld en gebundeld in het rapport: ‘Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij’ (2017). Het onderzoek geeft volgens de initiatiefnemers voor het eerst een veelomvattend en begrijpelijk inzicht in de risico’s die het grootschalig fokken van dieren met zich meebrengt voor de mens. Het geld voor het onderzoek werd bijeen gebracht met een crowdfundingsactie.

- In 2010 is voor het eerst in Nederland een grootschalig onderzoek gedaan (IVG) naar de gezondheidseffecten van wonen in de buurt van veehouderijen. Hieruit kwam een aantal aanknopingspunten voor mogelijke gezondheidseffecten van het wonen in de buurt van veehouderijen naar voren. Het in 2016 gereed gekomen onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) gaat hier dieper op in, met uitgebreid onderzoek in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg. Dit is een dichtbevolkt gebied met veel veehouderijen. Onderzoekers van het RIVM, Universiteit Utrecht (IRAS), Wageningen UR (CVI en WLR) en NIVEL, hebben het onderzoek uitgevoerd.

Mogelijke verbanden tussen gezondheidseffecten en veehouderijen zijn op verschillende manieren onderzocht. Hiervoor zijn (geanonimiseerde) gegevens van huisartsen over ongeveer 110.000 patiënten voor de hele regio bekeken, is een vragenlijst ingevuld door ongeveer 14.000 mensen en hebben bijna 2.500 mensen meegedaan aan een medisch onderzoek (bloed, ontlasting, longfunctietest). Daarnaast is de luchtkwaliteit in het onderzoeksgebied onderzocht. Op meerdere momenten in het jaar zijn endotoxinen, fijnstof en aanwezigheid van micro-organismen in de lucht gemeten. Ook werd rondom pluimvee- en varkenshouderijen de uitstoot en verspreiding van deze componenten gemeten en onderzocht. - Veelgestelde vragen met antwoorden over het onderzoek VGO. Staatssecretaris Van Dam meldt aan de Tweede Kamer dat het VGO-onderzoek reden is om de Wet Dieraantallen door te zetten. De overheid moet ervoor zorgen dat de leefomgeving gezond en veilig is, zo zegt hij.

- In mei 2016 verzoekt huisarts Willem Sanders, namens alle huisartsen in de gemeente Reusel-De Mierden, aan Provinciale Staten van Noord-Babant om per direct de groei van de veestapel te stoppen. "Want met deze toename van het aantal stallen en dieren nemen ook de gezondheidsrisico's toe." Volgens de huisarts zorgt de uitstoot van veehouderij voor meer hart- en vaatziektes, kans op zoönosen zoals q-koorts en lastige resistentie voor antibiotica. Hij erkent dat er geen onomstreden bewijzen zijn voor dergelijke verbanden: "Maar zo gaat dat in de wetenschap. Ook met roken en asbest ging er 30 jaar overheen voordat de overheid maatregelen nam. Ik verwacht dat dat ook met de discussie over fijnstof en zoönosen gaat gebeuren."

Oncologisch chirurg Ignas van Bebber vindt een 'slot' op de groei van de veestapel nog veel te bescheiden. Een op de drie Brabantse varkenshouders staat het water aan de lippen. Warme sanering is volgens Van Bebber een goede optie: opkopen van dierrechten en niet meer uitgeven. Resultaat: een afname van beesten, import van veevoer, mest, gezondheidsproblemen en ongelukkige veehouders, maar toch voldoende vlees voor onze landgenoten. En: "Het pas gepresenteerde rapport van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (21-5-2016) suggereert gedeeltelijke verplaatsing van de intensieve veehouderij van Nederland en Vlaanderen naar bijvoorbeeld Centraal Europa, gekoppeld aan de bodems waar veevoer op wordt geproduceerd. Korte kringlopen dus, weinig transport en een evenredige verdeling van de milieu- en gezondheidsbelasting. Gun onze Europese medeburgers ook vee-gerelateerde opbrengsten." In zijn opiniebijdrage in BD, 27-5-2016, draagt hij nog veel meer argumenten aan waarom de veestapel onze gezondheid bedreigt en zou moeten worden teruggedrongen.

Tot slot stelt Jos van de Sande in juni 2016, bij zijn afscheid als GGD-arts, dat Brabant blij moet zijn dat (deze) artsen zich mengen in het debat over de toekomst van de veehouderij. "Zij vullen het wetenschappelijk onderzoek prima aan met praktijkervaring en daar moeten we blij om zijn", aldus Van de Sande. Hij wijst erop dat artsen in vroeger tijden ook vanuit hun praktijkervaring hebben aangedrongen op betere drinkwatervoorziening en riolering, zonder dat er al wetenschappelijk bewijs was voor de slechte invloed van bijvoorbeeld grachten en open riolen. Van de Sande wijst ook op een recent door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) gepubliceerd rapport over luchtverontreiniging. Daarin staat dat de ammoniakuitstoot van landbouw invloed heeft op meer dan de helft van de voortijdige sterfte door luchtverontreiniging. Ook de plannen voor een megageitenstal in het Gelderse Rossum vindt hij, in het licht van de q-koorts-risico's, onbegrijpelijk.

Reactie op het VGO-rapport uit de 1e alinea in het hoofdstuk hiervoor: niet intensiveren maar extensiveren!
Hagar Roijackers, Statenlid GroenLinks Brabant, reageert middels een open brief als volgt op (de reacties op) het VGO-rapport: "Meteen na de publicatie van het rapport begint vanuit de vee-industrie het grote sussen: met die Wet Dieraantallen zal het zo'n vaart niet lopen. Het gezondheidsonderzoek geeft niet genoeg wetenschappelijke onderbouwing om de veehouderij te beperken. Bovendien: zo sterk was het gevonden verband met longklachten toch niet? Waren er niet ook positieve gezondheidsrelaties: minder astma en allergieën? En was de uitstoot van veehouderijen niet vergelijkbaar met stadsverkeer? Nou dan.

GroenLinks heeft daar wel wat tegenin te brengen. Om te beginnen het rapport zelf, dat bestaat uit meerdere onderzoeken. Waaronder de gezondheidsproblemen waarmee mensen bij hun huisartsen komen. Dan valt het significant hogere aantal gevallen van atopisch eczeem op bij kinderen tussen de 0 en de 4 in veedichte gebieden. Reden om daar eens nader in te duiken, zou je denken. Maar bij het VGO-onderzoek zelf (bloed, urine, ontlasting, speeksel – de hele mikmak) is geen enkel kind meegenomen! De onderzoeksgroep is tussen de 18 en de 70 jaar. Ook senioren zijn daarmee uitgesloten. En dat terwijl bij ouderen de longziekte COPD toeneemt met 300%. Sterfte door COPD na het 70e levensjaar is twaalf keer hoger dan tussen de 40 en 69.

Andere opvallende afwezigen zijn veehouders zelf, evenals hun familie en medewerkers. Ze zijn niet onderzocht en niet meegenomen in de ziekteregistratie. En dat terwijl zij het meest in contact komen met vee. Willen we niet weten wat veehouderij voor effecten heeft op de gezondheid van boerenfamilies en hun personeel? GroenLinks wel. Zo werd een voorschrift voor gasdetectie en adembescherming in de mestkelder pas van kracht nadat er meerdere veehouders dood neervielen. Ook subtielere gezondheidseffecten zijn belangrijk om te registreren, zeker nu stallen groter worden en dieraantallen in stallen verder toenemen.

Dan over de bewering dat veehouderijen vergelijkbaar zijn met het effect van stadsverkeer. Bekend is dat de Europese normen voor fijnstof uit wegen erg ruim zijn. Het lukt Nederland niet om aan die ruime normen te voldoen. Een groot deel van het fijnstof in de stad wordt daarbij beïnvloed door de landbouw. Ammoniak reageert met stikstofoxiden uit verkeer en industrie, waarbij stofdeeltjes zich over honderden kilometers verplaatsen. In Europa wordt de helft van de vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging beïnvloed door ammoniakuitstoot uit de veehouderij. Voor de industrie zijn we veel strenger van voor de landbouw. De ammoniakuitstoot uit de industrie is 2 procent, terwijl de veehouderij zo'n 86 procent voor haar rekening neemt.

Ook onze natuur lijdt fors onder de intensivering. In en rond landbouwgebieden hollen de planten- en diersoorten achteruit. Zelfs algemene bloemen als het madeliefje dreigen te verdwijnen en daarmee ook de bijen en andere bestuivers. De industriële veehouderij maakt veel kapot in ons mooie Brabant.

Maar we moeten toch eten? Ja, maar van het in Brabant geproduceerde vlees gaat ruim 70% de grens over. China krijgt ons vlees en onze melk, en wij blijven hier in Brabant zitten met de uitstoot, de stank, de mest en alle risico's.

Laten we het VGO-onderzoek aangrijpen om de landbouw in Brabant nu écht gezond te maken. Gezond voor omwonenden, gezond voor de natuur en de dieren, gezond voor de portemonnee. Het hóeft niet allemaal groter en industriëler nu ook de markt zo tegen zit. Júist niet; draai het maar eens om:

We 'moeten' nu zo nodig de hele wereld van ons voedsel voorzien. Maar we produceren in Brabant niet eens genoeg biologisch vlees, zuivel, groenten en fruit voor de bínnenlandse vraag van consumenten naar 'bio'. Gemiste kans! Want die markt groeit wél, in tegenstelling tot de markt voor gangbare zuivel en bulkvlees.

En we moeten toch werk scheppen voor Brabant? Zeker. Maar onze regionale economie zou wel eens meer kunnen profiteren van extensieve landbouw dan van de steeds maar verder groeiende vee-industrie met de daarbij horende mestfabrieken. Recreatie en toerisme floreren bij verbrede landbouwbedrijven en leveren veel lokale banen op.

En we moeten, tot slot, deze wereld doorgeven aan onze kinderen. Want een andere aardbol hebben we niet. Het vee-industriële systeem is niet langer houdbaar voor boeren én de omgeving. Er liggen genoeg kansen voor omschakeling en voor verbreding. Tijd voor ondernemers en bestuurders die niet wegkijken, maar moed tonen. Wie durft?" (bron)

Brede coalitie van natuur- en milieuorganisaties wil stop op intensivering melkveehouderij (jan. 2016)
Het Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, Landschappen NL, de Natuur en Milieufederaties en Milieudefensie roepen staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken op te kiezen voor een grondgebonden melkveehouderij en dit vast te leggen in een nieuwe wet. De ongebreidelde groei van de melkveehouderij leidt tot ernstige problemen voor natuur en milieu, zo stellen de organisaties. De veestapel is vooral gegroeid doordat in 2015 het melkquotum is losgelaten. Er kwamen in dat jaar 50.000 melkkoeien en 38.000 stuks jongvee bij. De mestproductie is daarmee sterk gestegen. Er staan steeds minder koeien in de wei, en de biodiversiteit op het platteland neemt af. De grutto, bij uitstek een Hollandse weidevogel, wordt ernstig bedreigd. Uit de nieuwste cijfers van het CBS blijkt dat het fosfaatplafond van 172,9 miljoen kilo ruimschoots is overschreden. Zonder ingrijpen gaat uitbreiding en intensivering onverminderd door. Staatssecretaris Van Dam moet volgens de organisaties kiezen voor grondgebondenheid in de melkveehouderij en zo een rem zetten op de groei van de afgelopen jaren. Het aantal koeien wordt dan gekoppeld aan de hoeveelheid beschikbare grond. Zo kan de boer zijn mest op zijn eigen land kwijt. Boeren die nu al grondgebonden zijn hoeven niet te krimpen, vindt de coalitie van milieu- en natuurorganisaties. Een grondgebonden veehouderij lost het mestprobleem op, geeft de natuur meer ruimte en schept voor burgers en boeren een gezonde leefomgeving. (bron: Milieudefensie, 19-1-2016)

Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's)
In 2010 is het LOG Boek. Landbouwontwikkelingsgebieden in beeld verschenen, in opdracht van de Rijksadviseur voor het Landschap (Yttje Feddes), met een inventarisatie en beschrijving van alle 136 LOG's, die daartoe allemaal ter plekke zijn bezocht. "De bevindingen komen er kort samengevat op neer dat de belofte van ‘concentreren’ tegenover ‘leger maken’ nog nergens in het veld zichtbaar is. Het aantal nieuwe stallen lijkt buiten de LOG’s zelfs harder te groeien dan daar binnen en de uitvoering van een kwaliteitsslag, zowel in de verschijningsvorm van innovatieve stallen als in de inrichting van het landschap, laat nog op zich wachten. Natuurlijk is 7 jaar een krappe termijn om het effect van beleid in de praktijk te toetsen, maar deze quick-scan laat een tendens de verkeerde kant op zien. Het zoneringsbeleid werkt niet en het landschap raakt verder verrommeld. Inmiddels lijkt ook, onder invloed van nieuwe uitbraak van dierziekten, het maatschappelijk draagvlak voor de intensieve veehouderij vrijwel te zijn verdwenen. Het is nu - 13 jaar na de varkenspest en 7 jaar na de Reconstructiewet - weer een moment van herbezinning op deze complexe materie. In mijn nawoord bij deze atlas geef ik daar vanuit mijn vakgebied, de landschapsarchitectuur, een aanzet voor." Aldus de Rijksadviseur.

Megastallen
Wat is een megastal?
In Nederland wordt een definitie gebruikt, die is opgesteld door het Wageningse onderzoeksbureau Alterra. Er wordt gesproken van een megastal bij:
220.000 vleeskuikens
120.000 leghennen
7.500 vleesvarkens
2.500 vleeskalveren
1500 geiten
1.200 fokvarkens
250 melkkoeien

Megastallen - vergelijkbare termen die soms in artikelen verschijnen: veefabrieken, varkensflats - is een recente term voor een betrekkelijk recente ontwikkeling: boeren die in een bepaald gebied moeten verdwijnen voor andere landschappelijke ontwiikkelingen, zoals de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), kunnen in landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) terecht. Maar vaak willen ze dan gelijk uitbreiden tot vele duizenden koeien of varkens, of honderdduizenden kippen. Vandaar de term megastallen of varkensflats. Tegen deze ontwikkelingen is grote maatschappelijke weerstand. De LOG's liggen vaak in oude landschappelijk fraaie buurtschappen die het landschap erdoor zien aangetast, er kan sprake zijn van verkeersoverlast (veel vrachtverkeer over kleine landweggetjes) en overlast voor het milieu (ammoniak-uitstoot). Bovendien kun je je afvragen of we dit uberhaupt moeten willen; het dier alleen nog als efficiënt productiemiddel in grote fabriekshallen.

'Strijd tegen megastallen is strijd voor boeren'
Sinds jaar en dag wordt Milieudefensie in boerenkringen gezien als een hinderlijke club linkse activisten. Maar Milieudefensie ageert niet tegen het boerenbedrijf, maar tegen de kostprijsbenadering van de intensieve veehouderij, die boeren dwingt concessies te doen aan natuur, milieu, dierenwelzijn en zelfs de volksgezondheid. Een proces dat er ook toe leidt kleine boeren eraan onderdoor gaan. De strijd tegen de megastallen is dan ook een strijd vóór de (kleine) boer, stelt Wouter van Eck, campagneleider Landbouw en Voedsel van Milieudefensie. Vooral de kleinere boeren zien zich bedreigd door de overmacht van agromultinationals die de marktprijzen bepalen. Boeren die zien dat grote bedrijven innovatiesubsidies krijgen om reconstructiegebieden in één keer vol te plaatsen, zodat daar geen ruimte overschiet voor gangbare bedrijven. Deze boeren vinden geen gehoor bij LTO. Het zijn deze boeren die al langer begrip kunnen opbrengen voor de standpunten van Milieudefensie.

Van bulk naar toegevoegde waarde
Van Eck zoekt daarom naar de mogelijkheden tot een alliantie. Met kostprijsgericht ondernemerschap plaatst de boer zich in een spiraal naar beneden. Op de wereldmarkt kunnen we het op termijn echt niet meer winnen met bulkproductie. Onze kosten zijn te hoog, dus de sector moet echt naar kwaliteit, naar toegevoegde waarde, aldus Van Eck.

Overheid en supermarkt hoofdschuldigen
Van Eck ziet de boeren vooral als slachtoffer van een systeem wat door de overheid en de supermarkten geïnitieerd en in stand gehouden wordt. De overheid krijgt de grootste Zwarte Piet, imdat deze als hoeder van het publiek belang alles maar aan de markt overlaat daarmee de boer tot bulkproductie aanzet. De supermarkten blijven maar concurreren op prijs en nemen geen verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn, natuur en milieu. Supermarkten lopen achter de trends van de maatschappij aan. Naast de boer is ook de consument vooral slachtoffer, stelt Van Eck. De consument wil wel degelijk een betere kwaliteit en een duurzamer product. Maar hij wil ook dat de overheid dat regelt. Wat de consument in de winkel koopt, moet gewoon goed zijn. Hij wil helemaal niet kiezen tussen merk A dat duur en duurzaam is en merk B dat goedkoop en slecht is, aldus Van Eck. (bron: Molenaar, 22-8-2008)

Noord-Brabant
In maart 2010 heeft Noord-Brabant het burgerinitiatief ‘Megastallen Nee!’ behandeld, dat mede dankzij Milieudefensie door meer dan 33.000 Brabanders is ondersteund. Natasja Oerlemans, woordvoerder Landbouw en Voedsel van Milieudefensie: “De Brabanders maken zich terecht grote zorgen over de negatieve gevolgen van de vee-industrie door schaalvergroting en intensivering. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) stelt dat de risico's voor de volksgezondheid met de komst van megastallen kunnen toenemen.” In Noord-Brabant is de opmars van megastallen ongekend: bij Milieudefensie zijn bijna 30 plannen bekend voor grootschalige varkens- en pluimveehouderijen. De recente intensivering en schaalvergroting in de geitenhouderij laat zien hoe onberekenbaar en risicovol deze ontwikkelingen zijn. Door de uitbraak van Q-koorts zijn duizenden mensen ziek geworden en zijn al tien doden te betreuren. Dat juist Noord-Brabant het hardst getroffen wordt door deze crisis is geen toeval. Nergens ter wereld leven zoveel landbouwhuisdieren samen met zoveel mensen: 2,5 miljoen burgers leven tussen 32 miljoen varkens, kippen, geiten en runderen. Oerlemans: “Doorgaan met deze tijdbom is niet langer te verantwoorden naar de samenleving.”

In een brief roept Milieudefensie de provinciale politici op een bouwstop in te voeren totdat de resultaten van het onderzoek naar gezondheidsrisico's van de intensieve veehouderij bekend zijn. De verwachting is dat deze begin 2011 jaar beschikbaar zijn. Milieudefensie vraagt de politici verder zich in te zetten voor een sanering en herontwerp van de veehouderij. De provincies Zuid-Holland, Groningen en Drenthe hebben al besloten om geen nieuwvestiging en uitbreiding van de intensieve veehouderij toe te staan, waardoor ook de komst van megastallen is uitgesloten. “Korte termijn economische belangen mogen niet langer de doorslag geven boven de belangen van volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn. De risico's op uitbraken van dierziekten zijn te groot om te negeren. Brabant moet een bouwstop afkondigen”, aldus Oerlemans. “Wij vragen politici te kiezen voor een veehouderij die past binnen het landschap, waarmee de boer een eerlijke boterham verdient, het dierenwelzijn is gewaarborgd én risico’s voor de volksgezondheid worden geminimaliseerd.”

Links
- Artikel over de consequenties van de intensieve veehouderij in Brabant voor de provincie, ons land en zelfs mondiaal.

- Rapport "Advies megastallen" aan het kabinet van de Voedsel en Waren Autoriteit d.d. februari 2008.

- De varkenshoudersbond in Twente ziet ook dat gezien de grote maatschappelijke weerstand tegen megafarms alternatieven nodig zijn, en pleit voor het beter benutten van bestaande boerderij-opstallen (zie filmpje aan de rechterzijde van de pagina).

- Website Stop Veefabrieken.

Toespraak tijdens manifestatie tegen de intensieve veehouderij in 2012 door voorzitter Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland

- Twee inwoners van Amsterdam, Estera Waas en Christel de Haas, hebben hun handen ineen geslagen om samen een grote vreedzame manifestatie te organiseren tegen megastallen en intensieve veehouderij, en de gevolgen die dit heeft: afbraak van landschap, natuur en milieu, effecten op de volksgezondheid / leefbaarheid, respectloze omgang met dieren. Op 17 maart 2012 kwamen een paar duizend mensen bij elkaar op de Dam in Amsterdam om te protesteren tegen de uitwassen van de intensieve veehouderij. Ries Kock, voorzitter van Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland, hield op deze manifestatie "We zijn het megazat" de volgende toespraak:

"Beste mensen,

In de buurt waar wij wonen heeft de gemeente, na enig aandringen van ons, vastgesteld dat sinds 2010 onze woningen 35% in waarde zijn gedaald. Dat is ruim 25% meer dan elders in Nederland.
Hoe komt dat?

Wij wonen sinds een paar jaar in een zogenaamd Landbouwontwikkelingsgebied (LOG). Zogenaamd, omdat er geen enkele nieuwe landbouw wordt ontwikkeld. De bedoeling van de plannenmakers: rijk, provincie, gemeente, LTO, meelfabrikanten, de RABO-bank, het CDA en de boeren is dat er intensieve veehouderijen komen: megastallen. Volgens de plannen mogen er wel 100 komen. O ja, en volgens deze plannen worden ze allemaal keurig in het landschap ingepast. Alsof dat het grootste probleem is. Overigens zijn de stallen die er al staan helemaal niet ingepast in het landschap, en daar wordt met die plannen niets aan gedaan.
Megastallen? Ja megastallen met meer dan 6000 vleesvarkens of  met 2000 geiten of met 80000 kippen, die geen daglicht zien en geen natuurlijk gedrag kunnen vertonen.

En dat geeft een stank, zo erg dat je zomers niet buiten kunt zitten. Wij vinden het helemaal niet zo erg dat die stallen geel of pimpelpaars zijn en dat het schaamgroen de stinkende gassen niet hebben overleefd, als het maar niet zo afgrijselijk zou stinken. In onze buurt heeft de gemeente van te voren een Gebiedsvisie gemaakt. Dat heeft klauwen met geld gekost. Maar de woorden bewoner en gezondheid kwamen er niet in voor. Hoezo visie?

Maar die stallen, die zo stinken, voldoen toch aan de geurwet?, zult u zeggen. Ja soms wel maar vaak niet. Ook wij kennen het voorbeeld dat de luchtwassers die bij de vergunning nodig waren, 4 jaar na dato nog niet geplaatst blijken te zijn. Maar het grote probleem is dat de geurwet niet voldoet. Die geurwet is zoveel slechter dan de stankwet daarvoor. De GGD heeft vastgesteld dat, als de helft van de stallen die er in onze buurt mogen komen er ook daadwerkelijk komen, het hele dorp in de stank komt te zitten. En het hele dorp het stempel ‘leefgenot onvoldoende’ krijgt van de GGD. Het wordt bij ons in het dorp nog erger dan dat het bij ons in het buitengebied nu al is.
En de Raad van State kan niet anders dan zelfs de meest gore situaties goedkeuren omdat die wet niet deugt.

Maar ook dat is nog niet het ergste.

Met de stank komt ook fijnstof de lucht in en worden dierziekten verspreid. Ook wij kennen het verschijnsel Q-koorts, MRSA en hoe ze verder ook mogen heten.
En wat zegt de overheid: je gaat er niet dood aan. Nou ja wat meer dan vroeger. Maar dat is niet erg.
Dat de gezondheid van ons,  onze kinderen en kleinkinderen gevaar loopt dat vinden wij juist wel heel erg.

Maar nog steeds is dat niet het allerergste.
Bij elke nieuwe ziekte die komt uit de intensieve veehouderij wordt steevast door de overheid geroepen dat deze ziekte weer niet gevaarlijk is voor mensen. Laatst nog het Schmallenberg virus. De ziekte was nog niet publiek of Bleker wist al te melden dat het niet gevaarlijk was voor mensen.
Toch vindt het RIVM dat het voor zwangere vrouwen beter is weg te blijven bij intensieve veehouderijen waar die ziekte is geconstateerd. Je weet maar nooit.  Dat is erg.

Weet u wat het allerergste is?
Dat we door de huidige vorm van intensieve veehouderij  kunnen wachten op de Z-koorts, de MRSZ, de Z-griep, ik bedoel een ziekte die ontstaat door het gekloot in intensieve veehouderijen. Die Z-ziekte die dan ontstaat blijkt overdraagbaar te zijn naar mensen. En erger dan bij alle voorgaande ziekten blijkt dat er voor die Z-ziekte geen inenting mogelijk is, en er is door dat gekloot in intensieve veehouderijen geen antibiotica meer voor, en de Z-ziekte verspreidt zich supersnel. Net als bij de pest in de middeleeuwen gaat meer dan 30% van de wereldbevolking eraan dood.

Toen in de middeleeuwen wisten ze niet beter. Wij nu wel en wat doen we? Precies, en dat is het ergste: weten, toekijken en vrijwel niets doen. De zogenaamde boer niet, de gemeente niet, de provincie niet, de staatssecretaris niet, de Tweede Kamer niet, het CDA niet, de Raad van State niet, LTO niet, de RABO-bank niet, de meelfabrikant niet, de slachterijen niet en de grootgrutters niet.
Wij zijn de huidige vorm van intensieve veehouderij en de keten die het in stand houdt mega mega zat. We vinden dat er wat moet gebeuren.

Daarom gaan we binnenkort een zwart label uitreiken aan de ergste intensieve veehouderijen bij ons in de buurt. Om duidelijk te maken dat we het mega mega zat zijn. Dat zwarte label gaat niet alleen naar de zogenaamde boer, maar ook naar de gemeente, de provincie, de rijksoverheid, de staatssecretaris, de Raad van State, LTO, de RABO-bank, het CDA, de meelfabrikant, de slachterijen en de grootgrutter die het zover hebben laten komen en nog steeds veel en veel te weinig doen om de problemen in de intensieve veehouderij aan te pakken.

Zij zeggen in 2020 een duurzame intensieve veehouderij te willen. En intussen bouwen de zogenaamde boeren gesteund door LTO nog snel de ene klote stal na de andere. Want ze waren nog net op tijd. En zo voldoen ze aan de wettelijke eisen. En intussen moeten we geloven dat de keten in 2020  een duurzame intensieve veehouderij wil. De drie P’s , Profit, Planet en People,  die ze allemaal zeggen na te streven, blijken de drie P‘s van Profit, Profit en Profit te zijn. En dan blijkt ook dat die Profit in Nederland helemaal niet haalbaar is. Wij zeggen: ruim nu die vieze gevaarlijke rotzooi op. Te beginnen in Gelderland, te beginnen in Nederland, te beginnen in Europa. Wij zijn de huidige vorm van intensieve veehouderij mega mega zat."