Duurzame energie / energietransitie / energiebesparing

duurzame_energie_grafiek.png

Het aandeel duurzame energie in ons land is nog klein, maar neemt jaarlijks geleideljk toe. In 2050 moet Nederland volledig duurzaam zijn qua energie, is de doelstelling van de Rijksoverheid. (bron afbeelding: Wikipedia)

Het aandeel duurzame energie in ons land is nog klein, maar neemt jaarlijks geleideljk toe. In 2050 moet Nederland volledig duurzaam zijn qua energie, is de doelstelling van de Rijksoverheid. (bron afbeelding: Wikipedia)

Duurzame energie

- Duurzame energie is energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld. Vormen van duurzame energie zijn bijvoorbeeld zonne-energie, windenergie, aardwarmte, biomassa en waterkracht. - De Rijksoverheid wil het percentage duurzame energie geleidelijk laten groeien. In 2050 moet de energievoorziening helemaal duurzaam zijn.

- De beweging van lokaal duurzaam ontwikkelt zich en wordt steeds professioneler. Daar hoort een jaarlijkse rapportage en analyse van de ontwikkelingen in de sector bij. Initiatiefnemers zelf, beleidsmakers en bestuurders willen weten waar de lokale energiebeweging staat. Wat is de impact van alle lokale inspanningen? Hoeveel initiatieven zijn er actief? Welke projecten zijn gerealiseerd en wat zit er nog in de pijplijn? Wat dragen deze projecten - in kW, MW en in euro’s - bij aan realisatie van de nationale doelen? Waar we in deze opzichten staan anno eind 2018 kun je bekijken in de video Lokale Energie Monitor 2018.

Energietransitie

- "Klimaatverandering is de grootste uitdaging van onze tijd. We zien nu al de impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven. Maar er is goed nieuws: we kunnen het tij keren! Door goed klimaatbeleid te voeren, gaan we verdere klimaatverandering tegen en creëren we tegelijkertijd heel veel kansen voor de economie. Wij vinden deze kansen een 'inkoppertje' en willen daar met de campagne Inkoppertjes dan ook dringend aandacht voor vragen. De onderhandelingen rondom het Klimaatakkoord zijn anno voorjaar 2019 bijna afgerond en de eindsprint is nog spannend. Er zijn namelijk partijen die noodzakelijk klimaatbeleid willen tegenhouden en vertragen. Dit zou een gemiste kans zijn. Goed klimaatbeleid biedt kansen voor iedereen, zo ook voor de industrie. De industrie heeft de grootste opgave en daarmee ook de grootste kans om CO2-uitstoot te reduceren. Zij kunnen koploper worden in de strijd tegen klimaatverandering en kansen creëren voor de industriële bedrijven zelf, maar ook voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Toekomstige generaties verdienen een duurzaam vooruitzicht, waarbij ze niet alleen schone lucht kunnen inademen, maar ook een mooie baan kunnen krijgen bij een toekomstbestendig bedrijf. Daar zetten wij ons met de Inkoppertjes voor in. De Nederlandse Verereniging voor Duurzame Energie (NVDE) en haar partners bedanken Stichting DOEN voor het mogelijk maken van deze campagne."

- "In 2050 zijn alle bestaande 12.000 wijken in Nederland aardgasvrij. Dat is onder meer de ambitie in het Klimaatakkoord. Om dit doel te halen moet het Rijk maar ook provincies, gemeenten, woningcorporaties en energiebedrijven flink aan de bak. Een gezamenlijke opgave dus. En vooral op lokaal niveau is veel te doen, waarbij de gemeente als regisseur een sleutelrol vervult. Denk aan knopen doorhakken over techniek, financiën en planning per wijk. En dit vraagt om nauw samenspel met bewoners en andere partijen. Maar hoe pak je dat aan?" Daarover dacht Platform31 samen met diverse betrokken partijen en experts na in een Community of Practice. Met zeven heldere inzichten over samenwerking, samenspel en democratische besluitvorming voor gemeenten en bewoners als resultaat, die verwoord worden in de notitie 'Optimaal samenspel voor een aardgasvrije wijk' (april 2019). Via de link kun je de publicatie downloaden.

- "De Energiekaart heeft als missie om uit te groeien tot hét neutrale expertise- en kennisplatform voor alle partijen betrokken bij de energietransitie. Onze visie is om de Energiekaart als kennis- en expersitehub te laten groeien en onze positieve maatschappelijke impact te vergroten. Het opschalen van innovatieve technologie kan versnellen door kennis en inzichten te delen zodat partijen kunnen leren van elkaars ervaringen en sneller stappen kunnen zetten. Wij geloven dat nieuwe energieprojecten versneld, succesvol uitgerold kunnen worden door als Energiekaart best practices, lessons learned, onderzoeken, institutionele drempels en contactgegevens van bedrijven en organisaties betrokken bij lokale energie-initiatieven open te stellen waardoor energieprofessionals maximaal profiteren van expliciete kennis en ervaring."

- De energietransitie komt niet tot stand door ons enkel te richten op het realiseren van een voldoende vermogen aan duurzame energie. Er is ook aandacht nodig voor de inbedding van innovatieve koolstofarme technologieën en energie-initiatieven in het lokale landschap, zowel (bio)fysisch, sociaaleconomisch als institutioneel. Dat stelt Jessica de Boer die op dit onderwerp op 12 november 2018 is gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Alhoewel energietransitie op het eerste gezicht een technische en financiële uitdaging is, gericht op investeringen in innovatieve koolstofarme technologieën en initiatieven, is de werkelijke uitdaging van een duurzaam energiesysteem veelzijdig. Om daadwerkelijk bij te dragen aan de energietransitie, zullen innovatieve koolstofarme praktijken zich moeten koppelen aan gemeenschappen, economieën, ecosystemen, infrastructuur en beheersystemen.

Initiatieven met innovatieve werkwijzen kunnen dergelijke koppelingen met meerdere systemen en schaalniveaus in hun ruimtelijke context creëren en activeren, en zo van onderop co-adaptieve en co-evolutionaire innovatieprocessen helpen genereren. Om de interpretatie van dergelijke transitieverschijnselen te verbeteren, ontwikkelde Jessica de Boer een gebiedsgerichte onderzoekbenadering als ingang voor de studie van de energietransitie. Zij gebruikte deze benadering voor het interpreteren van de bijdrage van lokale energie-initiatieven aan de energietransitie.

Haar gebiedsgerichte onderzoekbenadering faciliteert de identificatie van contextgevoelige verklaringen voor tijdelijke overgangsverschijnselen. De aanpak combineert perspectieven uit de ruimtelijke planning en uit transitie-onderzoek in een interdisciplinair kader. Dat resulteerde in een innovatieve onderzoeksmethode: het in kaart brengen van artefact-actor netwerken op grafische representaties van energielandschappen. De empirische onderzoeksresultaten tonen 4 manieren waarop lokale energie-initiatieven het energielandschap veranderen en zo bijdragen aan de energietransitie. De bevindingen van De Boer suggereren dat democratische bestaande en opkomende institutionele structuren in de ruimte de integratie van innovatieve koolstofarme praktijken in het energielandschap kunnen ondersteunen en zo integrale energielandschappen kunnen genereren. Meer informatie is te vinden in het proefschrift van Jessica de Boer, getiteld 'An area-based research approach to energy transition'. (bron: Rijksuniversiteit Groningen, 12-11-2018)

- De EU heeft besluiten genomen over de energie- en klimaatdoelen voor 2030. Stelt het Europees beleid echt wat voor, en waar gaat het voor Nederland knellen? Wat zijn de cruciale besluiten die nog moeten worden genomen, in Europa en in Nederland? Hoe gaan we om met initiatieven uit de samenleving en hoe kun je zorgen dat deze in lijn zijn met maatschappelijke belangen en de langere termijndoelen? Wat wordt daarbij de rol van de overheid? Naar aanleiding van deze recent in Brussel afgesproken Energie- en Klimaatdoelstellingen voor 2030 en hun vertaling naar de Nederlandse situatie, organiseerden het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in januari 2015 het symposium ‘Energietransitie, Top-down of Bottom-up’. PBL en ECN ondersteunen de Nederlandse overheid met kennis en onafhankelijke analyses met betrekking tot het energie- en klimaatbeleid. Met dit symposium willen ECN en PBL bijdragen aan het scheppen van de noodzakelijke duidelijkheid over de Europese doelen voor 2030 en de implicaties voor Nederland. De presentaties die op het symposium zijn gehouden, zijn via de link online te lezen. Ook een beknopt verslag van het symposium is er te lezen.

Windenergie

- De overgang naar een duurzame energievoorziening is een dubbele opgave: enerzijds de opgave om de nationale doelstelling van meer duurzame energie te realiseren in Nederland en tegelijkertijd de opgave om duurzame energie een betekenisvolle plek te geven in de dagelijkse leefomgeving van mensen. Wil de energietransitie op de lange duur succesvol zijn, dan zijn beide opgaven belangrijk en verdient inpassing in de ruimtelijke leefomgeving meer beleidsaandacht. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport 'Wind-op-land: lessen en ervaringen' (2019). Rond 2010 heeft de Rijksoverheid het doel gesteld dat in 2020 minimaal 6.000 megawatt capaciteit beschikbaar moet zijn in windmolens op land. Het PBL heeft vanuit een ruimtelijk perspectief teruggekeken op hoe dit beleid heeft doorgewerkt in concrete windparkprojecten. In deze studie zijn de ervaringen van de Rijksoverheid en de provincies Friesland, Drenthe, Noord-Holland en Zuid-Holland met het maken van beleid voor wind-op-land en het uitvoeren van windprojecten vergeleken. Ruimtelijke ordening is meer dan een middel om ruimte te vinden voor wind-op-land; het betreft een evenwichtige afweging van alle belangen, waaronder duurzame energie. Gemeenschappen moeten zelf een 'eigen verhaal' kunnen ontwikkelen over de plaats die duurzame energie in de gemeente of regio kan innemen. In dit verband is het voornemen om via regionale energiestrategieën te komen tot afspraken over de realisering van duurzame energie een goede aanzet. Dit vereist wel een bredere procesaansturing dan louter via projecten, omdat de weging met betrokkenen besproken moet worden. (bron en voor nadere informatie zie het gelinkte rapport)

- Het project Betuwewind (gemeenten Geldermalsen en Neerijnen) slaagt er in om de uiteenlopende belangen van de verschillende betrokkenen op een ondernemende manier te verbinden. Een commercieel gezond project gaat ook inkomsten opleveren voor de burgers, en voor economische en maatschappelijke functies in het gebied. Via de burgerwindcoöperatie kunnen burgers en bedrijven in het windpark participeren (aandelen, obligaties, aantrekkelijke stroomprijs), een deel van de inkomsten van het windpark zal in een gebiedsfonds voor duurzame initiatieven worden gestort en Staatsbosbeheer gaat inkomsten direct aanwenden voor kwaliteitsverbetering in natuur, recreatie en cultuurhistorische waarden in het gebied. Zo ontstaat meervoudige waardecreatie en economische meerwaarde voor de Betuwe.

- 10 argumenten van Greenpeace vóór windmolens.

- Artikel van Staatsbosbeheer over beleid m.b.t. windmolens in haar gebieden (juni 2018).

- Tegen grote windturbines zijn vaak bezwaren uit de omgeving i.v.m. aantasting van het uitzicht, geluid, slagschaduw en dergelijke. Daarom heeft de Goningse firma EAZ Wind een kleine, slechts 15 meter hoge windturbine ontwikkeld, met houten wieken, die doorhaans geen bezwaren oproept. Uiteraard is het vermogen ook een stuk kleiner. Vaak zijn ze bedoeld voor één boerderij of voor een bescheiden aantal woonhuizen. De windturbine van EAZ produceert gemiddeld zo’n 30.000 kilowattuur per jaar. Daarmee kan bijvoorbeeld een melkveebedrijf met 80 koeien in de eigen stroombehoefte voorzien. - Zie ook de reportage in de Volkskrant, 19-8-2018. - Zie ook de toelichting op deze windturbines door RTV Noord, 27-6-2017.

- Nadeel van het feit dat windmolens steeds krachtiger worden, is dat ze ook steeds groter worden, en daarmee ook meer impact hebben op landschap, uitzicht en geluidsoverlast. De firma Ampyx Power heeft daarvoor de oplossing met een nieuwe generatie 'windenergie-generatoren'. De ambitie van de firma Ampyx Power is om te werken aan schone energie voor iedereen, tegen lage kosten en zonder subsidie. Wind is er genoeg, maar hoe benut je die het beste? Ampyx Power ontwikkelt daarvoor een totaal nieuwe generatie windenergietechnologie. Dat doen ze met een soort vliegtuig of drone - de PowerPlane - die vastzit aan een kabel en wind omzet in elektriciteit. Hun systemen beginnen waar de windmolens van nu zo ongeveer eindigen. De Powerplane beweegt zich namelijk op grote hoogte, tot zo'n 450m. Daar staat altijd een constante en harde wind.

Dankzij deze innovatie kan Ampyx Power duurzame energie opwekken met relatief weinig materiaal. Bij een windmolen komt het merendeel van het vermogen uit de buitenste delen van de wieken, terwijl de voornaamste kosten en de milieubelasting zitten in de paal en de fundering. Directeur Wolbert Allaart: "Met onze technologie vervangen we materiaal met informatietechnologie. Het is eigenlijk een 'vliegende robot' die wordt voortgestuwd door de wind. Het ontwikkelen van de technologie is nu nog kostbaar, maar die kosten gaan omlaag naarmate we de systemen steeds verder verbeteren."

Zonne-energie

- Ook zonne-energie is volop in opkomst, middels zonneparken en zonnepanelen op daken van bedrijven en woonhuizen. Nadeel van zonnepanelen is dat ze ontsierend zijn, wat extra geldt voor monumentale panden. Daarom zijn vandaag de dag zonnedakpannen in opkomst, die nauwelijks van reguliere dakpannen zijn te onderscheiden. De zonneceldakpannen worden gefabriceerd door de firma ZEP uit Urk, die stelt dat ze door hen gepatenteerd zijn, dus kennelijk zijn zij ook de enige die deze zonneceldakpannen mogen fabriceren.

- Een andere mogelijkheid om zonnepanelen minder ontsierend te maken, is om een zonnepanelenpark te integreren in een landschapspark. De gemeente Bronckhorst heeft dat in 2017 bij het dorp Hengelo gerealiseerd. Dit is naar eigen zeggen een wereldprimeur. Voor nadere informatie zie de pagina van Hengelo > Links > Duurzaamheid.

- De Natuur en Milieufederaties pleiten bij plaatsing van zonnepanelen en de aanleg van zonneparken voor een zorgvuldige inpassing, met aandacht voor de natuur en omgeving. Om overheden te helpen die inpassing in goede banen te leiden, hebben zij het stappenplan ‘De constructieve zonneladder’ ontwikkeld. Hiermee kunnen gemeenten en regio’s in 5 stappen zelf helder en realistisch beleid uitwerken voor een goede inpassing van zonne-energie. De Natuur en Milieufederaties laten zien hoe een voorkeursladder opgesteld kan worden en hoe er met een routekaart kan worden toegezien op de beoogde toename van het aandeel zonne-energie in een gebied. Ook doen de Natuur en Milieufederaties vanuit hun eigen ervaringen een aantal procesaanbevelingen.

- "De Natuur en Milieufederaties (NMF’s) en Natuur & Milieu (N&M) hebben een checklist opgesteld voor de omgang met natuurwaarden bij initiatieven voor grondgebonden zonne-energie. Het initiatief hiertoe komt voort uit de Green Deal ‘Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten’, die op 22 maart 2018 door 27 partijen is ondertekend. Zonneparken zijn enorm in opkomst in Nederland. Grondgebonden zonne-energie heeft vrijwel altijd een effect op lokale natuurwaarden. De komst van een zonnepark zorgt voor nieuwe omstandigheden, waar diverse flora en fauna nadeel of juist voordeel van kunnen hebben. De Natuur en Milieufederaties en Natuur & Milieu zien het belang van grondgebonden zonneparken voor een snelle energietransitie, met rekenschap van natuurwaarden. Door de mogelijkheden voor natuurvriendelijke inpassing beter te benutten, kunnen zoneparken in sommige gevallen bijdragen aan de biodiversiteit én de energietransitie.

Het doel van de Checklist Natuurbelangen bij grondgebonden zonneparken (mei 2019) is dat de betrokken partijen bij een nieuw initiatief in goed overleg bepalen welke natuuraspecten extra of juist minder aandacht behoeven, en dat ze afspraken maken over de wijze van vooronderzoek en eventuele realisatie. Dit bespoedigt een zorgvuldige borging van het natuurbelang bij ontwikkeling en exploitatie van projecten, faciliteert procesparticipatie bij projecten en vergroot de kans op acceptatie van nieuwe initiatieven voor grondgebonden zonne-energie. Onderdeel van de checklist is om altijd andere mogelijke locaties binnen het zoekgebied te inventariseren die zich vanuit natuurbelang beter lenen voor grondgebonden zonneparken (bijvoorbeeld bedrijventerreinen, op of langs infrastructuur, parkeerterreinen, oude vuilstortplaatsen). De eerder gepubliceerde handreiking De Constructieve Zonneladder van de Natuur en Milieufederaties (beschreven in het artikel hier direct boven) biedt lokale overheden hiervoor een handig stappenplan om samen met de gemeenschap beleid voor zonne-energie uit te werken.

Op een aantal plekken in Nederland wordt inmiddels al gewerkt aan zonneparken die bijdragen aan de biodiversiteit. Zo heeft het Waterschap Rivierenland een bijzonder ontwerp gemaakt voor een zonneveld langs de A15. Het perceel grenst aan een belangrijk weidevogelgebied. Besloten is om een deel van het terrein om te vormen tot plasdras (vochtig gebied), deels verweven met het zonneveld. Dit levert positieve effecten op voor verschillende vogelsoorten en insecten. De Provincie Limburg stelde bij de plannen voor een zonnepark op een voormalig stortterrein in Landgraaf de voorwaarde dat middels de beplanting en verdere inrichting van het terrein de aanwezige natuurwaarden versterkt worden. Idee is nu om het leefgebied van de gladde slang te vergroten door het bos aan de noordkant om te vormen tot heide. De hekken rond het zonneparken worden passeerbaar gemaakt voor de in het gebied foeragerende dassen." (bron: De Natuur en Milieufederaties)

- "Drijvende zonneparken is een relatief nieuwe uitvoeringsvorm van grootschalige opwekking van zonnestroom. De belangrijkste motivatie voor deze toepassing is dat we in Nederland tegen de grenzen van beschikbaar en geschikt land voor zonneparken gaan aanlopen. Het benutten van wateroppervlak voor drijvende zonneparken is essentieel voor de Nederlandse energietransitie! Om dit potentieel ook daadwerkelijk te ontsluiten is een goede samenwerking en het delen van kennis en kunde cruciaal. Het Nationaal Consortium Zon op Water is een initiatief van Rijkswaterstaat en SEAC. Via dit platform werken bedrijven, overheden en kennisinstellingen samen in concrete projecten. Het consortium telt nu meer dan 30 leden en staat onder leiding van SEAC.

Het platform Nationaal Consortium Zon op Water streeft er naar: Nederland tot een van de leidende landen in de wereld te maken met betrekking tot drijvende zonneparken; het kennisniveau in Nederland omtrent drijvende zonneparken tot een hoog niveau te brengen: kennis opbouwen en kennis delen; realisatie van drijvende zonneparken in Nederland te stimuleren (doel 2 GWp drijvend in 2023); de impact van drijvende zonneparken op de omgeving en het milieu te minimaliseren; in Nederland voorop te lopen qua innovatie voor drijvende PV systemen."

Het consortium denkt vooral aan toepassing in zandwinplassen. Zonneparken leggen zo geen beslag op landbouwgrond en kunnen meedraaien met de zon, wat de opbrengst tot 30% kan vergroten. Op termijn zijn er volgens hen ook mogelijkheden voor de aanleg van zonneparken op zee. De Vogelbescherming maakt zich wel zorgen over mogelijke schade voor dier en natuur. Er is nog weinig bekend over de effecten van zonnepanelen die grote stukken water afdekken. Mogelijk neemt de waterkwaliteit af, als gevolg van verminderde zoninval. Dat kan vissterfte veroorzaken, waar vogelpopulaties ook onder kunnen lijden. Natuurmonumenten is in ieder geval tegenstander van zonneparken bij waardevolle natuur, zoals Natura 2000-gebieden. Zij zien liever dat eerst de ruimte op daken zo veel mogelijk wordt benut voor zonnepanelen. Daar is nog ruimte voor 145 miljoen panelen, becijferde Natuur&Milieu in 2017. Daarmee kan Nederland tot 40% van de stroom groen opwekken.

- "De hausse aan subsidies voor zonneparken in de afgelopen twee jaar zorgt ervoor dat het elektriciteitsnet anno 2019 in hoog tempo vol raakt. Waar sprake is van capaciteitsproblemen, is dat in 80% van de gevallen bij zonneparken. Liander heeft honderden aanvragen van zonneparken liggen. Deze willen zich met name vestigen in de landelijke gebieden waar de kabels het dunst zijn. De vraag naar de zwaarste aansluitingen, die bijvoorbeeld nodig zijn voor een zonnepark, is in 2 jaar tijd 7,5 keer groter geworden. Zulke aansluitingen vragen ook een grote capaciteit van het elektriciteitsnet. Het moet veel grotere hoeveelheden stroom kunnen verwerken op hetzelfde moment. Dan moeten elektriciteitsstations worden uitgebreid met extra of grotere transformatoren of er moeten hele nieuwe stations worden gebouwd. Ondertussen kampt Nederland met een enorm gebrek aan technici en jarenlange vergunningsprocedures.
Liander pleit er daarom, dit alles overwegende, voor om alleen nog subsidie te geven aan zonneparken op plaatsen waar het elektriciteitsnet daar geschikt voor is en het aan kan. Waar geen ruimte op het net is, zou bijvoorbeeld subsidie gegeven moeten worden voor pilots waarbij duurzaam opgewekte stroom lokaal wordt omgezet in waterstof. Ook is essentieel dat de opslag van duurzaam opgewekte energie verder wordt gestimuleerd. Op die manier kan Nederland zijn doelstellingen op het gebied van zonne-energie realiseren en tegelijkertijd meters maken in 2 technologieën die essentieel zijn voor de energietransitie." (bron: Liander, 12-6-2019)

Bodemenergie

- Bodemenergie (voorheen bekend als Warmte Koude Opslag (WKO)) is een duurzame techniek waarmee energie uit de bodem kan worden gewonnen. Bij bodemenergie wordt gebruik gemaakt van de warmte die van nature aanwezig is in de bodem en het grondwater. Daarmee is bodemenergie een vorm van hernieuwbare energie. Op de site Bodemenergie van Rijkswaterstaat vindt u informatie over: de verschillende energieopslagsystemen, de technische specificaties, de juridische aspecten en de beleidsontwikkeling rondom bodemenergie.

Biobased industrie

- Beschikbaarheid van landbouwgrond is geen beperkende factor voor een duurzame biobased industrie. Dat concludeert het Scientific Committee on Problems of the Environment (SCOPE) in het rapport Bioenergy and Sustainability: Bridging the gaps (2015). Volgens de opstellers van het rapport kan bio-energie bijdragen aan een duurzame energievoorziening, ook bij een toenemende vraag naar voeding, met behoud van bosareaal en beschermde landschappen. Om in 2050 voor 10 tot 20% in de energievoorziening te voorzien is naar schatting 50 tot 200 miljoen hectare land nodig. Er is circa 500 miljoen hectare land beschikbaar.

Elektrische auto's

- Feiten en fabels over elektrische auto's, door Olof van der Gaag (april 2019).

Monumenten / cultuurhistorie en energie/duurzaamheid

- Bij monumentale objecten kan het complex zijn om energiebesparing en/of energieopwekking te realiseren, omdat rekening moet worden gehouden met de monumentale waarden van het pand/complex en de omgeving/het landschap. Daarom zijn in 2019 twee pilots uitgevoerd, ook als voorbeeld voor andere eigenaren van monumentale panden/complexen/landgoederen. De pilots laten zien hoe monumenteigenaren energie kunnen besparen en opwekken, rekening houdend met de erfgoedwaarden. De pilots vonden plaats bij een kerk met voormalig klooster bij Diepenveen en een landgoed met landhuis in Dalfsen. De onderzoeken, resultaten en aanbevelingen vind je in de de whitepaper ‘Erfgoed en landschap verantwoord ontwikkelen’. De pilots zijn uitgevoerd door adviesbureau Het Oversticht, adviesbureau Eelerwoude en Overijssels Particulier Grondbezit en zijn mede mogelijk gemaakt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

- Grote gebouwen, verouderde infrastructuur, beperkte middelen. Kerkgebouwen, moskeeën en hindoetempels verduurzamen - het is een opgave met hobbels. Maar steeds vaker bundelen religieuze organisaties en ambtenaren hun krachten om ‘sociale en ecologische rechtvaardigheid’ te realiseren. ‘We laten nu bij zes gebedshuizen de cv-installaties aanpassen. Waterzijdig inregelen is een kleine, eenvoudige ingreep waarmee je 20 procent energie kunt besparen’, vertelt Ron Lazaroms. Hij is vanuit de gemeente Den Haag opdrachtgever van Geloven in Groen. Met dit project geeft Den Haag christelijke, islamitische en hindoeïstische gebedshuizen een steuntje in de rug bij het lastige vraagstuk van verduurzaming. Lazaroms: ‘We willen op deze manier religieuze organisaties meenemen in het breder nadenken over duurzaamheid.’ Het gemeentebestuur van Den Haag wil in 2030 klimaatneutraal zijn en in deze periode stappen in die richting zetten. De stad steunt daarom organisaties en bedrijven in zogenaamde duurzaamheidskringen. Geloven in Groen is zo’n duurzaamheidskring. Momenteel bestaat de Haagse kring uit meer dan 20 deelnemende gebedshuizen. Geloven in Groen begon in 2017 en wordt in 2020 geëvalueerd.

- Bij het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES) is het zaak oog te hebben voor de specifieke landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van de regio in kwestie. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wil de regio’s hier graag bij helpen. De RCE is daarom voornemens om voor iedere RES-regio een tweetal (digitale) kaarten te maken: Een kaart met daarop de beschermde cultuurhistorische structuren en elementen, en daarnaast een kaart met de landschapstypen binnen de regio. Deze kaarten kunnen onder andere gebruikt worden voor regionale ontwerpateliers. Een gebiedseigen invulling van de RES is een goede basis voor participatie en draagvlak binnen de regio. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Frank Buchner van de RCE. Hij is eerste aanspreekpunt voor vragen rond RES en Erfgoed. Aanvullende informatie, zoals voorbeeldprojecten, is ook te vinden op de site Erfgoed en Ruimte.

- "Gedeputeerde Jack van der Hoek heeft in juni 2019 tijdens het Duurzaam Erfgoed Congres vier nieuwe ‘Groene Menukaarten’ in ontvangst genomen. De menukaarten helpen pandeigenaren met meer dan 70 opties om hun historische pand toekomstbestendig te maken. De website helpt mensen om hun pand energiezuinig, milieuvriendelijk en comfortabel te maken en is ingedeeld in 5 thema’s: quick wins, isolatie en ventilatie, elektriciteit, verwarming, water en groen. Stolpboerderij-bewoners Willem en Lies gebruikten de website om hun plannen te maken voor een duurzaam huis. “We zitten middenin de verbouwing en draaien binnenkort de gaskraan dicht. We hebben dak, vloer, ramen en gevels goed geïsoleerd, zodat we kunnen gaan verwarmen met een warmtepomp. We hebben veel duurzame maatregelen kunnen toepassen, van leemstuc en waterberging in onze tuin, tot wandverwarming en zonnepanelen.” Op de website is informatie beschikbaar over de duurzame opties en het is mogelijk een snelle berekening te maken van de investering en besparing op CO2 en de energierekening. Ook zijn regelgeving, financiering en voorbeeldprojecten uit de deelnemende steden verzameld, zodat bezoekers eenvoudig tot actie kunnen overgaan met hun duurzame plan.

De eerste Groene Menukaart zag in 2014 het levenslicht, op initiatief van wijlen Wubbo Ockels met zijn organisatie De Groene Grachten. Zo ontstonden bijvoorbeeld de menukaarten voor een Amsterdams grachtenpand en de Staphorster boerderij. De toolbox is er nu voor iedereen, en volledig vernieuwd in samenwerking met de VNG en de provincies Noord-Holland en Overijssel. Er zijn menukaarten voor stolpboerderijen en andere historische gebouwen als buitenplaatsen, molens en kerken. Beide provincies stimuleren de overgang naar schone energie en energiebesparing. Verduurzaming is ook mogelijk bij monumenten. De menukaarten helpen om dit te doen met behoud of zelfs verbetering van de monumentale waarden van het pand. Gedeputeerde Jack van de Hoek: “De groeiende leegstand van karakteristieke gebouwen in onze provincie is een grote opgave. Wij willen het gebruik van erfgoed stimuleren en helpen (toekomstige) eigenaren van provinciale monumenten graag met kennis en mogelijkheden via deze menukaarten.”

Waarom een menukaart? “Nederland telt alleen al 1,5 miljoen woningen van voor 1945. Dat is zo’n 20% van alle woningen in Nederland, van jaren ’30 woningen tot monumentale grachtenpanden en landgoederen”, aldus Suze Gehem van De Groene Grachten. Om deze gebouwen klaar te maken voor de toekomst is het belangrijk dat ze verduurzamen. Oude gebouwen verduurzamen vraagt om een andere aanpak dan nieuwbouw. Gehem: “Mensen denken vaak dat er niet veel mogelijk is door de benodigde vergunningen. Ook lijkt het vinden van financiering ingewikkeld en de duurzame opties moeten ook passen bij een oud gebouw. Maar ieder pand heeft wel degelijk mogelijkheden.” Om drempels zoals vergunningen en ontbrekende kennis weg te nemen is de Groene Menukaart ontwikkeld." (bron: De Groene Grachten)

Reactie toevoegen