Bomen / bossen / bosbeheer

Plan Boom / Boompjes voor beginners

Plan Boom is een project van de Natuur en Milieufederaties, LandschappenNL en partners Trees for All, LSA bewoners, stichting wAarde en de stedelijke milieucentra. Samen hebben zij zich tot doel gesteld om in heel Nederland 10 miljoen bomen te planten. Er is nu een Boompjes voor beginners-pakket ontwikkeld met drie inheemse boompjes. Het pakket is online te bestellen en wordt thuis afgeleverd. Voor de pakketten is gekozen voor de Mispel, Gele Kornoelje en de Gewone Vlier. Het gaat om inheemse soorten, die het met hun kleur en vruchten goed doen in iedere tuin. Er zijn twee pakketten met ieder 3 boompjes. Bij pakket 1 'Ik heb de ruimte', worden de 3 boompjes thuis afgeleverd. Bij pakket 2 'Voor mij en ergens anders', ontvangt de deelnemer 1 boompje thuis afgeleverd en worden er 2 boompjes gedoneerd waarbij die binnen Plan Boom ergens in Nederland worden geplant. Beide pakketten kosten 25 euro en worden gratis thuisbezorgd.

"Geen groene vingers maar wel zin om je tuin op te vrolijken? Bestel dan nu het handige Boompjes voor beginners-pakket. Geschikt voor iedere tuin! Vanuit je luie stoel zie jij straks hoe je boompje(s) ieder jaar mooier en groter worden. Dat is genieten voor jou maar ook voor de vogels, vlinders en insecten. Doe je mee? Samen planten we bomen! De boompjes. Gewone vlier (Sambucus nigra). Plek: lichte plek of halfschaduw, iedere grondsoort. Hoogte: kan 7 meter hoog worden. Leuk om te weten: door de vlier blijven vliegen en muggen op afstand. Van de vlierbessen kan jam (of wijn) worden gemaakt. Bovendien bevatten de bessen veel vitamine C. Mispel (Mespilus germanica). Plek: zon, Goed doorlatende grond. Hoogte: kan 6 meter hoog worden. Leuk om te weten: de vruchten die aan de boom groeien gaan ‘rotten’, waarna je ze op kan eten. Wacht niet tot ze helemaal rot zijn, dan zijn ze niet meer lekker. Gele kornoelje (Cornus mas). Plek: zon, halfschaduw, schaduw, iedere grondsoort. Hoogte: kan 5 meter hoog worden. Leuk om te weten: ook de vruchten van deze boom zijn eetbaar. De rode langwerpige steenvruchten verschijnen na de bloei. Waarom meedoen? Je helpt de vogels, insecten en vlinders. Je helpt klimaatverandering tegen te gaan."

Bossenstrategie

- Bosbouwers pleiten in september 2019 in een advies aan minister Schouten van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor nieuwe bossen waarin bomen de kans krijgen volledig uit te groeien, zodat ze kunnen aftakelen, omvallen en vergaan. Die lange levenscyclus is nodig om de rijkdom aan soorten planten en dieren in bossen te herstellen. Ook vinden ze dat de miljarden aan subsidie op de productie van energie uit biomassa vervangen moet worden door financiële steun voor het gebruik van meer hout uit Nederlandse bossen in de bouw. 120 bosbouwers, wetenschappers, natuur- en landschapsbeheerders hebben hun visie op het bosbeleid vastgelegd in een lange lijst aanbevelingen, opgesteld na een bijeenkomst over de toekomstige bossenstrategie. Deze Verklaring van Groeneveld is genoemd naar de locatie van dat debat, kasteel Groeneveld in Baarn. De conferentie werd gehouden op initiatief van Stichting Groeneveld, een organisatie die zich inzet voor natuur en landschap.

In het document staat dat het nodig is gemengde bossen aan te leggen om de kwetsbaarheid voor ziekten en klimaatverandering te beperken. Enkele boomsoorten, zoals de larix en de fijnspar, staan onder grote druk door de opmars van bastkevers die verzwakte bomen aantasten. Deze boomsoorten zijn door twee opeenvolgende droge zomers kwetsbaar. Het toekomstige beheer zal gericht moeten zijn op het bereiken van een zo groot mogelijke veerkracht van het bossysteem. Om de biodiversiteit te bevorderen pleit de bossector voor grote boskernen van eiken- en beukenbomen. En ze dringt aan op betere voorlichting aan het publiek over bosbeheer: het kappen van bomen zal altijd nodig blijven om een bos gezond te houden. (bron: Trouw, 9-9-2019)

Reactie Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE):
"De provincies en het ministerie van LNV werken samen aan een bosstrategie, als antwoord op de huidige maatschappelijke uitdagingen (klimaatverandering, biodiversiteitsverlies). De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) denkt daar actief over mee. Bos en natuur vormen een vanzelfsprekende en natuurlijke CO2-opslag, hebben anderzijds ook te lijden onder klimaatverandering. Bossen zijn maatschappelijk van groot belang. Goed dus dat we met elkaar het gesprek voeren over die uitdagingen, bijvoorbeeld zoals dat in september 2019 op kasteel Groeneveld is georganiseerd.

Zo’n brede discussie vraagt om betrokkenheid, transparantie en zorgvuldigheid. Merkwaardig dus, om uit de krant te moeten vernemen dat een ‘Verklaring van Groeneveld’ zou zijn gelanceerd die het standpunt van de Nederlandse bosbouwsector zou verwoorden. Terwijl de deelnemers aan het genoemde symposium de ‘Verklaring’ niet gezien, noch ondertekend hebben. Ons inziens een gemiste kans om daadwerkelijk een sector-breed geluid te laten horen. De VBNE zal de komende tijd blijven meedenken over de bosstrategie. De samenwerkende partijen in de VBNE zijn Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, LandschappenNL, Rijksvastgoedbedrijf, de Federatie Particulier Grondbezit en het Natuurnetwerk Gemeenten. Deze partijen zullen samen met de Unie van Bosgroepen, de AVIH en de WUR, een compleet en afgewogen advies aanbieden aan de provincies en de minister. Namens de gehele sector." (bron: VBNE, 10-9-2019)

- "Op 20 mei 2019 stuurde de minister van LNV de Tweede Kamer een brief over de ontwikkeling van een Bossenstrategie. De minister schetst daarin de dilemma’s waarvoor antwoorden worden gezocht. De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) vindt het waardevol dat in de opsomming van keuzes en dilemma’s houtproductie als eigenstandige functie wordt benoemd. In het publieke debat wordt die momenteel nog wel eens gemist. Daarbij lijkt het alsof het hierbij uitsluitend gaat om een keuze tussen biodiversiteit en klimaat. Wat ons betreft had de houtproductie in de brief echter nog wel zwaarder mogen worden aangezet: houtproductie als klimaatvriendelijke economische activiteit.

Bosbouw is een belangrijke economische drager in het buitengebied. De rentabiliteit van bosbouw staat echter onder druk. Zonder houtproductie zal instandhouding van de bossen nog lastiger zijn, daarnaast draagt het bij aan structuurrijk bos en diversiteit. Het is bovendien niet de verwachting dat de overheid bereid zal zijn bij te dragen in de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met het verder inperken van de mogelijkheden voor duurzaam bosbeheer. Voor een duurzame aanpak van het bos is het derhalve essentieel dat economische aspecten niet uit het oog worden verloren.

De minister geeft in haar brief aan dat het belangrijk is om nu te komen tot deze strategie om tot meer samenhang te komen tussen verschillende beleidsonderwerpen, denk aan onderwerpen als klimaat en biodiversiteit. Daarnaast zal de discussie over types bosbeheer een belangrijk element hierin zijn. Met de strategie wil ze daarin een zorgvuldige afweging kunnen maken: hoe omgaan met de keuzen en en dilemma’s bij het natuur- en bosbeheer; relatie en belang van bossen in het kader van klimaatbeleid; bossen in het kader van internationale biodiversiteit benoemen.

Eerder hebben provincies aangekondigd via de Klimaattafel te komen met een bosvisie. De wens van de minister is dat de Bossenstrategie en de provinciale bosvisies op elkaar aansluiten. Ook geeft de minister aan graag samen te werken met alle relevante partners waaronder ook particuliere boseigenaren. FPG heeft hierover nauw contact met het ministerie. Ook de EU gaat opnieuw aan de slag met een bosbouwstrategie. De EU-Raad heeft de Europese Commissie verzocht een EU-bosstrategie voor na 2020 te ontwikkelen. In de visie van de EU wordt naast het belang van ecosysteemdiensten door de bosbouwsector, het belang van bosbouw voor plattelandseconomie benadrukt. Meer samenhang tussen het beleid van de lidstaten lijkt daarbij voor de hand te liggen." (bron: FPG, mei 2019)

- "De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren, de Unie van Bosgroepen en de Algemene Vereniging Inlands Hout, geadviseerd door Wageningen University & Research, hebben zich verenigd om gezamenlijk voorstellen te doen aan het ministerie van LNV en het IPO voor de Nationale Bossenstrategie. Onze uitgangspunten zijn: Het Nederlandse bos is waardevol en van toenemend maatschappelijk belang, maar het staat tegelijkertijd sterk onder druk. Onze bossen zijn multifunctioneel, maar niet alles kan overal; diversiteit aan eigendom biedt kansen voor maatwerk. We doen verschillende voorstellen, onder andere over het voorkomen van ontbossing, het versterken van de biodiversiteit en het stimuleren van een duurzame houtketen. Met aandacht voor wat de sector zelf kan doen en waar we de overheid bij nodig hebben. Om alle doelen uit de Bossenstrategie daadwerkelijk te realiseren is een goed uitvoeringsprogramma nodig, met aandacht voor een robuuste financiering van de maatregelen en een goede kennisbasis. Voor nadere informatie zie het document 'De Nationale Bossenstrategie: Voorstellen van de sector Bos en natuur'." (bron: Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren, maart 2020)

Rassenlijst Bomen nuttige tool voor aanplant nieuwe bomen

Voor de vergroening van steden, het vastleggen van CO2, het versterken van biodiversiteit en het vervangen van essen die geveld zijn door de essentaksterfte worden de komende jaren miljoenen bomen en struiken in Nederland aangeplant. Iedereen die te maken krijgt met de aanplant van nieuwe bomen en struiken (terreinbeheerders, adviesbureaus, groenaannemers) moet bepalen welke bomen en struiken geschikt zijn voor de plaatsen die beschikbaar zijn en voor de doelen die ze met de aanplant willen behalen. Het gaat dan om het vergroten van biodiversiteit, houtproductie en/of de recreatieve waarde van bos. Het gebruik van plantmateriaal met de juiste herkomst is cruciaal. De herkomst geeft namelijk aan van welke groeiplaats of opstand de zaden zijn geoogst en bepaalt de genetische kwaliteit van het plantmateriaal.

De in 2019 verschenen 10e Rassenlijst Bomen geeft van inmiddels 85 soorten bomen en struiken aan wat geschikte herkomsten en rassen zijn voor uiteenlopende doelen. Een voorbeeld van een veel gevraagde herkomst van zomereik voor bossen en lanen is zaadgaard Bremerberg-01 die in beheer is bij Staatsbosbeheer. Eiken van deze herkomst zijn zeer mooi, groeien goed en vragen weinig onderhoud. In de nieuwe editie zijn veel nieuwe soorten opgenomen, waaronder de zomerlinde, stekelbrem, kruipwilg en trosvlier. Ook worden nu foto’s van de opstanden getoond en zijn publicaties over achterliggend onderzoek te vinden bij de herkomsttabellen.

In de Rassenlijst zijn ruim 460 autochtone (ook wel ‘oorspronkelijk inheems’ genoemd) herkomsten opgenomen van 64 boom- en struiksoorten. Een ruime keuze voor een beheerder die autochtoon plantmateriaal wil aanplanten met als doel natuurontwikkeling of natuurherstel. Gebruik van autochtoon plantmateriaal is van groot belang voor de kwaliteit van ecosystemen. In de natuur zijn de verschillende dieren, planten, bomen en struiken sterk van elkaar afhankelijk. Ecologische processen kunnen verstoord raken bij veranderende tijdstippen van uitlopen, bloei of groei van de planten. Veel autochtone herkomsten op de Rassenlijst komen uit de genenbank. Dit is een veldcollectie die sinds 2002 opgebouwd is in boswachterij Roggebotzand in de Flevopolder en wordt beheerd door Staatsbosbeheer. In totaal gaat het om 45 soorten bomen en struiken. In de genenbank zijn door vegetatieve vermeerdering grote populaties gemaakt, waarvan nu zaad wordt geoogst. Hierdoor hebben deze Roggebotzandherkomsten een brede genetische diversiteit. Natuur met een grotere biodiversiteit door meer genetische diversiteit is beter bestand tegen veranderingen van omgeving, klimaat of nieuwe ziekten en plagen.

Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), onderdeel van Wageningen University, toetst in veldproeven de herkomsten op eigenschappen als goede groei, houtkwaliteit en gezondheid. In de nieuwe veldproeven worden de Nederlandse herkomsten vergeleken met herkomsten uit andere klimaatzones, met name uit gebieden met het verwachte toekomstige klimaat (denk aan Frankrijk). Naast groei wordt er gelet op het slagingspercentage na aanleg, maar ook het tijdstip van uitlopen, wat de kans op bevriezing bij late voorjaarsvorst bepaalt. Twee belangrijke criteria die in hoge mate bepalen of een beplanting aan het Nederlandse klimaat is aangepast. De eerste Rassenlijst verscheen in 1938 voor populier. Sindsdien wordt er gewerkt aan het keuren, selecteren en toetsen van herkomsten en rassen. Alleen bomen en struiken die de strenge EU-kwaliteitscriteria hebben doorstaan, zijn opgenomen in de Rassenlijst Bomen. De 10e Rassenlijst Bomen is samengesteld door de Raad voor Plantenrassen. De inhoudelijke expertise is geleverd door het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) van Wageningen University. (bron: CGN)

Boomkeuzewijzer

- "Ingenieurs- en adviesbureau Sweco heeft in oktober 2019 een nieuwe tool geïntroduceerd, die het iedere ontwerper, landschapsarchitect, groeningenieur en beheerder bijzonder gemakkelijk maakt de juiste boomsoorten te kiezen voor elke locatie. Geen dikke naslagwerken meer of oneindig surfen over het net; met één klik op de kaart analyseert de Boomkeuzewijzer een locatie en geeft het een selectie bomen die goed geschikt is voor die plek. Geen valfruit meer op parkeerplaatsen, maar heerlijke schaduw en koele auto’s door brede bomen met een dicht bladerdek. Geen klagende bewoners meer vanwege bomen die tegen de gevels groeien, maar goed te beheren, strooizoutverdragende, smalblijvende bomen in de straat. Sweco’s Boomkeuzewijzer maakt de keuze voor welke bomen waar aan te planten een stuk eenvoudiger.

Hoe werkt de Boomkeuzewijzr?: Nadat de locatie is ingevoerd, analyseert de tool de buitenruimte van de locatie en volgt direct een overzicht van geschikte bomen om daar te planten. Geheel op maat en dat met één klik op de knop. De selectie wordt getoond op volgorde van fijnstof afvangen, dat wil zeggen dat de bomen die dit het beste doen bovenaan staan. De Boomkeuzewijzer kijkt naar de afstand tot gebouwen, verlichting, ondergrondse infrastructuur, parkeerplekken, speeltuinen en wegen, bodemtype, vruchtbaarheid en grondwaterstand. Maar ook aspecten als de standplaats (groenstrook of verharding), aanwezigheid van oppervlaktewater, kans op strooizout en de soortendiversiteit zijn in de tool opgenomen. Alle filters kan men zelf aan- en uitzetten, passend bij de ambities en wensen.

De Boomkeuzewijzer is via een live verbinding verbonden met de bomendatabase ‘TreeEbb’ van Boomkwekerij Ebben. TreeEbb is een bomendatabase gestoeld op 150 jaar kennis van de toepassing van bomen en wetenschappelijk onderzoek. Ebben werkt dagelijks aan TreeEbb, waardoor de gegevens up-to-date blijven. De Boomkeuzewijzer is beschikbaar via Sweco’s webbased beheerprogramma Obsurv. Maar we kunnen de tool ook extern beschikbaar maken op basis van de BGT. Zo combineren wij de data van een locatie met gegevens van bomen, met als resultaat een selectie bomen die goed geschikt is voor de locatie.

Door klimaatverandering krijgen we te maken met meer hitte en meer regenval. Het planten van meer en grote bomen zorgt voor CO2-opname, meer schaduw en een gezonde waterhuishouding. Een goede manier om onze steden klimaatadaptief te maken! Slim gebruik van data helpt je om de juiste keuzes te maken. De Boomkeuzewijzer doet dit." (bron: Sweco)

Bosbeheer

Staatsbosbeheer
Bij tijd en wijle duikt er kritiek op over het bosbeheer in ons land, onder meer met betrekking tot Staatsbosbeheer. Die kritiek is niet altijd op feiten gebaseerd, maar op verkeerde aannames, die dan ook tot verkeerde conclusies leiden. In dit artikel heldert Staatsbosbeheer een aantal misverstanden rond bosbeheer op, naar aanleiding van kritiek van Ugenda (april 2019), in dit artikel heldert Staatsbosbeheer een aantal misverstanden rond bosbeheer op, naar aanleiding van kritiek van de heer Van Beusekom, in de jaren tachtig onder meer directeur van de afdeling natuurbehoud bij Staatsbosbeheer, en hier vind je de vijf aan Staatsbosbeheer meestgestelde vragen over bosbeheer en bomenkap, waarbij ook een aantal veelvoorkomende misverstanden en verkeerde aannames wordt toegelicht. En lees hier aan de hand van 6 maatschappelijke discussiepunten de bosvisie van Staatsbosbeheer. Bijvoorbeeld waarom er soms ook gezonde bomen gekapt moeten worden (in Staatsbosbeheer Magazine, maart 2020).

Gelderland
Dat geldt ook voor de in april 2019 door de SP-fractie van Provinciale Staten van Gelderland aan Gedeputeerde Staten gestelde vragen over de door de SP als 'verontrustend' betitelde bomenkap in de provincie. Waar dit het geval is, blijken daar goede redenen voor te zijn, en waar nodig wordt een en ander elders gecompenseerd. Samengevat komt de reactie van Gedeputeerde Staten hierop neer: In 2018 is de provincie Gelderland gestart met het inrichten van gronden waar, vooruitlopend op toekomstige kap van bomen, bos wordt aangeplant. Deze locaties kunnen door initiatiefnemers van houtkap worden benut om de door hen gevelde houtopstand te compenseren. Voor 2019 is 25 hectare extra bosaanleg gepland.

Als het kappen van bomen schadelijke gevolgen heeft voor beschermde Natura 2000-gebieden of voor beschermde planten en dieren is een kapvergunning verplicht. Voldoende voedselaanbod en leefgebied voor beschermde soorten is van groot belang bij het beheer van bossen en heidevelden. Houtresten die verteren vormen een belangrijke voedingsbron voor insecten en zorgen voor een goede bodem. Daarom is afvoer van dunne takken uit Natura 2000-gebied de Veluwe niet toegestaan. Internationaal beschermde soorten die afhankelijk zijn van voldoende aaneengesloten open heidegebieden en stuifzanden staan in Gelderland onder druk. Op locaties waar deze soorten dreigen te verdwijnen door begroeiing wordt bos en houtopslag verwijderd om het leefgebied te herstellen en daarmee de soorten duurzaam te behouden. Voor nadere informatie zie de vragen van de SP en de antwoorden van Gedeputeerde Staten d.d. 16-4-2019.

Natuurmonumenten
"Vanwege de maatschappelijke discussie over het kappen van bomen, besloot Natuurmonumenten in april 2019 tijdelijk te stoppen met iedere vorm van (voorbereiding van) bomenkap en bij haar achterban te rade te gaan over haar omgang met bos en bomen. Uit de raadpleging, ingevuld door bijna 10.000 mensen, blijkt in algemene zin dat er brede steun is voor het feit dat Natuurmonumenten haar natuurgebieden beheert en dat daarbij ook bomenkap aan de orde is. 78% vindt dat open landschappen zoals heide, duinen en stuifzanden bescherming verdienen. Bijna 80% vindt het goed dat Natuurmonumenten open plekken maakt in soortenarme voormalige productiebossen om de biodiversiteit te vergroten. Toch klinken er ook kritische noten en laat de enquête zien dat er in de achterban flink wat meningsverschillen zijn. Directeur Marc van den Tweel: “De discussie over bomenkap is complex en zeer divers. Het is aan ons als vereniging om recht te doen aan de stem van onze leden. Hoeveel meningen er ook zijn, uiteindelijk delen we dezelfde passie: het koesteren, beschermen en versterken van de Nederlandse natuur in al haar verscheidenheid.”

Minder kappen
Natuurmonumenten kiest ervoor om in de toekomst minder bomen te kappen. Bij het omvormen van voormalige productiebossen naar meer natuurlijk bos, worden exoten weggezaagd en ruimte gecreëerd voor soorten die in Europese bossen thuishoren. Natuurmonumenten brengt de maximale grootte van kapvlaktes nu terug van twee naar een half hectare. Bij het kappen van bos om open landschappen te vergroten of met elkaar te verbinden, zal Natuurmonumenten eerst kijken naar alternatieven en, nog meer dan in het verleden, het draagvlak in de streek meewegen. Het grootste omvormingsproject dat nog op stapel stond, betrof het kappen van dertig hectare bos op de Sallandse Heuvelrug. Daardoor worden heidevelden verbonden met bloemrijke akkers. Insecten en vogels hebben daar profijt van. Hoewel het doel niet ter discussie staat, maakt Natuurmonumenten bij dit project een pas op de plaats. Van den Tweel: “In het licht van de discussie over boskap en het tegengaan van klimaatverandering vinden we het belangrijk om opnieuw te bekijken of de doelen ook met minder boskap kunnen worden behaald. We zijn hierover in gesprek met provincie Overijssel en Staatsbosbeheer.”

Laat de natuur met rust?
Een paar honderd respondenten liet in de spontane antwoorden weten dat Natuurmonumenten de natuur vooral met rust moet laten. Van den Tweel: “Het motto ‘kappen met kappen’ doet geen recht aan de werkelijkheid en aan de waarde van onze Nederlandse natuurgebieden. Als je open landschappen wilt behouden, moet je beheren. Zelfs als Natuurmonumenten niets doet, laten de mensen de natuur niet met rust. Nederland hoort tot de landen met de hoogste stikstofuitstoot ter wereld. Onze bodems zitten vol met fosfaat. Natuurgebieden hebben te maken met instroom van pesticiden en andere verontreinigende stoffen. Daarbij komt: slechts 14% van ons landoppervlak is beschermde natuur. Daarmee zijn we een mondiale hekkensluiter. In Nederland en wereldwijd voltrekt zich een biodiversiteitscrisis die qua ernst niet onderdoet voor de klimaatcrisis. Oproepen om totaal te stoppen met kappen doen geen recht aan de afwegingen die natuurbeheerders moeten maken in hun strijd om kwetsbare planten en dieren te beschermen. Gelukkig blijken de meeste leden die complexiteit ook te begrijpen en te steunen.” Voor nadere informatie zie de notitie 'De omgang met bos en bomen door Natuurmonumenten' (2019).

Bosbeheer aan de natuur overlaten: niet altijd een goed idee

"Niet zelden hoor je het advies of de wens: "Aan de natuur overlaten, dan komt het vanzelf goed." Ophouden met kappen, dunnen en beheren. De natuur kan het zelf veel beter en de natuur gaat ons ook zeker overleven. Dat is waar en geeft soms goede resultaten. Maar werkt dit ook voor onze laatste natuurbossen met hun belangrijke biodiversiteit? Vanaf de jaren 1980 zijn in Nederland 60 bossen aangewezen als ‘bosreservaat’, met als expliciet doel een ‘niets-doen-beheer’. Ze liggen zowel binnen Natura 2000-gebieden als er buiten. Het idee is om de natuur haar gang te laten gaan en dat proces te monitoren met de bedoeling kennis op te doen en ervan te leren. Hoewel er geen volledig overzicht is (houtige gewassen worden ook bij bosmonitoring taxonomisch slecht in beeld gebracht), is het verdwijnen van zeldzame en karakteristieke soorten vastgesteld. Dit beheer is dan ook in strijd met Natura 2000-doelstellingen, waarbij het gaat om het duurzaam voortbestaan van de boshabitats. Voorbeelden van lokaal uitsterven in bosreservaten zijn: winterlinde (Bekendelle), rood peperboompje (Savelsbos), kraagroos (Savelsbos) en wilde appel (Vijlenerbos). Ook afname van populaties van bijvoorbeeld grootvruchtige meidoorn, wilde rozensoorten en zomer- en wintereik is op diverse locaties waargenomen.

Oplossingen zijn niet direct pasklaar. Het onderzoek en monitoren van bosreservaten zou wel door moeten gaan, maar gezien het verdwijnen van bijzondere soorten is aanpassing van het bosreservaat-concept gewenst. Te overwegen zou zijn om de Vlaamse methode van ‘gerichte bosreservaten’ over te nemen, waarbij het vrijstellen van bijzondere bomen en het wegnemen van storende elementen wel mogelijk is. Dit bevelen we aan voor oude boskernen en oude landschapselementen in Natura 2000-gebieden. Er is nog geen pasklare oplossing voor de beste wijze waarop bossen lichter gemaakt kunnen worden. Bij reguliere dunning, begrazings- of hakhoutbeheer moet meer aandacht zijn voor behoud van de kwetsbare wilde populaties van bomen en struiken door selectieve bevoordeling. Lichtvermeerdering kan al worden bereikt met een goede en simpele methode, namelijk het ringen van verspreid staande exoten of andere overheersende bomen. Beheer op maat en leerexperimenten zijn hard nodig om meer zicht te krijgen op ecologisch bosbeheer ten dienste van het behoud van het genetisch erfgoed biodiversiteit in bossen." (bron en voor nadere informatie zie dit artikel van Bert Maes van Ecologisch Adviesburesu Maes, april 2020)

Beperken van bodemverdichting belangrijk voor (behoud) natuurwaarde bos

"De herfst is de start van het uitvoeringsseizoen voor bosbeheerders. Nieuwe aanplant de grond in, of dunnen om meer ruimte te maken voor groei en ontwikkeling. Allemaal beheerwerkzaamheden voor het bos van de toekomst. Bij sommige werkzaamheden is groot materieel onmisbaar. En dat stelt menig bosbeheerder voor een uitdaging; het zoveel mogelijk beperken van ongewenste bodemverdichting.

Wat gebeurt er in de bodem bij bodemverdichting?
Een ongestoorde bodem bestaat voor ongeveer de helft uit minerale bodemdeeltjes (zoals zand of klei) en organische stof, en voor de andere helft uit lucht en water. Bij het berijden van de bodem worden bodemdeeltjes samengedrukt en neemt het aandeel lucht en water in de bodem af. Hierdoor verandert de bodemstructuur, wat de infiltratie van hemelwater belemmert. In de bodem leven verschillende organismen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van organisch materiaal en het ‘luchtig’ houden van de bodem. Zo kunnen boomwortels zich gemakkelijk uitbreiden. Deze organismen gebruiken zuurstof en stoten CO2 uit. Door de verstoorde bodemstructuur vindt er echter nog maar moeizaam gasuitwisseling plaats tussen bodem en atmosfeer. Daardoor bouwt het CO2-gehalte in de bodem op, en neemt het zuurstofgehalte af.

Nadelige gevolgen voor flora en fauna
De veranderingen in de bodemstructuur hebben verschillende nadelige gevolgen. Een paar voorbeelden: Jonge zaailingen krijgen het moeilijk. Een van de effecten is dat de overlevingskans en groei van jonge zaailingen van bomen en struiken afneemt. Vaak kiemen er wel meer zaailingen, doordat er op verdichte bodems water blijft staan en de vochtbeschikbaarheid voor jonge zaailingen hoger is. De zaailingen kunnen met hun fijne wortels echter vervolgens moeilijk de verdichte bodems in groeien. Daardoor ligt de sterfte onder deze zaailingen in de eerste jaren hoog. Verschillende wetenschappelijke studies tonen aan dat veertig tot negentig procent meer sterfte te zien is onder zaailingen op verdichte bodems. De zaailingen zijn ook minder groot en het volume neemt af ten opzichte van de groei van zaailingen op ongestoorde bodems. Verminderde natuurwaarde. Als boomwortels last hebben van de bodemverdichting hebben de fijne wortels van (bloeiende) bosplanten het helemaal moeilijk. Daarnaast vermoeden we dat bodemverdichting er ook voor zorgt dat de bodemfauna afneemt, wat weer kan leiden tot een versnelde ophoping van strooisel en doorgaande bodemverzuring. Daarmee ‘zagen’ de effecten van bodemverdichting aan de wortels van de natuurwaarde van het bos.

Natuurlijk herstel duurt lang
Bodemfauna, met name regenwormen, werken door het graven van gangenstelsels de bodem weer los en dragen zo bij aan herstel van de bodemstructuur. Grote delen van het Nederlandse bos liggen echter op armere zandgronden waar regenwormen niet of nauwelijks voorkomen. Ook lange periodes van vorst kunnen de bodem weer loswerken doordat het bodemvocht als gevolg van de vorst uitzet. Om ook dieper gelegen bodemlagen te bevriezen, zal het echter een aaneengesloten periode van enkele weken tot maanden stevig moeten vriezen. En dat komt in Nederland doorgaans niet (meer) voor. De natuurlijke herstelperiode is bovendien over het algemeen langer dan de periode tussen twee dunningen. De effecten van het rijden op de bodem stapelen zich daardoor op. Des te belangrijker om bodemverdichting waar mogelijk te voorkomen of in ieder geval te beperken.

Dunningspaden helpen bij het beperken van bodemverdichting
Binnen de Bosgroepen is al lange tijd aandacht voor bodemverdichting. Voorkomen is onmogelijk, want ook werken met tracks, met lichtere machines, of met machines met bredere banden heeft gevolgen voor de bodem, maar we kunnen wel maatregelen treffen die bodemverdichting beperken. Door slimme keuzes te maken. Bijvoorbeeld door vanaf de boswegen te werken. Eventueel met behulp van lieren zodat men niet in het bos hoeft te rijden. Dat kan echter niet altijd. Daarom werken we steeds vaker met permanente dunningspaden. Dat zijn vaste routes binnen een bosopstand die bij boswerkzaamheden gebruikt worden om de bosopstand te ontsluiten. De paden zijn circa vier meter breed en liggen minimaal op een onderlinge afstand van twintig meter van elkaar, zodat houtoogstmachines met een arm van tien meter in het volledige bos kunnen werken zonder buiten de dunningspaden te rijden. Je berijdt dan nog steeds wel een deel van het bos, maar dit oppervlak neemt bij opeenvolgende dunningen en verjongingsingrepen niet meer toe. De paden legt men vast, zodat de bestuurder van de machine precies weet waar te rijden, ook bij opvolgende werkzaamheden jaren later.

Bodemverdichting ontstaat niet alleen tijdens houtoogst. Ook het klepelen (het fijn maken van ruige begroeiingen met behulp van roterende klepels) van verjongingsplekken leidt tot verdichting, juist op de locaties waar we jong bos willen laten kiemen. De grootste verdichting vindt plaats bij de eerste berijding; een extra argument voor het gebruik van permanente dunningspaden.

Werken met dunningspaden niet altijd eenvoudig
In de praktijk is het overigens niet altijd eenvoudig om te werken met dunningspaden. De aanleg moet behoorlijk systematisch gebeuren en het komt regelmatig voor dat het nodig is om uit te wijken. Bijvoorbeeld doordat de paden stuiten op historische wallen, grafheuvels, oude monumentale bomen, jonge aanplant, mierenhopen en dassenburchten. Ook is er in het verleden vaak al gereden in de bossen. Dat vraagt een keuze om óf van de oude (veelal minder optimale) paden gebruik te maken of een nieuwe padenstructuur te plannen.

Verschil in beleving
Sommige mensen ervaren de dunningspaden als lelijk. In jonge bossen vallen ze ook nog erg op, maar in een volwassen en structuurrijk bos is dat al een stuk minder. Door de dunningspaden parallel aan drukke wandelpaden te leggen en ze niet helemaal kaarsrecht te maken, maak je het beeld al een stuk natuurlijker. Dat neemt echter niet weg dat sommige mensen het beeld in het bos (tijdelijk) als minder mooi ervaren. In het belang van de bosbodem en het bodemleven, adviseren we om het gebruik van dunningspaden zeker te overwegen. Ze zijn niet zaligmakend, maar wel een goede manier om bodemverdichting en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. En als we dit op een doordachte en slimme manier doen, dan heeft iedereen daar baat bij. Ook de bezoekers van het bos. (bron: Bosgroepen.nl, november 2019)

'Meer gebruik van inlands hout in de bouw goed voor Klimaatakkoord'

"Hout uit het Nederlandse bos kan kwalitatief voldoen voor toepassing in de bouw. Lariks en douglas zijn houtsoorten met veel potentie. Tevens is gebleken dat kozijnen en gevelbekleding vervaardigd uit inlands lariks en douglas goed scoren qua milieu- en klimaatprestatie. Zowel voor de bos- en houtketen als voor het klimaat is het wenselijk deze soorten intensiever te beheren en te oogsten. Dit is mogelijk binnen de randvoorwaarden van duurzaam bosbeheer. Wanneer dit hout hoogwaardig wordt toegepast, bijvoorbeeld als kozijn- of gevelhout, is daarmee aanzienlijke klimaatwinst te behalen, stelt Stichting Probos.

Wanneer hout wordt toegepast in plaats van traditionele bouwmaterialen als staal en beton treedt een reductie van de CO2-emissie op. De extra oogst die wordt gerealiseerd bij een intensief oogst-scenario biedt ruimte om maximaal 19.000 woningen te voorzien van kozijnen en gevelbekleding. Dit resulteert in een potentiële reductie van circa 0,162 Mton CO2-equivalenten. Hier kan de CO2-opslag in het hout bij worden opgeteld, omdat deze CO2 langdurig in het hout van de huizen wordt vastgelegd. In het Ontwerp Klimaatakkoord van december 2018 ligt de ambitie voor natuur- en bos klimaatmaatregelen op 0,3 tot 0,6 Mton reductie per jaar.

Anno 2019 komt nog maar 2% van het hout dat momenteel in de bouw gebruikt word uit Nederland. Om het extra potentieel kozijn- en gevelhout dat het Nederlandse bos biedt daadwerkelijk klimaatslim te kunnen benutten zal er nog veel moeten gebeuren. Momenteel werken provincies aan nieuw beleid voor bos- en hout. Dit is het moment voor de sector om aandacht te vragen voor bouwen met hout en meer houtoogst binnen het multifunctioneel bosbeheer. Daarbij dient het in eerste instantie te gaan om klimaatslim en duurzaam bosbeheer en secundair over het veiligstellen van voldoende hoogwaardig te benutten bouwhout voor de toekomst.

Jaarlijks wordt in Nederland circa 50% van de bijgroei van het gehele bos geoogst. Voor lariks en douglas ligt dit percentage beduidend hoger. Op basis van de huidige oogstintensiteit is berekend dat het Nederlandse multifunctionele bos in de komende 20 jaar gemiddeld circa 81.000 m3 lariks- en 161.000 m3 douglashout kan leveren. Hiervan is slechts een beperkt deel bruikbaar voor gevelbekleding en kozijnen. Niet alle stammen zijn van voldoende kwaliteit en er geldt een minimale diameter van 30 centimeter. Daarnaast wordt dit hout al toegepast als bouw- en tuinhout. Om meer inlands hout als kozijnen of gevelbekleding toe te passen in de bouw zonder dit te onttrekken aan andere marktsegmenten, moet het aanbod worden vergroot.

Probos heeft een scenario voor intensieve oogst doorgerekend dat resulteert in een oogst van circa 85% van de bijgroei in het multifunctionele bos. Daarmee blijft de houtoogst nog steeds ruim binnen de perken van duurzaam bosbeheer. Het multifunctionele beheer, waarbij andere waarden zoals biodiversiteit en recreatie integraal worden gediend, wordt hierbij gecontinueerd. De intensivering van de oogst kan de komende 20 jaar zorgen voor een flinke toename van de beschikbaarheid van kwalitatief geschikt hout. Voor lariks neemt dit volume met bijna een factor 3 toe. Voor douglas bedraagt de toename ruim 50%." (bron en voor nadere informatie zie: Bosbericht Stichting Probos, juni 2019)

Monumentale bomen

In juni 2018 hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Staatsbosbeheer de vernieuwde Kaart Groen Erfgoed gelanceerd. De Kaart is uitgebreid met monumentale bomen uit het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Het register wordt beheerd door de Bomenstichting, die bomen in kaart brengt vanwege hun hoge leeftijd, bijzondere schoonheid, zeldzaamheidswaarde of beeldbepalende functie voor de omgeving. Het gaat vaak om bomen in een groenaanleg, zoals tuinen van landgoederen en buitenplaatsen. Ook zien we veel monumentale bomen in historische dorps- en stadskernen en particuliere tuinen. Hiermee zijn ze niet zelden onderdeel van waardevolle historische ensembles.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelt samen met partners themakaarten over de gelaagdheid van ons cultuurlandschap. Er zijn al digitale kaarten beschikbaar over verstedelijking, verdedigingswerken en agrarisch landschap. De Kaart Groen Erfgoed bevat naast monumentale bomen ook informatie over het (rijksbeschermde) aangelegde groen rond buitenplaatsen, een inventarisatie van de nog zichtbare geriefbossen van het Groene Hart, de eerste bosstatistiek uit 1938-1942 en een uitgebreide en actuele inventarisatie van oude bossen, houtwallen en heggen met inheemse bomen en struiken. Alle landschapskaarten zijn te vinden op de website Landschap in Nederland.

Minibossen / Tiny Forest

IVN Natuureducatie heeft in 2018 een donatie van 1,85 miljoen euro ontvangen van de Postcode Loterij voor het project 'Elke buurt zijn eigen minibos'. Van 2019-2021 wil IVN in Nederland 100 kleine bossen realiseren samen met buurtbewoners en basisschoolleerlingen. Het gaat daarbij om een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Het IVN heeft namelijk geconstateerd dat veel stadskinderen weinig meer met bossen in aanraking komen en wil daarom kleine bossen in stadsbuurten realiseren. Een minibos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Onderdeel van elk minibos is een buitenlokaal waar kinderen kunnen leren over de Nederlandse natuur. Buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige plek. Het minibos stimuleert biodiversiteit en biedt kansen om klimaatproblemen tegen te gaan.

IVN volgt de Miyawaki-bosbouwmethode van Shubhendu Sharma. Het gebruik van inheemse planten en een speciaal bodembewerkings- en beplantingsplan maken het mogelijk bossen sneller te laten groeien dan traditioneel aangeplante bossen. In Zaandam, Delft, Utrecht, Almere en Zwolle liggen inmiddels al minibossen, die samen met kinderen van omliggende scholen zijn geplant. Met het gratis te downloaden handboek kan iedereen ook zelf met de methode aan de slag. (bron en voor nadere informatie zie de pagina over 'Tiny Forest' op de site van IVN Natuureducatie) Uit de 37 aanmeldingen voor 2019 zijn door IVN 15 partnergemeenten geselecteerd die tiny forests mogen realiseren. Het zijn de gemeenten Alkmaar, De Ronde Venen, Den Helder, Dordrecht, Ede, Eijsden-Margraten, Hoogeveen, Kampen, Leeuwarden, Roermond, Smallingerland, Tilburg, Tynaarlo, Weert en Zaanstad.

Boom van het Jaar

Bomen vertellen ons verhalen. Verhalen om gedeeld en steeds weer opnieuw verteld te worden. Door de plek waar ze staan, zijn bomen stille getuigen van menselijke emoties en verhalen 'groot en klein'. Van medio maart tot medio kun je jaarlijks je favoriete boom nomineren, als individu, familie, vereniging, bedrijf of gemeente etc., voor de verkiezing Boom van het Jaar. Dat hoeft niet de grootste, oudste of mooiste boom te zijn. Bij deze verkiezing gaat het vooral om het verhaal achter de boom. Het belang van de boom voor zijn omgeving, de maatschappij en zijn geschiedenis. Een vakkundige jury kiest uit alle aanmeldingen een boom per provincie. De 12 genomineerden worden op 31 augustus bekend gemaakt via de website. Daar kun je op stemmen, wat dan leidt tot de Boom van het Jaar. De verkiezing maakt deel uit van de Europese Tree of the Year verkiezing. De winnende Boom van het Jaar wordt de Nederlandse inzending voor de Europese verkiezing het jaar erna. SBNL Natuurfonds heeft het initiatief genomen om ervoor te zorgen dat ook de verhalen achter Nederlandse bomen bekendheid krijgen.

Bomen Effect Analyse

In mei 2019 is de 'Richtlijn BEA' (Bomen Effect Analyse) verschenen. De Bomen Effect Analyse is in 2003 door de Bomenstichting geïntroduceerd als modelbeoordeling. Het stelt professionals in staat om de effecten op bomen in kaart te brengen van geplande werkzaamheden en activiteiten in de openbare ruimte. De werkwijze bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de buitenruimte is echter in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Reden voor opdrachtgevers en -nemers om de Bomenstichting te vragen de BEA te actualiseren. De Richtlijn BEA maakt een objectieve, transparante afweging mogelijk. Op basis van 12 ‘bouwstenen’ wordt volgens een vast patroon informatie verzameld. Op basis daarvan wordt bepaald wat de gevolgen van de geplande activiteiten zijn voor de bomen. Ook kan de boomspecialist vaststellen wat er dan nodig is om bomen in goede conditie te houden. Vast onderdeel is het benoemen van alternatieven waardoor bomenbehoud voor de toekomst mogelijk is en de kwaliteit van de boom kan verbeteren. De gedrukte versie van de Richtlijn BEA is te bestellen bij de Bomenstichting. Sinds mei 2019 maakt de Richtlijn BEA deel uit van de CROW-Kennismodule Bomen.

Bomen en verkeersveiligheid langs provinciale wegen

- "Plannen van provincies om bomen langs provinciale wegen (N-wegen) te kappen leiden telkens tot felle discussies. De Bomenstichting wijst er op dat de richtlijnen niet expliciet voorschrijven om alle obstakels binnen de obstakelvrije zone per definitie te verwijderen. Er zijn vaak mogelijkheden om maatwerkoplossingen te ontwikkelen. Het doel van een ‘obstakelvrije zone’ is om het verkeer te beschermen tegen obstakels op korte afstand langs de weg. Het advies is om de obstakelvrije zone minimaal 4,5 meter, maar bij voorkeur 6 meter breed te maken. Wanneer een verkeersdeelnemer van de weg raakt zal bij een grotere afstand tot obstakels het risico op ernstige ongevallen verminderen. Dit impliceert dat er sprake moet zijn van een reëel risico dat de verkeersdeelnemer van de weg kan raken. Zolang het risico verwaarloosbaar is, ontbreekt elke reden om een obstakelvrije zone te hanteren en bomen te kappen.

In bestaande situaties moet eerst zorgvuldig worden gekeken naar wat er staat: de richtlijnen schrijven niet voor om alle obstakels binnen de obstakelvrije zone per definitie te verwijderen. De wegbeheerder moet bij het veilig inrichten van een weg voorafgaand aan de planvorming kijken wat er langs de weg staat aan bomen en beplantingen. Deze beplantingen vervullen vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt vaak een grote meerwaarde voor de omgeving. Vervolgens kunnen met deskundigen zoals verkeersexperts, wegbeheerders, wegontwerpers, landschapsontwerpers, groen- en boombeheerders, slimme maatwerkoplossingen worden ontwikkeld." (bron: Bomenstichting, juni 2019) Nuttige tips over hoe men met behoud van bomen toch veilige provinciale wegen kan creëren, vind je in de notitie 'Bomen langs N-wegen' (2019) van de Bomenstichting.

Klimaatbestendige bossen

- "Als Nederlandse bosbeheerder kan Staatsbosbeheer de klimaatverandering niet stoppen. Wat we wel kunnen doen is het bos toekomstbestendig en veerkrachtig maken. Dat wil zeggen dat het bos zo goed mogelijk in staat is toekomstige wensen te vervullen en ontwikkelingen, zoals de klimaatverandering, op te vangen. Wat doet Staatsbosbeheer zoal? We planten op kleine schaal boomsoorten die beter bestand zijn tegen de veranderende weersomstandigheden. Zoals de tulpenboom bijvoorbeeld, of de boomhazelaar die goed tegen droogte kan. Zo doen we ervaring op voordat we die bomen eventueel in de toekomst op grotere schaal kunnen gaan gebruiken.

Daarnaast zorgen we waar mogelijk voor afwisseling in het bos. Vroeger werden bosvakken in één keer aangeplant. Vaak bestonden ze uit één enkele boomsoort. Tegenwoordig planten we bosvakken met verschillende soorten. En niet alles tegelijk. Zo krijg je gevarieerd bos met jonge én oude bomen. Het maakt bossen aantrekkelijker voor meer planten en dieren. Maar ook beter bestand tegen ziektes, plagen, stormen en klimaatveranderingen. Hoe meer verschillende boomsoorten, hoe groter de kans dat een aantal het volhouden bij veranderende weersomstandigheden. En waar al sprake is van deze gemengde bossen, proberen we deze menging natuurlijk te behouden. Tenslotte wil Staatsbosbeheer meer bos in Nederland. We zorgen ervoor dat er meer bos komt in de terreinen die we zelf beheren. Daarnaast zetten we ook daarbuiten, samen met tal van organisaties, onze kennis en ervaring in op het gebied van bosbeheer. Lees hier meer over hoe we met bos en natuur klimaatverandering willen aanpakken." (bron: Staatsbosbeheer, juli 2019)

- "VolkerWessels gaat vanaf oktober 2019 gedurende twee jaar minimaal 500 hectare bos in Nederland klimaatbestendig maken. Daartoe heeft het bouwbedrijf een overeenkomst gesloten met de Unie van Bosgroepen en FSC Nederland. Door het nemen van slimme maatregelen legt het bos meer CO2 vast en is het bos beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering. Op termijn wil VolkerWessels het hout afkomstig uit deze bossen in eigen bouwprojecten toepassen. VolkerWessels investeert tot 100.000 euro in klimaatslim bosbeheer. Het bedrag bestaat deels uit een vaste bijdrage door VolkerWessels en deels uit een verdubbeling door VolkerWessels van vrijwillige bijdragen van medewerkers. Met het bedrag gaat de Unie van Bosgroepen in een drietal FSC-gecertificeerde bossen verspreid over Nederland maatregelen treffen waardoor het bos meer CO2 vastlegt, de biodiversiteit toeneemt en ook de belevingswaarde van de bossen een positieve impuls krijgt. Voorbeelden van maatregelen zijn het bevorderen van natuurlijke verjonging, het onderplanten met strooisel verbeterende boomsoorten en het aanplanten van soorten die naar verwachting beter bestand zijn tegen klimaatverandering.

Lars van der Meulen, directeur CSR van VolkerWessels: “Materiaalgebruik en CO2 -uitstoot zijn inherent aan bouwen en hebben een behoorlijke impact op de natuurlijke omgeving. Bij VolkerWessels is een duurzame omgang met materialen, waaronder de toepassing van hout uit goed beheerde bossen, daarom een van onze speerpunten*. Door bij te dragen aan klimaatslim bosbeheer zijn we betrokken bij duurzame productie van hout in Nederland en het vastleggen van CO2 en dragen we daadwerkelijk bij aan een gezondere, duurzame leefomgeving.” * VolkerWessels is partner van FSC Nederland en heeft zichzelf ten doel gesteld om in 2020 alleen nog maar duurzaam hout toe te passen (2018: 98%). VolkerWessels behaalde in 2019 de vierde plaats in de FSC Forest50, een ranglijst van bedrijven die duurzaam gecertificeerd hout inkopen en toepassen.

Klimaatslim bosbeheer is hard nodig
Volgens Gerard Koopmans, FSC-groepsmanager van de Unie van Bosgroepen is klimaatbestendig bosbeheer hard nodig. “We zien de kwaliteit van het bos hard achteruit gaan, bijvoorbeeld als gevolg van de droogte van de afgelopen jaren. Boomsoorten als es, fijnspar, maar ook lariks sterven massaal af. Het Nederlandse bos heeft behoefte aan boomsoorten die beter bestand zijn tegen droogte, maar ook aan boomsoorten, zoals winterlinde en hazelaar, die de aanmaak van humus (een buffer tegen droogte) bevorderen en een actieve rol spelen bij het beschikbaar maken van voedingsstoffen.”

Verificatie
De drie betrokken partijen hechten eraan zekerheid te hebben over de daadwerkelijke impact van de maatregelen en dus een goede besteding van het geld. Met het FSC-keurmerk bestaat zekerheid over het duurzaam beheer van het bos. Daarnaast heeft FSC een methode ontwikkeld waarmee inzichtelijk kan worden gemaakt dat maatregelen leiden tot het beoogde effect, zoals een verhoogde opname van CO2 door het bos, of versterking van biodiversiteit. Zo kan VolkerWessels gefundeerde uitspraken doen over de effectiviteit van het project." (bron: VolkerWessels, Unie van Bosgroepen en FSC Nederland, 1-10-2019)

Evenwicht tussen natuur en mens voorkomt ziektes

"Bossen: we kunnen niet zonder ze. Ze zuiveren de lucht en het water, ze verlagen de omgevingstemperatuur, verlagen ons stressniveau, bieden onderdak en leveren bouwmateriaal. Ook zorgen ze voor voedsel en medicijnen, en daarmee zijn ze cruciaal voor onze gezondheid. Helaas verdwijnen bossen wereldwijd in hoog tempo. Dit brengt grote risico’s met zich mee. Er bestaat namelijk een grote samenhang tussen het verdwijnen van bossen en het ontstaan van nieuwe ziektes. Besmettelijke ziektes hebben altijd bestaan, en zullen waarschijnlijk nooit verdwijnen. Veel ziekteverwekkers worden gedragen door wilde dieren, en een behoorlijk aantal virussen lukte het om van dieren over te gaan op mensen, zoals SARS, MERS, HIV, meer lokale uitbraken van bijvoorbeeld Ebola, en nu COVID-19. Dit is mogelijk doordat mensen tegenwoordig sneller en vaker in aanraking komen met wilde dieren, die deze ziekteverwekkers bij zich dragen. We reizen de wereld over en nemen steeds meer ruimte in, die ten koste gaat van de natuur en de leefruimte van wilde dieren. Door ontbossing verdwijnt niet alleen dit belangrijke leefgebied, het verhoogt ook het risico voor mensen op malaria of andere door muggen overgebrachte ziektes.

Natuurbeschermers en gezondheidsexperts. In bossen leven miljoenen bacteriën, deze worden in de hand gehouden door ecosystemen, hierdoor worden uitbraken voorkomen. Wanneer bossen en ecosystemen verdwijnen of worden aangetast, verdwijnt ook deze controle en groeit het risico op uitbraken. Het beschermen en herstellen van leefgebieden en het verminderen van menselijke druk op de natuur zijn daarom cruciale stappen in het voorkomen van dergelijke uitbraken. Natuurbeschermers werken al tientallen jaren samen met overheden, boeren, bedrijven en elkaar om dit voor elkaar te krijgen: natuur beschermen, behouden en herstellen. Nu zien we dat ook gezondheidsdeskundigen hierbij betrokken moeten worden. Het behoud en het herstel van bossen is dus noodzakelijk voor een toekomst waarin de mens beter in staat is om te gaan met de opkomst van nieuwe infectieziekten. Zonder evenwicht tussen de behoeften van natuur en mens, zijn we alleen maar in staat om te reageren op wereldwijde gezondheidscrises in plaats van deze te voorkomen. Alleen samen én samen met de natuur kunnen we grote risico’s voor de menselijke gezondheid in de hand houden." (bron WWF-NL, 1 mei 2020)

Bomen planten door Staatsbosbeheer

- "Verspreid over het hele land planten wij in de winterperiode 2019-2020 meer dan 1 miljoen bomen. Dit gebeurt als onderdeel van regulier bosbeheer, de aanplant van nieuw bos en de herplant van bestaande bosgebieden die getroffen zijn door essentaksterfte. De winterperiode is van oudsher hét seizoen om bomen te planten. In de winter staat de ontwikkeling van een boom nagenoeg stil en kunnen jonge bomen makkelijk uitgegraven worden op de kwekerijen en geplant worden in het bos. In het voorjaar en de zomer is dit veel moeilijker; dan zijn de bomen vol in de groei. De beste periode om bomen te planten loopt grofweg van november tot april.

Meer bos
Staatsbosbeheer werkt hard aan meer bos in Nederland. Meer bos is belangrijk voor het klimaat, biodiversiteit, recreatie en duurzame houtproductie. Momenteel bestaat ongeveer 10 % van Nederland uit bos. Op Europese schaal is dat weinig. Duitsland heeft bijvoorbeeld 30 % bos. In de Scandinavische landen is dit percentage nog hoger. Omdat bos een belangrijke bijdrage kan leveren aan het klimaat, door het opnemen en vastleggen van CO2, realiseert Staatsbosbeheer de komende 10 jaar 5.000 hectare nieuw bos. Dit doen we op grond die reeds in eigendom is van Staatsbosbeheer maar nu een andere bestemming heeft zoals grasland. Momenteel werken we uit welke plekken hier het meest voor in aanmerking komen. We hopen dat meer organisaties en overheden ons voorbeeld volgen, zodat op veel plaatsen nieuwe bossen gerealiseerd worden.

Gevarieerd bos
We planten veel verschillende soorten bomen in de nieuwe bossen en in de bossen die getroffen zijn door essentaksterfte. We maken gebruik van bekende soorten zoals beuk, eik, berk, linde en esdoorn, maar ook van minder bekende bomen zoals de fladderiep, zoete kers, veldesdoorn, zwarte els en zwarte noot. Gevarieerde bossen zijn beter bestand tegen klimaatverandering, langere periodes van droogte, ziektes en stormen. Ze bieden een gevarieerdere leefomgeving voor verschillende planten en dieren die in de Nederlandse bossen leven en zijn bovendien een stuk aantrekkelijker om in de toekomst in te wandelen en te fietsen.

Samenwerking bedrijfsleven
We merken dat er veel interesse is vanuit het bedrijfsleven om bij te dragen aan een groene omgeving en te investeren in het Nederlandse bos. Zo werken we via het Buitenfonds sinds vorig jaar samen met Shell Nederland, die de komende 12 jaar € 17,4 miljoen uitrekt voor het planten van 5 miljoen bomen in heel Nederland. Hiermee financiert Shell Nederland de noodzakelijke herplant in bossen die hard getroffen zijn door essentaksterfte. Ook in samenwerking met onder andere Greenchoice en Sublime FM planten wij bomen. Via het Buitenfonds kunnen bedrijven een bijdrage leveren aan nieuwe bossen en andere natuurprojecten in Nederland.

Veel verschillende locaties
In de winter van 2019-2020 worden er op veel verschillende plekken bomen geplant. Een greep uit de verschillende locaties:
In november 2019 zijn ruim 190 bomen geplant in het nieuwe geboortebos Nieuw-Wulven.
Er zijn ruim 1000 nieuwe bomen bij het Diemerbos geplant.
In samenwerking met Trees for All zijn 15.000 bomen geplant in het Waalse Bos en Nieuw-Wulven.
Samen met Shell Nederland herplanten we dit seizoen ruim 500.000 bomen, verspreid over Nederland, met name in Flevoland en Zuid-Holland.
Eind 2019 herplanten we ruim 7,5 hectare bos in Grote Vliet en in januari 2020 gaan enkele duizenden nieuwe bomen in het Purmerbos de grond in.
Aan het eind van het bomenplantseizoen, op 18 maart 2020, worden duizenden kinderen betrokken bij het planten van bomen tijdens de Nationale Boomfeestdag. Op deze dag streven we naar het planten van een recordaantal van 500.000 bomen op één dag, waarvan een flink deel in gebieden van Staatsbosbeheer." (bron: Staatsbosbeheer, november 2019)

Behoud groen erfgoed / (aanplant) wilde bomen

- "LandschappenNL, Landschapsbeheer Flevoland en Ecologisch Adviesbureau Maes hebben in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2019 het plan ‘Behoud Groen Erfgoed. Plan voor het behoud van bedreigde wilde bomen en struiken in Nederland’ opgesteld. Hierin staan adviezen hoe beleidsmakers, natuurbeheerders, waterschappen en boeren allemaal een bijdrage kunnen leveren om bedreigde wilde bomen en struiken te behouden en te beschermen. Het gaat namelijk slecht met de autochtone, wilde bomen en struiken in Nederland. Dit heeft grote gevolgen voor de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid van onze bossen. In Nederland zijn de laatste populaties van wilde bomen en struiken niet goed beschermd. Ze verdwijnen en dit wordt nauwelijks opgemerkt. Het aandeel van de wilde bomen en struiken op het totaal van het bosareaal en de landschapselementen die uit bomen en struiken bestaan, is naar schatting minder dan 3%. Daarnaast is de helft van het autochtone boom- en struiksoorten zeldzaam en bedreigd in hun voortbestaan. Ze zijn nog te vinden in oude houtwallen en beekoevers of oude bosranden. Deze oude landschapselementen staan echter onder druk, en zo verdwijnen de laatste wilde populaties ‘oerbomen’ en -struiken samen met het oude cultuurlandschap. Ook in natuurgebieden is extra zorg nodig voor beheer en behoud van deze bomen en struiken.

Bron van biodiversiteit
De ene eik is de andere niet. Een boom staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een voedselweb met insecten, vogels, schimmels, paddenstoelen en nog veel meer soorten. Bij autochtone, wilde bomen is dit voedselweb in duizenden jaren ontwikkeld. Hierdoor herbergen deze ‘oerbomen’ een grote en oorspronkelijke biodiversiteit. Ook is de genetische variatie in deze bomen groter, waardoor zij beter bestand zijn tegen klimaatverandering dan regulier plantgoed dat juist genetisch homogeen is. Om te bepalen of een boom inderdaad tot de wilde populatie met deze subtiele, ecologische relaties behoort is een deskundig oog nodig. Het verdwijnen van de wilde bomen en struiken zou onze (bos)ecosystemen ernstig verarmen.

Maatregelen
Het is goed mogelijk om deze waardevolle bomen en struiken te beschermen. In het adviesplan staan veel concrete maatregelen, waarmee beheerders, gemeenten, waterschappen, boeren en beleidsmakers kunnen helpen om dit belangrijke natuurlijke én cultuurhistorische erfgoed te behouden. Dit onderzoek vormt een tweeluik met de publicatie 'Atlas van het Landschappelijk groen erfgoed van Nederland' en vloeit voort uit de inventarisaties van bossen met inheemse bomen en struiken door Bert Maes, waarover ook de publicatie 'Inheemse bomen en struiken in Nederland' is verschenen." (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, november 2019)

- "Aanplant van wilde bomen verhoogt biodiversiteit. Momenteel is er een groot draagvlak voor de aanplant van bomen. Meer bomen is gunstig voor de CO2-huishouding, voor het vangen van fijnstof en biedt nieuwe mogelijkheden voor een gevarieerd landschap met meer biodiversiteit. De vragen die zich daarbij aandienen zijn: welke bomen komen in aanmerking en waar gaan we ze aanplanten? Laten we het niet alleen hebben over hoeveel duizend hectare bos we de komende jaren moeten of willen aanplanten, maar ook serieus over met welk plantgoed en op welke plek. De oude boskernen, de ancient woodlands, en oude houtwallen zijn het groene erfgoed bij uitstek. Deze resten van het oude cultuurlandschap zijn als genenbron zeer waardevol. Die waarde moeten we koesteren en kunnen we als inspiratiebron gebruiken voor nieuwe aanplant. Dit geeft ook de beste waarborgen om de regionale landschappelijke identiteit te bewaren en ondersteunt een duurzame landbouw." (bron en voor nadere informatie zie het artikel onder de link, door Ecologisch Adviesbureau Maes, mei 2020)

Soorten bossen

- "Hoe klein ons land ook is, het kent een grote verscheidenheid in bossen. Elk type heeft zijn eigen kenmerken door verschillen in bodem en water, met specifieke boomsoorten en bosbewoners. Het ene bos is dus het andere niet. In dit artikel vertellen we je over vijf bijzondere bostypen." Aldus Staatsbosbeheer in hun Magazine, april 2020.

Wilde bomen en struiken

"De wilde flora en fauna, waaronder de wilde bomen en struiken, leveren een onmisbare bijdrage aan de biodiversiteit, niet alleen de diverse soorten op zichzelf, maar ook vanwege het voedselweb dat per boomsoort z’n eigen relaties heeft met soorten insecten, schimmels, vogels etc. In meer dan tienduizend jaar van natuurlijke selectie na de laatste IJstijd is hier door milieu en klimaat een populatie aan wilde bomen en struiken met een breed genetisch spectrum ontstaan. Deze genetische variatie maakt deze bomen en struiken sterk en resistent voor veranderingen. Instandhouding en herstel van de populaties van wilde bomen en struiken is ook van belang voor een aantal milieuproblemen dat recent veel aandacht trekt, zoals klimaatverandering en de sterke achteruitgang in het aantal insecten.

Het gaat niet goed met de wilde bomen en struiken in Nederland. De helft van de circa 100 soorten is zeldzaam en wordt bedreigd. Enkele zijn al regionaal en zelfs landelijk uitgestorven. De zorg voor de wilde bomen en struiken is sterk onderbelicht bij het beheer van beschermde oude boskernen en houtwallen, ook bij Natura 2000-bossen. Het aandeel bos- en landschapselementen met wilde bomen en struiken is op de totale oppervlakte bos- en landschapselementen naar schatting minder dan drie procent. Volgens het IUCN is thans veertig procent van de Europese boomsoorten bedreigd met uitsterven en Nederland staat er dus niet beter voor. In het natuurbeleid en ook bij de professionele beheerders is momenteel te weinig aandacht voor de populaties van wilde bomen en struiken, en de resten van het oude cultuurlandschap waarin ze groeien, om het tij te keren. Daarom is in 2019 het rapport ‘Behoud groen Erfgoed, Plan voor het behoud van bedreigde wilde bomen en struiken in Nederland’ opgesteld. In dit plan wordt de enorme achteruitgang geanalyseerd en is een stappenplan voor behoud en beheer opgenomen."