Bomen / bossen / bosbeheer

Bossenstrategie

- Bosbouwers pleiten in september 2019 in een advies aan minister Schouten van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor nieuwe bossen waarin bomen de kans krijgen volledig uit te groeien, zodat ze kunnen aftakelen, omvallen en vergaan. Die lange levenscyclus is nodig om de rijkdom aan soorten planten en dieren in bossen te herstellen. Ook vinden ze dat de miljarden aan subsidie op de productie van energie uit biomassa vervangen moet worden door financiële steun voor het gebruik van meer hout uit Nederlandse bossen in de bouw. 120 bosbouwers, wetenschappers, natuur- en landschapsbeheerders hebben hun visie op het bosbeleid vastgelegd in een lange lijst aanbevelingen, opgesteld na een bijeenkomst over de toekomstige bossenstrategie. Deze Verklaring van Groeneveld is genoemd naar de locatie van dat debat, kasteel Groeneveld in Baarn. De conferentie werd gehouden op initiatief van Stichting Groeneveld, een organisatie die zich inzet voor natuur en landschap.

In het document staat dat het nodig is gemengde bossen aan te leggen om de kwetsbaarheid voor ziekten en klimaatverandering te beperken. Enkele boomsoorten, zoals de larix en de fijnspar, staan onder grote druk door de opmars van bastkevers die verzwakte bomen aantasten. Deze boomsoorten zijn door twee opeenvolgende droge zomers kwetsbaar. Het toekomstige beheer zal gericht moeten zijn op het bereiken van een zo groot mogelijke veerkracht van het bossysteem. Om de biodiversiteit te bevorderen pleit de bossector voor grote boskernen van eiken- en beukenbomen. En ze dringt aan op betere voorlichting aan het publiek over bosbeheer: het kappen van bomen zal altijd nodig blijven om een bos gezond te houden. (bron: Trouw, 9-9-2019)

Reactie Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE):
"De provincies en het ministerie van LNV werken samen aan een bosstrategie, als antwoord op de huidige maatschappelijke uitdagingen (klimaatverandering, biodiversiteitsverlies). De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) denkt daar actief over mee. Bos en natuur vormen een vanzelfsprekende en natuurlijke CO2-opslag, hebben anderzijds ook te lijden onder klimaatverandering. Bossen zijn maatschappelijk van groot belang. Goed dus dat we met elkaar het gesprek voeren over die uitdagingen, bijvoorbeeld zoals dat in september 2019 op kasteel Groeneveld is georganiseerd.

Zo’n brede discussie vraagt om betrokkenheid, transparantie en zorgvuldigheid. Merkwaardig dus, om uit de krant te moeten vernemen dat een ‘Verklaring van Groeneveld’ zou zijn gelanceerd die het standpunt van de Nederlandse bosbouwsector zou verwoorden. Terwijl de deelnemers aan het genoemde symposium de ‘Verklaring’ niet gezien, noch ondertekend hebben. Ons inziens een gemiste kans om daadwerkelijk een sector-breed geluid te laten horen. De VBNE zal de komende tijd blijven meedenken over de bosstrategie. De samenwerkende partijen in de VBNE zijn Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, LandschappenNL, Rijksvastgoedbedrijf, de Federatie Particulier Grondbezit en het Natuurnetwerk Gemeenten. Deze partijen zullen samen met de Unie van Bosgroepen, de AVIH en de WUR, een compleet en afgewogen advies aanbieden aan de provincies en de minister. Namens de gehele sector." (bron: VBNE, 10-9-2019)

- "Op 20 mei 2019 stuurde de minister van LNV de Tweede Kamer een brief over de ontwikkeling van een Bossenstrategie. De minister schetst daarin de dilemma’s waarvoor antwoorden worden gezocht. De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) vindt het waardevol dat in de opsomming van keuzes en dilemma’s houtproductie als eigenstandige functie wordt benoemd. In het publieke debat wordt die momenteel nog wel eens gemist. Daarbij lijkt het alsof het hierbij uitsluitend gaat om een keuze tussen biodiversiteit en klimaat. Wat ons betreft had de houtproductie in de brief echter nog wel zwaarder mogen worden aangezet: houtproductie als klimaatvriendelijke economische activiteit.

Bosbouw is een belangrijke economische drager in het buitengebied. De rentabiliteit van bosbouw staat echter onder druk. Zonder houtproductie zal instandhouding van de bossen nog lastiger zijn, daarnaast draagt het bij aan structuurrijk bos en diversiteit. Het is bovendien niet de verwachting dat de overheid bereid zal zijn bij te dragen in de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met het verder inperken van de mogelijkheden voor duurzaam bosbeheer. Voor een duurzame aanpak van het bos is het derhalve essentieel dat economische aspecten niet uit het oog worden verloren.

De minister geeft in haar brief aan dat het belangrijk is om nu te komen tot deze strategie om tot meer samenhang te komen tussen verschillende beleidsonderwerpen, denk aan onderwerpen als klimaat en biodiversiteit. Daarnaast zal de discussie over types bosbeheer een belangrijk element hierin zijn. Met de strategie wil ze daarin een zorgvuldige afweging kunnen maken: hoe omgaan met de keuzen en en dilemma’s bij het natuur- en bosbeheer; relatie en belang van bossen in het kader van klimaatbeleid; bossen in het kader van internationale biodiversiteit benoemen.

Eerder hebben provincies aangekondigd via de Klimaattafel te komen met een bosvisie. De wens van de minister is dat de Bossenstrategie en de provinciale bosvisies op elkaar aansluiten. Ook geeft de minister aan graag samen te werken met alle relevante partners waaronder ook particuliere boseigenaren. FPG heeft hierover nauw contact met het ministerie. Ook de EU gaat opnieuw aan de slag met een bosbouwstrategie. De EU-Raad heeft de Europese Commissie verzocht een EU-bosstrategie voor na 2020 te ontwikkelen. In de visie van de EU wordt naast het belang van ecosysteemdiensten door de bosbouwsector, het belang van bosbouw voor plattelandseconomie benadrukt. Meer samenhang tussen het beleid van de lidstaten lijkt daarbij voor de hand te liggen." (bron: FPG, mei 2019)

Rassenlijst Bomen nuttige tool voor aanplant nieuwe bomen

Voor de vergroening van steden, het vastleggen van CO2, het versterken van biodiversiteit en het vervangen van essen die geveld zijn door de essentaksterfte worden de komende jaren miljoenen bomen en struiken in Nederland aangeplant. Iedereen die te maken krijgt met de aanplant van nieuwe bomen en struiken (terreinbeheerders, adviesbureaus, groenaannemers) moet bepalen welke bomen en struiken geschikt zijn voor de plaatsen die beschikbaar zijn en voor de doelen die ze met de aanplant willen behalen. Het gaat dan om het vergroten van biodiversiteit, houtproductie en/of de recreatieve waarde van bos. Het gebruik van plantmateriaal met de juiste herkomst is cruciaal. De herkomst geeft namelijk aan van welke groeiplaats of opstand de zaden zijn geoogst en bepaalt de genetische kwaliteit van het plantmateriaal.

De in 2019 verschenen 10e Rassenlijst Bomen geeft van inmiddels 85 soorten bomen en struiken aan wat geschikte herkomsten en rassen zijn voor uiteenlopende doelen. Een voorbeeld van een veel gevraagde herkomst van zomereik voor bossen en lanen is zaadgaard Bremerberg-01 die in beheer is bij Staatsbosbeheer. Eiken van deze herkomst zijn zeer mooi, groeien goed en vragen weinig onderhoud. In de nieuwe editie zijn veel nieuwe soorten opgenomen, waaronder de zomerlinde, stekelbrem, kruipwilg en trosvlier. Ook worden nu foto’s van de opstanden getoond en zijn publicaties over achterliggend onderzoek te vinden bij de herkomsttabellen.

In de Rassenlijst zijn ruim 460 autochtone (ook wel ‘oorspronkelijk inheems’ genoemd) herkomsten opgenomen van 64 boom- en struiksoorten. Een ruime keuze voor een beheerder die autochtoon plantmateriaal wil aanplanten met als doel natuurontwikkeling of natuurherstel. Gebruik van autochtoon plantmateriaal is van groot belang voor de kwaliteit van ecosystemen. In de natuur zijn de verschillende dieren, planten, bomen en struiken sterk van elkaar afhankelijk. Ecologische processen kunnen verstoord raken bij veranderende tijdstippen van uitlopen, bloei of groei van de planten. Veel autochtone herkomsten op de Rassenlijst komen uit de genenbank. Dit is een veldcollectie die sinds 2002 opgebouwd is in boswachterij Roggebotzand in de Flevopolder en wordt beheerd door Staatsbosbeheer. In totaal gaat het om 45 soorten bomen en struiken. In de genenbank zijn door vegetatieve vermeerdering grote populaties gemaakt, waarvan nu zaad wordt geoogst. Hierdoor hebben deze Roggebotzandherkomsten een brede genetische diversiteit. Natuur met een grotere biodiversiteit door meer genetische diversiteit is beter bestand tegen veranderingen van omgeving, klimaat of nieuwe ziekten en plagen.

Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), onderdeel van Wageningen University, toetst in veldproeven de herkomsten op eigenschappen als goede groei, houtkwaliteit en gezondheid. In de nieuwe veldproeven worden de Nederlandse herkomsten vergeleken met herkomsten uit andere klimaatzones, met name uit gebieden met het verwachte toekomstige klimaat (denk aan Frankrijk). Naast groei wordt er gelet op het slagingspercentage na aanleg, maar ook het tijdstip van uitlopen, wat de kans op bevriezing bij late voorjaarsvorst bepaalt. Twee belangrijke criteria die in hoge mate bepalen of een beplanting aan het Nederlandse klimaat is aangepast. De eerste Rassenlijst verscheen in 1938 voor populier. Sindsdien wordt er gewerkt aan het keuren, selecteren en toetsen van herkomsten en rassen. Alleen bomen en struiken die de strenge EU-kwaliteitscriteria hebben doorstaan, zijn opgenomen in de Rassenlijst Bomen. De 10e Rassenlijst Bomen is samengesteld door de Raad voor Plantenrassen. De inhoudelijke expertise is geleverd door het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) van Wageningen University. (bron: CGN)

Boomkeuzewijzer

- "Ingenieurs- en adviesbureau Sweco heeft in oktober 2019 een nieuwe tool geïntroduceerd, die het iedere ontwerper, landschapsarchitect, groeningenieur en beheerder bijzonder gemakkelijk maakt de juiste boomsoorten te kiezen voor elke locatie. Geen dikke naslagwerken meer of oneindig surfen over het net; met één klik op de kaart analyseert de Boomkeuzewijzer een locatie en geeft het een selectie bomen die goed geschikt is voor die plek. Geen valfruit meer op parkeerplaatsen, maar heerlijke schaduw en koele auto’s door brede bomen met een dicht bladerdek. Geen klagende bewoners meer vanwege bomen die tegen de gevels groeien, maar goed te beheren, strooizoutverdragende, smalblijvende bomen in de straat. Sweco’s Boomkeuzewijzer maakt de keuze voor welke bomen waar aan te planten een stuk eenvoudiger.

Hoe werkt de Boomkeuzewijzr?: Nadat de locatie is ingevoerd, analyseert de tool de buitenruimte van de locatie en volgt direct een overzicht van geschikte bomen om daar te planten. Geheel op maat en dat met één klik op de knop. De selectie wordt getoond op volgorde van fijnstof afvangen, dat wil zeggen dat de bomen die dit het beste doen bovenaan staan. De Boomkeuzewijzer kijkt naar de afstand tot gebouwen, verlichting, ondergrondse infrastructuur, parkeerplekken, speeltuinen en wegen, bodemtype, vruchtbaarheid en grondwaterstand. Maar ook aspecten als de standplaats (groenstrook of verharding), aanwezigheid van oppervlaktewater, kans op strooizout en de soortendiversiteit zijn in de tool opgenomen. Alle filters kan men zelf aan- en uitzetten, passend bij de ambities en wensen.

De Boomkeuzewijzer is via een live verbinding verbonden met de bomendatabase ‘TreeEbb’ van Boomkwekerij Ebben. TreeEbb is een bomendatabase gestoeld op 150 jaar kennis van de toepassing van bomen en wetenschappelijk onderzoek. Ebben werkt dagelijks aan TreeEbb, waardoor de gegevens up-to-date blijven. De Boomkeuzewijzer is beschikbaar via Sweco’s webbased beheerprogramma Obsurv. Maar we kunnen de tool ook extern beschikbaar maken op basis van de BGT. Zo combineren wij de data van een locatie met gegevens van bomen, met als resultaat een selectie bomen die goed geschikt is voor de locatie.

Door klimaatverandering krijgen we te maken met meer hitte en meer regenval. Het planten van meer en grote bomen zorgt voor CO2-opname, meer schaduw en een gezonde waterhuishouding. Een goede manier om onze steden klimaatadaptief te maken! Slim gebruik van data helpt je om de juiste keuzes te maken. De Boomkeuzewijzer doet dit." (bron: Sweco)

Bosbeheer

Staatsbosbeheer
Bij tijd en wijle duikt er kritiek op over het bosbeheer in ons land, onder meer met betrekking tot Staatsbosbeheer. Die kritiek is niet altijd op feiten gebaseerd, maar op verkeerde aannames, die dan ook tot verkeerde conclusies leiden. In dit artikel heldert Staatsbosbeheer een aantal misverstanden rond bosbeheer op, naar aanleiding van kritiek van Ugenda (april 2019), in dit artikel heldert Staatsbosbeheer een aantal misverstanden rond bosbeheer op, naar aanleiding van kritiek van de heer Van Beusekom, in de jaren tachtig onder meer directeur van de afdeling natuurbehoud bij Staatsbosbeheer, en hier vind je de vijf aan Staatsbosbeheer meestgestelde vragen over bosbeheer en bomenkap, waarbij ook een aantal veelvoorkomende misverstanden en verkeerde aannames wordt toegelicht.

Gelderland
Dat geldt ook voor de in april 2019 door de SP-fractie van Provinciale Staten van Gelderland aan Gedeputeerde Staten gestelde vragen over de door de SP als 'verontrustend' betitelde bomenkap in de provincie. Waar dit het geval is, blijken daar goede redenen voor te zijn, en waar nodig wordt een en ander elders gecompenseerd. Samengevat komt de reactie van Gedeputeerde Staten hierop neer: In 2018 is de provincie Gelderland gestart met het inrichten van gronden waar, vooruitlopend op toekomstige kap van bomen, bos wordt aangeplant. Deze locaties kunnen door initiatiefnemers van houtkap worden benut om de door hen gevelde houtopstand te compenseren. Voor 2019 is 25 hectare extra bosaanleg gepland.

Als het kappen van bomen schadelijke gevolgen heeft voor beschermde Natura 2000-gebieden of voor beschermde planten en dieren is een kapvergunning verplicht. Voldoende voedselaanbod en leefgebied voor beschermde soorten is van groot belang bij het beheer van bossen en heidevelden. Houtresten die verteren vormen een belangrijke voedingsbron voor insecten en zorgen voor een goede bodem. Daarom is afvoer van dunne takken uit Natura 2000-gebied de Veluwe niet toegestaan. Internationaal beschermde soorten die afhankelijk zijn van voldoende aaneengesloten open heidegebieden en stuifzanden staan in Gelderland onder druk. Op locaties waar deze soorten dreigen te verdwijnen door begroeiing wordt bos en houtopslag verwijderd om het leefgebied te herstellen en daarmee de soorten duurzaam te behouden. Voor nadere informatie zie de vragen van de SP en de antwoorden van Gedeputeerde Staten d.d. 16-4-2019.

Natuurmonumenten
"Vanwege de maatschappelijke discussie over het kappen van bomen, besloot Natuurmonumenten in april 2019 tijdelijk te stoppen met iedere vorm van (voorbereiding van) bomenkap en bij haar achterban te rade te gaan over haar omgang met bos en bomen. Uit de raadpleging, ingevuld door bijna 10.000 mensen, blijkt in algemene zin dat er brede steun is voor het feit dat Natuurmonumenten haar natuurgebieden beheert en dat daarbij ook bomenkap aan de orde is. 78% vindt dat open landschappen zoals heide, duinen en stuifzanden bescherming verdienen. Bijna 80% vindt het goed dat Natuurmonumenten open plekken maakt in soortenarme voormalige productiebossen om de biodiversiteit te vergroten. Toch klinken er ook kritische noten en laat de enquête zien dat er in de achterban flink wat meningsverschillen zijn. Directeur Marc van den Tweel: “De discussie over bomenkap is complex en zeer divers. Het is aan ons als vereniging om recht te doen aan de stem van onze leden. Hoeveel meningen er ook zijn, uiteindelijk delen we dezelfde passie: het koesteren, beschermen en versterken van de Nederlandse natuur in al haar verscheidenheid.”

Minder kappen
Natuurmonumenten kiest ervoor om in de toekomst minder bomen te kappen. Bij het omvormen van voormalige productiebossen naar meer natuurlijk bos, worden exoten weggezaagd en ruimte gecreëerd voor soorten die in Europese bossen thuishoren. Natuurmonumenten brengt de maximale grootte van kapvlaktes nu terug van twee naar een half hectare. Bij het kappen van bos om open landschappen te vergroten of met elkaar te verbinden, zal Natuurmonumenten eerst kijken naar alternatieven en, nog meer dan in het verleden, het draagvlak in de streek meewegen. Het grootste omvormingsproject dat nog op stapel stond, betrof het kappen van dertig hectare bos op de Sallandse Heuvelrug. Daardoor worden heidevelden verbonden met bloemrijke akkers. Insecten en vogels hebben daar profijt van. Hoewel het doel niet ter discussie staat, maakt Natuurmonumenten bij dit project een pas op de plaats. Van den Tweel: “In het licht van de discussie over boskap en het tegengaan van klimaatverandering vinden we het belangrijk om opnieuw te bekijken of de doelen ook met minder boskap kunnen worden behaald. We zijn hierover in gesprek met provincie Overijssel en Staatsbosbeheer.”

Laat de natuur met rust?
Een paar honderd respondenten liet in de spontane antwoorden weten dat Natuurmonumenten de natuur vooral met rust moet laten. Van den Tweel: “Het motto ‘kappen met kappen’ doet geen recht aan de werkelijkheid en aan de waarde van onze Nederlandse natuurgebieden. Als je open landschappen wilt behouden, moet je beheren. Zelfs als Natuurmonumenten niets doet, laten de mensen de natuur niet met rust. Nederland hoort tot de landen met de hoogste stikstofuitstoot ter wereld. Onze bodems zitten vol met fosfaat. Natuurgebieden hebben te maken met instroom van pesticiden en andere verontreinigende stoffen. Daarbij komt: slechts 14% van ons landoppervlak is beschermde natuur. Daarmee zijn we een mondiale hekkensluiter. In Nederland en wereldwijd voltrekt zich een biodiversiteitscrisis die qua ernst niet onderdoet voor de klimaatcrisis. Oproepen om totaal te stoppen met kappen doen geen recht aan de afwegingen die natuurbeheerders moeten maken in hun strijd om kwetsbare planten en dieren te beschermen. Gelukkig blijken de meeste leden die complexiteit ook te begrijpen en te steunen.” Voor nadere informatie zie de notitie 'De omgang met bos en bomen door Natuurmonumenten' (2019).

'Meer gebruik van inlands hout in de bouw goed voor Klimaatakkoord'

"Hout uit het Nederlandse bos kan kwalitatief voldoen voor toepassing in de bouw. Lariks en douglas zijn houtsoorten met veel potentie. Tevens is gebleken dat kozijnen en gevelbekleding vervaardigd uit inlands lariks en douglas goed scoren qua milieu- en klimaatprestatie. Zowel voor de bos- en houtketen als voor het klimaat is het wenselijk deze soorten intensiever te beheren en te oogsten. Dit is mogelijk binnen de randvoorwaarden van duurzaam bosbeheer. Wanneer dit hout hoogwaardig wordt toegepast, bijvoorbeeld als kozijn- of gevelhout, is daarmee aanzienlijke klimaatwinst te behalen, stelt Stichting Probos.

Wanneer hout wordt toegepast in plaats van traditionele bouwmaterialen als staal en beton treedt een reductie van de CO2-emissie op. De extra oogst die wordt gerealiseerd bij een intensief oogst-scenario biedt ruimte om maximaal 19.000 woningen te voorzien van kozijnen en gevelbekleding. Dit resulteert in een potentiële reductie van circa 0,162 Mton CO2-equivalenten. Hier kan de CO2-opslag in het hout bij worden opgeteld, omdat deze CO2 langdurig in het hout van de huizen wordt vastgelegd. In het Ontwerp Klimaatakkoord van december 2018 ligt de ambitie voor natuur- en bos klimaatmaatregelen op 0,3 tot 0,6 Mton reductie per jaar.

Anno 2019 komt nog maar 2% van het hout dat momenteel in de bouw gebruikt word uit Nederland. Om het extra potentieel kozijn- en gevelhout dat het Nederlandse bos biedt daadwerkelijk klimaatslim te kunnen benutten zal er nog veel moeten gebeuren. Momenteel werken provincies aan nieuw beleid voor bos- en hout. Dit is het moment voor de sector om aandacht te vragen voor bouwen met hout en meer houtoogst binnen het multifunctioneel bosbeheer. Daarbij dient het in eerste instantie te gaan om klimaatslim en duurzaam bosbeheer en secundair over het veiligstellen van voldoende hoogwaardig te benutten bouwhout voor de toekomst.

Jaarlijks wordt in Nederland circa 50% van de bijgroei van het gehele bos geoogst. Voor lariks en douglas ligt dit percentage beduidend hoger. Op basis van de huidige oogstintensiteit is berekend dat het Nederlandse multifunctionele bos in de komende 20 jaar gemiddeld circa 81.000 m3 lariks- en 161.000 m3 douglashout kan leveren. Hiervan is slechts een beperkt deel bruikbaar voor gevelbekleding en kozijnen. Niet alle stammen zijn van voldoende kwaliteit en er geldt een minimale diameter van 30 centimeter. Daarnaast wordt dit hout al toegepast als bouw- en tuinhout. Om meer inlands hout als kozijnen of gevelbekleding toe te passen in de bouw zonder dit te onttrekken aan andere marktsegmenten, moet het aanbod worden vergroot.

Probos heeft een scenario voor intensieve oogst doorgerekend dat resulteert in een oogst van circa 85% van de bijgroei in het multifunctionele bos. Daarmee blijft de houtoogst nog steeds ruim binnen de perken van duurzaam bosbeheer. Het multifunctionele beheer, waarbij andere waarden zoals biodiversiteit en recreatie integraal worden gediend, wordt hierbij gecontinueerd. De intensivering van de oogst kan de komende 20 jaar zorgen voor een flinke toename van de beschikbaarheid van kwalitatief geschikt hout. Voor lariks neemt dit volume met bijna een factor 3 toe. Voor douglas bedraagt de toename ruim 50%." (bron en voor nadere informatie zie: Bosbericht Stichting Probos, juni 2019)

Monumentale bomen

In juni 2018 hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Staatsbosbeheer de vernieuwde Kaart Groen Erfgoed gelanceerd. De Kaart is uitgebreid met monumentale bomen uit het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Het register wordt beheerd door de Bomenstichting, die bomen in kaart brengt vanwege hun hoge leeftijd, bijzondere schoonheid, zeldzaamheidswaarde of beeldbepalende functie voor de omgeving. Het gaat vaak om bomen in een groenaanleg, zoals tuinen van landgoederen en buitenplaatsen. Ook zien we veel monumentale bomen in historische dorps- en stadskernen en particuliere tuinen. Hiermee zijn ze niet zelden onderdeel van waardevolle historische ensembles.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelt samen met partners themakaarten over de gelaagdheid van ons cultuurlandschap. Er zijn al digitale kaarten beschikbaar over verstedelijking, verdedigingswerken en agrarisch landschap. De Kaart Groen Erfgoed bevat naast monumentale bomen ook informatie over het (rijksbeschermde) aangelegde groen rond buitenplaatsen, een inventarisatie van de nog zichtbare geriefbossen van het Groene Hart, de eerste bosstatistiek uit 1938-1942 en een uitgebreide en actuele inventarisatie van oude bossen, houtwallen en heggen met inheemse bomen en struiken. Alle landschapskaarten zijn te vinden op de website Landschap in Nederland.

Minibossen / Tiny Forest

IVN Natuureducatie heeft in 2018 een donatie van 1,85 miljoen euro ontvangen van de Postcode Loterij voor het project 'Elke buurt zijn eigen minibos'. Van 2019-2021 wil IVN in Nederland 100 kleine bossen realiseren samen met buurtbewoners en basisschoolleerlingen. Het gaat daarbij om een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Het IVN heeft namelijk geconstateerd dat veel stadskinderen weinig meer met bossen in aanraking komen en wil daarom kleine bossen in stadsbuurten realiseren. Een minibos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Onderdeel van elk minibos is een buitenlokaal waar kinderen kunnen leren over de Nederlandse natuur. Buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige plek. Het minibos stimuleert biodiversiteit en biedt kansen om klimaatproblemen tegen te gaan.

IVN volgt de Miyawaki-bosbouwmethode van Shubhendu Sharma. Het gebruik van inheemse planten en een speciaal bodembewerkings- en beplantingsplan maken het mogelijk bossen sneller te laten groeien dan traditioneel aangeplante bossen. In Zaandam, Delft, Utrecht, Almere en Zwolle liggen inmiddels al minibossen, die samen met kinderen van omliggende scholen zijn geplant. Met het gratis te downloaden handboek kan iedereen ook zelf met de methode aan de slag. (bron en voor nadere informatie zie de pagina over 'Tiny Forest' op de site van IVN Natuureducatie) Uit de 37 aanmeldingen voor 2019 zijn door IVN 15 partnergemeenten geselecteerd die tiny forests mogen realiseren. Het zijn de gemeenten Alkmaar, De Ronde Venen, Den Helder, Dordrecht, Ede, Eijsden-Margraten, Hoogeveen, Kampen, Leeuwarden, Roermond, Smallingerland, Tilburg, Tynaarlo, Weert en Zaanstad.

Boom van het Jaar

Bomen vertellen ons verhalen. Verhalen om gedeeld en steeds weer opnieuw verteld te worden. Door de plek waar ze staan, zijn bomen stille getuigen van menselijke emoties en verhalen 'groot en klein'. Van medio maart tot medio kun je jaarlijks je favoriete boom nomineren, als individu, familie, vereniging, bedrijf of gemeente etc., voor de verkiezing Boom van het Jaar. Dat hoeft niet de grootste, oudste of mooiste boom te zijn. Bij deze verkiezing gaat het vooral om het verhaal achter de boom. Het belang van de boom voor zijn omgeving, de maatschappij en zijn geschiedenis. Een vakkundige jury kiest uit alle aanmeldingen een boom per provincie. De 12 genomineerden worden op 31 augustus bekend gemaakt via de website. Daar kun je op stemmen, wat dan leidt tot de Boom van het Jaar. De verkiezing maakt deel uit van de Europese Tree of the Year verkiezing. De winnende Boom van het Jaar wordt de Nederlandse inzending voor de Europese verkiezing het jaar erna. SBNL Natuurfonds heeft het initiatief genomen om ervoor te zorgen dat ook de verhalen achter Nederlandse bomen bekendheid krijgen.

Bomen Effect Analyse

In mei 2019 is de 'Richtlijn BEA' (Bomen Effect Analyse) verschenen. De Bomen Effect Analyse is in 2003 door de Bomenstichting geïntroduceerd als modelbeoordeling. Het stelt professionals in staat om de effecten op bomen in kaart te brengen van geplande werkzaamheden en activiteiten in de openbare ruimte. De werkwijze bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de buitenruimte is echter in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Reden voor opdrachtgevers en -nemers om de Bomenstichting te vragen de BEA te actualiseren. De Richtlijn BEA maakt een objectieve, transparante afweging mogelijk. Op basis van 12 ‘bouwstenen’ wordt volgens een vast patroon informatie verzameld. Op basis daarvan wordt bepaald wat de gevolgen van de geplande activiteiten zijn voor de bomen. Ook kan de boomspecialist vaststellen wat er dan nodig is om bomen in goede conditie te houden. Vast onderdeel is het benoemen van alternatieven waardoor bomenbehoud voor de toekomst mogelijk is en de kwaliteit van de boom kan verbeteren. De gedrukte versie van de Richtlijn BEA is te bestellen bij de Bomenstichting. Sinds mei 2019 maakt de Richtlijn BEA deel uit van de CROW-Kennismodule Bomen.

Bomen en verkeersveiligheid langs provinciale wegen

- "Plannen van provincies om bomen langs provinciale wegen (N-wegen) te kappen leiden telkens tot felle discussies. De Bomenstichting wijst er op dat de richtlijnen niet expliciet voorschrijven om alle obstakels binnen de obstakelvrije zone per definitie te verwijderen. Er zijn vaak mogelijkheden om maatwerkoplossingen te ontwikkelen. Het doel van een ‘obstakelvrije zone’ is om het verkeer te beschermen tegen obstakels op korte afstand langs de weg. Het advies is om de obstakelvrije zone minimaal 4,5 meter, maar bij voorkeur 6 meter breed te maken. Wanneer een verkeersdeelnemer van de weg raakt zal bij een grotere afstand tot obstakels het risico op ernstige ongevallen verminderen. Dit impliceert dat er sprake moet zijn van een reëel risico dat de verkeersdeelnemer van de weg kan raken. Zolang het risico verwaarloosbaar is, ontbreekt elke reden om een obstakelvrije zone te hanteren en bomen te kappen.

In bestaande situaties moet eerst zorgvuldig worden gekeken naar wat er staat: de richtlijnen schrijven niet voor om alle obstakels binnen de obstakelvrije zone per definitie te verwijderen. De wegbeheerder moet bij het veilig inrichten van een weg voorafgaand aan de planvorming kijken wat er langs de weg staat aan bomen en beplantingen. Deze beplantingen vervullen vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt vaak een grote meerwaarde voor de omgeving. Vervolgens kunnen met deskundigen zoals verkeersexperts, wegbeheerders, wegontwerpers, landschapsontwerpers, groen- en boombeheerders, slimme maatwerkoplossingen worden ontwikkeld." (bron: Bomenstichting, juni 2019) Nuttige tips over hoe men met behoud van bomen toch veilige provinciale wegen kan creëren, vind je in de notitie 'Bomen langs N-wegen' (2019) van de Bomenstichting.

Klimaatbestendige bossen

- "Als Nederlandse bosbeheerder kan Staatsbosbeheer de klimaatverandering niet stoppen. Wat we wel kunnen doen is het bos toekomstbestendig en veerkrachtig maken. Dat wil zeggen dat het bos zo goed mogelijk in staat is toekomstige wensen te vervullen en ontwikkelingen, zoals de klimaatverandering, op te vangen. Wat doet Staatsbosbeheer zoal? We planten op kleine schaal boomsoorten die beter bestand zijn tegen de veranderende weersomstandigheden. Zoals de tulpenboom bijvoorbeeld, of de boomhazelaar die goed tegen droogte kan. Zo doen we ervaring op voordat we die bomen eventueel in de toekomst op grotere schaal kunnen gaan gebruiken.

Daarnaast zorgen we waar mogelijk voor afwisseling in het bos. Vroeger werden bosvakken in één keer aangeplant. Vaak bestonden ze uit één enkele boomsoort. Tegenwoordig planten we bosvakken met verschillende soorten. En niet alles tegelijk. Zo krijg je gevarieerd bos met jonge én oude bomen. Het maakt bossen aantrekkelijker voor meer planten en dieren. Maar ook beter bestand tegen ziektes, plagen, stormen en klimaatveranderingen. Hoe meer verschillende boomsoorten, hoe groter de kans dat een aantal het volhouden bij veranderende weersomstandigheden. En waar al sprake is van deze gemengde bossen, proberen we deze menging natuurlijk te behouden. Tenslotte wil Staatsbosbeheer meer bos in Nederland. We zorgen ervoor dat er meer bos komt in de terreinen die we zelf beheren. Daarnaast zetten we ook daarbuiten, samen met tal van organisaties, onze kennis en ervaring in op het gebied van bosbeheer. Lees hier meer over hoe we met bos en natuur klimaatverandering willen aanpakken." (bron: Staatsbosbeheer, juli 2019)

- "VolkerWessels gaat vanaf oktober 2019 gedurende twee jaar minimaal 500 hectare bos in Nederland klimaatbestendig maken. Daartoe heeft het bouwbedrijf een overeenkomst gesloten met de Unie van Bosgroepen en FSC Nederland. Door het nemen van slimme maatregelen legt het bos meer CO2 vast en is het bos beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering. Op termijn wil VolkerWessels het hout afkomstig uit deze bossen in eigen bouwprojecten toepassen. VolkerWessels investeert tot 100.000 euro in klimaatslim bosbeheer. Het bedrag bestaat deels uit een vaste bijdrage door VolkerWessels en deels uit een verdubbeling door VolkerWessels van vrijwillige bijdragen van medewerkers. Met het bedrag gaat de Unie van Bosgroepen in een drietal FSC-gecertificeerde bossen verspreid over Nederland maatregelen treffen waardoor het bos meer CO2 vastlegt, de biodiversiteit toeneemt en ook de belevingswaarde van de bossen een positieve impuls krijgt. Voorbeelden van maatregelen zijn het bevorderen van natuurlijke verjonging, het onderplanten met strooisel verbeterende boomsoorten en het aanplanten van soorten die naar verwachting beter bestand zijn tegen klimaatverandering.

Lars van der Meulen, directeur CSR van VolkerWessels: “Materiaalgebruik en CO2 -uitstoot zijn inherent aan bouwen en hebben een behoorlijke impact op de natuurlijke omgeving. Bij VolkerWessels is een duurzame omgang met materialen, waaronder de toepassing van hout uit goed beheerde bossen, daarom een van onze speerpunten*. Door bij te dragen aan klimaatslim bosbeheer zijn we betrokken bij duurzame productie van hout in Nederland en het vastleggen van CO2 en dragen we daadwerkelijk bij aan een gezondere, duurzame leefomgeving.” * VolkerWessels is partner van FSC Nederland en heeft zichzelf ten doel gesteld om in 2020 alleen nog maar duurzaam hout toe te passen (2018: 98%). VolkerWessels behaalde in 2019 de vierde plaats in de FSC Forest50, een ranglijst van bedrijven die duurzaam gecertificeerd hout inkopen en toepassen.

Klimaatslim bosbeheer is hard nodig
Volgens Gerard Koopmans, FSC-groepsmanager van de Unie van Bosgroepen is klimaatbestendig bosbeheer hard nodig. “We zien de kwaliteit van het bos hard achteruit gaan, bijvoorbeeld als gevolg van de droogte van de afgelopen jaren. Boomsoorten als es, fijnspar, maar ook lariks sterven massaal af. Het Nederlandse bos heeft behoefte aan boomsoorten die beter bestand zijn tegen droogte, maar ook aan boomsoorten, zoals winterlinde en hazelaar, die de aanmaak van humus (een buffer tegen droogte) bevorderen en een actieve rol spelen bij het beschikbaar maken van voedingsstoffen.”

Verificatie
De drie betrokken partijen hechten eraan zekerheid te hebben over de daadwerkelijke impact van de maatregelen en dus een goede besteding van het geld. Met het FSC-keurmerk bestaat zekerheid over het duurzaam beheer van het bos. Daarnaast heeft FSC een methode ontwikkeld waarmee inzichtelijk kan worden gemaakt dat maatregelen leiden tot het beoogde effect, zoals een verhoogde opname van CO2 door het bos, of versterking van biodiversiteit. Zo kan VolkerWessels gefundeerde uitspraken doen over de effectiviteit van het project." (bron: VolkerWessels, Unie van Bosgroepen en FSC Nederland, 1-10-2019)