Bomen / bossen / bosbeheer

Bossenstrategie

"Op 20 mei 2019 stuurde de minister van LNV de Tweede Kamer een brief over de ontwikkeling van een Bossenstrategie. De minister schetst daarin de dilemma’s waarvoor antwoorden worden gezocht. De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) vindt het waardevol dat in de opsomming van keuzes en dilemma’s houtproductie als eigenstandige functie wordt benoemd. In het publieke debat wordt die momenteel nog wel eens gemist. Daarbij lijkt het alsof het hierbij uitsluitend gaat om een keuze tussen biodiversiteit en klimaat. Wat ons betreft had de houtproductie in de brief echter nog wel zwaarder mogen worden aangezet: houtproductie als klimaatvriendelijke economische activiteit.

Bosbouw is een belangrijke economische drager in het buitengebied. De rentabiliteit van bosbouw staat echter onder druk. Zonder houtproductie zal instandhouding van de bossen nog lastiger zijn, daarnaast draagt het bij aan structuurrijk bos en diversiteit. Het is bovendien niet de verwachting dat de overheid bereid zal zijn bij te dragen in de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met het verder inperken van de mogelijkheden voor duurzaam bosbeheer. Voor een duurzame aanpak van het bos is het derhalve essentieel dat economische aspecten niet uit het oog worden verloren.

De minister geeft in haar brief aan dat het belangrijk is om nu te komen tot deze strategie om tot meer samenhang te komen tussen verschillende beleidsonderwerpen, denk aan onderwerpen als klimaat en biodiversiteit. Daarnaast zal de discussie over types bosbeheer een belangrijk element hierin zijn. Met de strategie wil ze daarin een zorgvuldige afweging kunnen maken: hoe omgaan met de keuzen en en dilemma’s bij het natuur- en bosbeheer; relatie en belang van bossen in het kader van klimaatbeleid; bossen in het kader van internationale biodiversiteit benoemen.

Eerder hebben provincies aangekondigd via de Klimaattafel te komen met een bosvisie. De wens van de minister is dat de Bossenstrategie en de provinciale bosvisies op elkaar aansluiten. Ook geeft de minister aan graag samen te werken met alle relevante partners waaronder ook particuliere boseigenaren. FPG heeft hierover nauw contact met het ministerie. Ook de EU gaat opnieuw aan de slag met een bosbouwstrategie. De EU-Raad heeft de Europese Commissie verzocht een EU-bosstrategie voor na 2020 te ontwikkelen. In de visie van de EU wordt naast het belang van ecosysteemdiensten door de bosbouwsector, het belang van bosbouw voor plattelandseconomie benadrukt. Meer samenhang tussen het beleid van de lidstaten lijkt daarbij voor de hand te liggen." (bron: FPG, mei 2019)

Bosbeheer

Bij tijd en wijle duikt er kritiek op over het bosbeheer in ons land, onder meer met betrekking tot Staatsbosbeheer. Die kritiek is niet altijd op feiten gebaseerd, maar op verkeerde aannames, die dan ook tot verkeerde conclusies leiden. In dit artikel heldert Staatsbosbeheer een aantal misverstanden rond bosbeheer op (april 2019), en hier vind je de vijf aan Staatsbosbeheer meestgestelde vragen over bosbeheer en bomenkap, waarbij ook een aantal veelvoorkomende misverstanden en verkeerde aannames wordt toegelicht.

Dat geldt ook voor de in april 2019 door de SP-fractie van Provinciale Staten van Gelderland aan Gedeputeerde Staten gestelde vragen over de door de SP als verontrustend betitelde bomenkap in de provincie. Waar dit het geval is, blijken daar goede redenen voor te zijn, en waar nodig wordt een en ander elders gecompenseerd. Samengevat komt de reactie van Gedeputeerde Staten hierop neer: In 2018 is de provincie Gelderland gestart met het inrichten van gronden waar, vooruitlopend op toekomstige kap van bomen, bos wordt aangeplant. Deze locaties kunnen door initiatiefnemers van houtkap worden benut om de door hen gevelde houtopstand te compenseren. Voor 2019 is 25 hectare extra bosaanleg gepland.

Als het kappen van bomen schadelijke gevolgen heeft voor beschermde Natura 2000-gebieden of voor beschermde planten en dieren is een kapvergunning verplicht. Voldoende voedselaanbod en leefgebied voor beschermde soorten is van groot belang bij het beheer van bossen en heidevelden. Houtresten die verteren vormen een belangrijke voedingsbron voor insecten en zorgen voor een goede bodem. Daarom is afvoer van dunne takken uit Natura 2000-gebied de Veluwe niet toegestaan. Internationaal beschermde soorten die afhankelijk zijn van voldoende aaneengesloten open heidegebieden en stuifzanden staan in Gelderland onder druk. Op locaties waar deze soorten dreigen te verdwijnen door begroeiing wordt bos en houtopslag verwijderd om het leefgebied te herstellen en daarmee de soorten duurzaam te behouden. Voor nadere informatie zie de vragen van de SP en de antwoorden van Gedeputeerde Staten d.d. 16-4-2019.

'Meer gebruik van inlands hout in de bouw goed voor Klimaatakkoord'

"Hout uit het Nederlandse bos kan kwalitatief voldoen voor toepassing in de bouw. Lariks en douglas zijn houtsoorten met veel potentie. Tevens is gebleken dat kozijnen en gevelbekleding vervaardigd uit inlands lariks en douglas goed scoren qua milieu- en klimaatprestatie. Zowel voor de bos- en houtketen als voor het klimaat is het wenselijk deze soorten intensiever te beheren en te oogsten. Dit is mogelijk binnen de randvoorwaarden van duurzaam bosbeheer. Wanneer dit hout hoogwaardig wordt toegepast, bijvoorbeeld als kozijn- of gevelhout, is daarmee aanzienlijke klimaatwinst te behalen, stelt Stichting Probos.

Wanneer hout wordt toegepast in plaats van traditionele bouwmaterialen als staal en beton treedt een reductie van de CO2-emissie op. De extra oogst die wordt gerealiseerd bij een intensief oogst-scenario biedt ruimte om maximaal 19.000 woningen te voorzien van kozijnen en gevelbekleding. Dit resulteert in een potentiële reductie van circa 0,162 Mton CO2-equivalenten. Hier kan de CO2-opslag in het hout bij worden opgeteld, omdat deze CO2 langdurig in het hout van de huizen wordt vastgelegd. In het Ontwerp Klimaatakkoord van december 2018 ligt de ambitie voor natuur- en bos klimaatmaatregelen op 0,3 tot 0,6 Mton reductie per jaar.

Anno 2019 komt nog maar 2% van het hout dat momenteel in de bouw gebruikt word uit Nederland. Om het extra potentieel kozijn- en gevelhout dat het Nederlandse bos biedt daadwerkelijk klimaatslim te kunnen benutten zal er nog veel moeten gebeuren. Momenteel werken provincies aan nieuw beleid voor bos- en hout. Dit is het moment voor de sector om aandacht te vragen voor bouwen met hout en meer houtoogst binnen het multifunctioneel bosbeheer. Daarbij dient het in eerste instantie te gaan om klimaatslim en duurzaam bosbeheer en secundair over het veiligstellen van voldoende hoogwaardig te benutten bouwhout voor de toekomst.

Jaarlijks wordt in Nederland circa 50% van de bijgroei van het gehele bos geoogst. Voor lariks en douglas ligt dit percentage beduidend hoger. Op basis van de huidige oogstintensiteit is berekend dat het Nederlandse multifunctionele bos in de komende 20 jaar gemiddeld circa 81.000 m3 lariks- en 161.000 m3 douglashout kan leveren. Hiervan is slechts een beperkt deel bruikbaar voor gevelbekleding en kozijnen. Niet alle stammen zijn van voldoende kwaliteit en er geldt een minimale diameter van 30 centimeter. Daarnaast wordt dit hout al toegepast als bouw- en tuinhout. Om meer inlands hout als kozijnen of gevelbekleding toe te passen in de bouw zonder dit te onttrekken aan andere marktsegmenten, moet het aanbod worden vergroot.

Probos heeft een scenario voor intensieve oogst doorgerekend dat resulteert in een oogst van circa 85% van de bijgroei in het multifunctionele bos. Daarmee blijft de houtoogst nog steeds ruim binnen de perken van duurzaam bosbeheer. Het multifunctionele beheer, waarbij andere waarden zoals biodiversiteit en recreatie integraal worden gediend, wordt hierbij gecontinueerd. De intensivering van de oogst kan de komende 20 jaar zorgen voor een flinke toename van de beschikbaarheid van kwalitatief geschikt hout. Voor lariks neemt dit volume met bijna een factor 3 toe. Voor douglas bedraagt de toename ruim 50%." (bron en voor nadere informatie zie: Bosbericht Stichting Probos, juni 2019)

Monumentale bomen

In juni 2018 hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Staatsbosbeheer de vernieuwde Kaart Groen Erfgoed gelanceerd. De Kaart is uitgebreid met monumentale bomen uit het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Het register wordt beheerd door de Bomenstichting, die bomen in kaart brengt vanwege hun hoge leeftijd, bijzondere schoonheid, zeldzaamheidswaarde of beeldbepalende functie voor de omgeving. Het gaat vaak om bomen in een groenaanleg, zoals tuinen van landgoederen en buitenplaatsen. Ook zien we veel monumentale bomen in historische dorps- en stadskernen en particuliere tuinen. Hiermee zijn ze niet zelden onderdeel van waardevolle historische ensembles.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelt samen met partners themakaarten over de gelaagdheid van ons cultuurlandschap. Er zijn al digitale kaarten beschikbaar over verstedelijking, verdedigingswerken en agrarisch landschap. De Kaart Groen Erfgoed bevat naast monumentale bomen ook informatie over het (rijksbeschermde) aangelegde groen rond buitenplaatsen, een inventarisatie van de nog zichtbare geriefbossen van het Groene Hart, de eerste bosstatistiek uit 1938-1942 en een uitgebreide en actuele inventarisatie van oude bossen, houtwallen en heggen met inheemse bomen en struiken. Alle landschapskaarten zijn te vinden op de website Landschap in Nederland.

Minibossen / Tiny Forest

IVN Natuureducatie heeft in 2018 een donatie van 1,85 miljoen euro ontvangen van de Postcode Loterij voor het project 'Elke buurt zijn eigen minibos'. Van 2019-2021 wil IVN in Nederland 100 kleine bossen realiseren samen met buurtbewoners en basisschoolleerlingen. Het gaat daarbij om een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Het IVN heeft namelijk geconstateerd dat veel stadskinderen weinig meer met bossen in aanraking komen en wil daarom kleine bossen in stadsbuurten realiseren. Een minibos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Onderdeel van elk minibos is een buitenlokaal waar kinderen kunnen leren over de Nederlandse natuur. Buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige plek. Het minibos stimuleert biodiversiteit en biedt kansen om klimaatproblemen tegen te gaan.

IVN volgt de Miyawaki-bosbouwmethode van Shubhendu Sharma. Het gebruik van inheemse planten en een speciaal bodembewerkings- en beplantingsplan maken het mogelijk bossen sneller te laten groeien dan traditioneel aangeplante bossen. In Zaandam, Delft, Utrecht, Almere en Zwolle liggen inmiddels al minibossen, die samen met kinderen van omliggende scholen zijn geplant. Met het gratis te downloaden handboek kan iedereen ook zelf met de methode aan de slag. (bron en voor nadere informatie zie de pagina over 'Tiny Forest' op de site van IVN Natuureducatie) Uit de 37 aanmeldingen voor 2019 zijn door IVN 15 partnergemeenten geselecteerd die tiny forests mogen realiseren. Het zijn de gemeenten Alkmaar, De Ronde Venen, Den Helder, Dordrecht, Ede, Eijsden-Margraten, Hoogeveen, Kampen, Leeuwarden, Roermond, Smallingerland, Tilburg, Tynaarlo, Weert en Zaanstad.

Boom van het Jaar

Bomen vertellen ons verhalen. Verhalen om gedeeld en steeds weer opnieuw verteld te worden. Door de plek waar ze staan, zijn bomen stille getuigen van menselijke emoties en verhalen 'groot en klein'. Van medio maart tot medio kun je jaarlijks je favoriete boom nomineren, als individu, familie, vereniging, bedrijf of gemeente etc., voor de verkiezing Boom van het Jaar. Dat hoeft niet de grootste, oudste of mooiste boom te zijn. Bij deze verkiezing gaat het vooral om het verhaal achter de boom. Het belang van de boom voor zijn omgeving, de maatschappij en zijn geschiedenis. Een vakkundige jury kiest uit alle aanmeldingen een boom per provincie. De 12 genomineerden worden op 31 augustus bekend gemaakt via de website. Daar kun je op stemmen, wat dan leidt tot de Boom van het Jaar. De verkiezing maakt deel uit van de Europese Tree of the Year verkiezing. De winnende Boom van het Jaar wordt de Nederlandse inzending voor de Europese verkiezing het jaar erna. SBNL Natuurfonds heeft het initiatief genomen om ervoor te zorgen dat ook de verhalen achter Nederlandse bomen bekendheid krijgen.

Bomen Effect Analyse

In mei 2019 is de 'Richtlijn BEA' (Bomen Effect Analyse) verschenen. De Bomen Effect Analyse is in 2003 door de Bomenstichting geïntroduceerd als modelbeoordeling. Het stelt professionals in staat om de effecten op bomen in kaart te brengen van geplande werkzaamheden en activiteiten in de openbare ruimte. De werkwijze bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de buitenruimte is echter in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Reden voor opdrachtgevers en -nemers om de Bomenstichting te vragen de BEA te actualiseren. De Richtlijn BEA maakt een objectieve, transparante afweging mogelijk. Op basis van 12 ‘bouwstenen’ wordt volgens een vast patroon informatie verzameld. Op basis daarvan wordt bepaald wat de gevolgen van de geplande activiteiten zijn voor de bomen. Ook kan de boomspecialist vaststellen wat er dan nodig is om bomen in goede conditie te houden. Vast onderdeel is het benoemen van alternatieven waardoor bomenbehoud voor de toekomst mogelijk is en de kwaliteit van de boom kan verbeteren. De gedrukte versie van de Richtlijn BEA is te bestellen bij de Bomenstichting. Sinds mei 2019 maakt de Richtlijn BEA deel uit van de CROW-Kennismodule Bomen.

Bomen en verkeersveiligheid langs provinciale wegen

- "Plannen van provincies om bomen langs provinciale wegen (N-wegen) te kappen leiden telkens tot felle discussies. De Bomenstichting wijst er op dat de richtlijnen niet expliciet voorschrijven om alle obstakels binnen de obstakelvrije zone per definitie te verwijderen. Er zijn vaak mogelijkheden om maatwerkoplossingen te ontwikkelen. Het doel van een ‘obstakelvrije zone’ is om het verkeer te beschermen tegen obstakels op korte afstand langs de weg. Het advies is om de obstakelvrije zone minimaal 4,5 meter, maar bij voorkeur 6 meter breed te maken. Wanneer een verkeersdeelnemer van de weg raakt zal bij een grotere afstand tot obstakels het risico op ernstige ongevallen verminderen. Dit impliceert dat er sprake moet zijn van een reëel risico dat de verkeersdeelnemer van de weg kan raken. Zolang het risico verwaarloosbaar is, ontbreekt elke reden om een obstakelvrije zone te hanteren en bomen te kappen.

In bestaande situaties moet eerst zorgvuldig worden gekeken naar wat er staat: de richtlijnen schrijven niet voor om alle obstakels binnen de obstakelvrije zone per definitie te verwijderen. De wegbeheerder moet bij het veilig inrichten van een weg voorafgaand aan de planvorming kijken wat er langs de weg staat aan bomen en beplantingen. Deze beplantingen vervullen vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt vaak een grote meerwaarde voor de omgeving. Vervolgens kunnen met deskundigen zoals verkeersexperts, wegbeheerders, wegontwerpers, landschapsontwerpers, groen- en boombeheerders, slimme maatwerkoplossingen worden ontwikkeld." (bron: Bomenstichting, juni 2019) Nuttige tips over hoe men met behoud van bomen toch veilige provinciale wegen kan creëren, vind je in de notitie 'Bomen langs N-wegen' (2019) van de Bomenstichting.