Indijk (Harmelen)

Plaats
Buurtschap
Woerden
Utrecht

indijk_harmelen_gemeentewapen.png

Het wapen van heerlijkheid / ambacht en later gemeente Indijk, zoals het door de Hoge Raad van Adel in het wapenregister is ingetekend.

Het wapen van heerlijkheid / ambacht en later gemeente Indijk, zoals het door de Hoge Raad van Adel in het wapenregister is ingetekend.

indijk_harmelen_gemeente_kaart_kopie.jpg

De gemeente Indijk zoals die er van 1817 t/m 1820 is geweest (= het grijs geaccentueerde deel op de kaart), was een stuk groter dan de Polder Indijk, die alleen het deel Z van de Breudijk betrof.

De gemeente Indijk zoals die er van 1817 t/m 1820 is geweest (= het grijs geaccentueerde deel op de kaart), was een stuk groter dan de Polder Indijk, die alleen het deel Z van de Breudijk betrof.

indijk.jpg

In Indijk aangekomen.

Indijk (Harmelen)

Terug naar boven

Status

- Indijk is een buurtschap en polder in de provincie Utrecht, gemeente Woerden. Oorspronkelijk gemeente Harmelen. Per 1-4-1817 afgesplitst tot een zelfstandige gemeente. Per 13-1-1821 opgeheven en weer opgegaan in de gemeente Harmelen, in 2001 over naar gemeente Woerden. De gemeente Indijk viel onder de provincie (Zuid-)Holland.

- De buurtschap Indijk valt, ook voor de postadressen, onder het dorp Harmelen.

- Het wapen van heerlijkheid / ambacht Indijk is later ook het gemeentewapen geworden. Over de oorsprong van dit bijzondere wapen is niets bekend.

- De buurtschap Indijk heeft geen plaatsnaamborden, en ook geen gelijkluidende straatnaam - wat bij veel andere buurtschappen wél het geval is - zodat je ter plekke nergens aan kunt zien dat en wanneer je de buurtschap binnenkomt en weer verlaat.

Terug naar boven

Ligging

De buurtschap Indijk ligt NW van het dorp Harmelen en buurtschap en bedrijventerrein Putkop, rond de kruispunten van de wegen Leidsestraatweg (N198) / Gerverscop en Wildveldseweg / Gerverscop.

De Polder Oudeland en Indijk, vóór 1862 Indijk geheten, ligt ingeklemd tussen de Breudijk in het noorden, de Oude Rijn in het zuidwesten en de Bijleveld (vroeger ook een deel van de Oude Rijn) in het zuidoosten. In dit gebied is vandaag de dag sprake van buurtschap en bedrijventerrein Putkop in het W, de Z helft van de polder wordt in beslag genomen door de N helft van het dorp Harmelen, en in het N ligt de buurtschap Breudijk.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvat de buurtschap Indijk 37 huizen met 290 inwoners. Tegenwoordig heeft de buurtschap ca. 20 huizen met ca. 50 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

Tot eind 18e eeuw is Indijk een zelfstandig ambacht, in een 'uitloper' van het gewest Holland, net als Teckop, terwijl Harmelen, Gerverscop en Kamerik daaromheen Utrechts zijn. In de Franse tijd (= vanaf 1795) wordt de grens voor het eerst 'gerationaliseerd', wijzigingen die ook weer verschillende keren worden teruggedraaid. Pas in 1821 komt Indijk definitief bij Utrecht, als de gemeente wordt opgeheven en aan Harmelen wordt toegevoegd.

Kennelijk had Indijk vroeger een zeker strategisch belang, want in 1818 krijgt het een 'distributiekantoor' van de Posterijen. In 1826 gaat dat over naar Harmelen.

De polder Indijk, zoals het waterschap voor 1862 wordt genoemd, heeft een geschiedenis die wat afwijkt van die van nabijgelegen polders als Gerverscop, Breudijk en Groot- en Klein-Houtdijk. Indijk is in de eerste plaats een stuk ouder. Gelegen op de vruchtbare stroomrug van de Rijn is er al in de vroege middeleeuwen, rond 1100, sprake van bewoning in het zuidelijk deel van deze polder, en ontstaat daar het dorp Harmelen. Het is dus, in tegenstelling tot veel andere polders in het westen van Utrecht, geen cope-ontginning.

De eerste bewoners hebben weinig problemen met het waterpeil in hun gebied: omdat Indijk hoog ligt, vloeit het overtollig water via lozingssloten vanzelf naar de Rijn. Aan de noordkant schermen ze hun gebied af tegen drassig water uit het noorden. Deze moerasdijk wordt later de Breudijk, van waaruit de meer noordelijk gelegen gelijknamige polder wordt ontgonnen. Ook als het land later begint in te klinken en lager komt te liggen, blijft Indijk voor het grootste deel gespaard voor ernstige wateroverlast. Pas sinds de 17e eeuw, als door het afgraven van klei voor de pan- en steenfabrieken in Woerden bepaalde stukken van Indijk lager komen te liggen, wordt de polder wat meer gevoelig voor hoog water. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Vijverbos, een bosgebied dat is aangelegd als de bodem door afgraving en inklinking niet meer voor landbouw geschikt blijkt. In voorkomende gevallen verleent de watermolen van de polder Breudijk hulp bij het drooghouden van die stukken van de polder.

Ook bestuurlijk ligt de situatie in de polder Indijk eenvoudiger dan in Gerverscop en Breudijk. Waar het grondgebied van die twee polders in twee gewesten lag, namelijk Holland en Utrecht, was Indijk in zijn geheel Hollands grondgebied. Het was de meest westelijke uitstulping van de kronkelige grens tussen Holland en Utrecht. Tot 1820 blijft Indijk tot de provincie Holland behoren. De schout en in de eerste helft van de 19e eeuw de burgemeester van Indijk, vanaf 1826 van Harmelen, houdt met twee heemraden toezicht op de Rijndijk en op de loossloten in de polder. Dat gebeurt aan de hand van een 'schouwbrief' of reglement. De oudste schouwbrief voor de polder Indijk dateert van 1634. In 1717 wordt die deels vervangen door een reglement op de schouw van de loossloten. Deze schouwbrieven blijven tot 1876 in werking. In dat jaar komt er een nieuwe 'keur' of reglement voor de schouw en het toezicht.

In 1862 worden de inrichting en taken van het polderbestuur van Indijk vastgelegd in een Bijzonder Reglement. Het bestuur van het waterschap Oudeland en Indijk, zoals het vanaf dan genoemd wordt, bestaat uit een voorzitter en twee bestuursleden of heemraden. De heemraden worden gekozen uit de gezamenlijke grondeigenaars of ingelanden; de voorzitter wordt benoemd, soms uit de ingelanden, maar ook erbuiten. De bestuurdes van het waterschap zijn vaak landbouwers of fruittelers, maar omdat een deel van het waterschap ook het dorp Harmelen beslaat, zitten er ook 'burgers' in het bestuur zoals de huisschilders Bluemink en De Vrankrijker en notaris Van Geijtenbeek. Ook aanzienlijke inwoners als jonkheer Boreel van landgoed Vijverbosch of leden van de familie De Joncheere zijn korte of langere tijd voorzitter of heemraad.

Halverwege de 19e eeuw krijgt het waterschap steeds meer wateroverlast bij hoog water in de Rijn. De Breudijkermolen is niet meer in staat om geheel Oudeland en Indijk droog te houden. Nadat al in 1857 de eerste plannen worden gemaakt voor het leggen van een sluisje in de Zwanenvliet om ongewenst Rijnwater buiten het waterschap te houden, wordt er in 1871 een kleine sluis gebouwd, naar ontwerp van de Waarderse timmerman Hermanus de Hoog. In 1914 wordt een nabijgelegen woning aangekocht en als sluiswachterswoning ingericht. De sluis blijkt echter ook niet alle problemen op te lossen, dus wordt in 1927 bij de sluis een klein elektrisch pompgemaaltje opgericht. Dit gemaaltje is in 2005 vervangen door een nieuw gemaal. Sinds 1961 wordt het oostelijk deel van het waterschap, het stuk tussen ’t Spijck en Kortjak, bemalen door het nieuwe gemaal van het waterschap Gerverscop.

In de jaren zestig van de vorige eeuw vindt de Ruilverkaveling Harmelen-Kockengen plaats. Daarbij blijkt dat de bestuurlijke organisatie van de waterschappen niet meer voldoet aan de nieuwe eisen met betrekking tot het waterstaatkundig beheer. In navolging van andere waterschappen in de provincies Utrecht en Zuid-Holland, worden ook de polders rondom Woerden in een groter verband samengebracht. Per 1 januari 1975 wordt het waterschap Oudeland en Indijk met alle andere polders en waterschappen binnen het Groot Waterschap van Woerden opgeheven en gaat het op in een nieuw Groot Waterschap van Woerden. (bron: Regionaal Historisch Centrum (RHC) Rijnstreek en Lopikerwaard)

Reactie toevoegen