De Hutten

Plaats
Buurtschap
Someren Nederweert
Zuidoost-Brabant Peelland Midden-Limburg
Noord-BrabantLimburg

de_hutten_carnavalsvereniging_de_keijepoal_logo.jpg

Carnavalsvereniging De Keijepoal uit Someren-Heide is genoemd naar de grenspaal die 236 jaar (1662-1898) in buurtschap De Hutten heeft gestaan. Nu staat hij in Someren-Heide. Hoe dat zit is een mooi verhaal dat kun je lezen onder Bezienswaardigheden.

Carnavalsvereniging De Keijepoal uit Someren-Heide is genoemd naar de grenspaal die 236 jaar (1662-1898) in buurtschap De Hutten heeft gestaan. Nu staat hij in Someren-Heide. Hoe dat zit is een mooi verhaal dat kun je lezen onder Bezienswaardigheden.

de_hutten_pand_harrie_van_tulder_links_kopie.jpg

Buurtschap De Hutten is een mooi grensgeval: op de foto rechts de laatste boerderij aan de Booldersdijk, vanuit en vallend onder Nederweert (Limburg), en links het laatste pand aan de Nederweertseweg, vanuit Someren-Heide gem. Someren (Brabant) (© Google)

Buurtschap De Hutten is een mooi grensgeval: op de foto rechts de laatste boerderij aan de Booldersdijk, vanuit en vallend onder Nederweert (Limburg), en links het laatste pand aan de Nederweertseweg, vanuit Someren-Heide gem. Someren (Brabant) (© Google)

de_hutten_grafkruis_lem_horicx.jpg

Nederweertenaar Lem Horicx wil in 1655 tijdens een kerkdienst op De Hutten een kar met appels aan de man brengen. Dat wordt niet gewaardeerd en hij moet ervoor boeten... Op de foto zijn grafkruis op het oude kerkhof van de St. Lambertuskerk te Nederweert.

Nederweertenaar Lem Horicx wil in 1655 tijdens een kerkdienst op De Hutten een kar met appels aan de man brengen. Dat wordt niet gewaardeerd en hij moet ervoor boeten... Op de foto zijn grafkruis op het oude kerkhof van de St. Lambertuskerk te Nederweert.

de_hutten_kaart_met_locatie_grenskerk.jpg

Buurtschap De Hutten tussen Someren en Nederweert, kaart van de locafie van de grenskerk, zoals die in de 17e eeuw ruim 20 jaar heeft gefunctioneerd op de grens van destijds Staats en Spaans gebied. (© Nederweerts Verleden / www.nederweertsverleden.nl)

Buurtschap De Hutten tussen Someren en Nederweert, kaart van de locafie van de grenskerk, zoals die in de 17e eeuw ruim 20 jaar heeft gefunctioneerd op de grens van destijds Staats en Spaans gebied. (© Nederweerts Verleden / www.nederweertsverleden.nl)

De Hutten

Terug naar boven

Status

- De Hutten is een buurtschap in deels de provincie Noord-Brabant, in de regio Zuidoost-Brabant, en daarbinnen in de streek Peelland, gemeente Someren, en deels in de provincie Limburg, in de regio Midden-Limburg, gemeente Nederweert.

- Buurtschap De Hutten valt deels onder het dorp Someren-Heide, en deels onder het dorp Nederweert. Het gedeelte van de buurtschap dat valt onder het dorp Nederweert, valt ook voor de postadressen onder dat dorp. Maar het Heidse gedeelte van buurtschap De Hutten ligt, omdat het dorp Someren-Heide in 1978 geen eigen postcode en postale plaatsnaam heeft gekregen in het postcodeboek, evenals Someren-Heide zelf, voor de postadressen 'in' Someren.

- Buurtschap De Hutten heeft geen plaatsnaamborden, en ook geen gelijkluidende straatnaam - wat bij veel andere buurtschappen wél het geval is - zodat je ter plekke nergens aan kunt zien dat en wanneer je de buurtschap binnenkomt en weer verlaat.

Terug naar boven

Naam

Oudere vermeldingen
1837 De Hutten, 1840 De Hut (in de Volkstelling van 1840(1) onder de gemeente Someren).

Naamsverklaring
De naam is het meervoud van hut 'schamele woning', in Brabant en Limburg ook de aanduiding voor boerenwoningen aan de weg met een veranda, waar drank geschonken werd. Vergelijk buurtschap De Hut bij Ingber in de Limburgse gemeente Gulpen-Wittem.(2)

Naamgeving
Tegenwoordig staat het huizengroepje rond de gemeente- en provinciegrens alhier in de atlassen als buurtschap De Hutten. De buurtschap heeft geen plaatsnaambordjes en ook geen gelijknamige straatnaam, dus wij weten niet hoe weloverwogen de keuze voor deze naam - in de atlassen dus - gemaakt is. Want vroeger was het blijkens de oudere vermeldingen immers (ook) De Hut, en blijkens de alinea's hierna is er ook nog sprake van een pand De (Somerse) Hut, waar de buurtschap kennelijk naar vernoemd is:

Alfons Bruekers stelt in het artikel 'De grenskerk aan de Booldersdijk' (in Nederweerts Verleden, jaarboek II, 1987): "U kent dit punt allemaal, want menig weggebruiker heeft zich hier geërgerd aan de onoverzichtelijke S-bocht achter de vroegere boerderij van Harrie van Tulden (die overigens in 2006 is onderscheiden als 'Zùmmerse Mens', zoals uit de link hiervoor blijkt, en in 2013 zelfs pauselijk is onderscheiden voor al zijn maatschappelijke verdiensten). Vanaf die plaats, de Somerse Hut genaamd, bevinden we ons in de - Brabantse, red. - gemeente Someren en heet de weg daar in een keer Kerkendijk in plaats van Booldersdijk" (waar, in het midden van die S-bocht, dan ook nog een paar meter Dooleggersbaan tussen zit, red.). Een extra topografisch curiosum hier is overigens ook nog het feit dat het midden van die S-bocht topografisch gezien de Dooleggersbaan is, terwijl het pand aan de N kant van dat stukje formeel (d.w.z. qua huisadres) aan de Nederweertseweg ligt en het pand aan de Z kant ervan aan de Booldersdijk. Dus door de combinatie van de topografie in relatie tot de huisadressen heeft dit minieme stukje straat 3 verschillende straatnamen...

Die formulering ('vanaf') suggereert bij de lezer dat de Somerse Hut op grondgebied van de Brabantse gemeente Someren ligt. Echter in het artikel 'Schuilkerken' in het Weerter bos vermeldt men net even anders: "Nu lag toentertijd vlak over de grens van de Meijerij, precies op Nederweerts gebied en wel aan de Bolderdijk, een hut - mogelijk een plaggenhut of een soort schaapskooi - die op een kaart van die tijd, hangende in het streekmuseum Aldenborgh te Weert, als 'De Hut' staat aangeduid. Blijkbaar dus een in die tijd in de omgeving wel-bekend geval. Deze hut nu stond ter plaatse, waar thans de zogenaamde 'Somerse Hut' ligt, op het perceel grond, kadastraal bekend als sectie C. nr. 3191 van de gemeente Nederweert.

Op dit perceel grond staat in de onmiddellijke nabijheid van het Kievitsven een oude eikenboom en bij deze boom heeft - volgens de overlevering ter plaatse - eerst het afdak en vervolgens de aan dit afdak aangebouwde schuur(kerk, red.) gestaan, waarover in het Memoriaalboek is gesproken." Hier stelt men dus expliciet dat het pand De (Somerse) Hut op grondgebied van het Limburgse Nederweert ligt. Gezien het gestelde in deze alinea leidt dat tot onze conclusie dat dit het huidige pand op Booldersdijk 36 (op de hoek met de Dooleggersbaan) moet betreffen. Volgens het in de vorige alinea vemelde en gelinkte artikel (zie aldaar helemaal aan het eind van het artikel) heet dit pand vanouds De Hut, later Jan Lammershut en tegenwoordig de Somerse Hut.

Dit alles gelezen en overwogen hebbend, leidt dat bij ons - als weliswaar niet-lokaal ingewijden - tot de volgende stellingen in relatie tot de huidige, wat wij maar noemen 'atlas-plaatsnaam' (want die wij verder nergens als gangbare naam voor deze buurtschap tegenkomen) De Hutten.: Allereerst constateren wij dat hier aanvankelijk dus sprake is van een pand, wellicht met café-functie, genaamd De Hut, later genaamd de Somerse Hut, hoewel nét gelegen op grondgebied van het Limburgse Nederweert, en net níet op grondgebied van het Brabantse Someren. Kennelijk is deze naam gegeven vanuit Somerens perspectief.

Vervolgens leidt dat in relatie tot de atlas-plaatsnaam tot onze volgende hypothesen: 1) Gezien het gestelde onder Naamsverklaring, in relatie tot de kennelijk huidige buurtschapsnaam De Hutten, veronderstellen wij dan dat kennelijk óf er nog sprake was van een (latere?) tweede 'hut' (pand met café-functie), waardoor e.e.a. later De Hutten is gaan heten (wat wij nergens bevestigd vinden), en tevens is gaan fungeren als naam voor de buurtschap in bredere zin, óf dat de naam van het pand De Hut later op de hele buurtschap is overgegaan, met naamsverandering tot De Hutten, als hetzij zijnde de aanduiding voor dit destijds kennelijk 'schamele' huizengroepje, hetzij omdat men een dergelijke naam - die strikt genomen slechts één pand aanduidt - niet logisch vond voor een huizengroepje (hoewel op vele plekken elders in het land niet ongebruikelijk, zie hierna onder 2)).

2) De buurtschaps- en daarmee plaatsnaam De Hutten in de atlassen is een vergissing. Want er was alleen maar sprake van één pand De (Somerse) Hut, zijnde een herberg-achtig pand, als rustpunt voor de interprovinciale reizigers. En er was/is geen sprake van omliggende 'schamele woningen'. Wat deze stelling onderbouwt, is dat zich in de directe omgeving 2 identieke situaties hebben voorgedaan (= grenskerkjes bij een 'hut', zijnde een kennelijke herberg gelegen op de provincie- en gemeentegrenzen als rustpunt voor de interlokale en -provinciale reiziger). Namelijk kort na de eerste katholieke missen alhier, heeft men in 1651 een soortgelijk grenskerkje gerealiseerd bij de 3 km ZW gelegen Grashut O van Maarheeze (eveneens op grondgebied van de gemeente Nederweert) (gelegen aan de Oude Kerkdijk, waar de naamgeving een zelfde achtergrond heeft als 'onze' Kerkendijk), en in 1649 heeft men een grenskerkje gerealiseerd bij de Crayenhut O van Deurne (op grondgebied van de gemeente Venray), beide dus ook nét op grondgebied van Limburg én om identieke redenen tot stand gebracht (zie verder bij Geschiedenis).

Dit alles in ogenschouw genomen, zou de naam van deze buurtschap zou dan ook 'gewoon' De Hut moeten luiden (vergelijk vele andere buurtschappen in het land, waarbij de naam van een aanvankelijke herberg of café later is overgegaan op de gehele omliggende buurtschap, zoals De Groote Bontekoe, Bontebok, Zwarte Haan, Zwarte Paard en Witte Paarden). Dit wordt onderbouwd a) door het feit dat de gemeente Someren haar deel van de buurtschap in de Volkstelling van 1840 ook als De Hut benoemt, en b) door een identiek lijkende omstandigheid bij buurtschap De Hut bij Ingber in Zuid-Limburg. Persoonlijk lijkt hypothese 2) ons het meest aannemelijk. Als een lokaal ingewijde nader kan onderbouwen welke van deze hypothesen de juiste dan wel de meest aannemelijke is, houden wij ons aanbevolen.

Terug naar boven

Ligging

Buurtschap De Hutten ligt rond de wegen Dooleggersbaan, Nederweertseweg, Kerkendijk (het gedeelte tussen de Nederweertseweg en de weg Kruisbaan), Kruisbaan, Booldersdijk (het gedeelte NW van de weg Kievitdijk), Kievitdijk (de W tak van deze weg) en Vloeddijk. De buurtschap ligt Z van het dorp Someren-Heide, ZZW van het dorp Someren, ZW van het dorp Someren-Eind, NW van de dorpen Nederweert, Budschop en Ospel, N van de stad Weert en ONO van het dorp Soerendonk.

Terug naar boven

Statistische gegevens

In 1840 omvat buurtschap De Hutten (dan nog onder de naam De Hut) 13 huizen met 31 inwoners onder de gemeente Someren. Onder de gemeente Nederweert wordt zij in dat jaar niet (apart) vermeld. Dus de panden aan die kant van de provincie- en gemeentegrenzen zaten gezien hun geringe aantal in dat jaar kennelijk inbegrepen bij een nabijgelegen Nederweertse buurtschap. Tegenwoordig omvat de buurtschap ca. 35 huizen met ca. 90 inwoners.

Terug naar boven

Geschiedenis

Een bijzonder verschijnsel in deze omgeving is de 6 km lange rechte Kerkendijk tussen Someren en De Hutten. Als argeloze buitenstaander denk je dan dat dat kennelijk de dijk was waarover de Hutters vanuit hun afgelegen rimboe-buurtschapje het hele eindeloos lijkende eind naar de kerk in Someren aflegden (en vaak nog te voet ook, in vroeger tijden...). Maar... het blijkt net andersom te zijn geweest! Uit omliggende dorpen kwam men gedurende enkele decennia massaal naar het grenskerkje op De Hutten. Dat klinkt niet heel logisch, maar was het - in de periode waarin dit van toepassing was - wél. In het artikel 'De grenskerk aan de Booldersdijk' (in Nederweerts Verleden, jaarboek II, 1987) legt Alfons Bruekers haarfijn uit hoe deze vork in de steel zit. Wij vatten dat hieronder kort samen:

In 1629 - tijdens de Tachtigjarige Oorlog - wordt de stad 's-Hertogenbosch belegerd en ingenomen door Frederik Hendrik. Vanaf dat moment betwisten de Staten van Holland enerzijds en de Spaanse overheersers anderzijds elkaar de zeggenschap over een groot deel van wat wij nu de provincie Noord-Brabant noemen. Bij de Vrede van Munster (1648) wordt dat gebied (met o.a. Someren, Maarheeze en Asten) toegewezen aan de Staten van Holland. Weert en Nederweert daarentegen blijven onder Spaans gezag staan en worden zodoende dus grensplaatsen.

Werden sindsdien aan de Limburgse / Spaanse kant van dit gebied de protestanten vervolgd en was alleen de uitoefening van de katholieke godsdienst toegestaan, aan de Brabantse / Staatse kant was dat precies omgekeerd. Toch blijven in de Staatse gebieden velen katholiek en zoeken daarom figuurlijk én letterlijk naar andere wegen om toch hun geloof te kunnen uitoefenen.

In 1649 komen de paters Minderbroeders van de Biest in Weert met een simpele oplossing voor de noden van de katholieke Brabanders in deze regio. Zij roepen de katholieken van Someren, Asten, Lierop, Mierlo, Heeze, Leende, Geldrop, Sterksel en Maarheeze* op om naar de Booldersdijk te komen, in het N puntje van het grondgebied van Nederweert, op de hoek met de Dooleggersbaan, langs de oever van het toenmalige Kievitsven. Daar zou men, slechts enkele meters buiten Staats gebied, wél onbelemmerd de katholieke godsdienst kunnen uitoefenen. Deze actie slaat aan: iedere zondag komen er 1000 tot wel 2000 gelovigen uit alle hoeken en gaten, over bos- en heidepaadjes, om hier de mis bij te wonen. Aanvankelijk 'onder de blote hemel, maar al snel onder een soort afdak.
* In sommige bronnen staat dat dit ook betrekking zou hebben gehad op de dorpen Soerendonk en Budel, maar dat is niet correct, want die inwoners gingen in die tijd in Hamont kerken, zoals o.a. blijkt uit de aanwezigheid aldaar van een ciborie, die kort na 1648 speciaal voor de Hamontse kerkgangers uit Soerendonk en Budel moest worden aangeschaft.

De katholieken uit Deurne krijgen* overigens reeds in 1648 een eigen kapel, 'een eindje over de Groteberg', bij de Crayenhut, net over de grens, op grondgebied van het Limburgse Venray, in 1649 opgevolgd door een stenen kapel, die bekend werd als 'de Capelle op den Grootenberch'.
* Wij formuleren hier bewust 'krijgen' en niet 'bouwen'; de kapel wérd namelijk voor hen gebouwd. Kennelijk wilde men in Venray de 'vluchtelingen' uit Deurne in een zodanig gespreid bedje terecht laten komen dat zij niet alleen gatsvrijheid boden, maar ook de - overigens toen nog houten - kapel voor de Deurnaars hebben gebouwd, want in bronnen uit die tijd staat dat "immediatelijck naer de publicatie van den vrede** [de kapel voor de Deurnaars, red.) door die van Venroij selfs is getimmert".
** Bedoeld wordt de Vrede van Münster.

De protestantse heersers in Deurne waren 'not amused' over deze actie van de katholieke 'vijand' in Venray. Vanuit Deurne vernam men namelijk direct klachten over de "paepsche kerkschuur", waarvan zij beweerden dat die "binnen 't territoir van desen staat" lag. Die van Venray echter sloegen op die klachten niet het minste acht. De schuur stond op hun gemeente; zij hadden ze zelf doen bouwen en "wachtten gerust alle moeilijkheden af, die volgen konden".

In 1651 bouwen de katholieken van Heeze, Maarheeze, Leende, Geldrop, Tongelre en Nuenen een eigen bedehuisje in het Weerterbos bij de Grashut, O van Maarheeze, eveneens net over de grens in Limburgs en daarmee in die tijd dus Spaans territorium, zodat zij in het vervolg minder ver hoeven te lopen om ter kerke te kunnen gaan. De Grashut en de locatie van het kerkje vallen gemeentelijk eveneens - d.w.z. net als De Hutten - onder Nederweert, maar zijn geografisch gezien tot de Maarheezense buurtschap Hugten te rekenen. De grondvesten van dat kapelletje zijn na de oorlog teruggevonden en gerestaureerd (en nog altijd te bezichtigen).

Sindsdien zaten vooral de inwoners van Someren en Asten nog verlegen om een kerk(gelegenheid) op deze plek. In oktober 1651 geeft gravin Magdalena van Egmont, prinses van Chimay en Vrouwe van Weert en Nederweert, daarom toestemming om naast het Kievitsven een kerkje te bouwen, met daarbij woonhuizen voor de pastoor en de koster. Als tegenprestatie verlangt zij - naast een jaarlijkse vergoeding - dat de pastoor na afloop van de missen zijn gelovigen aanspoort om een Onze Vader en Ave Maria te bidden voor de 'prosperityt' van de gravin en haar nakomelingen... Het kerken aan de Booldersdijk heeft 23 jaar geduurd, namelijk tot in 1672, als de Fransen ons land binnenvallen. Van de grenskerk is ter plekke helaas niets overgebleven dat hier nog aan herinnert.

In het volledige artikel onder de link vind je o.a. ook nog een prachtig verhaal over een Nederweertenaar die tijdens een kerkdienst alhier appels aan de man wilde brengen. Dat werd niet getolereerd en hij moest daar op een heel bijzondere manier boete voor doen...

"De weg van Someren door de hei naar deze schuur - oftewel 'schuilkerk' - heet nog altijd de Kerkendijk, terwijl het bospaadje, waarover de Minderbroeders van Weert naar 'De Hut' op de Bolderdijk trokken, nog steeds het Munnikenpad heet, lopende vanaf de Laarder Kapel recht naar het noorden, zodat de grote bocht over Roeven kon worden afgesneden. Vanaf Pinksteren 1649 was dus zowel voor de Minderbroeders van Weert als voor de mensen van Someren, Asten enz. iedere zon- en feestdag de situatie aldus: van weerszijden trok men naar 'De Hut' aan de Bolderdijk nabij het Kievitsven, de paters om er de H. Mis te lezen en te preken, de mensen van de Meijerij om er hun godsdienstplichten te vervullen." (bron: artikel 'Schuilkerken' in het Weerter bos op de site van Stichting Historisch Onderzoek Weert)

Terug naar boven

Bezienswaardigheden

- In 1662 is hier op de provinciegrens een 3 meter hoge arduinstenen grenspaal geplaatst. Deze palen verrijzen in die tijd langs alle belangrijke grenswegen tussen de Republiek en de Spaanse Nederlanden. Dragonders (ruiters) fungeren bij deze palen als douanier en heffen in- en uitvoerrechten op alle passerende goederen. Deze situatie duurt voort tot aan de Franse Tijd (1795), als de inlijving van Brabant bij de Franse Republiek de aanwezigheid van een douanekantoor aan de Booldersdijk overbodig maakt. Sindsdien heeft de paal nog meer dan 100 jaar doelloos op de heide gestaan. De grenspaal, met daarop het wapenschild van de Admiraliteit van de Maze te Rotterdam, is nog altijd een bezienswaardigheid, alleen niet meer op deze plek; als je hem wilt bekijken moet je een klein stukje naar het noorden, naar het dorp Someren-Heide, waar buurtschap De Hutten onder valt.

Op de site van carnavalsvereniging De Keijepaol te Someren-Heide vinden we een prachtig verhaal over de lotgevallen van deze paal en hoe het allemaal zo gekomen is dat hij nu in Someren-Heide staat. En waarom staat dat op die site? Nou, omdat die vereniging naar deze paal genoemd is. Het verhaal luidt als volgt:

"Op 6-9-1898 wordt de 18-jarige Wilhelmina tot Koningin der Nederlanden gekroond. Ter gelegenheid hiervan besluit de gemeenteraad van Someren, ongeveer een jaar later, de 'hardstenen paal' uit de heide - die daar immers toch geen functie meer heeft - naar het dorp te halen. De douanepaal wordt voorzien van de inscriptie 'Hulde aan onze koningin, 6 september 1898' en op het marktveld geplaatst. Later zijn hierop ook de inscripties t.g.v. het 25- en 40-jarig regeringsjubileum aangebracht.

In 1936 is de paal, na de bouw van het nieuwe gemeentehuis, verplaatst naar het Wilhelminaplein. De renovatie van het Wilhelminaplein in 1994 is voor de gemeente aanleiding de paal 'terug te laten keren' naar zijn 'geboortegrond' Someren-Heide, ter gelegenheid van het 3e jubileum van carnavalsvereniging De Keijepoal (1995), die naar deze grenspaal is vernoemd. De vereniging heeft altijd op ludieke wijze geijverd voor de terugkeer van de paal.

Dat 'terugkrijgen' is niet zonder slag of stoot gegaan. Jarenlang zijn vele verzoeken richting gemeenteraad gestuurd, begeleid door even zovele 'smeekbeden'. Met name tijdens de jaarlijkse openingceremonie 'aan de paal' doet de toenmalige Vorst Jan altijd hartstochtelijke oproepen de paal te laten terugkeren naar 'het land van De Keijepaol'.

Op 11 februari 1995 is in het kader van het 3e jubileum de Keijepaol op schitterende wijze door de hele gemeenschap o.l.v. de carnavalsvereniging teruggebracht naar Someren-Heide. Daar heeft hij een ereplaats gekregen in de kom. Door alle verenigingen uit het dorp werd deelgenomen aan deze feestelijke terugkeer. Jong en oud leverde een bijdrage. Zo ook de St. Jozefschool, die, na overleg met ‘de verenigingen met jeugd’, dat deed in de vorm van het 'Keijepaol-project'. De vraag tijdens dit project: “Meester, waar heeft die paal vroeger dan gestaan?”, was de directe aanleiding om met groep 7/8 op zoek te gaan naar de werkelijke standplaats op de heide, in de huidige buurtschap De Hutten dus. Deze uitdaging verschafte de kinderen in 2 jaar tijd een schat aan kennis over heemkunde, de gemeentelijke besluitvormingsprocessen, de taak en werkwijze van het kadaster, de (on)mogelijkheden van historisch archief, de culturele en recreatieve functies van een gemeenschap, enz.

Als resultaat en tevens als afsluiting is door de schooljeugd op 3 oktober 1997, onder grote belangstelling, met medewerking van m.n. de carnavalsvereniging en de plaatselijke overheden, bijna op de oorspronkelijke plek, als blijvende herinnering een zwerfkei geplaatst, de 'Keijekei'. De carnavalsvereniging heeft dit symbool daarna verder vorm gegeven door jaarlijks iemand, die zich langdurig inzet voor de gemeenschap van Someren-Heide, te eren met de titel 'Kei van de Hei'. Zo blijft carnavalsvereniging De Keijepaol, samen met alle Bessemers en Bessemerinnekes, razend actief rondom de Keijepaol en in de dorpsgemeenschap. Vandaar dat de verzuchting bij de terugkeer van de Keijepaol in 1995, “het bezit van de zaak, is het einde van het vermaak”, voor deze vereniging absoluut niet opgaat."

Terug naar boven

Landschap, natuur en recreatie

- In 2016 is NW van de buurtschap, rond de Panweg, Biezervenweg, Heibloemstraat en Molenbrugweg ecologische verbindingszone (EVZ) De Hutten / Diepenhoek aangelegd, tussen De Pan / Boksenberg en het Weerterbos. De inrichtingsmaatregelen betroffen onder andere het creëren van bloemrijk grasland, aanplanten van struweel, het verwijderen van de bestaande bouwvoor (verschraling), het graven van greppels (ca 50 cm diep) en het graven van enkele poelen. De totale oppervlakte van het plangebied waarbinnen de ontgrondings- en inrichtingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden, bedraagt ruim 6 ha, waarvan ruim 3 ha is ontgraven. Er is circa 14.000 m2 grond ontgraven, die geheel binnen het plangebied is verwerkt.

De EVZ verbindt het Weerterbos en de natuurgebieden De Pan / Boksenberg met elkaar. Deze verbinding is in het bijzonder bedoeld voor soorten als grote weerschijnvlinder, levendbarende hagedis en roodborsttapuit. De realisatie van deze zone heeft veel tijd en inspanning gevergd, onder meer vanwege de grondruilen die hiervoor moesten plaatsvinden. Na 4 jaar voorbereiding en uitvoering zijn de effecten ervan kort na de aanleg in 2016 al zichtbaar: patrijzen vertoeven in de kruidenranden en tussen de jonge aanplant zijn her en der reeënsporen te zien.

Hoewel dit in feite een EVZ is waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, heeft ook het waterschap een opmerkelijke bijdrage geleverd. Zo zijn langs een waterloop natuurvriendelijke oevers aangelegd, terwijl dit niet als zodanig was gepland. Ook particuliere grondeigenaren hebben hun steentje bijgedragen aan dit project door aanvullend op hun grond graskruiden- en akkerranden aan te leggen. De plaatselijke IVN-afdeling Asten-Someren heeft gezorgd voor een educatieve input. Zo is er langs een wandel- en fietsroute een schitterend insectenhotel geplaatst.

Reactie toevoegen