Sint Pietersberg
lokatie
Het kalkmassief van de Sint Pietersberg ligt Z van Maastricht, op de grens van Nederland, Vlaanderen en Wallonië. Dit is een unieke streek, met pittoreske dorpjes, forten en kastelen, tal van waterlopen, een bewogen geschiedenis en een uitzonderlijke natuur.
Om dit prachtige maar kwetsbare gebied nieuwe kansen te geven sloegen zes gemeenten en zeven verenigingen enkele jaren geleden de handen in elkaar. Samen startten zij in 2002 het Europese project Sint Pietersberg, tussen Jeker en Maas met meer dan 30 projecten voor landschaps- en natuurherstel, recreatie en informatie.
Bijzondere flora en fauna
Al in de 16e eeuw kwamen botanici speciaal naar de Sint Pietersberg voor de bijzondere planten die er groeien. Het is het meest noordelijke verspreidingsgebied voor soorten uit Zuid-Europa. Dat komt omdat de kalksteen warmte vasthoudt; je hebt veel langer hogere temperaturen dan in de omgeving. Er groeien bijzondere kalkgrasplanten zoals duifkruid, zonneroosje, bergsteenthijm, bergnachtorchis en soldaatjes. Op de Sint Pietersberg zijn negen belopen dassenburchten, er leven wezels, er komen bijzondere sprinkhanen voor zoals de sikkelsprinkhaan, verder leven er bijvoorbeeld de koninginnepage (de grootste dagvlinder), hazelwormen, en sinds 1997 een paartje oehoes, de grootste uil van Europa. Ondergronds, in de gangen, overwinteren vijftien van de negentien Nederlandse vleermuissoorten.
De Sint Pietersberg telt vijf hectare kalkgrasland - een vijfde van het totale areaal in Nederland. Het beheer is erop gericht deze uit te breiden en de her en der liggende ‘postzegels’ aan elkaar te plakken. De kalkgraslanden op de hellingen en de schraalgraslanden op het plateau worden begraasd door een kudde mergellandschapen. Die beteugelen de verruiging en zorgen dat het gras zo'n ‘tik’ krijgt dat kruiden de kans krijgen te bloeien en zaad te vormen. Dat zaad nemen de schapen met hun hoeven en vacht weer mee naar andere plekken. Die kruiden en zeldzame planten verdwijnen echter voor een deel door het uitspoelen en overwaaien van meststoffen en bestrijdingsmiddelen van landbouwers. Het is daarom van groot belang landbouwenclaves uit natuurgebieden te halen, een proces waar Natuurmonumenten dan ook volop mee bezig is: “Op de Sint Pietersberg betekent de daar aanwezige landbouw naast milieuschade ook dat we landbouwverkeer houden, dat bieten en maïs moeten worden geladen, dat landbouwschade door konijnen wordt geclaimd. Als we de landbouwers kunnen uitkopen, kunnen we het gebied herinrichten, met integrale begrazing, ontharding van de weg en het centraliseren van de parkeervoorzieningen.'' (3156, 9-12-2002)
Vlinderparadijs
De Sint-Pietersberg kent ook een rijke variatie aan vlinders. Er komen vlindersoorten voor die elders in Nederland niet voorkomen. Soorten die u er kunt tegenkomen, zijn bijvoorbeeld kaasjeskruiddikkopje, dambordje, eikepage, bruin blauwtje, koninginnenpage, boswitje. Het aangepaste graas- en maaibeheer van Natuurmonumenten heeft een belangrijke rol gespeeld in de aanwezigheid van zo veel vlinders en de voortplanting van het zeldzame kaasjeskruiddikkopje. Door de kalkgraslanden te begrazen en dan weer met rust te laten, groeien er veel bloemen, waar de vlinders dol op zijn vanwege de nectar.
De natuurwandelroute Sint Pietersberg, 5,5 km natuur op de berg van de Maastrichtenaren is voor leden van Natuurmonumenten gratis te printen op de site van Natuurmonumenten.
Recente ontwikkelingen
Mergelgroeve natuurgebied na einde mergelwinning in 2018
De mergelwinning in de ENCI-groeve in de Sint-Pietersberg stopt definitief in 2018. Natuurmonumenten ontfermt zich over de enorme put. De mergelgroeve is een gigantische krater in een surrealistisch maanlandschap. Die associatie dringt zich direct op na het zien van het 135 hectare grote gat. De put is een bron van rijkdom voor de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI). ENCI exploiteert de mergelgroeve al sinds 1926. Jaarlijks wint het bedrijf 900.000 kuub kalksteen voor de productie van cement, en voorziet daarmee in 25 procent van de Nederlandse cementbehoefte.
De komende jaren gaat de groeve veranderen in een groen natuur- en recreatiegebied. Ambitieuze plannen, erkent Eduard Habets, beheerder Natuurmonumenten Zuid-Limburg. Al was het alleen al om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. „Toch kunnen we nu spreken van een constructieve samenwerking tussen overheid, belangenorganisaties, ENCI en Natuurmonumenten. Samen zijn we er in geslaagd de energie te richten op het creëren van meerwaarde in plaats van op het verdedigen van afzonderlijke belangen.” In 2020 – twee jaar nadat ENCI de laatste mergel heeft gewonnen – moet de groeve zijn getransformeerd tot een „unieke combinatie van natuur, recreatie en bedrijvigheid.” Habets: „We geven de groeve terug aan Maastricht.”
Ecoloog Peter Voorn: „Dit wordt een bolwerk van biodiversiteit, zowel boven- als ondergronds.” Zo’n 60 hectare verandert in natuur, met zeldzaam kalkgras en andere kalkminnende flora. De terrassen worden daarvoor deels schuin afgewerkt. Niet alle steile wanden verdwijnen; ook kalkrotsvegetatie krijgt een kans. Voorn verwacht dat dit stuk unieke natuur in combinatie met meertjes en poelen én het warme klimaat tal van dieren en insecten zal aantrekken. Het broedgebied van de oehoe, sinds 1997 vaste gast in de groeve, is aangewezen als stiltegebied.
De nieuwe natuur beslaat straks het grootste deel van de groeve en ligt vooral achterin. Voorin, waar nu nog de grijze fabrieksgebouwen van ENCI staan, komt ruimte voor nieuwe bedrijven. Achter de industrie komt een overgangszone waarin horeca een plaats krijgt. Daar weer achter is ruimte voor recreatie en natuurbeleving, voor wandelaars, buitensporters, maar ook voor geologen en fossielenzoekers. In 2011 komen d’n Observant, de kunstmatige berg links van de groeve, en de oehoe-vallei al in handen van Natuurmonumenten. In de jaren daarna volgt de gefaseerde inrichting van de rest van het terrein. De eerste wandelaars kunnen in 2020 de groeve in. (bron: Ref. Dagblad, 22-1-2010)
De randen van de groeve worden opener gemaakt. Dit leidt tot het ontstaan van natuurlijke verbindingen tussen de kalkgraslanden in het Jekerdal en het Maasdal (Oost -West verbinding). Hierdoor kunnen dieren, zoals vlinders, zich beter verplaatsen over de Sint Pietersberg en wordt hun leefgebied groter. Hiermee wordt ook bijgedragen aan de versterking van de Ecologische Hoofdstructuur waarbij op de Sint-P.ietersberg uiteindelijk een robuust natuurgebied ontstaat van 250 ha. Zie verder het artikel over de Sint Pietersberg op de site van Natuurmonumenten.
Overige links
- Actuele ontwikkelingen rond de transformatie van het gebied, kunt u lezen op de site ENCI Transformeert Nu, een gezamenlijk initiatief van Provincie Limburg, Gemeente Maastricht en ENCI.
- Nadere informatie over de Sint Pietersberg op de site van beheerder Natuurmonumenten.







Nieuwe reactie inzenden