Menno van Coehoornbos
Het Van Coehoornbos wordt beheerd door It Fryske Gea. Het bos heeft Franse invloeden. Vestingbouwkundige Menno baron van Coehoorn liet het in 1680 in de Franse geometrische formele stijl aanleggen. De rechte lanen deelden het bos op in keurige rechthoekige vakken. Later zijn er elementen van de Engelse landschapsstijl aan toegevoegd, waardoor het bos een wat vriendelijker aanzien kreeg.
In het deel van het bos achter de kerk en de pastorie is in het voorjaar en de voorzomer een vrij rijke stinzenflora te vinden met vingerhelmbloem, bosanemoon met gevulde bloemen - de halskraag-anemoon - en veel daslook, adderwortel en gewone vogelmelk. De bomen in dit deel van het bos bestaan vooral uit gewone es en gewone esdoorn.
Van de paddestoelen is de gewone morielje bijzonder. Naast het open stuk, waar vroeger het buitengoed Meerenstein heeft gestaan en dat nu in gebruik is als ijsbaan, bestond het bos grotendeels uit eikenhakhout, dat geleidelijk is uitgegroeid tot opgaand bos.
Langs de randen lopen fraaie singels van voornamelijk eik. Achter de plek van de oorspronkelijke buitenplaats ligt nog een heuveltje met oude lindebomen. Hier groeit veel lelietje-van-dalen.
Er komen nogal wat vogelsoorten in het bos voor. Vlak achter het fraaie toegangshek zit in de hoge eiken een roekenkolonie. Andere broedvogels zijn Vlaamse gaai, grote bonte specht, pimpelmees, roodborst, winterkoninkje, zwartkop, tuinfluiter, braamsluiper, zanglijster, grote lijster, boomkruiper en ransuil.
Andere dieren in het Van Coehoornbos zijn vleermuizen, waaronder de baardvleermuis, de rosse vleermuis, de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis. In het bos bevindt zich een bewoonde dassenburcht. (© It Fryske Gea)





