Waddeneilanden in 2030 duurzaam en zelfvoorzienend
Tien eilanden in zes verschillende Europese landen aan de Noordzee moeten over twintig jaar voor een groot deel duurzaam en zelfvoorzienend zijn. In Den Haag is het startsein gegeven voor het Cradle to Cradle Islands-project (C2C). Het uitgangspunt daarvan is dat alle gebruikte producten hetzij biologisch afbreekbaar zijn, hetzij zonder kwaliteitsverlies opnieuw gebruikt kunnen worden.
De provincie Friesland coördineert en leidt het project, waaraan eilanden uit Noorwegen, Zweden, Denemarken, Duitsland, Groot Brittannië en Nederland meedoen. Voor Nederland zijn Ameland en Texel aangewezen als proeftuin.
Grondlegger van het project professor Braungart is zeer opgetogen met dat initiatief, want volgens hem bieden eilanden uitstekende kansen voor een afvalloze maatschappij. "Op eilanden heerst ten eerste meer milieubewustzijn dan elders”, voerde hij aan. "Men heeft er van oudsher een partnerschap met de natuur. Geen romantische verhouding: de eilander durft ook gerust de bronnen van de natuur te gebruiken voor zijn behoeften. Wil dat ook. Maar hij weet waar de grenzen liggen.”
Daar komt bij dat het op een eiland ook erg nuttig is om een systeem te hebben dat zichzelf in stand houdt, want aanvoer van nieuwe grondstoffen en afvoeren van afval is duur en wordt begrensd door de capaciteit van schepen dan wel (pijp-)leidingen. "Ik zie het wel voor me dat in 2030 alle eilanden volledig cradle2cradle zijn”, zei Braungart. Dat zou mooi aansluiten bij het streven van de eilanden zelf - ondersteund door de provincie - om in 2020 zelfvoorzienend te zijn op het gebied van energie en water.
"Noordzee-eilanden, waaronder Texel en Ameland, worden de etalage van duurzame innovaties op het gebied van water, energie en afval. De duurzame voorbeeldprojecten zullen een sneeuwbaleffect teweeg brengen. Niet alleen in Nederland, maar met wereldwijde toepassingsmogelijkheden”, aldus gedeputeerde Galema.
In Nederland zijn het watertechnologisch instituut Wetsus in Leeuwarden en de TU Delft betrokken, in Duitsland het kennisinstituut EPEA van Braungart zelf.
C2C wil de komende vier jaar al een groot aantal projecten starten op gebied van duurzaam water- en energiegebruik en het hergebruik van afval. Zo moet op heel Ameland elektrisch vervoer voor toeristen en eilandbewoners worden geïntroduceerd. Houten fietsen, opvouwbare, draagbare elektrische scooters, zuiltjes met zonnepanelen waar iedereen zijn elektrofiets kan opladen: in 2012 moeten er minimaal een aantal staan op Ameland, en het liefst ook op de andere Friese eilanden. Deze innovatieve producten dienen dan als uithangbord voor de filosofie die tien eilanden in Europa vanaf nu gaan aanhangen: cradle2cradle (‘van wieg tot wieg’).
Op Texel wordt geëxperimenteerd met een duurzaam vakantiehuis met milieuvriendelijke bouwmaterialen als hout en stro die op het eiland geproduceerd worden. Ook zal van algen plastic worden gemaakt dat na gebruik op kan lossen in water.
Voor toeristen moet het mogelijk worden in de toekomst hun mobieltjes via mobiele zonnepanelen op te laden en in hotels gebruik te maken van scheerapparaten op zonne-energie. Daarnaast wil C2C gesloten systemen ontwikkelen voor de drinkwatervoorziening en het energiegebruik op de eilanden.
Zo zal uit zout water zoet drinkwater worden gemaakt en wordt met het Blue Energy-concept uit de combinatie van zout en zoet water energie opgewekt. Projectleider Heleen Sombekke ziet goede kansen om energie te winnen uit het mengen van zoet en zout water. De Blue Energy techniek biedt daarvoor goede kansen. Verder gaat Wetsus aan de slag met het ontwikkelen van nieuwe afvalwatersystemen op de eilanden. ”We gaan het afvalwaterstromen scheiden bij bijvoorbeeld hotels en recreatiewoningen. Het ‘zwarte’ water oftewel toiletwater gaan we zo behandelen dat er energie wordt opgewekt en aanwezige voedingstoffen worden teruggewonnen. Het overige ‘grijze’ afvalwater wordt gezuiverd zodat het geschikt is voor bijvoorbeeld irrigatie. De eilanden zijn bij uitstek geschikt voor deze pilot”, aldus Sombekke.
Verder wil men afbreekbaar plastic introduceren en de plasticsoep hergebruiken in verschillende toepassingen.
Bij het project zijn naast de tien eilanden twaalf universiteiten, bedrijven en overheden uit de zes deelnemende landen betrokken. In Nederland levert naast de provincie Friesland onder meer de TU Delft en watertechnologisch instituut Wetsus een belangrijke bijdrage.
,,Het uiteindelijke doel is dat de tien eilanden in 2030 voor hun grondstoffen niet langer meer afhankelijk zijn van het vasteland en dat de gemeenschappen daar op een duurzame manier leven'', aldus een woordvoerder van de provincie Friesland.
,,Wij verwachten dat het C2C-project uiteindelijk een groot sneeuwbaleffect op het vaste land zal hebben.
(bron: ANP en Provincie Fryslân, 12-2-2009)
