Watererfgoed
Al eeuwenlang wordt de IJsselvallei bewoond. Aanvankelijk alleen op de hoger gelegen uitlopers van de Veluwe of de oeverwallen, waar de kans op overstroming gering was. Maar gaandeweg leren de bewoners het water van IJssel en Zuiderzee beter te beheersen. Door de aanleg van beken, sprengen, dijken en molens kan een aanzienlijk groter gebied worden bewoond.
"En al die waterwerken hebben hun stempel op het landschap gedrukt", zegt Jan Koornberg die zich bij Waterschap Veluwe heeft beziggehouden met het watererfgoed. "Op enig moment hebben we bij het waterschap geconstateerd dat het goed zou zijn, als we dat verleden meer zichtbaar zouden maken. We zijn daarom gaan inventariseren wat er zoal was. Daarbij hebben we een ouderdomsgrens van ongeveer vijftig jaar aan gehouden. Je kunt in feite 3 typen onderscheiden. Objecten: sluizen, molens, dijkmagazijnen. Twee: Sprengenbeken. Waarbij we hebben gekozen voor beken met hoge cultuurhistorische waarden en een hoog of bijzonder ecologisch niveau. Dan heb je nog de landschapselementen. Historische wateren als weteringen of oude dijken. Als bijzondere onderdelen van landschap in relatie tot water."
Het waterschap riep de hulp in van Het Oversticht uit Zwolle dat zich onder meer bezighoudt met het bevorderen van de belevingswaarde en het behoud van landschappen en monumentale bouwwerken. Daarmee werden een aantal sessies belegd, met onder meer leden van historische verenigingen en gemeente- en provincie-ambtenaren. Dat leidde uiteindelijk tot een lijst met 278 watergerelateerde elementen die een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben.
Koornberg: "Daaruit hebben we uiteraard een selectie moeten maken. Een heel proces. We hebben ons laten leiden door twee belangrijke uitgangspunten: de mate van cultuurhistorische waarde en de kans dat we er daadwerkelijk iets mee zouden kunnen bereiken. Daarmee bedoel ik of het project gelinkt zou kunnen worden aan andere ontwikkelingen. Waarmee het zou kunnen meeliften. Een goed voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de Veluwse bandijk of Appense dijk bij Voorst en Klarenbeek. Die is in de 14e eeuw aangelegd om de Noordelijke IJsselvallei en de daarin gelegen dorpen tegen IJsselwater te beschermen. Het is een dwarsdijk, die dus niet langs de IJssel ligt, maar er min of meer loodrecht op staat. Je moet je voorstellen dat voor de aanleg, de IJssel ten zuiden van de toekomstige dijk veelvuldig overstroomde. Het hele gebied ten westen van de IJssel tot aan Hattem toe, liep als een badkuip vol. De Appense dijk legde een barriere tussen de IJssel en de hogere gronden bij Klarenbeek. Maar ook die dijk begaf het weleens, zodat langs de dijk kolken, als restant van die doorbraken ontstonden.
De dijk heeft de kerende functie verloren, maar delen ervan zijn nog zeer zichtbaar en in een goede staat. De wielen of kolken bestaan nog steeds. Die dijk heeft gezien de hoge leeftijd en de betekenis voor de ontwikkeling van de Noordelijke IJsselvallei een enorme cultuurhistorische waarde. Nu is het mooie dat we in het licht van de Kaderrichtlijn water (KWR, Europese regelgeving met als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater veilig te stellen en te verbeteren) de Voorsterbeek gaan opknappen. Omdat de Voorsterbeek en de bandijk deels parallel lopen - de dijk beschermde niet alleen tegen de IJssel, maar ook de Voorsterbeek-, kunnen we beide projecten in samenhang aanpakken."
Daarbij zal in samenwerking met de landgoedeigenaren onder meer de opslag van de dijk worden verwijderd en zullen wandelvoorzienigen worden getroffen. Her en der worden informatieborden geplaatst.
"Kijk, als je nu vraagt is het zichtbaar maken van watererfgoed nu een kerntaak van het waterschap, luidt het antwoord 'nee'. Maar het openstellen van onze schouwpaden voor wandelaars, zoals we dat sinds enige tijd doen, is dat ook niet. Of het ontwikkelen van lesprogramma's voor scholen. Maar daardoor en door belangrijk erfgoed uit te lichten zoals we nu doen, ontstaat een bijzonder grote en aantrekkelijke meerwaarde. Mensen betalen tenslotte ook belasting voor het waterbeheer. Wij kunnen zo laten zien wat er allemaal met dat geld gebeurt. Tonen wat er in het verleden allemaal nodig is geweest om onze regio droog te houden. En wat in het heden nodig is." (bron: De Stentor, 30-7-2010)
