Natuurgebieden in en rond Roden
Niet alleen rond Roden, ook in Roden zelf zijn diverse bossen en stukken groen tussen de bebouwing (met name rond de voormalige buurtschap De Hullen) te vinden, waar u uitgebreid kunt wandelen, fietsen, skeeleren of u anderszins kunt voortbewegen. Aan de noordwestzijde van het dorp ligt het gebied de Maatlanden, een afwisselend stukje goed toegankelijke natuur, met bos, open plekken en drassige landerijen; het gebied gaat vloeiend over in het Natuurschoonbos van Nietap.
Direct aan de rand van het centrum ligt het uitgestrekte Mensingebos, onderdeel van het gelijknamige landgoed. Hier lopen diverse wandelroutes, waaronder een Knapzakroute en het Domelapad. Het totale gebied beslaat 175 hectare en bestaat uit verschillende delen van afwisselend karakter en ouderdom. Het geheel is grotendeels in eigendom van Staatsbosbeheer. Een informatiepaneel treft u aan het schelpenpad bij de ingang aan de Norgerweg (naast het voetbalveld).
Aan de oostzijde ligt het Sterrenbos, grotendeels aangeplant tussen 1840-1860 met eiken, beuken en hulst. Karakteristiek is het geometrische patroon van de paden. In dit deel bevindt zich ook de voormalige Sterrenwacht van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze is inmiddels gesloten als zodanig, doch nog geheel intact en in particulier eigendom. Een aantal keren per jaar, met name bij astronomische bijzonderheden is het gebouw toegankelijk voor publiek. Dit bos komt uit bij een stuw met vistrappen in het Peizerdiep, een bijzonder terrein.
Ten zuiden van de Havezate Mensinge ligt het eigenlijke Mensingebos, grotendeels aangelegd in de huidige vorm rond 1890 met kenmerkende eikenlanen. Overigens is dit bos al veel ouder, het stamt reeds uit de Middeleeuwen, ten tijde van de stichting van Roden. Centraal in het bos ligt een groot bosven, bereikbaar via bospaden. Deze paden komen vrijwel allemaal uit op een van de schelpenpaden in het bos, dat daardoor ook goed begaanbaar is voor fietsers. Het is afwisselend naald- en loofbos (grove den, fijnspar, beuk en zomereik). Aan de Mensingheweg richting Lieveren staat een dikke eik, mischien wel de dikste van Drenthe. Als een rechte lijn dwars door het bos loopt een kort stukje kanaal. Dit is het eerste noordelijke stukje van de Oude Vaart die in het midden van de 19e eeuw gepland was als verbinding met Assen; na een paar honderd meter werd het project reeds wegens geldgebrek afgeblazen.
In zuidelijke richting gaat het bos hier over in het Moltmakersstuk, een laatste restant van de hier oorspronkelijk uitgestrekte heide. Hier grazen Schotse Hooglanders, goed te zien vanaf het fietspad dat hier langs voert richting Alteveer. In dit vochtige heidegebied treffen we o.a. klokjesgentiaan, beenbreek en wolfsklauw aan. In de zomer wordt hier o.a. het in Drenthe populaire klootschieten beoefend, alsmede het zogenoemde blokgooien: deelnemers leggen elk een stuiver op een blok, welke vervolgens vanaf een bepaalde afstand moet worden geraakt met een kogel. Alle punten die met de muntzijde naar boven vallen, worden weggehaald, tot de laatste munt is gevallen. Daarna mag de werper de andere kogels proberen af te pakken; winnaar is degene die als laatste hierbij overblijft. Aan de zuidkant van de heide ligt het zogenoemde Alteveersebos, daterend uit de jaren 1910-1920, aangeplant ter vergroting van het landgoed, voor bosbouw en deels om verstuiving tegen te gaan. Aan de oostzijde grenst dit gebied aan het Lieversediep, dat hier smal is en sterk meandert. In dit gebied komen diverse zeldzame planten voor. Opvallend is het hoogteverschil tusen het beekdal en het bos, op sommige plaatsen zes meter. Door de plaatselijk aanwezige slechtdoorlatende klei- en keileemlagen is er sprake van kwel vanuit de verre omgeving. Dit tezamen heeft een bijzonder, vrij nat overgangslandschap doen ontstaan met blauwgrasvegetaties, dat de Hazematen heet.





.jpg)
.jpg)

Nieuwe reactie inzenden