Skip to content
Rijsbergen » Natuur en recreatie » Turfvaart

Turfvaart

Plaatsnaam: 
Type: 
Waterloop
Beschrijving: 

Status
Vaart in gedeeltelijk gemeente Zundert (t/m 1996 tevens gedeeltelijk gemeente Rijsbergen), gedeeltelijk gemeente Breda (t/m 1941 gemeente Princenhage).

Ligging
De vaart loopt W van Zundert en Rijsbergen door de landgoederenzone, via De Moeren en de Pannenhoef naar Breda.

Statistische gegevens
De vaart is 28 kilometer lang.

Geschiedenis
Vanaf het begin van de 16e eeuw gaven de Heren van Breda regelmatig woeste gronden onder Zundert uit ter ontginning. Deze ontginningen hielden in, dat de gronden werden afgegraven vanwege de turfwinning. Om de turf gemakkelijk te kunnen vervoeren, is in 1619 het eerste deel van de Turfvaart gegraven. De vaart was een belangrijke ader van waaruit het gebied werd verveend. Hij mondde uit in het riviertje de Aa of Weerijs*1. De vaart zorgde voor ontwatering van het veenmoeras en de turf werd er door naar Breda, Etten, Oudenbosch en Roosendaal vervoerd. Tegen het einde van de 17e eeuw begon de turfwinning af te nemen, aangezien de beste terreinen afgewerkt waren. De ontgonnen gronden vervielen grotendeels weer tot heidevelden. De schepen namen namelijk op de terugweg weliswaar mest mee, waarmee het verveende land tot landbouwgrond kon worden ontgonnen, maar het meeste afgegraven land bleef ‘woest’. Het werd gebruikt om bos aan te planten, vee te weiden of plaggen te steken. Daardoor konden de landgoederen rond de Turfvaart in hun huidige hoedanigheid ontstaan en bestonden zij rond 1900 nog grotendeels uit uitgestrekte heidevelden en bossen.

De Turfvaart deed daarna geen dienst meer als vaarweg (de laatste vracht met een platte schuit door de Turfvaart naar Breda vond plaats in 1733), wel bleef de vaart van belang voor de afwatering, terwijl er vanaf 1763 gebruik van werd gemaakt voor de aandrijving van een ijzermolen*2 te Rijsbergen. Het onderhoud van de vaart lag aanvankelijk bij degenen die zich bezighielden met de turfwinning en vanaf 1763 bij de eigenaar van de ijzermolen. Nadat de molen in 1865 was stilgelegd, kwam het onderhoud van de Turfvaart tenslotte bij het in 1878 opgerichte waterschap ‘De Aa of Weerijs’ te liggen, dat in 1995 is opgegaan in het huidige Waterschap Mark en Weerijs.

*1 Zie verder aldaar.
*2 Zie ook bij Vloeiweide.

Recente ontwikkelingen
In 1998 is begonnen met de uitvoering van het Waterverdeelplan Turfvaart-Weerijs. Dat is een plan om via technische ingrepen de land- en tuinbouw ten zuiden en zuidoosten van Rijsbergen en Zundert minder afhankelijk te maken van grondwater. Het plan is een van de ‘strijdmiddelen’ tegen de verdroging. De technische ingrepen bestaan er onder meer uit dat met behulp van een spaarbekken aan de grens bij Wernhout de aanvoer van water in beken en sloten ook in tijden van droogte beter gegarandeerd kan worden. Andere ingrepen brengen een scheiding aan in de afwatering van het gebied; ‘natuurwater’ gaat naar de Bijloop, ‘landbouwwater’, waarin zich uitgespoelde mineralen van kunst- en dierlijke mest bevinden, gaat zo veel mogelijk naar de parallel aan de Bijloop stromende Turfvaart. Het aan te leggen spaarbekken zal met behulp van een pijpleiding worden gevoed vanuit de Aa of Weerijs. Door die rivier stroomt jaarlijks 100 miljoen kubieke meter water ons land binnen. Met behulp van een gemaal ten zuiden van Zundert wordt daar jaarlijks een miljoen kubieke meter van afgetapt naar een reservoir waarmee het waterschap, als daar behoefte aan is, de Kleine Beek, de Schrobbersloop en de Sluiskesloop en hun zijtakken van water kan voorzien, ten behoeve van de landbouw.

0