De Lokker
Naam
“Lok is ingesloten gebied” (47).
“Look zou oorspronkelijk ‘gat, opening’ betekenen. Look is evenals blok, bulk, blook, bleuk et cetera een afleiding van beluken = omsluiten, begraven, afsluiten, begrenzen. Het toponiem look komt in de Baronie niet veel voor; het is vooral beperkt tot het zuiden (Baarle, Zundert, Ginneken). Look komt vrijwel alleen als simplex voor. (…) Of de naam Lokkert voor een moergebied onder Rijsbergen bij deze groep gerekend moet worden, is niet duidelijk: lok is ook de naam voor Wollegras. Gezien het voorkomen van een toponiem ‘de Lockaert’ in de Essense Ackers, zal het eerste lid van deze naam toch eerder duiden op afsluiting: wollegras groeit niet op akkers” (89).
Status
Bos, heidegebied en ven in gedeeltelijk gemeente Zundert (t/m 1996 gemeente Rijsbergen), gedeeltelijk gemeente Rucphen. Onderdeel van het landgoed Pannenhoef*1.
*1 Zie verder aldaar.
Ligging
In het W van Pannenhoef, 5 km NW van Zundert. Z van de Lokkerstraat en de weg Lokkerberg. De Lokker grenst in het zuiden aan het natuurgebied Lange Maten*1.
*1 Zie verder aldaar.
Statistische gegevens
Oppervlakte 20 hectare. De Lokker is een van de meest waardevolle natuurgebieden in Brabant. Het wordt beheerd door Het Brabants Landschap.
Geschiedenis
De Lokker was vroeger een ven van dertig hectare waar ’s winters geschaatst werd. In de zomer werd er gezwommen, gevist en geroeid in een bootje van de gebroeders Kamps. Alleen de Sprundelse pastoor was niet blij met al dat bloot in de polder: vanaf de kansel waarschuwde hij voor deze “poel van verderf en zonde”…
Recente ontwikkelingen
In het gebied rond het Lokkerven is in 1999 een ‘natuurherstelproject’ afgerond. “Langs de oever van het enkele jaren terug herstelde ven Lokker-Zuid zijn weer enkele bijzondere ‘nieuwe’ plantensoorten ontdekt, te weten pilvaren, moeraswolfsklauw en blauwe knoop. Pilvaren kan plaatselijk massaal optreden op mesotrofe, droogvallende venoevers. Toch werd deze plant al in het begin van de 20e eeuw als bedreigd beschouwd. Vooral sinds 1950 nam het aantal groeiplaatsen af door ontwatering en ontginning.
Moeraswolfsklauw, eveneens een onopvallend plantje dat met name in Noord-Europa voorkomt, ging in de 20e eeuw vooral achteruit door heideontginning en luchtverontreiniging. De gemeenschap van moeraswolfsklauw en bruine snavelbies kwam vooral voor op vochtige heide waar werd geplagd door boeren, een activiteit die nu door ons als natuurbeheerders is overgenomen.
Blauwe knoop is een plant van vochtig blauwgrasland. Het is verheugend dat deze drie soorten dankzij hun lang kiemkrachtig blijvend zaad én door het herstel van de juiste milieuomstandigheden terug zijn van weggeweest. Het herstelvermogen van de natuur is vaak groter dan wij denken” (72, 1998).
Het Kolkven, gelegen ten zuiden van de Kolkstraat, is hersteld. Hier is een bouwvoor (= de bovenste laag vruchtbare landbouwgrond) afgegraven en het reliëf hersteld.
Rond het Hezemansven, een vennetje van dertig are ten westen van het Lokkerzuidven, zijn sloten gedempt en puinstuwen en stuwen gezet, zodat het water niet meer kan wegstromen.
Aan de oostzijde van De Lokker is een stuk dat dichtgegroeid was met wilgenbos, uitgebaggerd. Het veen is er uitgehaald, waardoor weer open water is ontstaan.
Een deel van de tienduizenden kubieke meters zand die zijn afgegraven voor het herstel van de diverse vennen, is gebruikt om de Lokkerberg op de oorspronkelijke hoogte terug te brengen.
De recreatieplas die De Lokker vroeger was, zal niet terugkeren: “Het ven is dichtgegroeid met riet en wilgen. Wij hebben het waterpeil inmiddels wel hersteld, maar verder is het nu een mooi gebied voor bijvoorbeeld broedvogels. Dus gaan wij die grond niet opnieuw op de kop zetten. Wij grijpen slechts in waar nodig, onder andere op landbouwgrond. Verder moet de natuur zo veel mogelijk haar gang kunnen gaan”, aldus beheerder Hans Schep van Brabants Landschap (442). Over de toekomst stelt Schep: “De Kleinzundertseweg zou op den duur eigenlijk weg kunnen. Die doorsnijdt het hele natuurgebied, waarbij ook nog eens veel wild sneuvelt. Misschien kunnen wij dat in de toekomst realiseren. De provinciale weg van Rucphen naar Zundert lijkt mij genoeg voor auto’s.” En over de verre toekomst filosofeert hij: “Tja, het Vaartven terugbrengen en de Kleinzundertse Hei opnieuw vorm geven, zou heel mooi zijn. Maar dan praat je wel over een termijn van vijftig jaar. In dit vak moet je veel geduld hebben…”
Door leden van de Vogel- en Natuurwerkgroep Zundert werd in 1998 voor het derde opeenvolgende jaar een broedvogelinventarisatie gehouden in het gebied van De Flesch*1 en De Lokker, waardoor de ontwikkelingen goed kunnen worden gevolgd. Er werden elf ‘Rode Lijstsoorten’ (met uitsterven bedreigde vogelsoorten) aangetroffen, waarvan zes broedend: dodaars, kerkuil, steenuil, roodborsttapuit, groene specht en zomertaling. De niet-broedende soorten waren blauwe kiekendief, bontbekplevier, watersnip, grutto en krooneend. In het ven Lokker-Zuid foerageerde bovendien een kleine zilverreiger. Het Brabants Landschap hoopt ook voor de ooievaar in de toekomst weer een goede leefomgeving te creëren.
*1 Zie bij Pannenhoef.



