Oerlemansbosje / Lopikerhout / Griend / Zuiderpark
Zuidelijk van de M.A. Reinaldaweg (N210), in het gedeelte dat Wiel-Zuid wordt genoemd, liggen tussen deze weg en de Lek drie natuurgebieden: het Oerlemansbosje, de Lopikerhout en de Griend. Al deze gebieden worden beheerd door de gemeente Lopik. Deze natuurterreinen liggen in een gebied dat wordt gekenmerkt door een kleinschalig landschap waar natte bosjes, enkele boomgaarden en grasland elkaar afwisselen. Door de ligging aan de Lekdijk wordt de ecologische waarde niet alleen bepaald door de aanwezige flora en fauna in het gebied zelf, maar juist ook door de wisselwerking met de uiterwaarden van de Lek, die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het beleid van de gemeente Lopik is erop gericht de bijzondere waarden van dit gebied te versterken.
In 1988 heeft de gemeente Lopik het Oerlemansbosje gekocht (oppervlakte 2,5 hectare), genoemd naar de voormalige eigenaar. Oorspronkelijk heette het Kerkegors*2. De gemeente vond de aankoop van belang in verband met de natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarde van het gebied. Het is door de heer Oerlemans zodanig ingericht dat er een ideaal leefgebied is ontstaan voor jachtwild (fazanten, eenden en dergelijke). De noodzakelijke variatie is te vinden in het grote aantal landschapselementen zoals hakgriend, hakhout, houtsingels, gras- en rietland, knotwilgen, slootjes en een vijver. Daarnaast bevinden zich in het gebied twee gebouwen: een jachthut en een bijgebouw. Deze grote variatie maakt het gebied in verschillende opzichten waardevol:
Landschap
Naast de landschappelijke waarde die het boselement als geheel in het overwegend open landschap heeft, zijn het vooral de vele aanwezige begroeiingstypen die een landschappelijk zeer fraai en gevarieerd terrein hebben opgeleverd. Deze begroeiingstypen zijn een kopie van de voor de Lopikerwaard karakteristieke landschapselementen.
Ecologie
De grote variatie aan begroeiing is een goede basis voor een rijke ecologie. Elk begroeiingstype brengt zijn eigen ‘spontane’ natuurlijke vegetatie mee. Dit wordt nog versterkt door de variatie in bodemopbouw. Vooral de overgangen tussen begroeiingstypen zijn ecologisch waardevol. Veel planten- (meer dan tweehonderd) en diersoorten (enkele tientallen) vinden juist daar een goed leefgebied. Zo voelen bijvoorbeeld verschillende soorten vleermuizen zich hier thuis. De grootoorvleermuis, de watervleermuis, de laatvlieger en de dwergvleermuis zijn er al waargenomen.
Cultuurhistorie
In het verleden bestond het zuidelijk deel van de polder Wiel vooral uit rietland en griend. Vrijwel alleen in het Oerlemansbosje zijn hiervan nog restanten aanwezig.
Educatie
Het gebied is niet vrij toegankelijk. Bovengenoemde aspecten vormen echter wel een ideale uitgangssituatie voor natuurgerichte educatie. Dit wordt vergroot door de aanwezige gebouwen (de jachthut is een natuureducatiecentrum geworden). De Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL, internet www.wbl-web.nl) verzorgt excursies en educatie voor scholen. (707)
De Griend aan de Zijdeweg (oppervlakte 56 are) is opgebouwd uit een gedeelte hakgriend (circa 25 procent) en een gedeelte opgaande beplanting, bestaande uit een mengsel van vooral grauwe els en meidoorn. Behalve het complex De Hoge Grienden is hakgriend een zeer zeldzaam element geworden in de Lopikerwaard. Juist door haar ligging is vooral de landschappelijke en recreatieve waarde groot. (707)
In 1993 heeft de gemeente Lopik enkele percelen grasland toebedeeld gekregen in het kader van de Landinrichting Lopikerwaard. Op deze percelen is vervolgens een aantal bosschages aangeplant en er is een kleiput gegraven. Door het terrein is een wandelpad (schelpenpad) aangelegd dat aansluit op de Lekdijk. Inmiddels begint dit gebied, dat Lopikerhout is gedoopt, door het ‘tot wasdom komen’ van de beplanting, aantrekkelijk te worden. De poel en het wilgenstruweel oefenen een grote aantrekkingskracht uit op amfibieën, libellen en rietvogels. In de winter strijken hier veel vogels neer om de zaden te eten van de elzenpropjes.
Al langer bestond de wens om de Lopikerhout uit te breiden om de natuur-recreatieve en educatieve mogelijkheden te verbeteren. In 2001 is het gelukt circa drie hectare land ten oosten van de Lopikerhout te verwerven, waarmee de totale oppervlakte op vijf hectare is gekomen. De uitbreiding betreft een verwaarloosde boomgaard met een randbeplanting van knotbomen, een afgevlet*3 perceel en smalle bolle percelen nat grasland. In dit gedeelte zie je nog de oorspronkelijke ontginning, de ‘strabatte structuur’. Bijzonder aan deze boomgaard is de gave oorspronkelijke ontginningsstructuur, bestaande uit smalle percelen, afgewisseld met smalle greppels of sloten. De combinatie van de vele hoogstamvruchtbomen en de randbeplanting van (knot)wilgen en populieren, zorgt voor een landschappelijk fraai beeld en een dorado voor veel diersoorten. Voor dieren betekent dit een prima verblijf omdat er veel dood hout in voorkomt. Er is daardoor veel voedsel voor insecten en voor de holenbroeders zijn er genoeg nestverblijven te vinden. De groene specht bijvoorbeeld, een vogel die voorkomt in halfopen landschap en mieren eet die in zo’n hoogstamboomgaard voorkomen, gedijt er prima. De natte graslandpercelen herbergen planten die in een vochtig voedselarm klimaat voorkomen, zoals de bekende dotterbloem. Kenmerkende soorten zijn verder onder meer moerasrolklaver, brunel en gevleugeld hertshooi. In de boomgaard staat een agrarische schuur voor de opslag van materialen. Van het westelijk perceel is in het verleden de bovenlaag afgegraven ten behoeve van kleiwinning. Daardoor is de drooglegging van het perceel gering.
Voor natuurliefhebbers is de Lopikerhout een prachtig gebied om doorheen te wandelen. Om dit gebied prachtig te houden, zijn vrijwilligers altijd welkom om te komen helpen met het onderhoud van het gebied. Aanmeldingen zijn welkom bij de Werkgroep Landschapsbeheer Lopik, p/a Wil Straver, tel. 0348-553378. (707)
Het eveneens zuidelijk van Lopik gelegen Zuiderpark, te bereiken vanaf de parallelweg van de Reinaldaweg, heeft een vijver, bosplantsoen en gazon. Als u zin heeft in een wat langere wandeling, kunt u vanuit het Zuiderpark in westelijke richting lopen over de Oudeslootseweg naar de Lekdijk en via de Lopikerhout terug naar Lopik-dorp.
*2 Dit gebied stond vroeger onder beheer van de kerk. Een gors is een buitendijks aangeslibd gebied.
*3 Afgevlet wil zeggen dat de kleilaag is afgegraven.
