Leersumse Veld
Oeroud bos aangetroffen onder het Leersumse Veld
Bij een grondboring naast het kantoor van Staatsbosbeheer Heuvelrug-Zuid in Leersum, is op 29 meter diepte een 20 centimeter dikke laag fossiel hout aangetroffen. Uitvoerig onderzoek heeft aangetoond dat onder het Leersumse Veld de resten liggen van een oeroud bos uit het Waalien van tenminste 1,2 miljoen jaar oud. Analyse van stuifmeelkorrels geeft een nauwkeurige bepaling van de toen aanwezige plantensoorten.
In januari 2010 is op verzoek van de brandweer gezocht naar goede locaties voor het slaan van een brandput. Naast het kantoor van Staatsbosbeheer in Leersum werd een 62 meter diepe put geboord met de luchtliftmethode. Pas op die diepte werd een voldoende waterhoudende laag aangetroffen. Bij de grondboring kwam echter op 29 meter diepte een laag fossiel hout te voorschijn.
TNO voerde een multidisciplinair onderzoek uit naar het boorprofiel en het gevonden hout. Er werd een nauwkeurige beschrijving gemaakt van alle grondlagen die de boring bevatte. Aanvullend heeft een pollenonderzoek plaatsgevonden. Stuifmeelkorrels laten zien dat de houtlaag overblijfselen bevat van een oeroud bos uit het tijdvak het Waalien. Het is tenminste 1,2 miljoen jaar oud. Het betrof een woud uit een warmere periode dan nu, met als kenmerkende soorten: hemlockspar, fijnspar, vleugelnoot, haagbeuk, linde, iep en saffierstruik. Daarnaast werden veel sporen van de kleine vlotvaren aangetroffen, een indicator uit dit geologische tijdvak.
Ook in de huidige tijd vormen lindebomen in een bos een belangrijke natuurwaarde. Staatsbosbeheer Heuvelrug-Zuid heeft al enige tijd plannen om in de nabije toekomst in Leersum een Atlantisch lindebos te planten. Gezocht wordt nog naar een goede locatie. Bepalende soorten in zo'n lindebos zijn: linde, hazelaar, iep, esdoorn en eik. Sinds 1970 is de strooisellaag in het bos verzuurd, wat tot een achteruitgang van de bodemflora heeft geleid. Vooral bomen als de linde en hazelaar kunnen extra calcium aan de diepe bodem onttrekken. Bij de bladafval komt dit weer op de bosbodem terecht, die daardoor geneutraliseerd wordt. Dit leidt tot versnelde strooiselvertering. Zo ontstaan kansen voor een bijzondere bodembegroeiing met bijvoorbeeld dalkruid en klaverzuring. (bron: Staatsbosbeheer, 10-1-2011)
