Weidevogelbeheer
Weidevogelseizoen 2010 in Laag Holland lijkt redelijk goed
De vrijwillige weidevogelbeschermers, boeren en natuurbeheerders in Laag Holland hebben een eerste balans opgemaakt van het broedseizoen van 2010. Ondanks de strenge winter en het koude voorjaar zijn de vogels niet later gaan broeden, alleen de kieviten lieten het dit seizoen wat afweten. De agrarische natuur- en landschapsvereniging Water, Land & Dijken en Landschap Noord-Holland spreken van een redelijk goed weidevogelseizoen. In het eerste jaar met een meer gebiedsgerichte werkwijze, in het kader van het nieuwe Subsidiestelsel Natuur en Landschap, is op ruim 10.000 hectare met zo'n 100 gebiedsplannen het weidevogelbeheer uitgevoerd. Daarbij staat het vliegvlug worden van de kuikens centraal en de eerste indruk is, dat dit seizoen redelijk goed geslaagd is.
Uit steekproeftellingen onder de grutto's, blijkt het aandeel jongen hoger te zijn dan in andere jaren. Vooral in de Zeevang, de Krommenieër Woudpolder, de Enge Wormer en de Kalverpolder, delen van Waterland-Oost en het Wormer- en Jisperveld deden de vogels het goed. De aantallen tureluurs en scholeksters waren hoger dan anders en ze brachten flink wat jongen groot, mede door het latere maaien. Uitzondering vormen gebieden waar vossen aanwezig zijn of de landbouw te intensief is voor weidevogels.
Vossen waren er dit jaar meer dan anders, doordat jagers onvoldoende middelen ter beschikking hadden bij de vossenbestrijding. De vergunningen voor de bestrijding met de lichtbak werden pas afgegeven toen het broedseizoen al van start was gegaan. Bovendien ontstaan op steeds meer plaatsen bosjes en struweel waar de vos zich kan verschuilen. De weidevogelpaartjes komen dan nog wel naar het gebied, maar krijgen onvoldoende kuikens vliegvlug zodat de populaties uiteindelijk afnemen. Of de vogels mijden op den duur dergelijke, qua biotoop goede gebieden, en moeten dan uitwijken naar tweederangs gebieden met minder broedsucces.
Het vliegvlug worden van kuikens is mede te danken aan het 'last minute beheer', dat op 320 hectare is toegepast. Daarbij stellen boeren het maaien 14 dagen of meer uit in die gebieden waar veel jongen van weidevogels aanwezig zijn. Dit is een aanvulling op de ruim 2.300 hectaren die contractueel laat gemaaid worden voor de kuikens en die zorgen voor een gevarieerd voedselaanbod en schuilgelegenheid. Daarnaast zijn er de natuurreservaten, waar de weidevogels het dit jaar over het algemeen ook goed gedaan hebben. In sommige gebieden is daar ook extra laat gemaaid voor de nog laat aanwezige weidevogelgezinnen. (bron: Landschap Noord-Holland, 29-7-2010)
