Oude Buisse Heide
Status
- De Oude Buisse Heide is een landgoed en natuurreservaat in de provincie Noord-Brabant, in de streek Baronie en Markiezaat, gemeente Zundert.
- De Oude Buisse Heide valt onder het dorp Achtmaal.
Naam
Oudere schrijfwijzen
1894 ‘Angora of Buissche Heide’. (84)
Naamsverklaring
Het gebied ontleent zijn naam aan de O hiervan gelegen buurtschap De Buis. Aanvankelijk was er ook nog sprake van een landgoed Nieuwe Buisse Heide, dat rond 1907 door Willem van der Schalk, de broer van Henriëtte Roland Holst*1, werd aangekocht. Deze naam is niet meer in gebruik.
*1 Zie verderop op deze pagina.
Ligging
De Oude Buisse Heide ligt 1 km NW van Achtmaal, W van het landgoed Wallstein.
Statistische gegevens
De Oude Buisse Heide is 200 hectare groot en wordt beheerd door Natuurmonumenten.
Beschrijving
In het noorden bestaat het gebied uit typisch Brabantse heide, waarin ook enige vennen liggen, en weide met hakhout. In het midden uitgestrekte dennen- en loofbossen. Rondom het landhuis Angorahoeve staan prachtige eiken en beuken. “Gagel omzoomt de vennen, samen met andere karakteristieke soorten als snavelbies, zonnedauw en veenmossen.
De bossen zijn destijds voor houtproductie aangelegd. Toch doet dit bos vrij natuurlijk aan. Deels komt dat door de ouderdom: de dikke grove dennen zijn zo’n tweehonderd jaar oud. Bovendien voert Natuurnonumenten hier sinds 1945 (het jaar waarin zij het landgoed in eigendom verkreeg, red.) een natuurgericht beheer. Loofbomen, varens en kruiden hebben de kans gekregen om uit te groeien, terwijl het dode hout gewoon blijft liggen. Allerlei paddestoelen, planten en dieren hebben van deze ontwikkelingen geprofiteerd. De bossen zijn met name rijk aan spechten. Bijna altijd is hun geroffel op de bomen te horen.
Als het niet te nat is, kunt u het pad langs de vennen en de open heide volgen. Het is een van de weinige stukken heide die nog over is op het landgoed. Met de komst van de kunstmest is veel heide ontgonnen tot landbouwgrond. Dieren die veel heide nodig hebben, zoals het korhoen, zijn daardoor verdwenen. Voor andere diersoorten, zoals wulp, levendbarende hagedis en talloze insecten, heeft dit restant nog genoeg te bieden. Vooral de vele libellen die ’s zomers boven het water jagen, zijn spectaculair om te zien. En wat dacht u van de boomvalk die af en toe langs scheert om een libel uit de lucht te grijpen?” (70).
In 2011 is de kwaliteit van de vennen op de Oude Buissche Heide en De Pannenhoef verbeterd. Het gaat om de vennen Fleschven, Adamsven, Stekven, Jean Dikkeven, Westelijke ven en Zandwasserij. Door bladval en mineralen uit onder andere boomwortels waren er teveel voedingstoffen in de vennen gekomen. Dit verslechterde de waterkwaliteit. De bodem rondom de vennen is verschraald. Dit houdt in dat een kraan de voedselrijke bodem met bladeren en wortels heeft verwijderd.
Geschiedenis
Tijdens de IJstijd, zo’n twee miljoen jaar geleden, ontstonden er door het vele smeltwater zeer uitgebreide moerasgebieden waarin zich veen ontwikkelde. De Buisse Heide was onderdeel van zo’n uitgestrekt moerasgebied. Duizenden jaren heeft het veen zich kunnen ontwikkelen. Pas in 1543 gaf de baron van Breda gronden uit om ‘uit te moeren’ (de Zundertse Moeren). De turfwinning speelde ook hier een grote rol. Diverse namen in de omgeving herinneren hier nog aan. De ontginning van de Buisse Heide begon in 1618, het jaar waarin tevens de Turfvaart*1 werd aangelegd. Vanaf dat moment begon de heide zijn huidige vorm te krijgen. Het meeste afgegraven land bleef namelijk ‘woest’. Het werd gebruikt om bos aan te planten, vee te weiden of plaggen te steken. Rond 1900 bestond het grootste deel van de Oude Buisse Heide dan ook uit uitgestrekte heidevelden en bossen.
“Het landgoed is ontstaan in 1735, toen Hendrik Snellen*2 toestemming kreeg van de Nassause Domeinraad om samen met zijn broer Pieter vierhonderd bunder heide onder Zundert en Rijsbergen in gebruik te nemen. Dit gebied sloot aan op de bezittingen die zij hier reeds hadden. De regenten van Zundert protesteerden hiertegen, omdat de inwoners van het nabijgelegen Klein-Zundert ‘ten enemaal van boventorff en heyden tot strooisel en voedsel van haar schapen beroofd zouden worden en zoo geruïneerd’. De Domeinraad vond dit wel meevallen; Klein-Zundert zou nog honderd bunders overhouden waar zij nog honderd jaar mee vooruit zouden kunnen. Bovendien ontving de gemeente uit deze grond jaarlijks 10 gulden, 13 stuivers en 12 penningen en zou door de ontginning de werkgelegenheid worden bevorderd. Ook toen al een steekhoudend argument!” (113).
Henriëtte Roland Holst en Richard (Rik) Roland Holst op de Oude Buisse Heide
Dichteres dr. Henriëtte Roland Holst-van der Schalk*4 heeft hier met haar man prof. Richard (Rik) Roland Holst*5 gewoond van 1918 tot kort voor haar overlijden in 1952. De Angorahoeve was hun ‘tweede huis’; zij woonden er doorgaans van mei tot december. De moeder van de dichteres, Anna Ida van der Schalk- van der Hoeven*6, erfde in 1899 het landgoed, dat oorspronkelijk was verbonden met het naastgelegen landgoed De Moeren. Haar broer, prof. mr. H. van der Hoeven*7, erfde in hetzelfde jaar De Moeren. Henriëtte en haar broer Willem*8 erfden de Oude Buisse Heide van hun moeder in 1914. Na het overlijden van Willem erfde Henriëtte ook zijn helft.
Het was een inspirerende omgeving voor het echtpaar; Henriëtte schreef er haar beste poëzie en Richard verklaarde dat hij zijn bekende boekje ‘Overpeinzingen van een Bramenzoeker’*9 in een andere omgeving nooit had kunnen schrijven. Richard werkte in een nabijgelegen atelier, dat hij in 1919 liet bouwen door architect Margaret Kropholler. Kropholler heeft ook de huidige schuur ontworpen in 1941, nadat de vorige was afgebrand. De panden zijn een voorbeeld van de beide stromingen van de Amsterdamse School.
Richard Roland Holst was schilder, glazenier, lithograaf en schrijver en ontwierp onder meer muurschilderingen voor het Beursgebouw te Amsterdam en twee monumentale gebrandschilderde ramen voor de Dom te Utrecht. Van 1926 tot 1934 was hij hoogleraar en directeur van de Rijksacademie voor Beeldende Kunst te Amsterdam. Zij nodigden vaak gasten uit op het landgoed. Onder meer Herman Gorter, Arthur van Schendel, Top Naeff, prof. Huizinga, Berlage en Charley Toorop hebben er gelogeerd. Het landgoed is in 1945 door Henriëtte Roland Holst geschonken aan Natuurmonumenten.
*1 Zie verder aldaar.
*2 1679-1769.
*4 1869-1952.
*5 Overleden in 1938.
*6 1845-1914.
*7 1843-1924.
*8 Overleden in 1944.
*9 1923.
Literatuur
In 1949 is de autobiografie ‘Het Vuur brandde voort’ van Henriëtte Roland Holst verschenen.
Annie Romein-Verschoor, ‘Figuur en betekenis van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk’, in: ‘Spelen met de tijd’ (uitg. Querido, 1957).
Carin Hereijgers is in 1995 afgestudeerd in de algemene literatuurwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, op haar scriptie ‘Henriëtte Roland Holst: dichteres op een kentering van de tijd’ (in 1998 uitgegeven door uitg. Olthof & Hereijgers). Zij ontving er de eerste prof. dr. C. Halkes Scriptieprijs voor, voor de beste en meest vernieuwende scriptie op het terrein van gender, emancipatie of vrouwenstudies. Hereijgers doet nog steeds onderzoek naar de poëzie van Henriëtte Roland Holst.
Elsbeth Etty, ‘Liefde is heel het leven niet: Henriëtte Roland Holst 1869-1952’ (biografie, uitg. Balans, 1996). Etty schrijft onder meer over de dichteres, doelend op haar grote productiviteit: “Zij schreef zoals een andere vrouw breide.” En het magazine Opzij schrijft in de recensie van Etty’s biografie: “Als je denkt dat je het druk hebt: neem dan de tijd om dit mooie boek te lezen en je zult zien – alles valt mee in vergelijking met de bergen werk die deze dichteres, schrijfster en politica in haar tijd wist te verzetten.”
Bezienswaardigheden
De hofstede dateert uit 1792.
Boerderij uit 1809 (= kantoor voor de districtsbeheerder van Natuurmonumenten).
De Angorahoeve (Roosendaalsebaan 19-21) is een langgevelboerderij met een klokkentorentje op het dak. Het is rond 1900 als zomerhuisje gebouwd door de moeder van Henriëtte. Oorspronkelijk was het de naam van de oude boerderij, die na 1900 de Buisse Hoeve wordt genoemd.
De theekoepel dateert uit 1840. Henriëtte Roland Holst dronk hier geregeld haar thee en ontving hier vele prominenten. De poelen waar u vanuit de koepel over uitkijkt, zijn met name van belang voor kikkers en salamanders, om zich voort te planten.
In de oude beuken zijn diverse spechtengaten uitgehakt.
Recreatie
Vrije toegang op wegen en paden tussen zonsopkomst en zonsondergang.
De gebouwen op het landgoed worden door particulieren bewoond en zijn daarom niet van dichtbij te bekijken. Die mogelijkheid bestaat wel met een excursie van Natuurmonumenten (nadere informatie hierover bij deze organisatie, of bij de VVV Zundert).
Natuurmonumenten heeft over de Oude Buisse Heide een fraaie wandelroutebeschrijving (lengte: vijf kilometer) uitgegeven, met beschrijving van het leven van de dichteres, getiteld ‘Henriëtte’s wandeling’. De brochure is geschreven door de in Zundert geboren Carin Hereijgers. Langs de route kunt u enkele van Henriëtte’s gedichten bewonderen. “Vaak beschreef Henriëtte haar gemoedstoestand aan de hand van beelden uit de natuur. De Buisse Heide is zo een spiegel voor de actieve geest van haar bewoonster. Henriëtte Roland Holst overleed in 1952, maar de Buisse Heide is er nog met dezelfde rododendrons, velden en vogels. Nu haar gedichten weer langs de paden staan, is het net of zij er zelf weer haar dagelijkse wandeling maakt”, aldus Hereijgers in de inleiding van de brochure. Honden moeten tijdens de wandeling aan de lijn, voor de rust van de dieren en andere wandelaars. De route is niet geschikt voor invaliden en kinderwagens, in verband met hekjes en erg natte en droge delen.
Eveneens van Natuurmonumenten is de wandelroute Oude Buisse Heide (lengte: twaalf kilometer), die voert over de landgoederen en natuurgebieden Oude Buisse Heide, De Moeren, De Reten en Wallstein. U kunt de route downloaden van de site van Natuurmonumenten.
Fietspaden.
Literatuur
De bovenvermelde gegevens zijn grotendeels ontleend aan de publicatie ‘Wat ouderen nog weten’ van de Heemkundekring Sprundel.
L. Voermans, ‘Tusschen twee werelden: het boek van de Buissche Heide’ (uitg. Vorsselmans, 1991).
