Trompenburgh
Huis De Trompenburgh is een belangrijke buitenplaats in 's-Graveland, vermoedelijk gebouwd door Daniel Stalpaert voor admiraal Cornelis Tromp, zoon van de legendarische admiraal Maarten Harpertsz Tromp. De opzet van het huis, de Hooge Dreuvik, dateert uit 1654. De opdrachtgever was Joan van Hellemondt, de eerste man van Tromps vrouw Margaretha van Raephorst.
Tromp liet het in 1675-1684 opnieuw opbouwen, nadat de Fransen in het rampjaar 1672 zijn buitenhuis grondig hadden verwoest, toen Tromp weigerde de brandschatting van 3500 gulden te betalen. 's Zomers bewoonde het gezin de buitenplaats, door de eigenaar na zijn verheffing in de Deense Gravenstand (1677) - Tromp was toen opperbevelhebber van de Deense vloot - in 1678 "Syllisburg" genoemd. De naam Trompenburgh stamt vermoedelijk uit de 18e eeuw.
Het huis bestaat uit een woongedeelte - het corps de logis - dat houten buitenmuren heeft. Door een gang is het huis verbonden met een erachter gelegene groot achthoekig paviljoen. Hierin bevindt zich de 'koepelzaal' met prachtige wandbespanningen en schilderingen, die de verheerlijking van het geslacht Tromp uitbeelden. Er zijn scheepsportretten (o.a. van de Witte Olifant en de Hollandia) en zeeslagen em portretten van vader en zoon Tromp en hun beider echtgenoten.
Sinds 2006 staat Huis De Trompenburgh ter beschikking aan het Rijksmuseum te Amsterdam (bruikleen). Er worden lezingen en kleine conferenties en exposities gehouden. Elke eerste zondag van de maand vanaf 1 april tot 1 oktober wordt Trompenburgh opengesteld voor het publiek en op speciale dagen voor de "Vrienden van het Rijksmuseum".
Er zijn geen meubelen meer in het huis, er hangen wèl verschillende schilderijen, onder andere van Cornelis Tromp, zijn echtgenote en zijn ouders, en van een paar zeeslagen, waar onder een die door Van der Velde de Oude is geschilderd en in bruikleen is gegeven door een particulier. Alle daken zijn opnieuw van leisteen voorzien. De architect heeft de leien in een opvallend scheef patroon laten aanbrengen.
Trompenburgh niet van Natuurmonumenten
Het is opvallend dat Trompenburgh een van de weinige 's-Gravelandse Buitenplaatsen is die niet in het bezit is van Natuurmonumenten. Reden is dat Frans Blaauw, die getrouwd was met Louise Digna Six, dat zo bepaald heeft. Jonkvrouw Six was eigenaresse van Gooilust en Trompenburgh. Blaauw en Six leefden in onmin en op een gegeven moment heeft Blaauw de buitenplaats Trompenburgh in eigendom verkregen van zijn vrouw. In het testament van Six stond echter dat Gooilust aan Natuurmonumenten geschonken zou worden, wanneer Natuurmonumenten de buitenplaats Hilverbeek zou kopen van haar broer. Na haar overlijden is dat ook gebeurd. Blaauw was zo boos (hij moest feitelijk Gooilust verlaten en Trompenburgh was een kostbaar landgoed en huis om te onderhouden) dat hij in zijn testament bepaalde dat Trompenburgh nooit in eigendom mocht komen van Natuurmonumenten en dat hij het schonk aan de Staat der Nederlanden. Dit is dus nog steeds zo. Ook een stukje van het achterliggende Corversbos hoort bij Trompenburgh en het curieuze was dat een deel van het Corversbos in beheer was bij Staatsbosbeheer (die de natuurbeheertaken doet voor de Dienst der Domeinen) en een deel bij Natuurmonumenten. Over het Corversbos is inmiddels een overeenkomst gesloten met Domeinen en de erfgenamen van Blaauw, waardoor dat bos nu in zijn geheel in beheer is bij Natuurmonumenten.
Foto's
-Fotoreportage over Trompenburgh van fotograaf Martin Stevens
Links
- Site over buitenplaats Trompenburgh te 's-Graveland.






Nieuwe reactie inzenden