Museum De Vier Ambachten
Hulst heeft een rijke historie. Al wandelend over de 3,5 km lange stadswallen of al wandelend door de binnenstad, wordt dit snel duidelijk. De vele prachtige gevels en gebouwen getuigen, samen met de unieke vestingwerken, van een eeuwenoude geschiedenis. Eén van de gebouwen met een rijke historie is het voormalige refugium van de abdij Ter Duinen. Hier is sinds 1979 Streekmuseum De Vier Ambachten gevestigd. Het statige huis uit de 16e eeuw geeft huisvesting aan de collecties van de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten.
Op deze locatie stond in de eeuwen daarvoor het 'Steen', de gevangenis van Hulst. In de loop van de 16e eeuw kwam het gebouw echter in handen van de abdij Ter Duinen. Deze gebruikte het enerzijds als opslagplaats voor granen en anderzijds als toevluchtsoord binnen de veilige stad Hulst in tijden van nood (refugium). In de 17e eeuw werd het pand aan de opperbevelhebber van het Spaanse leger verhuurd als woonhuis. Na de verovering van de stad Hulst in 1645 door de Staatse troepen onder leiding van Frederik Hendrik van Nassau, prins van Oranje, werd het refugium in beslag genomen en overgedragen aan de Prins van Oranje. Vandaar dat het sinds dat jaar ook wel 'Princehuis' wordt genoemd.
Het fraaie pand met haar merkwaardige laatgotische achtkantige toren werd particulier woonhuis. Aan het einde van de 18e eeuw onderging het gebouw een rigoureuze verbouwing. Zo werd de voorgevel ongeveer 1.20 meter opgetrokken en het leien dak werd vervangen door een pannendak. De fraaie zijtrapgevels met banden van natuursteen en de traptoren verkeren nog in de oorspronkelijke toestand. De laatste bewoner verkocht het pand in 1973 aan de gemeente Hulst, waarna het gebouw, na een omvangrijke restauratie in 1979, in gebruik werd gegeven aan de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten om in het gebouw een museum in te richten.
Archeologie en gebruiksaardewerk
De in de kelder van het museum tentoongestelde bodemvondsten dateren uit de periode van de dertiende tot de achttiende eeuw en zijn afkomstig uit de Hulster binnenstad en van de Westerscheldeoevers. De collectie bevat enkele zeer opvallende stukken. Zo tref je in de verzameling een pelgrimsinsigne, enkele glissen (soort schaatsen) en huisraad aan die werden gevonden op het terrein van het voormalige Minderbroedersklooster (nu 's-Gravenhofplein). Eén vitrine is gevuld met vondsten uit de prehistorie, met name uit de oudste nederzetting van Zeeland: Nieuw-Namen. In Nieuw-Namen werden vuurstenen werktuigjes gevonden die erop wijzen dat hier zo'n 10.000 jaar geleden, in de oude steentijd, al mensen woonden.
Klederdrachten
In het museum zijn ook klederdrachten te bewonderen. De nadruk bij de klederdrachten ligt op de dracht van het Land van Hulst, het Land van Axel en het Land van Cadzand. Het kostuum van de vrouwendracht uit Hulst is compleet, inclusief sieraden, in het museum aanwezig. Van de mannendracht is helaas weinig bekend. Van het Land van Axel zijn zowel de vrouwen- als mannendracht en de kinderkleding compleet te bewonderen. Indrukwekkend is de verzameling vrouwenkappen en kinderkleding. Enkele vitrines zijn gevuld met sieraden en gebruiksvoorwerpen als waaiers en tondeldozen.
Videohoek
Op de eerste verdieping van het museum is een videohoek ingericht. Hier vertellen beelden over het ontstaan van de stad Hulst en haar omgeving.
Reynaert de Vos
'Het was in eenen tsinxen daghe'. Met deze zin begint het middeleeuwse dierenepos 'Van den vos Reynearde' dat in de 13e eeuw werd geschreven. Het vormt in zijn genre een van de hoogtepunten van de Nederlandse en zelfs van de West- Europese literatuur. Het verhaal handelt over de listige vos Reynaert, die met zijn sluwe streken de waarden en normen uit die tijd een hak zet. Sedert 1928 wordt gesproken over de relatie van Hulst met het Reynaertverhaal. Hulst verdient het predikaat 'Reynaertstad' onder andere vanwege de vermelding van Hulsterloo (Nieuw-Namen) en Absdale, beide kernen in de huidige gemeente Hulst, in het Reynaertverhaal.
De beroemdste inwoner van Hulst mag natuurlijk niet ontbreken in het Hulster museum. Aan hem is op de eerste etage van het museum een speciale hoek gewijd.
Gilden
Verder op de eerste verdieping aandacht voor gilden uit stad en ambacht. Van de gilden worden onder meer vaandels, handbogen, medaillons en een staande wip getoond. Topstukken in deze verzameling zijn de ivoren polsbeschermers uit de zeventiende eeuw.
Vestingwerken
In het tweede vertrek op de eerste verdieping ligt de nadruk op de ontwikkeling en de geschiedenis van de vesting Hulst. Centraal in de opstelling staan de maquettes van de stad Hulst anno 1980 en de Bollewerckpoort. De Bollewerckpoort wordt ook wel Dobbele poort of Keldermanspoort genoemd. Deze poort werd aan het begin van de zestiende eeuw gebouwd op de plek waar de haven van Hulst (de verbinding met de Westerschelde) de stad bereikte. De dubbele functie van de poort (land- en waterpoort) is op de maquette duidelijk te zien. Door de waterpoort konden de schepen de haven in- en uitvaren, terwijl twee bruggen de landwegen verbonden met de stad.
Bij het beleg van Hulst in 1596 door Albertus van Oostenrijk werd de Keldermanspoort voor een groot deel verwoest. De restanten van de poort werden in 1618 met aarde bedekt. Het duurde tot 1957 voordat het bouwwerk werd opgegraven. Kaarten uit de collectie van de oudheidkundige kring completeren het beeld van de ontwikkeling van de vesting Hulst. Te zien zijn originele kaarten van de hand van beroemde kaartmakers als A. Mair, J. van Deventer, W. Blaeu en de familie Hattinga.
Nijverheid en folklore
Op de zolderverdieping van het museum springt allereerst de kapconstructie in het oog. Een indrukwekkend staaltje vakmanschap. Deze ruimte is gevuld met voorwerpen die betrekking hebben op 'leven en werken in het Land van Hulst'. Te zien zijn onder meer werktuigen, die in gebruik zijn geweest bij landbouwers, zoals ploegen. Ook werktuigen van ambachtslieden als de gareelmaker, de timmerman, de borstelmaker, de imker en de bakker zijn te bewonderen. Tenslotte tref je er ook huishoudelijke zaken aan als wafelijzers, een bonenmolen, een koffiebrander en dergelijke.
Onderwijs
De ouderwetse schoolspullen die op de zolder van het museum te zien zijn, doen de tijd van weleer herleven.
Vogels
De verzameling opgezette vogels heeft heel toepasselijk op de zolderverdieping een plaats gekregen. Het gevoel van vrijheid dat vogels ongetwijfeld hebben wanneer zij door het luchtruim zweven, kan de bezoeker ook enigszins ervaren. Bestijg hiervoor de trap van het torentje van het gebouw. Hierboven kun je genieten van een ronduit prachtig uitzicht over Hulst.
Museumtuin
Achter het museum vind je een kleine (kruiden)tuin, waarin je je op een mooie zomerdag terug in de tijd kunt wanen. In deze pittoreske tuin tref je een zogenaamde travalje (hoefstal) en een smidse (smederij) aan.
Klompenmakerij en vlasserij
In de tuin is een dependance gebouwd waarin een volledig ingerichte klompenmakerij en vlasserij zijn ondergebracht. Het bij de gemeente Hulst behorende dorp Clinge was eens bekend om zijn klompenmakerijen. Het dorp Heikant daarentegen, had een grote bekendheid als vlascentrum.
Kortom, een bezoek aan het museum biedt een mooie kennismaking met een aantal facetten van de stad en het land van Hulst en haar geschiedenis.
Oudheidkundige Kring 'De Vier Ambachten'
In 1928 werd te Hulst de Oudheidkundige Kring De Vier Ambachten opgericht. Directe aanleiding daartoe was de historische tentoonstelling als onderdeel van de grote landbouwtentoonstelling, die in 1927 in Hulst werd gehouden. Het verlangen iets dergelijks permanent beschikbaar te hebben in Hulst, leidde tot het idee een vereniging op te richten. Het doel daarvan werd het bevorderen en verspreiden van de kennis over de geschiedenis, folklore en oudheidkunde én het behouden en herstellen van de historische monumenten in Oost- Zeeuws-Vlaanderen. Dat doel moest worden bereikt door het inrichten van een oudheidkamer, een historische bibliotheek en door het houden van lezingen en het verzorgen van publicaties. In overeenstemming met het motto 'Het erfdeel der vaderen met liefde toegewijd' gingen de leden van de kring zich voortvarend bezighouden met het verzamelen en conserveren van museale voorwerpen uit Oost-Zeeuws-Vlaanderen.
Waar komt de naam De Vier Ambachten vandaan?
Eind 12e eeuw waren er in het gebied van de graaf van Vlaanderen vier gebieden met een door de graaf verleende rechts- en bestuursbevoegdheid: 'Quatro offices'. Het woord ambacht is afgeleid van 'ambt' en heeft in dit geval dus niets te maken met het oude woord voor arbeid. Halverwege de 13e eeuw zijn deze vier ambachten samen gaan werken als 'De Vier Ambachten' waarmee de naam geboren was die ons museum nu nog draagt. Het betreft de ambachten van Assenede, Axel, Bouckhoute en Hulst.

Nieuwe reactie inzenden