Zoutmuseum Delden
Zoutmuseum Delden is in 1985 opgericht en geeft een veelzijdig beeld van zout. In het Zoutmuseum ontdekt u wat men vroeger met zout deed en waarom het nu nog steeds belangrijk voor ons is. Tevens beschikt het museum over een grote collectie zoutvaatjes.
Zoutlagen
Delden en het zout: In 1886 liet baron van Heeckeren van Wassenaar op het landgoed Twickel te Delden boringen naar drinkwater uitvoeren. Maar het water dat naar boven kwam was niet te drinken; het was zout. Zo werd ontdekt dat de Twentse bodem zoutlagen bevatte. Deze ontdekking vormde het begin van een uitgebreide exploitatie. Na de eerste wereldoorlog werd in Boekelo de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (K.N.Z.) opgericht, het huidige Akzo Nobel te Hengelo.
Structuur
Met zout wordt doorgaans het gewone keukenzout bedoeld, de gangbare term voor natriumchloride (NaC1). Iedere kristal van natriumchloride of keukenzout bevat positief geladen natriumionen en negatief geladen chloorionen in gelijke verhouding. Ieder natriumion is omgeven door zes chloorionen en andersom. Door deze regelmatige structuur ontstaan mooie kristallen in de vorm van een kubus.
Betekenis
Al sinds onheuglijke tijden wordt zout door de mensheid gebruikt. Toen tegen het einde van de steentijd de eerste nederzettingen en de vroegste vormen van landbouw ontstonden, veroorzaakte dit een verandering in het voedingspatroon van de mens. Voor die tijd was vlees uit de jachtopbrengsten het voornaamste voedsel, dat voldoende zout leverde om in de normale behoefte te voorzien. Met de primitieve landbouw vond echter een overgang plaats naar een menu waarin naast vlees, plantaardige gewassen een grote rol gingen spelen. Deze gewassen leverden niet voldoende zout en de behoefte ontstond om zout aan de maaltijd toe te voegen. Later ging men zout gebruiken als ruil- en betaalmiddel en, op grote schaal, voor de conservering van voedsel. Inmiddels kent zout tal van toepassingen: bij het leerlooien, glazuren van aardewerk, bij gladheidsbestrijding enzovoorts.
Ontstaan
Ongeveer 240 miljoen jaar geleden was een groot deel van West-Europa bedekt door een binnenzee, de Zechsteinzee. Er heerste een heet en droog klimaat, waardoor veel water verdampte. In het resterende water vormden zich zoutkristallen, die zich afzetten op de bodem, waar een zoutlaag gevormd werd van soms wel honderden meters dik. Enkele tientallen miljoenen jaren later, tijdens de bondzandsteentijd, herhaalde dit proces zich, waardoor een nieuwe zoutlaag ontstond, het zogenaamde Rötzout. Dit zout dat op een diepte van ongeveer 400 meter ligt, wordt in Hengelo geëxploiteerd, het Zechzeesteinzout, tussen 1000 en 1500 meter diep, in Winschoten.
Winning
Er bestaan diverse manieren om zout te winnen. In tropische gebieden wordt zout gewonnen d.m.v. natuurlijke verdamping. In gesloten bekkens wordt zeewater opgevangen dat door de warmte van de zon verdampt. Zo blijft een zoutlaag achter. In woestijngebieden steekt men uit oude droge zeebeddingen zoutplakken af, die in rechthoekige platen worden gehakt. Een andere methode is de droge mijnbouw, die o.a. in Oostenrijk en Amerika wordt toegepast. In drassige streken aan zee werd vroeger zout gewonnen uit zouthoudend veen, het zogenaamde "darinc'. In Nederland (Hengelo) wordt zout gewonnen door oplosmijnbouw. Via buizen in de grond wordt water naar beneden gevoerd. Het ondergrondse steenzout lost op en wordt als pekel weer naar boven gepompt. Na zuivering wordt de pekel kunstmatig ingedampt. De apparatuur van de boring wordt beschermd door een boorhuisje, dat het silhouet heeft van een Twentse boerderij.
Het Museum
Het Zoutmuseum is gevestigd in een eeuwenoud raadhuis: In 1655 breekt er op hemelvaartsavond brand uit waardoor 120 huizen en het stadhuis van Delden verbranden. Het is niet bekend hoe dit stadhuis er uitzag omdat alle documenten bij de brand verloren gingen. In 1657 wordt een nieuw stadhuis in gebruik genomen. Dit stadhuis blijft tot 1872 vrijwel onveranderd; in 1872 is het grondig verbouwd om ook het kantongerecht te kunnen huisvesten (tot 1878). Na de sloop van het buurthuis krijgt het stadhuis in 1906 zijn huidige vorm. In de jaren vijftig wordt het stadhuis naar het tegenoverliggende pand verplaatst. Het oude stadhuis wordt dan politiebureau. Na verhuizen van de politie wordt het oude stadhuis in 1983 ingericht als oudheidkamer met een afdeling over zout. In 1985 wordt het gehele gebouw in gebruik genomen als Zoutmuseum. In 1993 is het museum verbouwd en opnieuw ingericht.
Chemie
Zout is grondstof voor een uitgebreide chemische industrie. De basis voor deze industrie is het elektrolyseproces. Hierbij wordt het zout - natriumchloride (NaCl) - gesplitst in natrium (Na) en chloor (Cl). Onder toevoeging van water worden tijdens het proces waterstofgas, natronloog en chloorgas gevormd. Waterstofgas wordt gebruikt voor het harden van vetten in de margarine- en kaarsenfabricage. Natronloog wordt toegepast in de textiel- en kunstvezelindustrie, bij de papierfabricage en in de petroliumindustrie. Chloor wordt gebruikt in de papier- en kartonindustrie, bij de fabricage van kunststoffen en bestrijdingsmiddelen en voor waterreinigingsinstallaties.
Vervoer
In het huidige produktieproces van Akzo Nobel spelen naast investerings-, energie-, personeels en researchkosten de transportkosten van zout een belangrijke rol. Dit vervoer is prijzig; de afzet van bulkzout is daarom beperkt tot voornamelijk West-Europa. Een zo efficiënt mogelijke organisatie van het zouttransport is van groot belang.
Leven
Aangezien in een levende cel stofwisselingsprocessen in een zout milieu plaatsvinden, kon de ontwikkeling van organismen alleen in de zee ontstaan. Om op het land te kunnen leven moesten aanpassingsprocessen plaatsvinden, waardoor het zoute milieu binnen de cel gehandhaafd bleef. Zo ontstonden celwanden. Alle levende organismen zijn opgebouwd uit een samenstel van cellen en celwanden. Het interne milieu bij mens en dier verschilt niet wezenlijk van het zoute milieu, waarin de eerste cellen tot ontwikkeling zijn gekomen. Het zoutgehalte van het menselijk bloed is vrijwel gelijk aan dat van zeewater.
Milieu
Jaarlijks komt veel zout ons milieu binnen. Vaak wordt gedacht dat alleen het wegenzout hiervoor verantwoordelijk is. Uit het hierna volgende overzicht blijkt dat er nog meer verzilters zijn.
wegenzout 175.000 ton per jaar
neerslag 200.000 ton per jaar
landbouw 220.000 ton per jaar
zeewater 2.000.000 ton per jaar
rivieren 10.000.000 ton per jaar
Onder invloed van zout verandert de bodemstructuur zodanig dat de aarde minder water doorlaat. Tevens wordt het zoutgehalte van de bodem kleiner. Schade aan de bodem leidt tot schade aan de planten, struiken en bomen. Beperking van de gestrooide hoeveelheden wegenzout is belangrijk, maar ook de andere oorzaken moeten niet onderschat worden.
Cultuur
Op vele terreinen van de menselijke cultuur neemt zout een vooraanstaande plaats in. Zo blijkt uit b.v. vele bijbelteksten de waarde die aan zout werd gehecht. 'Gij zijt het zout der aarde' sprak Christus tot zijn volgelingen, omdat hij hen als het kostbaarste ter wereld beschouwde. In de vorm van dergelijke zegswijzen en spreekwoorden bleef zout een belangrijke rol spelen in het taalgebruik. Ook in het volksgeloof duikt het steeds weer op. Bijvoorbeeld als afweermiddel tegen heksen en tovenaars.
Collectie zoutvaatjes
Het zoutvaatje heeft een lange geschiedenis achter zich. Het allereerste zoutvat was een uitgehold stuk brood, maar uiteindelijk ontstond grote variatie in vormen en materialen. In de Renaissance waren sommige zoutvaten artistieke hoogstandjes, bedoeld om de tafels van de welgestelden te sieren. Ze kregen zelfs een naam. Het meest beroemde zoutvat is de Salieri, gemaakt door de Florentijse goudsmid Benvenuto Cellini (1500-1571). In de twintigste eeuw hebben de verschillende verschijningsvormen het verzamelen in de hand gewerkt.
Het Zoutmuseum Delden beschikt over een grote collectie zoutvaatjes. De collectie bevat meer dan 2000 exemplaren. Hiertoe behoren gekke en ludieke, maar ook zeer fraaie en kostbare zoutvaatjes.

Nieuwe reactie inzenden