Kerensheide
Onderdelen
lokatie
Status
- Het Kerensheide waar we hier op doelen was een voormalige wijk - maar in feite was het een klein dorp - voor staatsmijnpersoneel in de provincie Limburg, in de Westelijke Mijnstreek, waarvan het grondgebied thans in de gemeente Sittard-Geleen ligt, kern Geleen. T/m 1981 viel het gebied onder een noordelijke uitloper van de gemeente Beek. Er stonden ook plaatsnaamborden 'Kerensheide gemeente Beek'.
- Het grondgebied van het Beekse Kerensheide is bij de herindeling van 1982 overgegaan naar de gemeente Geleen (die op haar beurt in 2001 opging in de gemeente Sittard-Geleen). Sindsdien loopt de gemeentegrens tussen Beek en thans Sittard-Geleen strak N langs Beek en Neerbeek. De grens tussen de gemeenten Stein en Sittard-Geleen loopt ter plekke W langs de A2. De snelweg inclusief knooppunt Kerensheide valt dus onder de gemeente Sittard-Geleen.
Naam
In het Limburgs
De Kaereshei. De ae uit te spreken als een Limburgse langgerekte è.
Naamsverklaring
De boerderij van de familie Hennekens, de Kerenshof, is in 1820 gebouwd op de Beekerheide in opdracht van jonkheer Kerens de Wolfrath uit Beek. De latere wijk Kerensheide is dus vernoemd naar deze jonkheer in relatie tot de ligging in het landschap.
Ligging
De voormalige Beekse staatsmijnbuurt Kerensheide lag Z van de weg Geleen-Stein, O van de huidige wijk Kerensheide in de gemeente Stein. Deze wijk wordt ook wel 'Nieuw Kerensheide' genoemd, om het te onderscheiden van 'Oud Kerensheide', waarover het artikel gaat dat u nu aan het lezen bent. Het oude Kerensheide lag ten O van de snelweg en van het knooppunt Kerensheide (= de kruising A2/A76, zie de Google Maps kaart hierboven), waar de meeste mensen deze naam van zullen kennen. Het lag in een noordelijke uitloper van de gemeente Beek (zie de oude plattegrond onderaan de pagina van Beek, waar die uitloper goed op te zien is). Hoe het wijkje ingedeeld was, kunt u op de plattegrond bij de foto's hieronder zien. De Kerenshoflaan heette oorspronkelijk Koestraat, en ver daarvoor Steinderweg.
Statistische gegevens
De oude Beekse wijk Kerensheide telde ca. 120 huizen en zal dus ca. 500 inwoners hebben gehad. De bewoners bestonden merendeels uit Limburgers, ondergronds en technisch personeel en beambten (administratief en leidinggevend personeel) en ingenieurs. De laatste merendeels bestaande uit "Hollanders". Een ruim begrip voor Limburgers voor iedereen die niet uit Limburg kwam of niet Limburgs sprak.
Geschiedenis
Met de bouw van dit 'Beekse' Kerensheide is rond 1918 begonnen door de Staatsmijnen (de voorganger van het huidige DSM). In feite was het dus een 'fabrieksdorp', zoals er meer in het land waren. Bijvoorbeeld: Batadorp in Best (voor de schoenenfabriek), Heveadorp bij Oosterbeek (voor de rubberfabriek), Heijplaat bij Rotterdam (voor scheepswerf RDM) en Philipsdorp in Eindhoven (die naam spreekt voor zich). Er waren elders in Zuid-Limburg meerdere buurten en wijken speciaal voor de mijnwerkers gebouwd. Daar werden ze vaak met 'kolonie' aangeduid (met de klemtoon op de laatste lettergreep). Enkele van deze kolonié-en bestaan nog. De 'ouw kolonie' in Lutterade niet ver van Kerensheide is zo'n voorbeeld.
Kerensheide bestond uit vier straten, en was voorzien van hoge platanen en weelderig groen. Het was prachtig omzoomd door weilanden en akkers maar ook door het lawaaiige en stinkende SBB, de grauwe Steenberg, de Staatsmijn Maurits en de cokesfabriek Emma (de latere Polychem).
Kerensheide is in 1978 geheel gesloopt voor de uitbreiding van het terrein van DSM, o.a. voor enkele Naftakrakers. Enkele bomenrijen (platanen) die bij de wijk behoorden, zijn nu nog te zien op Google Earth.
November 1975 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van DSM, als door een breuk in een leiding Naftakraker II bij Kerensheide ontploft. De explosie was te horen tot in Maastricht en in het Belgische Genk. Duizenden ruiten sneuvelden. De enorme vuurzee, met vlammen tot 30 meter hoogte, werd bedwongen door o.a. brandweerkorpsen uit Maastricht, Heerlen en Eindhoven en het brandweerkorps van DSM zelf. Er waren 14 doden te betreuren. (aldus het Limburgs Dagblad uit die periode).
Herinneringen van een voormalige inwoner van de Beekse wijk Kerensheide
Voormalig inwoner van de Beekse wijk Kerensheide François Toussaint vindt het spijtig dat ter plekke niets meer herinnert aan deze voormalige wijk, zelfs geen gedenkteken. Ook op het internet was er niets over Kerensheide te vinden. Wat dat laatste betreft heeft hij in ieder geval de koe bij de horens gevat, door zijn inzending hieronder aan Plaatsengids.nl:
"De 'wijk' Kerensheide - ik kan me geen andere aanduiding herinneren dan 'de Kaereshei' of simpelweg 'de Hei' - bestond uit vier straten in kruisvorm (zie uittreksel uit het kadaster bij de foto's) en was gelegen aan de verbindingsweg tussen Stein en Geleen, de huidige Kerenshofweg (destijds: Kerenshoflaan, daarvoor Koestraat en, nog verder terug in de geschiedenis de Steinderweg) die deels nog bestaat, lopend vanaf de overweg Geleen-Maastricht te Krawinkel tot aan knooppunt Kerensheide (zie de Google Maps kaart hierboven). Hier is vanaf 1918 de grond bouwrijp gemaakt. Daarna werden de eerste mijnwerkerswoningen aan de Gravin Odastraat gebouwd. De bouw van de beambten- en ingenieurswoningen moet hebben plaats gehad in de jaren dertig. De laatste woningen werden rond de oorlog gerealiseerd.
Bouw, stijl en architect
Kerensheide werd gebouwd voor het personeel van de Staatsmijnen, die toen sterk aan het uitbreiden waren. Voor zover ik heb kunnen achterhalen is de architect, te oordelen naar de stijl van vergelijkbare opdrachten voor het mijnbedrijf in de omstreken, waarschijnlijk Alphons Boosten geweest, tevens de bouwer van de St. Jozefkerk en meerdere personeelswoningen in Geleen. Vergelijk de grote overeenkomst met het nabijgelegen Mauritspark in Lutterade (Geleen). Let vooral op de markante overeenkomsten in bouw, stijl en detail.
Noot: Van de vele in het Mauritspark gebouwde beambtenwoningen resteren er achttien uit 1926 in blokken van twee en drie woningen. Het betreft de door A.J.N. Boosten ontworpen opzichterswoningen Mauritspark 4-5, 6-8, 22-23 en 24-25 en de hoofdopzichterwoningen Mauritspark 28-29 en 30-31. In 1927 ontwierp Boosten in opdracht van de Stichting ‘Thuis Best’ voor ‘Ons Limburg’ het traditionalistische woningcomplex Prins de Lignestraat 4-18 en 5-27 voor beambten van de Staatsmijn. In 1938 kwamen als ingenieurswoningen de villa's Beatrixlaan 2-4, Irenelaan 2-6 en Beatrixlaan 7 tot stand naar ontwerp van een architect met de initialen B.G. van het bouwbureau van de Staatsmijnen. Bezoek het Mauritspark voor het te laat is. Inmiddels is beslist dat dit ook door DSM gesloopt gaat worden.
Ligging van de wijk in het landschap
Kerensheide lag ingeklemd tussen staatsmijn Maurits, het SBB (stikstofbindingbedrijf) en cokesfabriek Emma. Al in de jaren vijftig - volgens sommige ouderen zelfs al kort na de oorlog - werd gezegd dat deze drie bedrijven naar elkaar toe zouden groeien, waarbij heel de wijk Kerensheide zou verdwijnen. In de jaren zeventig is dit inderdaad geëffectueerd. Kerensheide bestaat niet meer, zelfs niet in een enkel gedenkteken. Daarom tracht ik uit mijn herinneringen deze schets te schrijven.
De huizen in de wijk
De prachtige en solide huizen van Kerensheide, gemetseld met blauwgebakken rode stenen, lagen aan beklinkerde wegen met grote platanen. Daartussen ruime stoepen van Hollandse vierkante cementen stenen. Daartussen lagen weer stroken gras. Beukenheggen omlijstten de voortuintjes. Ieder huis had een houten hekje aan de voorkant met een pad lopend naar of langs de voordeur. Het groen werd in de begintijd nog onderhouden door de Staatsmijnen. Later deden de bewoners dit zelf.
Ruwweg kon je de huizen indelen in mijnwerkerswoningen, beambtenwoningen en ingenieurswoningen. De beambtenwoningen vormden de hoofdmoot met de Kerensstraat en Graetheidelaan. Als laatste werd er na de oorlog nog een straat met houten z.g. 'Oostenrijkse woningen' bijgebouwd. Lopend in een boog vanaf de Kerensstraat naar de Graetheidelaan: de Monseigneur Seipellaan.
Alle huizen in Kerensheide waren voorzien van grote en mooie tuinen. Vaak liefdevol onderhouden door hun eigenaren. Blij als ze waren met de afwisseling van het werk op de vaak vuile en lawaaiige staatsmijnbedrijven.
Sociale cohesie en voorzieningen
Gezien door de ogen van nu was er in Kerensheide heel veel cohesie en contact tussen de mensen. De meeste achterdeuren stonden altijd open, kinderen en moeders liepen bij elkaar naar binnen. In de straten was zo weinig verkeer dat de kinderen er zonder problemen op speelden. Er werd gerolschaatst, gevoetbald en zelfs gevolleybald (met een net gewoon over de straat gespannen).
Er was een kruidenier, een café, een bakker, een voetbalveld, een tennisbaan, een bushalte en de eerder genoemde boerderij de Kerenshof.
Iedere vader werkte bij de Staatsmijnen. Het leven in Kerensheide was overzichtelijk. Het had een kwaliteit die niet meer bestaat.
Het culturele leven
Ik herinner me vooral de alom-aanwezigheid van de Staatsmijnen en de Rooms-katholieke kerk. Er was geen school, geen opleiding, vereniging, of ze werden er door bepaald. Voor de autochtone Limburgers was dit de voortzetting van hun bekende leven. 'Hollanders' moet het soms vreemd te moede geweest zijn. Het Limburgs was voor hen niet altijd even toegankelijk. Sommigen volhardden in het Nederlands dat ze thuis spraken. Anderen stuurden hun kinderen naar scholen waar ABN gesproken werd. Het onderwijs was er beter, geëmancipeerder en er werd niet geslagen. Meestal waren dat protestantse of zogeheten 'nutsscholen'. Ze lagen o.a. in Geleen. Ook konden de Limburgers, in aanleg gemoedelijk en gastvrij, aardig met hun rug naar 'de Hollander' toestaan.
Overige herinneringen
De Kerensstraat vormde de hoofdstraat van Kerensheide, verder waren er nog de Gravin Odastraat, de Graetheidelaan en de Mgr. Seipellaan. Die vormde een singelverbinding tussen het eind van de Kerensstraat en de Graetheidelaan. Achter de Seipellaan lagen de landerijen van boer Hennekens. Zijn boerderij de Kerenshof stond - komend vanuit Stein - nog vóór de wijk. Als je deze weg vanuit Stein nam, zeg vanaf de St. Jozefschool (afgebroken) of de St. Jozefkerk, kwam je eerst langs het Steinerbos, dat nog steeds bestaat. Daarna was - dicht bij het tegenwoordige klaverblad Kerensheide - nog een groepje huizen met bakkerij Wehrenbeck. Zijn zjwartbroead, Limburgs roggebrood, was het lekkerste uit de hele streek. Na school nam ik dat voor mijn moeder mee, die er - nog warm - een dikke plak van sneed met daarna boter erop.
Verder lopend was aan de rechterkant voor het betonnen treinviaduct een opleidingsschool voor jonge mijnwerkers. Door ons kinderen oneerbiedig als 'koelpietjes!' nageroepen als ze in rijen van twee kwamen langsgemarcheerd. Op het fietspad aan de overkant zag je de mijnwerkers na de sjieg (de ondergrondse dienst) vermoeid naar huis toe rijden. Vaak met een pinopet op, shaggie op de onderlip en de voeten enigszins uit elkaar op de trappers, omdat ze hun tas over de stang hadden geslagen.
Tegenover Kerensheide lag 'de Sjteinberg' (afvalberg van steen uit de wasserijen). De grote cirkelvormge grijze vlek die je nu nog op Google Earth kunt vinden is het restant ervan. Deze 'berg' lag ingeklemd tussen de Staatsmijn Maurits en het SBB (Stikstofbindingsbedrijf). Tussen de Steenberg en Kerensheide lag een groot, altijd druk bereden rangeerterrein. Mevrouw Patinama schreef: "Van mijn moeder heb ik gehoord dat zij met haar moeder en mijn zus in de oorlogstijd in de Steenberg heeft geschuild voor de bommen". Vanaf het rangeerterrein aan de voet van de Steenberg gingen de geladen spoorwagons over het betonnen viaduct naar de haven van Stein.
Voor je Kerensheide helemaal uitging, bij de driesprong van de Mijnweg en de weg naar Geleen, was er nog een groepje huizen waarin café Spoorzicht (Harms), een bakker (Drenth) en een bandenreparatiebedrijf waren gevestigd. Verder waren er een rijdende melkboer en de groenteboer met kar en paard. Dat was een oude Pool genaamd 'Sjeng'. Met de wagen, de rode weegschaal heftig slingerend aan de achterkant, deed hij zijn ronde in Kerensheide. Hij sprak een mengsel van Pools en Limburgs. Toen op een keer het paard er alleen met de kar vandoor ging, rende hij er in het Pools vloekend achteraan. Wij kinderen waren dol op hem want hij gaf ons vaak een appel of een peer.
De bushalte tegenover het begin van de Kerensstraat was de halte voor de blauwe bussen van de EBAD (Eerste Beekse Autobus Diensten). Schertsend ook wel 'Eerst Betalen Anders Deruit' genoemd. Boven de chauffeur hing het bordje: 'Niet spreken met de bestuurder', maar: ôs mooders sjtonge ummer mit 'm te kalle. Ik was gefascineerd door het glimmend gepoetste koperen brandblusapparaat naast de chauffeur.
Het culturele leven en de vrije tijd van het staatsmijnpersoneel werden gefaciliteerd door de Staatsmijnen, met het Steinerbos als grote trekpleister. Massaal bezocht men daar op zondag de speeltuinen, de roeivijver of het openluchttheater. Verder waren er de wandelingen door de korenvelden van Hennekens en, als je geluk had, zondags met de familie naar de ijscoman, gelegen achter het viaduct. Daar kregen we een SiBeMa-ijsje (Sittard-Beek-Maastricht). Bijna alle inwoners van Kerensheide tuinierden in 'der gaard' (tuin) of 'der mosem' (moestuin). Braakligende stukken grond tusen de huizen waren ook weer gezamelijke moestuinen (zie achtergrond kleurenfoto). Sommigen hielden duiven. En er werd in de schuurtjes druk geknutseld met het afval van de diverse staatsmijnbedrijven.
Euver wat ich mich wier nog herinner
Wo is dat kleen plaetsjke gebleve wo veur aes kènjer sjpeelde, kattekaod oethoalde en gewoean gelökkig woare? Dae vroag sjtilde ich mich in 't veurjoar van 2010. Doe bin ich truukgegange om te zeen of der nog get euver woar van daen tied. Ich bin gevare van Mesjtreech langs 't Julianakanaal en Sjtein noa 'hoes', de Kaereshei. Ich mot uch zigke wieanig woar nog te vinge.
Waal woar 't plaetsjke bie Sjtein 'de Patersbaek' (zie foto, red.) nog ummer wie 't vreuger woar. Doa wo veur zjwomme, "sjeper pakde" om mit te vare bis Bunj. Soms koosjte veur gein sjeep miea truukkriege en mooste veer loupe euver dat sjmaal paedje mit die helle steinkes om heivisj te gerake.
Wie ich al sjreef in mien stökske hie in't hollèsj woar d'r gein sjpoor miea van de Kaereshei euver. Ouch neet van ôzze sjoeal de St. Jozefschool in Sjtein, doa wo Gommers de boavemeister woar. Allein 't Sjteinerbos mit zien Bokkeriejersbeildj aan den ingank woar nog doa. De roeiviever en `t restaurant - wo (op dat moment) geine miea in zoot - 't besjtong nog.
De Kaereshei-luu woare gooi luu. Jederinne wirkde op de koel, dat wil zigge: op ein van de bedrieve (stikstofbindingsbedrijf SBB en cokesfabriek Emma, thans opgegaan in DSM, zie verder bij Geleen, red.) die doa bieheurde. De luu woare mekkelik, deure sjtonge oape, mooders en de kènjer leepe in en oet, get wat men mich in dizzen tied neet miea veur kin sjtille.
Wat ich gaer zouw wille weite: zind der nog gegaeves of foto's euver daen tied dat Kaereshei geboewd woar, den architect, en de tied veur, in en noa den oorlog? Doa zou ich gaer get miea wille euver sjrieve en loate zeen.
Weerkerensheide: naschrift
Nu, ruim een jaar na het schrijven van bovenstaande, is er contact ontstaan met diverse Oud-Kerensheide-bewoners die met hun aanvullingen en foto's dit verhaal meer kleur en diepte hebben gegeven. Niet lang na publicatie meldde zich mijn oude schoolvriend Hans, die mij van toen af aan trouw ging bijstaan met het achterhalen van allerlei gegevens. De belangrijkste daarvan zijn verwerkt in het artikel.
In november 2011 zijn we teruggegaan naar de plek waar Kerensheide (geografisch) ooit lag. De Kerenshofstraat, inmiddels Kerenshofweg, bestaat nog: het is nu één lange rechte weg van Krawinkel tot aan het klaverblad Kerensheide. Er staat geen enkele bebouwing meer. Over de hele lengte is de Kerenshofweg nu voorzien van hekwerken voor het DSM-terrein. Met daarachter in een groene parkachtige omgeving hier en daar - moest daarom nu alles gesloopt worden?... - een chemische installatie. Hier en daar loopt er een aluminiumkleurige pijpleiding over de weg heen.
Alleen de inmiddels geel geverfde 'Mijnbrug' - die nu van niets naar niets lijkt te voeren - ligt er nog. De Kerenshoflaan is groener dan groen. Met onze neuzen tegen het gaas gedrukt, de vingers gekromd in het hekwerk om niet achterover in de greppel te vallen, zagen we in een parkachtige omgeving de bomenrijen van de straten staan die ooit de onze waren: de Gravin Odastraat, de Graetheidelaan, de Kerensstraat. Waar de Kerenshof lag, is nu een grote parkeerplaats. Op de flanken van de inmiddels gedeeltelijk afgegraven en van zijn 'mythische hoogte’ ontdane Steenberg liepen schapen te grazen (ook de 'berg' was groen geworden). Als berggeiten. Een - symbolische - terugkeer van de schapenteelt die er ooit op de Kerensheide was.
Hopelijk geeft DSM ons nog eens de kans daar eens over 'de straten’ van Kerensheide te lopen. Ze liggen er namelijk nog allemaal! (op Google Earth zijn ze nog te zien). Een bescheiden foto- of filmverslag zou een welkome 'finishing touch' aan dit artikel kunnen geven. En: het zou mooi zijn als DSM of de gemeente een monument of een infopaneel aan deze bijzondere plaats zouden willen wijden.
NB: Dit verhaal is geschreven uit persoonlijke herinnering, het is geen exacte geschiedenis. Gegevens van de bouw van Kerensheide, de Kerenshof, en zijn eerste eigenaar komen uit het boek: 'Herinneringen aan Oud-Kerensheide' van Macco en Rooyackers (uitverkocht). Met dank aan Hans, Petra en Monique Hennekens, moeder en zoon Patinama en anderen. Na melding kunnen scholen of heemkunde-instellingen het artikel voor studie gebruiken. Commercieel gebruik wordt niet toegestaan. Foto's blijven eigendom van de desbetreffende eigenaren. François Toussaint, januari 2012.

.jpg)
.jpg)

.jpg)

.jpg)

kerensheide
Ingediend door petra hennekens (niet geverifiëerd) op zo, 11/13/2011 - 14:57.
Van mijn zus monique vernam ik dat u graag nog foto's van kerensheide wilde hebben.Ik heb nog een kleine foto van de boerderij Hennekens. Mijn overgrootouders.Ook van hun heb ik nog foto's,onderanderen mijn overgrootvader als jager en een foto van de kozakken die kerensheide met hun paarden hebben bezocht.
groetjes Petra Hennekens
Dag Petra, Dat is mooi! Maar
Ingediend door admin op zo, 11/13/2011 - 19:11.
Dag Petra,
Dat is mooi! Maar je mailadres staat er niet bij. Als je even een mailtje stuurt naar frank@plaatsengids.nl, zal ik je bericht doorsturen aan de auteur van het artikel over Kerensheide en zal hij contact met je opnemen.
ken je het boek:
Ingediend door elke Hamelers (niet geverifiëerd) op vr, 02/10/2012 - 13:52.
ken je het boek: Herinneringen aan Oud-Kerensheide / [samenst.: Hennie Rooijackers ... et al.], ISBN 9070807599? hierin staan behoorlijk wat foto's en ook de namen van de mensen die er gewoond hebben.
Overigens dacht ik dat de poolse groenteboer "schriepschrap"genoemd werd en het paard SJeng...groetjes,
Elke....van Kerensstraat 29
Nieuwe reactie inzenden