Beukbergen
Status
- Beukbergen is een woonwagenkamp in de gemeente Zeist.
- Het woonwagenkamp Beukbergen valt onder het dorp Huis ter Heide.
- Bij Beukbergen hebben tot enkele jaren geleden officiële blauwe plaatsnaamborden (komborden) gestaan.
Naam
Woonwagenkamp Beukbergen is genoemd naar het landgoed Huize Beekbergen, W van het kamp.
Ligging
Beukbergen ligt O van Huis ter Heide, N van de N237 (provincialeweg Amersfoort-Zeist), O van de Beukbergenlaan.
Statistische gegevens
Beukbergen telt 163 plaatsen en is daarmee het grootste kamp van Nederland en van West-Europa.
Beschrijving
Eigenlijk had Beukbergen er al lang niet meer moeten zijn. Halverwege de jaren zeventig zette het rijk namelijk een beleid in van "deconcentratie", waarbij de bewoners van de grote regionale centra verspreid zouden worden over kleine kampjes in alle gemeenten, om zo beter te integreren in de samenleving. In 1999, bij de afschaffing van de Woonwagenwet, bestonden naast kleine kampjes echter nog 17 grote centra.
Overal is het de bedoeling dat woonwagenbewoners zich ontwikkelen tot "gewone burgers". De woonwagencultuur is in feite al verdwenen met het verbod op rondtrekken. Natuurlijk hebben de families nog wel een sterke band met elkaar.
Het centrum moet een ‘bijzondere gewone wijk’ van Zeist worden. Met eigen woningen voor mensen die hun standplaats van de gemeente kopen. Met huurwoningen die onder beheer staan van een woningcorporatie, die er de normale toewijzingsregels op loslaat. En met de gemeente die verantwoordelijk is voor de infrastructuur, het openbaar groen en de openbare orde. Zoals overal.
‘Beukbergen wordt een buurt van Zeist, zij het met een bijzondere groep bewoners’, zegt Robbert Waltmann, VVD-wethouder in gemeente Utrechtse Heuvelrug en voorzitter van het Woonwagenschap regio Zeist, dat nu nog de standplaatsen beheert.
Nederland telt naar schatting 8.500 standplaatsen voor woonwagenbewoners. Harde cijfers zijn er niet. Sinds de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999 is de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van woonwagenbewoners volledig gedecentraliseerd. Mede daardoor is het moeilijk om aan actuele cijfers te komen. Volgens gegevens van de Belastingdienst telde Nederland in 2004 zo’n 1.100 woonwagencentra, variërend van één tot meer dan honderd standplaatsen. In totaal wonen er ongeveer 22.000 mensen.
Probleem sinds 1901
De volkstelling van 1879 maakt voor het eerst melding van ‘woonwagenbewoners’. Het gaat om rondtrekkende kermisreizigers, marskramers, stoelenmatters, scharenslijpers en seizoensarbeiders. Ze vormen vanaf de inwerkingtreding van de Woningwet in 1901 een probleem voor gemeenten, omdat woonwagens niet onder de wet vallen. Armoedzaaiers die hun huis onbewoonbaar verklaard zien worden, sluiten zich bij de woonwagenbewoners aan.
In 1918 treedt de Wet op de woonwagens en woonschepen in werking, die ‘een langzame uitsterving’ tot doel heeft. In de jaren dertig en tijdens de oorlog verhardt de toon. De Duitse bezetter noemt woonwagenbewoners ‘Germanische Zigeuner’ Na de oorlog nemen pastorale en welzijnswerkers de zorg voor de woonwagenbewoners over. De één doet dat om ze uiteindelijk te integreren in de burgermaatschappij, de ander juist uit bekommering om de eigen woonwagencultuur.
In de jaren zestig ligt het accent op concentratie van woonwagenbewoners in vijftig regionale centra, een koers die met de Woonwagenwet van 1970 wordt bekrachtigd. Doel is heropvoeding met behoud van eigen cultuur. Met het wegvallen van de vraag naar de traditionele woonwagenbewonersberoepen en de opkomst van de Algemene bijstandswet veranderen heel veel bewoners in steuntrekkers. De centra ontwikkelen zich tot toevluchtsoord voor criminelen.
Al snel slaat het concentratiebeleid om in deconcentratiebeleid, waarbij gemeenten allemaal een klein centrum krijgen, liefst dichtbij of middenin reguliere woonwijken. Het beleid is erop gericht om woonwagenbewoners niet meer als een aparte categorie te zien.
De afschaffing van de Woonwagenwet in 1999 is daarvan het voorlopige sluitstuk: alle regels die gelden voor woonwagenbewoners staan ook al in andere wetten die voor iedereen gelden. Tien jaar later zijn gemeenten op verschillende manieren bezig om van woonwagenbewoners ‘normale’ buurtbewoners te maken. (bron: Binnenlands Bestuur, 19-6-2009)
