Dienstwoningen
Zeer karakteristiek voor Veenhuizen zijn de speciale dienstwoningen, voor het merendeel gebouwd tussen 1883 en 1914. De architect J.F. Metzelaar, aanvankelijk timmerman, maar later uitgegroeiend tot bouwmeester voor Veenhuizen, ontwiep naast een kerk, scholen en speciale voorzieningen in het dorp ook de dienstwoningen. Geheel in de geest van de tijd waren deze woningen aangepast aan de strikte behoeften, zonder veel franje, en volledig volgens de ambtelijke hiërarchie die gold in Veenhuizen: er waren vier typen woningen, afhankelijk van de rang kreeg een ambtenaar er een toegwezen; bij promotie volgde dikwijls ook verhuizing.
Als uitgangspunt koos vader Metzelaar de ambachtelijke bouwstijl, populair in die tijd. Zijn zoon W.C. Metzelaar nam deze over en breidde het aantal uit van vier tot zeven typen. De overige gebouwen werden voornamelijk in de neo-renaissancistische en neo-gotische stijl gebouwd, wat hun uiterlijk nog grootser deed lijken, als leek het om de hiërarchische verhoudingen te benadrukken.
De woningen van het lagere personeel staan voor het merendeel nabij de gestichten (o.a. Meidoornlaan, Hospitaallaan, en rond Norgerhaven), al zijn er ook diverse verspreid over het gebied te vinden, soms midden in de weilanden. Op deze manier was er ook toezicht bij de landbouwbedrijven en kon er in het geval van ontsnapping altijd een oogje in het zeil worden gehouden.
Ontsnapten hadden het, in de tijd voor grootschalig gemotoriseerd verkeer, dan ook zeker niet gemakkelijk. Het eerste gewone dorp was Een (vele vaarten, sloten en een stuk moeras verderop), Assen was nog veel verder, terwijl de huidige verbindingen met andere plaatsen nog nauwelijks bestonden als gevolg van de uitgestrekte venen.
Het kenmerkende is dat diverse huizen stichtelijke spreuken op de gevel meekregen, die verband hielden met het beroep van de bewoners; zo woonde in het huis met ‘Orde en Tucht’ de hoofdonderwijzer, in ‘Zorg en Vlijt’ leefde de winkelier, de predikant in ‘Humaniteit’, terwijl er bij de dokter ‘Toewijding’ en bij de apotheek ‘Bitter en Zoet’ op de voorgevel stond te lezen. De pedagogische gedachte was om de gevangenen tijdens hun dagelijkse tocht naar de arbeid op deze manier de deugden bij te brengen. Thans staat bij diverse huisjes een klein bordje met een korte begeleidende tekst. De beste voorbeelden zijn te vinden aan de Hospitaallaan en de Generaal van den Boschweg, aan welke weg over het algemeen het hogere personeel woonde. Zij woonden ook aan de Hoofdweg, zoals de hoofddirecteur, voor wie eind 19e eeuw het pand Klein Soestdijk werd gebouwd.



