Catacomben
De oudste aanleg van catacomben in het antieke Rome was in het begin van de 2e eeuw na Chr. In dit ondergrondse gangenstelsel ontstonden particuliere begraafplaatsen voor de romeinse elite en de gilden. De oudste christenen maakten w.s. voor hun schuilkerken gebruik van de catacomben, er zijn ook Joodse en heidense catacomben gevonden. Niet alleen in Rome, ook in Napels, Marseille, Trier en in Noord-Afrika zijn catacomben aangetroffen. Bijzettingen vonden plaats in langwerpige boven elkaar uitgehouwen nissen. De graven werden met stenen of marmeren platen afgesloten. De rijken kregen hun laatste rustplaats in met wandschilderingen versierde crypten. Per catacombe vonden ongeveer 600.000 gestorvenen hier hun laatste rustplaats. Er zijn 61 catacomben geweest. De onderaarse architectuur van gangen, crypten en kapellen raakte - met de vroeg-christelijke kunst - na de 8e eeuw in de vergetelheid.
In 1908 bezocht Jan Diepen de romeinse catacomben. Hij wilde in het Zuidlimburgse mergelland zorgvuldige kopiën laten maken van 14 van de belangrijkste romeinse catacomben. Architect dr.P.J.Cuypers gaf gestalte aan dit uitzonderlijke plan en voerde het 25 mtr onder de grond uit. De structuur van het mergel zorgt in de onderaarse gangen voor een constante temperatuur van 12°C. De feestelijke opening vond plaats in 1910. Sindsdien hebben velen de Romeinse Catacomben bezocht.
Plenkertstraat 55. Tel. 043-6012554.
