Sint Bavokerk
De Sint Bavokerk dateert uit 1918 en is de opvolger van de in dat jaar gesloopte gelijknamige kerk uit 1435 die er tegenover stond, tussen de school en de pastorie. Die oorspronkelijke kerk moest gesloopt worden wegens bouwvalligheid, ondanks de diverse restauraties die de kerk had ondergaan. De kerk is onder meer verwaarloosd van 1648 (na de Vrede van Munster) tot 1796, de tijd van de Reformatie. In die tijd was de kerk in handen van de hervormden. In Rijsbergen ging dat maar om een zestal gezinnen, die bovendien in Zundert naar de kerk gingen. Het hoofdaltaar van de oude kerk bevindt zich in het Rijksmuseum in Amsterdam.
De kerk is genoemd naar Bavo, wiens aardse naam Allowinus (dat betekent ‘aan allen dierbaar’) was. Hij leefde van 584 tot 653. De naam Bavo is afkomstig van het Germaanse badu, wat strijdvaardig betekent. Bavo was aanvankelijk een strijdende edelman, zette zich later in voor de Rijsbergse bevolking en leed op het laatst van zijn leven een kluizenaarsbestaan in een holle boom in het woud, geheel toegewijd aan het geloof. Hij overleed in alle eenzaamheid. Vroeger kwamen mensen van heinde en verre naar de kerk in Rijsbergen omdat Sint Bavo traditioneel de ‘genezer’ van kinkhoest was. Ironisch genoeg stonden kinderen die om genezing kwamen smeken tezamen met onbesmette leeftijdgenoten in dezelfde rij om het glaasje, waarachter een stukje stoffelijk overschot van de heilige wordt bewaard, te kussen. Deze traditie bestaat thans nog steeds. Op de sterfdag van Sint Bavo, 1 oktober, komt men hiervoor naar de kerk. Tegenwoordig krijgt men wel eerst een doekje om het glaasje schoon te wrijven… Deze dag zou ook meteorologische invloed hebben; als het regent op Sint Bavo, dan volgt er een natte kerst, zo wil het volksgeloof.
“Het feest van Sint Bavo is in het spraakgebruik een vast en veelvoorkomend begrip geworden. De feestdag van de heilige ‘Sint Baafsmis’ werd afgekort tot Bamis. Dan begint de herfst met slecht weer, wat leidde tot de uitdrukkingen ‘Bamisweer’ en ‘Bamistijd’. Van late vruchten sprak men als ‘Bamisvoeder’ (rapen, spurrie en klaver), van ‘Bamispruimen’, ‘Bamisbloemen’, ‘Bamiskoren’ en zelfs van ‘Bamiskatten’. Bamis was ook een veel gebruikte termijn voor verval van pacht, cijnzen en andere verplichtingen; dan sprak men van ‘Bamispacht’ en ‘Bamiscijns’. In Gent en andere Vlaamse plaatsen kende men de ‘Bamisfoor’, de markt in het begin van oktober. De vrije dagen omstreeks het feest werden ‘Bamisvakantie’ genoemd. De gilden van Zundert en Rijsbergen kennen nog altijd de ‘Bamisprijs’, wanneer de onderlinge verschietingen van de zomer geteld en geprijsd worden” (42).
“Rijsbergen bezit iets dat tot de allermooiste cultuurbezittingen van Brabant mag worden gerekend, namelijk de (vijf, red.) gebrandschilderde ramen van Lou Asperslagh in de katholieke kerk aan de grote verkeersweg. Dat u nu niet per se op dinsdag vóór de 24e juni naar Rijsbergen wilt komen om er de optocht der gilden en het koningsschieten bij te wonen, à la bonheur. Dat u het misschien ook zonde vindt van de vier of vijf extra kilometers om in Rijsbergen eens even de weg richting Etten op te rijden - waar u dan links een gedenknaald ziet, opgericht op de plaats waar voor het eerst, namelijk op 27 juni 1909, met een vliegtuig boven Nederlands grondgebied werd gevlogen (wist u dat?) - is óók nog tot daaraan toe*1. Maar dat u niet eens even stopt om die gebrandschilderde ramen te gaan bezien, vergeef ik u niet graag” (aldus dr. L. van Egeraat in (5)). De ramen zijn geplaatst in 1924. Aan deze ramen is een bijzondere ontstaansgeschiedenis verbonden. Monsigneur Van Frankenberg lag sinds begin 1800 begraven in de oude Sint Bavokerk. Die kerk is in 1918 rondom de stoffelijke resten van de monsigneur weggesloopt. Enkele jaren later meldden zich geloofsgenoten van de monsigneur uit België. Zij wilden de resten in België herbegraven. Als tegenprestatie betaalden zij de gebrandschilderde ramen in de nieuwe kerk.
*1 Zie hiervoor verder bij Klappenberg.
De lokale heemkundige Cor Rombouts en zijn zoon Ger hebben in 2000 letterlijk met veel spitwerk - in de tuin van de familie Hoppenbrouwers - de locatie van de voormalige schuurkerk ontdekt (de ‘noodkerk’ waar de katholieken in de tijd van de Reformatie, van 1648 tot 1796, hebben gekerkt). Het figuurlijke spitwerk is door Ger verricht in de archieven in ’s-Hertogenbosch. Cor, van origine bouwkundige, is er dankzij de bestektekeningen die zijn zoon in de archieven heeft ontdekt, in geslaagd de schuurkerk op tekening te reproduceren. Ook het oude kerkepad, dat de kerkgangers achter de huizen bij de Sint Bavokerk door heimelijk naar hun schuurkerk moest loodsen, hebben zij ontdekt, dankzij de sintels die er nog lagen. De mensen leegden destijds namelijk hun asladen op dit pad, dat de Stappersdries werd genoemd. Dankzij inspanningen van de heemkundekring heeft de gemeente de plaats van deze kerk met aangepaste bestrating in beeld gebracht. Tevens zijn er ANWB-informatieborden geplaatst bij de locatie van de schuurkerk en bij de oude en nieuwe Sint Bavokerk.
Literatuur
Albert Delahaye, ‘Parochie en Kerk van Rijsbergen’ (uitg. gemeente Rijsbergen, 1973).
G.J. van Donschot, ‘De Hervormden in Zundert en Rijsbergen’ (1976).
