Hoeve Rijpickerwaard
Boerderij Rijpickerwaard aan de Utrechtseweg 78 wordt ook het Apehuis genoemd, naar de overlevering waaraan de IJsselsteiners de naam Apeluiders te danken hebben. Het volgende verhaal doet hierover de ronde: Eind 18e eeuw woonde op landhuis Rypickerwaard ene mr. Johan Willem Swellengrebel, een oude koloniaal die een aap had meegenomen uit Oost-Indië. Hij noemde de aap, net zoals zijn knecht heette, Kees. Op een zeker moment stierf de aap, en de Heer van Rijpickerwaard zond de knecht naar de stad met het verzoek voor Kees de kerkklok te luiden. In de stad was men van mening dat er voor de knecht Kees geluid moest worden. En zo geschiedde. Groot was de verwarring toen knecht Kees in de stad kwam en bleek dat zij voor de aap Kees geluid hadden. J.G. van der Roest heeft in 1884 het gedicht De Apenluiders uitgegeven, dat maar liefst tweehonderd vierregelige verzen omvat.
De huidige hoeve ligt op de plaats van het vroegere kasteel Rijpickerwaard, in de gelijknamige waard. Dit kasteel wordt voor het eerst genoemd in 1217 als deel van het nieuwe kerspel van het Gein. Het is een leen van IJsselstein. Een tijdlang is het bewoond door de schout van IJsselstein. Het is oorspronkelijk een U-vormig complex met op het einde van de rechterpoot van de U een grote vierkante toren. Het geheel is omgeven door een brede gracht, waarvan een deel nog aanwezig is. Tussen 1763 en 1789 is het grote huis afgebroken en is er een boerderij gebouwd. In 1889 is deze vervangen door een nieuwe boerderij, die tegenwioordig als dierenasiel en -pension Rijpickerwaard in gebruik is.

Nieuwe reactie inzenden