Uitzicht rondom Halsteren
De ligging van het dorp is fraai, vooral als u vanuit de lage polderlanden van Tholen Halsteren nadert, gelegen op de uiterste rand van de hoge zandgronden. “Wie over de Dorpsstraat loopt, merkt dat hier een flauwe helling in zit. Halsteren ligt namelijk op een hoogte. Een 18e eeuwse beschrijving vermeldt dat daardoor hiervandaan met gemak Bergen op Zoom, Tholen, Steenbergen en de Schelde van Zierikzee tot Lillo konden worden bewonderd. In de zomermaanden trok dat veel bezoekers van de naaste steden. Maar in een 19e eeuwse beschrijving lezen wij dat dit tot het verleden behoorde omdat het uitzicht belemmerd werd door hoge bomen” (43).
Hans Rooseboom weet de verschillende werelden die de brug Halsteren-Tholen met elkaar verbindt, in (895) fraai te verwoorden: “Een brug verbindt twee werelden, twee zijden. En waar sprake is van twee zijden is sprake van verschillen. Soms zijn die verschillen miniem, maar in het geval van de brug tussen Tholen en Halsteren hebben wij een mooie duidelijke scheiding tussen twee werelden. Staande op de brug met je rug naar het westen, val je vanzelf in een cultuurgeografische overpeinzing. Want achter je voel je de aanwezigheid van de platte polders van de reformatorische Zeeuwse wereld, van het rotsvaste geloof dat volgens de laatste berichten op Tholen nog altijd in ere wordt gehouden. Maar daar in het oosten verrijst Brabant, Bourgondië… Het verrijst letterlijk, want daar liggen – ‘zwak romantisch’, zou Nescio zeggen – de boomrijk aangeklede glooiingen van de Brabantse Wal*. In vol ornaat steekt het rijke roomse leven daar de kop op. Boven de verre boomtoppen uit torenen de twee spitsen en het dakgewelf van de H. Quirinus in Halsteren. Een wereld daagt daar, nodigt uit. Een wereld die vriendelijker oogt dan de wereld achter je, bewoonder, gastvrijer, warmer, gezelliger, ‘roomser’. Daar op gindse heuvels begint – of eindigt, vanuit Rome gerekend – het Heilige Roomse Rijk. Hier op de Thoolse brug aanschouw je de grens van een uitgestrekte en ononderbroken culturele eenheid die half Europa omspant. Achter deze Brabantse Wal weet je heel Brabant, Limburg, Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk, Rijnland, Beieren, Polen, Tsjechië, Oostenrijk, Kroatië, Italië, Spanje, Portugal, kortom de hele roomskatholieke Europese wereld. Maar laten wij niet te eenzijdig worden in de lyriek, want draai je je om en daal je westwaarts af, dan blijkt de Thoolse brug je rechtstreeks een paradijs binnen te voeren: het hart van Tholen. De paar dorpen op het eiland zijn keurig langs de randen weggewerkt. Het midden van Tholen is één zomers verstild droomland van bloeiende akkers (aardappelen), doorsneden door een wirwar van dijkjes met bomen, slingerpaadjes die noden tot fietsen, wandelen of als het moet heel zachtjes autorijden. En het is nog best groot, dat hart van Tholen.”
* Zie verder aldaar.
