St. Martinuskerk
St. Martinuskerk (kern Geulle Aan de Maas)
Omstreeks 1300 is er te Geulle al zeker een zelfstandige St. Martinusparochie en in die tijd heeft de gemeente natuurlijk ook al een kerk of tenminste kapel gehad. Een paar gebouwen zullen elkaar hebben opgevolgd. Uit waarschijnlijk de 14e eeuw stamt de nog altijd bestaande westtoren. Deze is opgetrokken uit een ‘gietwerk’ van keien (dus kistwerk, een zeer oude methode waarbij de ruimte tussen twee dunne wanden wordt opgevuld met puin en ander inferieur geacht materiaal) en bekleed met mergel. In het muurwerk van de derde bouwlaag zijn spitsbogige spaarvelden met rechthoekige galmgaten zichtbaar.
De toren heeft in 1626 een nieuwe versie van het kerkgebouw aan zijn zijde gekregen. De herbouw werd door Wolter en Conrad Ulrich van Hoensbroeck ondernomen. Een aan de westzijde van de toren ingemetselde steen herinnert ons daaraan. Wolter stierf in 1630 en hij kreeg een rijk gedecoreerde grafsteen die nog in de kerk te vinden is. Van 1680 tot 1820 deed de St. Martinus dienst als simultaankerk voor katholieken en protestanten.
In 1920 werd het godshuis grondig verbouwd. Dwars door de oude kerk bouwde men een nieuwe. De toren en het oude driezijdig gesloten koor - als kapel - bleven behouden, zich nu aan weerszijden van het schip bevindend. Tijdens de nieuwbouw metselde men een loden koker in achter de eerste steen, die getuigt van de activiteiten. In 1977 is er gerestaureerd.
Binnen vinden we nog meer producten van kunstnijverheid uit oude tijden. Zo zijn in het oude koor nog kleine fijn gesneden consoles te vinden. Te Geulle bezit men ook wezenlijke delen van een 17e eeuwse preekstoel met gesneden panelen. Deze vijf panelen, Martinus en de vier evangelisten Johannes, Mattheus, Marcus en Lucas, zijn nu opgenomen in de altaartafel. De communiebank en de twee herenbanken werden omstreeks 1800 gemaakt voor de Onze Lieve Vrouwe in ’t Zand in Roermond, van waar ze afkomstig zijn. Het Binvignat-orgel is van 1818. (3324)
