Sint Hubertuskerk
De St. Hubertuskerk werd in 1937 gebouwd naar ontwerp van de Maastrichtse architect Alphons Boosten. Van verre zien we de kopergroene torenspits al. De Hubertuskerk (41 meter lang en 30 meter breed) is duidelijk geïnspireerd op de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Boostens woonplaats en werd gebouwd van gele Beeker bakstenen op een plint van natuursteen. De 42 meter hoge toren heeft een koperen bedekking, de andere daken zijn met leisteen bedekt. De kerk telt 450 zitplaatsen.
Bouwpastoor Frans Welters was zowel verwoed jager als kunstzinnig. Het eerste zou kunnen verklaren waarom de kerk werd gewijd aan Hubertus, immers patroonheilige van de jagers. In historisch perspectief bezien, blijkt de keuze voor deze heilige minder persoonlijk. Hubertus was in de achtste eeuw bisschop van Tongeren/Maastricht en later van Luik. Hij is dus sinds lang verbonden met het Limburgse land, wat ook zijn bijnaam ‘Apostel van de Ardennen’ duidelijk maakt.
Dat Welters van kunst hield heeft er mede voor gezorgd dat volgens goed katholiek gebruik een reeks kunstenaars en ambachtslieden in de arm werd genomen om het gebouw in te richten en aan te kleden. Namen die hierbij genoemd kunnen worden zijn onder andere Henri Jonas, Joep Nicolas, Gisèle Waterschoot van der Gracht, Max Weiss, Jacques Verheyen, Jef Scheffers en Yvonne Trypels. Omdat veel van hen uit de nabijheid kwamen, wordt de St. Hubertus ook wel ‘De kerk van de Limburgse kunstenaars’ genoemd. (3324)
Anecdotes:
Zoals bekend is, stond het er in de jaren dertig van de 20e eeuw economisch niet zeer rooskleurig voor. Een deel van de kosten van de bouw (die in totaal ƒ326.620,- zouden hebben bedragen) moest aan op creatieve wijze gevonden bronnen worden onttrokken. Voor de betaling van Charles Eyck, die zijn werken in Genhout niet met zijn naam ondertekende, maar met een eikentak, werd achter in de kerk een grote offerbus geplaatst waarop de bestemming duidelijk was aangegeven. Toen het tijd was met de schilder af te rekenen, overhandigde de pastoor met een plechtig gebaar de sleutel van de offerbus. Eyck trof daarin een dameskous, een dode kikker, 15 knopen, een paar stuivers, enkele guldens en een rijksdaalder. De pastoor nodigde de kunstenaar uit om een glas te komen drinken in de pastorie en overhandigde hem een eikenhouten Christusbeeld.
Aannemer Willem Dohmen uit Neerbeek, die de kerk bouwde, was een vurige duivenmelker. Terwijl Eyck werkte aan de prachtige schilderingen werd een van de duiven van Dohmen kampioen van Nederland. Deze duif stond model voor de duif in de absis.
Een andere mooie anekdote uit de nog betrekkelijk korte geschiedenis van het gebouw getuigt van een ander offer dat moest worden gebracht voor de pracht van de ruimte. Bij haar bezoek aan Genhout op 7 mei 1960 vroeg prinses Beatrix aan pastoor Hutschemakers wat de parochianen van hun kerk vonden. De pastoor antwoordde: “Ze vinden de kerk wel mooi, maar nogal koud in de winter. De kerk is te hoog om ze goed verwarmd te krijgen. We stoken ons arm.”
