Rozenkranskerk
De geschiedenis van de Rozenkransparochie (Treebeek) begint in de vroege jaren vijftig van de 20e eeuw. Het idee voor deze kerkgemeenschap, zo wil het verhaal, is geboren uit standsverschillen. Dat de mijnbeambten en mijnwerkers samen kerkten, ging wel, maar liever hadden de beambten hun eigen stek. Daarom bedacht men dat er als aanvulling op de bestaande Barbarakerk een nieuwe kerk moest komen. Het bisdom stemde toe en de Rozenkransparochie startte in 1953 in een houten noodgebouw - overgekocht van de Staatsmijnen voor 250 gulden.
Zo snel mogelijk wilde men gaan bouwen en Frits Peutz werd gevraagd met ontwerpen te komen. Het werd een echte ‘Peutz-kerk’, aansluitend bij de stijl van de mijnbouw met typische kerk-trekjes in de detaillering. Veel mocht dat allemaal alleen niet kosten. De bouwmaterialen zijn nogal experimenteel; steenbergafval vermengd met zaagmeel en klei. Qua warmteisolatie doen die materialen prima hun werk, maar effectief vochtwerend zijn ze niet. Gevolg is, dat de Rozenkranskerk al vijftig jaar met vochtproblemen kampt. (3324)
Het is ironisch dat, nadat in de laatste decennia steeds meer mensen de kerk hebben verlaten, de kerkbesturen van de Barbarakerk en de Rozenkranskerk zijn samengevoegd. In iedere kerk zijn nog drie vieringen per week. Plannen voor sluiting of herbestemming van de Rozenkranskerk zijn er niet, althans geen definitieve. In 2003 is een gedenkboek over vijftig jaar Rozenkransparochie verschenen, van de hand van oud-organist en oud-koster Wim Ermers. (3020 28-1-2003)
